Dit is waarom docenten zich thuis voelen in de gemeenteraad
Overdag staan ze voor de klas, ’s avonds zitten ze in de gemeenteraad. Sommige docenten combineren het onderwijs met lokale politiek. Wat neem je mee van het lokaal of de collegezaal naar de raadszaal - en andersom?
Tekst Judith Katz - Redactie Onderwijsblad - - 7 Minuten om te lezen
Beeld: Fred van Diem
In de Helmondse gemeenteraad ging het laatst over de nieuwbouw van een school. Theo Manders (66), geschiedenisdocent aan het Sint Janslyceum in Den Bosch én fractievoorzitter voor de VVD in de raad, nam het woord in het debat. Volgens hem dreigde onderwijsgeld te verdwijnen in concurrentie tussen scholen in plaats van in mensen voor de klas. “Als je dagelijks in een school rondloopt”, zegt hij terugblikkend, “dan kijk je anders naar zo’n voorstel.”
Manders staat al 41 jaar voor de klas, zit 8 jaar in de raad en weet maar al te goed hoe beleidskeuzes uitwerken op de werkvloer. In de raad vertaalt hij die ervaring naar concrete vragen: Waarom staan hier lokalen leeg terwijl ergens anders noodgebouwen verrijzen? Waarom investeren scholen zoveel geld in profilering als de basis onder druk staat? Omdat hij docent is, is dit geen theoretische discussie voor hem, maar de dagelijkse realiteit.
Manders is niet de enige docent in de lokale politiek. In Hoorn combineert Lisa Klinkenberg (32) haar werk als senior onderzoeker studentenwelzijn bij Hogeschool Inholland met het raadslidmaatschap voor de lokale partij Hoorn Open & Eerlijk. In Zwolle doceert Arnold de Weerd (35) social work aan Windesheim en zit hij namens het CDA in de gemeenteraad van Hoogeveen. Allebei hebben nu vier jaar raadservaring op zak.
Net een les maatschappijleer
Professioneel neutraal, noemt Manders zichzelf. “Soms speel ik een communist voor de klas”, zegt hij lachend. “Dat kan ik heel goed scheiden. Je leert leerlingen juist bij geschiedenis om iets vanuit meerdere perspectieven te bekijken en bronnen te wegen. Dat is in de raad net zo goed belangrijk.” Zijn leerlingen vinden het leuk om tijdens verkiezingstijd de poster van hun docent door de stad te zien hangen. “Ik zeg altijd tegen ze: De raad is net een les maatschappijleer, maar dan met een begroting en veel meer huiswerk dan jullie hebben.” Af en toe blijft er een leerling even hangen met vragen. “Als er een politiek vuurtje gaat branden, vind ik dat alleen maar mooi.”
Geschiedenisdocent Theo Manders zit voor de VVD in de raad van Helmond. Beeld: Dolph Cantrijn
Ook op de hogescholen van De Weerd en Klinkenberg komt het raadswerk ter sprake. “Toen ik nog voor de PvdA verkiesbaar was, zeiden collega’s: Ik stem normaal geen PvdA, maar nu wel. Waarop ik dan zei: Ja, maar voor die gemeente kan ik niet in de raad komen he?” Lachend: “Maar helemaal goed hoor.” Studenten zijn ook nieuwsgierig. “Een student zei laatst dat zij vond dat er te weinig over politiek in de studie social work zit, terwijl het vak vaak aan politieke verandering onderhevig is. Toen heb ik een presentatie gegeven over de gemeenteraadsverkiezingen en hoe die zich verhouden tot het sociaal domein.”
Ik zie dat sommige raadsleden moeite hebben om door de bomen het bos te zien
Ook Arnold de Weerd krijgt vragen van studenten. Aan het begin van een nieuwe groep vertelt hij wie hij is. Studenten ontdekken dan vanzelf dat hij raadslid is. “Dan krijg je gesprekken: ‘Meneer, ik ben meer van de SP’ Of: ‘Hoe combineert u geloof en politiek?’ Dat is mooi.”
Klinkenberg doet onderzoek naar studentenwelzijn en begeleidt social work-studenten. In de Hoornse raad houdt ze zich onder meer bezig met het sociaal domein. Toen een lokale welzijnsorganisatie financieel in de problemen kwam en stageplaatsen werden geschrapt, merkte ze dat direct op haar school. Niet veel later moest de raad besluiten of er extra middelen beschikbaar kwamen.
“Ik kreeg toen allerlei vragen van andere raadsleden”, zegt ze. “Om hoeveel stagiairs het ging, wat ik nog meer wist.” Is dat belangenverstrengeling? Nee, zegt ze. “Daar hebben we met alle raadsleden een cursus over gevolgd, om te horen wanneer een dubbele rol wél problematisch is. In dit geval zag ik geen persoonlijk belang voor mij.”
