College geven aan halflege zalen
De slechte opkomst van studenten is landelijk een probleem in het hoger onderwijs. Aan de Hogeschool van Amsterdam is gemiddeld minder dan één op de drie studenten aanwezig. Studenten vaker op college beoordelen, behoort tot de mogelijke oplossingen. Dat voorkomt ook gemakzuchtig gebruik van AI.
Tekst Maaike Lange - Onderwijsblad - - 9 Minuten om te lezen
De Universiteit Wageningen werkt met kleinschalig onderwijs. “Als van zo’n kleinere werkgroep een groot deel niet komt, zit je soms maar met tien studenten in een werkcollege”, zegt docent Tjerk Sminia. Foto: Fred van Diem
Tjerk Sminia is docent organische chemie aan de Universiteit van Wageningen. Al langer maakt hij zich zorgen om de lage opkomst van studenten. “Laatst nog”, zegt hij. Het introductiecollege van de nieuwe periode zat goed vol. “Ik legde toen aan de studenten uit dat ze minder kans hebben hun tentamen te halen als ze weinig naar college komen, omdat ze dan minder actief met de stof bezig zijn. Dan knikken ze allemaal begripvol. Maar een dag later komt nog maar de helft.”
Soms zit je met maar met tien studenten in een werkcollege
De lage opkomst vreet aan hem, geeft hij toe. In Wageningen werken ze al een tijdje met kleinschalig onderwijs. Dat betekent dat er zo’n dertig studenten per werkgroep staan ingeschreven bij Sminia. “Dat is een optimale balans om te zorgen voor genoeg interactie en effectiviteit”, zegt hij. “Maar als van zo’n kleinere werkgroep een groot deel niet komt, dan zit je soms maar met tien studenten in een werkcollege.”
“Voor een halve zaal komt mijn enthousiasme veel minder goed over.” Daarentegen vindt hij hoorcollege geven aan een volle zaal fantastisch. “Zodra ik op het podium sta, spat mijn enthousiasme voor het vak er vanaf.” Maar afgelopen januari had hij zelfs maar een groepje van vijf studenten. “Ik sta dan veel minder enthousiast voor de groep en dat werkt meteen door, studenten merken dat ook.” (Artikel loopt verder onder foto.)
Volgens Izaak Dekker van de Hogeschool van Amsterdam leren studenten tegenwoordig minder dan vroeger. Hij spreekt van een studeercrisis. Foto: Fred van DIem
De lage opkomst van studenten bij de lessen op hogescholen en universiteiten is onderdeel van wat docent-onderzoeker Izaak Dekker van het Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding van de Hogeschool van Amsterdam ‘de studeercrisis’ noemt. Op basis van zijn eigen onderzoek en dat van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) beschrijft hij hoe drie ontwikkelingen in elkaar grijpen en elkaar versterken. “Ten eerste”, zegt hij, “komen studenten veel minder vaak dan vroeger naar colleges.” Precies zoals Sminia elke dag merkt. Ten tweede besteden studenten minder tijd aan zelfstudie, constateert Dekker. En ten derde maken ze volop gebruik van kunstmatige intelligentie. “De combinatie van deze factoren zorgt ervoor dat studenten minder leren”, zegt hij. Het maakt, volgens hem, dat de fundamentele aannames onder onze onderwijsmodellen wankelen. Grote woorden die hij liever schuwt, maar hij hoopt het onderwijs wakker te schudden.
Minder werkplezier bij docenten
Ook in Amsterdam is gekozen voor meer kleinschalige werkcolleges waarin docenten veel feedback geven. Dekker: “Als studenten er minder vaak zijn, komt dit allemaal niet van de grond. Vervolgens vragen de niet aanwezige studenten vlak voor de inleverdatum van een paper nog wel even doodleuk feedback. Het leidt tot veel minder werkplezier bij docenten.”
