Doorstroomtoets zet leraar buitenspel
Basisscholen moeten hun schooladvies voor het voortgezet onderwijs verhogen als leerlingen beter scoren op de doorstroomtoets. Leraren zijn er niet blij mee. ‘Ouders eisen het hoogste schoolniveau, ik zie het fout aflopen, maar heb geen poot om op te staan.’
Tekst Rob Voorwinden - redactie Onderwijsblad - - 6 Minuten om te lezen
beeld: Typetank
‘Voor één van mijn leerlingen lijkt, aan het einde van groep 7, een doorverwijzing naar vmbo-kader de beste keuze. In groep 8 lijkt dat advies mavo te kunnen worden. Bij de doorstroomtoets scoort de leerling een dikke mavo, dus de uitslag op die toets is ‘mavo/havo’. En vervolgens plaatsen de ouders het kind op een enkelvoudige havo.’
Forse faalervaring
Dat is één van de voorbeelden die ruim tweehonderd leraren van basisscholen instuurden op een AOb-oproep naar ervaringen met de doorstroomtoets. Deze leraar houdt duidelijk haar hart vast voor de leerling. Want als die leerling het niet redt op de enkelvoudige havo, moet hij afstromen en dat betekent: overstappen naar een andere school waar ze wél vmbo-onderwijs aanbieden. En dat is een forse faalervaring.
Kinderen worden enorm over-geadviseerd door de doorstroomtoets
Deze leerkracht is niet de enige die zich zorgen maakt, zo blijkt uit de andere ervaringen. ‘Uit de doorstroomtoets rollen vaak hogere adviezen dan de adviezen van onze basisschool. Waardoor veel kinderen te hoog instromen en helaas al na een jaar moeten afstromen’, meldt een collega. Een ander: ‘Er worden kinderen enorm over-geadviseerd door de doorstroomtoets, waardoor ze nu op een te hoog niveau zitten.’ En: ‘Er moeten na één jaar brugklas al veel leerlingen afstromen, soms zelfs naar een andere school. Dit systeem kent geen voordelen.’
Kansrijk adviseren
De te hoge schooladviezen zijn volgens de leraren een direct gevolg van de invoering van het principe van ‘kansrijk adviseren’. Volgens deze regel moeten basisscholen het schooladvies in principe naar boven bijstellen als een leerling op de doorstroomtoets beter scoort dan zijn voorlopige schooladvies. En dan kunnen ouders hun kind aanmelden op een hoger niveau van voortgezet onderwijs.
Alles hangt af van deze ene toets
En dat laatste, signaleren de leraren, gebeurt vaak. Logisch ook: ‘Ouders gaan voor het hoogst haalbare.’ Maar de mogelijkheid om het advies op te hogen, leidt tot een enorme druk op de eindtoets basisonderwijs. ‘Veel leerlingen - en hun ouders - zien die toets als een laatste poging om tóch dat gehoopte hogere schooladvies binnen te slepen.’ ‘Alles hangt af van deze ene toets.’ En: ‘Ik heb een ouder gehad die zijn dochter vijfhonderd euro beloofde als ze op de eindtoets vwo zou scoren in plaats van ons havo/vwo-advies. Waar gaat dit nog over?’
Kansrijk adviseren zou in het voordeel moeten zijn van kinderen uit achterstandssituaties. Want de kinderen krijgen vaak een lager schooladvies dan leerlingen uit de meer welgestelde klassen. Dit overigens vanuit de beste bedoelingen van leraren, die zouden denken dat de leerlingen uit achterstandssituaties het al zwaar genoeg krijgen in het voortgezet onderwijs.
Sommige ouders pushen hun kinderen enorm
In de praktijk zijn het echter vooral de kinderen van hoger opgeleide en meer welgestelde ouders die hun voordeel doen met de mogelijkheid om het advies op te hogen, zien veel leraren. ‘Sommige ouders pushen hun kinderen enorm, oefenen thuis voor de toets of schakelen een duur bijlesbureau in.’ ‘De meeste ouders van mijn school oefenen heel erg veel met hun kind.’ En: ‘Er is een enorme handel in oefentoetsen ontstaan om de resultaten van kinderen op te plussen. Dit heeft niets met kansengelijkheid te maken.’
Dakpanadviezen? Doe. Het. Niet
Een ander probleem met het ophogen van de adviezen is dat de doorstroomtoetsen (vorig jaar zes, dit jaar vijf) dubbele adviezen geven, zoals ‘vmbo-t/havo’. De mening van tientallen leraren over deze standaard dakpanadviezen is samen te vatten in drie woorden: Doe. Het. Niet. (Artikel loopt door onder illustratie.)
