Brugjaar biedt veilige opstap naar de middelbare
Niet elke leerling is na groep 8 klaar voor de middelbare school. Voor hen bestaat in Utrecht en Arnhem het Brugjaar Jan Ligthart waarin jongeren leren plannen, presenteren en werken aan zichzelf. “Ons doel is dat ze vol zelfvertrouwen naar de volgende middelbare school gaan.”
Tekst Rianne van der Molen - - 9 Minuten om te lezen
Op de vrije middelbare school Waldorf in Utrecht volgen leerlingen het Jan Ligthart-jaar, bedoeld voor brugklassers die wel groep 8 hebben afgerond, maar nog niet klaar zijn voor de middelbare school. Beeld Angeliek de Jonge
Wat is plannen? Een paar scholieren van groep Groen steken meteen hun vinger op. “Dat je het dan en dan gaat doen”, zegt een meisje. “Dat je je spullen op orde hebt”, zegt een ander. Waarom is dat handig, vraagt docent Karlijn Veltman. Iedereen mag het invullen op de eigen laptop en op het digibord verschijnen de antwoorden. ‘Zodat je dingen afkrijgt’, staat er bijvoorbeeld.
Het brugjaar is niet bedoeld voor ouders die hopen dat het schooladvies naar boven bijgesteld wordt
Deze lessen Executieve functies zijn een belangrijk onderdeel van het Brugjaar Jan Ligthart, vernoemd naar een Nederlandse onderwijsvernieuwer. In deze twee klassen - in het gebouw van de vrije middelbare school Waldorf Utrecht - zitten brugklassers die wel groep 8 hebben afgerond, maar nog niet klaar zijn voor de middelbare school. “Elk kind heeft een andere reden, maar vaak zit het in een gebrek aan zelfvertrouwen”, zegt Veltman, teamleider van het brugjaar en docent Frans op Waldorf. “Je zit hier niet voor zweetvoeten, er is meestal wel wat meer aan de hand.”
Een veilige tussenstap
T1:In 2016 kreeg Veltman vanuit het bestuur van de PCUO Willibrord Stichting, waaronder ook Waldorf Utrecht valt, het verzoek om een brugjaar op te richten. Bestuursleden zagen namelijk dat veel leerlingen in het eerste jaar van de middelbare school uitvielen. De stap bleek voor hen vaak te groot. “We hebben ons laten inspireren door het al bestaande Brugjaar Jan Ligthart in Arnhem, maar voor een eigen invulling gekozen.”
Leren leren speelt een grote rol in het Brugjaar van Jan Ligthart, net als sociale vaardigheden, presenteren en je rol vinden in een groep.
De scholieren volgen lessen op het niveau vmbo-tl/havo (groep Blauw) of havo/vwo (groep Groen). Ze zitten in een eigen lokaal, waar de meeste docenten naartoe komen. “Het leren leren speelt een grote rol, net als sociale vaardigheden, presenteren en je rol vinden in een groep. Ook zijn er gewone vakken zoals wiskunde, Nederlands en Engels.” Een groot deel van de ‘Jantjes’ - zoals Veltman ze graag noemt - is geboren tussen september en eind januari. In groep Groen zitten bovendien een aantal scholieren die een klas over hebben geslagen vanwege hoogbegaafdheid. “Ons doel is ze voldoende gereedschappen geven, zodat ze vol zelfvertrouwen naar de volgende middelbare school gaan.”
Leren leren speelt een grote rol in het Brugjaar van Jan Ligthart, net als sociale vaardigheden, presenteren en je rol vinden in een groep.
Vooraf wordt gesproken met de ouders, het kind zelf en de meester of juf van de basisschool, of het brugjaar passend is. “Als er te uitgebreide ondersteuningsbehoeften zijn, dan gaat het niet. Dat is simpelweg niet behapbaar voor ons. We plaatsen kinderen vanaf een vmbo-tl advies, zodat de niveaus niet te veel verschillen.”
In Utrecht startten ze in 2021 met 20 leerlingen. Inmiddels zijn er twee klassen; één van 19 en één met 22 kinderen. “De interesse groeit, merken we. We kunnen nog altijd iedereen plaatsen, maar vooral de informatieavonden worden steeds drukker bezocht.” Op die avonden benadrukt Veltman altijd dat het brugjaar niet is bedoeld voor ouders die hopen dat het advies van hun kind naar boven bijgesteld wordt. “Het gebeurt weleens dat een leerling bij ons beter scoort dan op de eindtoets. Maar dat is absoluut niet ons doel.”