De flexibilisering van het onderwijs op hogescholen en universiteiten is bedoeld om tegemoet te komen aan de studenten en om meer studenten te werven. Powerpoints en colleges worden vaker door docenten online gezet. “Maar”, zegt Dekker, “daardoor is het ook mogelijk geworden voor studenten om de studie op een lager plan te zetten.” De studie is een bijstudie geworden. “Volgens cijfers van DUO is de tijd die studenten besteden aan hun bijbaan de afgelopen acht jaar gestegen van 10 naar 15 uur per week. In dezelfde periode daalde het aantal uren dat ze gemiddeld aan hun studie besteden naar 10 uur per week. Voltijds ingeschreven studenten zijn eigenlijk maar deeltijd beschikbaar.”
Overschatten we de zelfregie van studenten niet?
“Wat ik in mijn onderzoek bevraag is of de aannames waarop we ons onderwijsaanbod hebben gebaseerd nog werken. Overschatten we de zelfregie van studenten niet? Ze hebben gekozen voor een studie waarvoor wij hebben berekend dat ze al deze colleges nodig hebben, maar vervolgens leggen we ze in feite bij elk college voor: wat wil je liever doen nu, werken, sporten, hangen of leren. Kies maar?”
Verplichte aanwezigheid
De laatste jaren is Tjerk Sminia steeds vaker gaan denken dat verplichte aanwezigheid een uitkomst zou zijn, vooral voor de eerstejaars studenten. Hij is niet alleen docent, maar coördineert ook enkele managementtaken waaronder het plannen van de roosters. Soms moet hij door de lage opkomst tijdens een blok twee werkgroepen samenvoegen. “Docenten klagen soms bij mij over de lage opkomst en dan gaan we werkgroepen alsnog samenvoegen.” Maar dat betekent dat het lesrooster verandert tijdens een blok, waardoor sommige studenten in de knoop komen met hun bijbaan, en het betekent dat je als coördinator extra werk hebt om dit allemaal achter de schermen te regelen.”
Ik wil niet dat ze hier als zoutzakken in het college zitten
Volgens Izaak Dekker is de discussie over verplichte aanwezigheid een herhaling van zetten. De ene docent stelt: ‘Het zijn toch volwassenen.’ De andere zegt: ‘Ik wil niet dat ze hier als zoutzakken in het college zitten.’ “Minder dan één op de drie studenten is gemiddeld aanwezig op een college. Dat is zeer inefficiënt. Al het werk dat wij er in stoppen, al dat aanbod dat wij aanbieden, wordt nauwelijks gebruikt.”
Meer AI, minder studie
Kunstmatige intelligentie speelt hierin volgens Dekker een groeiende rol. “Door AI hoef je minder tijd aan je studie te besteden, denken studenten. Je hebt nu zo een reflectieverslag geschreven of je portfolio af. Maar als je het denkwerk uitbesteedt, heb je intussen niets geleerd. Het is alsof je in de sportschool aan het gewichtheffen bent met behulp van een vorkheftruck en je alleen nog op de aan knop hoeft te drukken.”
Je kunt niet alles mondeling testen
AI maakt het moeilijker om de kennis van studenten te toetsen. “Je kunt niet alles mondeling testen, dat is qua werkdruk voor docenten niet te doen, en mogelijk ook minder valide”, aldus Dekker. “Maar uiteindelijk heb je domeinkennis nodig, juist om de antwoorden van AI te kunnen snappen en te controleren of het klopt.”
Carina van Selling is docent commerciële economie van de Hanze in Groningen. “Binnen onze opleiding zijn we bezig met een herontwikkeling van het curriculum”, zegt ze. “Het is een geluk dat dat precies nu is. Zo kunnen we de speerpunten van de studeercrisis er in opnemen.”
Onze insteek is: als jij er niet bent, kunnen we je niet beoordelen
Prioriteit is om de student weer terug op school te krijgen, benadrukt ze. De opleiding commerciële economie gaat toe naar drie vaste dagdelen in de week, zodat de student al ver vooruit rekening kan houden met zijn of haar bijbaan. “Op die dagdelen willen we samen met de student aan de slag gaan. De student vragen we om een professionele houding te laten zien: aanwezig, actief en betrokken. Dat wordt onderdeel van het traject. Onze insteek is: als jij er niet bent, kunnen we je niet beoordelen.”