'Je staat als leraar echt voor schut.' Beeld: Typetank
‘Alle adviezen uit de doorstroomtoets zijn dubbel. En op de toets zit er maar 1 punt verschil tussen mavo/havo en havo/vwo, terwijl dit compleet verschillende type leerlingen zijn. Maar ik word als leraar met mijn advies compleet buitenspel gezet door de toets.’ En: ‘Wat een ramp! Een kind krijgt van mij een havo-advies, scoort op de toets net 1 punt beter en komt in het vakje havo/vwo uit. Ouders eisen vervolgens vwo, en ik heb geen poot om op te staan. Je staat als leraar echt voor schut.’
‘Het meest vervelend vind ik de dubbele adviezen bij de doorstroomtoets’, schrijft een leraar. ‘Ik geef zelf ook enkelvoudige schooladviezen, maar die moet ik nu eigenlijk altijd aanpassen na de doorstroomtoets.’ ‘Als een leerling op de toets praktijkonderwijs/vmbo-basis scoort, willen de ouders vmbo-basis. Waar sta ik dan als leerkracht? Maar ik ben bang dat die leerling uiteindelijk afstroomt en toch op het praktijkonderwijs terechtkomt. Maar dan zonder zelfvertrouwen.’
Dubbele adviezen zijn zeer onhandig
‘Er komen alleen maar dakpanadviezen uit de toets. Als wij anders adviseren, krijgen wij vanuit het bestuur te horen dat we geen zicht hebben op ontwikkeling van kinderen. Pfff….’ ‘Dubbele adviezen zijn zeer onhandig’, vat een intern begeleider samen. ‘Gun leerkrachten de ruimte om, waar mogelijk, zelf kansrijk dubbel te adviseren. Maar schep geen valse verwachtingen met de standaard dubbele uitslag.’
Shoppen bij toetsaanbieders
Scholen doen overigens zelf óók mee met de race naar het hoogste schooladvies. De keuze voor een toetsaanbieder kan namelijk nogal wat verschil maken in de scores, en er wordt duidelijk geshopt. ‘Wij switchen bijna ieder jaar naar een andere aanbieder’, schrijft een leerkracht eerlijk. Zelfs de overstap van de papieren naar de digitale versie van één toets kan gevolgen hebben voor de uitslag. ‘De digitale toets geeft totaal andere uitslagen. We maken onze toets nu op papier, en dat geeft een veel beter resultaat.’ ‘Onze school stapt dit jaar weer over op de oude toets van een andere aanbieder - op papier.’
Te veel leerlingen lopen hier op hun tenen
Of het principe van kansrijk adviseren inderdaad leidt tot meer afstroom in het voortgezet onderwijs, is nog niet officieel bekend: de cijfers over de eerste twee jaar zijn nog niet beschikbaar. Maar binnen scholen zijn de gevolgen al wel te merken, schrijft een interne begeleider uit het voortgezet onderwijs: ‘Te veel leerlingen lopen hier op hun tenen, gaan onderuit of worden faalangstig. Ik probeer te lijmen wat er mogelijk is, maar kan niet alles.’
Wat moet ik de rest van het jaar doen? De kinderen zijn niet meer te motiveren
Tot slot heeft de eindtoets nog een heel praktisch nadeel, vinden leerkrachten: hij wordt te vroeg afgenomen. ‘De toets is tegenwoordig half februari. Wat moet ik de rest van het jaar doen? De kinderen zijn niet meer te motiveren.’ ‘Leerlingen zijn weinig gemotiveerd na de toets. Ze weten immers welk niveau ze gehaald hebben en naar welke school ze gaan. Dit brengt ook de nodige gedragsuitingen met zich mee.’ ‘Leerlingen stoppen halverwege groep 8 met leren.’ En: ‘Zo missen de leerlingen maanden goed onderwijs - een kwalijke zaak.’
Vertrouw eens op de leraar
De vier belangrijkste adviezen van leraren over de doorstroomtoets zijn: neem de toets later in jaar af, stop met de standaard dubbele schooladviezen, stop met het verplichte ophogen van het advies en vooral: vertrouw eens op de leraar.
‘Het vakmanschap van ons als leerkrachten wordt niet serieus genomen door een toets die ons advies van tafel veegt.’ ‘We monitoren kinderen acht jaar lang in ons leerlingvolgsysteem. Ook zien verschillende leerkrachten hen door de jaren heen. Is dat niet voldoende om te kunnen concluderen waar leerlingen in groep 8 staan in hun ontwikkeling?’
‘Leerkrachten vergaderen, verantwoorden, bespreken en delen hun bevindingen en adviezen. Dit kost ontzettend veel tijd, en wordt nu door één toets onderuitgehaald.’ In hoofletters: ‘Afschaffen die eindtoets!’