Werken met pubers is goed voor je relativeringsvermogen
Wat maakt een docent nou zo geschikt als raadslid, naast natuurlijk de nodige onderwijskennis? Er blijkt toch best wat overlap in het werk te zitten. Voor een groep spreken is voor veel nieuwe raadsleden spannend: voor een docent is het routine. Manders: “Ik heb ook wel eens voor een groep van vijfhonderd ouders gestaan.”
“Je staat als docent dagelijks voor een klas”, zegt Klinkenberg. “Dat helpt.” Tegelijkertijd is spreken in de raad niet helemáál hetzelfde. In het onderwijs en onderzoek zijn docenten en docent-onderzoekers de expert op hun eigen vakgebied. In de raad moeten ze zich soms uitlaten over woningbouw of duurzaamheid, onderwerpen die niet altijd met onderwijs te maken hebben. Klinkenberg: “Dat is soms best spannend. Weet ik er genoeg van? Heb ik ook het antwoord op kritische vragen? In praktijk valt het vaak wel mee, als je maar goed genoeg ingelezen bent.”
Nog zo’n vaardigheid: lezen. Raadsleden krijgen stapels stukken. Beleidsnota’s, begrotingen, amendementen. “In het onderwijs leer je snel en strategisch lezen”, zegt De Weerd. “Met een kritische blik. Hoofd- en bijzaken scheiden.” Klinkenberg beaamt dat. “Ik zie dat sommige raadsleden moeite hebben om door de bomen het bos te zien. Dan ben ik blij met mijn onderzoek achtergrond.”
Arnold de Weerd doceert social work aan Windesheim en zit namens het CDA in de gemeenteraad van Hoogeveen. Beeld: Herman Engbers
Manders voegt daar nog iets aan toe: relativeringsvermogen. Wie dagelijks met pubers werkt, ontwikkelt dat vanzelf. “In de klas leer je dat niet iedereen hetzelfde denkt. Dat is in de raad ook zo.”
Piekmomenten
Wat wel jammer is: de piekmomenten vallen samen met drukke periodes in het onderwijs, zegt Klinkenberg, die zo’n 16 uur per week aan haar raadswerk besteedt. “Als ik overloop met onderzoeksprojecten of nakijkwerk, dan is het ook kadernota of begrotingsbehandeling.” Ze lost het op met flexibiliteit: thuiswerken, overdag iets voor de raad regelen, tijdens een minder intensieve commissievergadering nog snel een werkmail beantwoorden.
De Weerd werkt vier dagen per week bij Windesheim en schat zijn politieke inzet op zo’n 12 uur. “Je kunt het jezelf ook ingewikkeld maken.” Zijn generatie hecht meer aan een goede werk-privébalans, zegt hij. In zijn fractie zitten ook zestigplussers die meer tijd beschikbaar hebben. De verdeling van rollen wordt daarop afgestemd.
Manders, als fractievoorzitter, maakt meer uren. Overdag les, ’s avonds vergaderingen, tussendoor medezeggenschap en fractieoverleg. “Mijn agenda is net Tetris.” Toch ervaart hij het niet als overbelasting. “Als het leuk is, tel je de uren niet.”
Raadswerk brengt staatsinrichting dichtbij
Waarom doen ze het? Klinkenberg begreep niet altijd waarom haar gemeente bepaalde keuzes maakte en wilde van binnenuit zien hoe die besluiten tot stand kwamen. “Sommige dingen ben ik nog minder gaan begrijpen”, zegt ze lachend. Transparanter bestuur en betere participatie zijn inmiddels speerpunten van haar partij.
Senior onderzoeker studentenwelzijn Lisa Klinkenberg zit voor de lokale partij Hoorn Open & Eerlijk in de gemeenteraad. Beeld: Fred van Diem
De Weerd noemt maatschappelijke verantwoordelijkheid. Studenten social work werken straks met kwetsbare groepen. Dan helpt het als hun docent kan uitleggen hoe gemeentelijk beleid werkt. “De gemeente is voor veel dingen verantwoordelijk in het sociaal domein. Dat moet je snappen.”
Manders ziet het als een logisch verlengstuk van zijn vak. Geschiedenisles gaat over democratie, staatsinrichting, het wegen van belangen. In de gemeenteraad komt dat samen. Leerlingen zien hem soms als bewijs dat politiek niet iets abstracts is in Den Haag, maar iets dat zich in hun eigen stad afspeelt. “Er zitten verschillende oud-leerlingen van mij in gemeenteraden in heel Nederland”, zegt hij. “Eentje is zelfs burgemeester geworden. Dat ik daar mogelijk iets aan heb bijgedragen, maakt me trots.”