Dit schooljaar wordt er al mee geëxperimenteerd en in de volgende schooljaren wordt het uitgerold. De opleiding wil ouderwetse werk- en toetsvormen terugbrengen, omdat verslagen en rapporten maken met AI niet zoveel waarde heeft. Structurele peiling van basiskennis en ontwikkelgesprekken als vervanging voor een verslag; Van Selling wordt er best blij van.
Pen en papier
“Afgelopen week hebben we in de les gewerkt met pen en papier. Studenten moesten online marketingdoelstellingen voor een klant in kaart brengen. Eerst liet ik ze een plan tekenen op papier, daarna ruilen met een papieren plan van een studiegenoot, en pas daarna gebruiken ze AI voor zo’n plan. Die drie plannen legden ze vervolgens naast elkaar. De eindproducten zijn zo veel beter doordacht. Studenten waarderen zo’n les, denk ik. En zo niet, dan weet ik dat het beter voor ze is.” (Artikel loopt door onder artikel.)
Nerko Hadziarapovic, docent marketing aan de Hogeschool Utrecht, eist focus tijdens colleges en dus moeten de telefoons en laptops uit. “Als studenten er zijn, wil ik dat ze er echt zijn.” Foto: Fred van Diem
Ook Nerko Hadziarapovic, docent marketing aan de Hogeschool Utrecht, herkent de halfvolle lokalen, maar hij en zijn team hebben intussen een manier gevonden om studenten terug te winnen. Inmiddels zitten zijn colleges, met gemiddeld zo’n dertig studenten, vol. “Plotseling rijdt de trein wel op tijd en is oma niet ziek.”
Focus
Samen met zijn team is hij gaan werken aan colleges waarbij de noodzaak er is om te komen. “Allereerst vraag ik ze om focus. Daarom wil ik geen mobiele telefoons en laptops in mijn les. ‘Hé, je bent half hier en half in de digitale wereld, nergens ben je dus volledig, is dat wat je wilt?’, vraag ik ze. Ik zeg: ‘Ik wil dat je een keuze maakt. Of je bent hier en je doet alles uit, of je gaat ergens buiten de klas zitten.’ We zijn niet vaak met elkaar, maar als ze er zijn, dan wil ik dat ze er echt zijn.”
Bovendien moeten zijn studenten elke week een mondelinge presentatie geven. Dat is een goede manier om hun kennis te testen en aan AI hebben ze op zo’n moment niets. “Dus niet één keer een presentatie aan het eind van het vak, maar elke week weer, zodat je echt leert. Je wordt je bewust van je woordgebruik. Hé, daar zei je weer ‘eigenlijk’. Hoe werkt de video met ondersteunend beeld? Vaak lukt het de eerste keer niet om hem goed te bedienen. Hoe kijk je naar de toehoorders, enzovoorts.”
Feedback is geen straf, maar een heel mooi cadeautje
Deze werkcolleges zijn niet verplicht, maar studenten moeten wel feedback vergaren op hun presentaties. “Als je het niet tijdens de les doet, moet je het zelf organiseren. Dat vinden ze dan blijkbaar te veel moeite. Ik leg uit dat feedback geen straf is, maar een heel mooi cadeautje.”
Studenten staan wel open voor dit soort reflectie, merkt hij. “Tegenwoordig zijn binnen 2 minuten alle laptops en telefoons uit. Ik nodig ze verder uit met filosofische discussies en dialogen om na te denken over dingen zoals: waarom is kennis belangrijk? Waarom ben je hier, je kunt je tijd maar één keer besteden. Maar ook: Beveel jij maar aan welke wetenschappelijke artikelen ik moet lezen. Zo is onderwijs geven weer heel leuk.”