Sociale groei
Eén van de oud-leerlingen van het brugjaar is Michel (niet zijn echte naam). In groep 8 merkten zijn ouders dat de stap naar de middelbare school erg groot voelde. “Er was bij Michel adhd geconstateerd en een vermoeden van autisme”, vertelt zijn vader die net zoals Michel niet met zijn echte naam in het Onderwijsblad wil met dit zeer persoonlijke onderwerp. “Het sociale deel vond hij lastig. Bovendien voelde hij zich niet prettig in groep 8 en werd daar een beetje gepest. Naar een nog grotere school gaan, zag Michel niet zitten.” Zijn meester wees hen op Jan Ligthart. Na een ouderavond voelde dat meteen goed. “We gunden hem zo’n tussenjaar.”
Terugkijkend noemt Michels vader het brugjaar een ‘rijke’ periode. “Vooral sociaal was het bijzonder. Michel voelde zich veilig in de klas, had voor het eerst het gevoel dat hij erbij hoorde. Die ervaring kan hij de rest van zijn leven meenemen.”
In Utrecht startten ze in 2021 met 20 leerlingen.
Inmiddels is er een autismespectrumstoornis vastgesteld en heeft Michel een plek gevonden in het voortgezet speciaal onderwijs. “Door Jan Ligthart ontdekten we dat dit toch beter voor hem was dan een reguliere school. Michel ging erheen met een goed gevoel. Hij weet nu beter hoe je moet leren, welke spullen in je tas moeten en is sociaal gegroeid.”
Geen vakidioten
Lesgeven in het brugjaar is een vak apart, vindt Karlijn Veltman. “De stof zelf is hier minder belangrijk, we kijken vooral naar hoe de scholier functioneert en omgaat met het verwerken ervan. Het gaat over schoolse voortgang en welbevinden. Ons kernteam bestaat uit vijf teamleden die een groot deel van de lessen geven, dus dat zorgt voor korte schakels.”
Alle docenten ruimen veel tijd in voor reflectie. “Waarom doen jongeren wat ze doen? Waarom hebben ze hun huiswerk niet af? Daar hebben we het samen over, maar ook met de scholieren zelf. Soms weten ze het niet, maar daar komen ze niet mee weg. We blijven ze prikkelen om na te denken.”
Door het jaar heen gaan de leerlingen steeds meer rechtop lopen en verdwijnen de onzekere kanten
Bij het Brugjaar Jan Ligthart in Arnhem, waar het Utrechtse brugjaar door is geïnspireerd, doen ze dat al sinds 1955. Duizenden leerlingen volgden daar een tussenjaar. Teamleider Wouter den Brok kan zijn leerlingen grofweg in drie categorieën opdelen: “Jongeren met een disharmonisch profiel, die bijvoorbeeld goed in rekenen zijn, maar slechter in taal of andersom, scholieren die moeite hebben met plannen en leren en kinderen met een sociaal-emotionele uitdaging.”
Dit schooljaar zijn er vijf klassen gestart in het gebouw van het Olympus College. Ook hier bestaat ongeveer 50 procent van de populatie uit jonge leerlingen en ligt de focus op het vinden van meer zelfvertrouwen. “Op de meeste middelbare scholen is het behalen van een diploma het doel. Hier is de druk weg. We doen veel, maar niet alles hoeft af te zijn.” Dat trekt leerkrachten aan, merkt Den Brok. Bij het uitzetten van vacatures merkt hij weinig van het lerarentekort. Hij heeft het altijd voor het kiezen, al past niet iedereen bij de school. “Als vakidioot heb je hier niets te zoeken. Je moet allereerst docent zijn en empathisch sterk. We hebben scholieren met uitdagend gedrag. Maar dat gedrag is vaak een gevolg van iets anders. Het idee is dat we dat samen gaan ontdekken.”
Problematische omgeving
Terug naar klas Groen, waar een video wordt gekeken over een stel dat op vakantie gaat. Wat moet er allemaal geregeld worden en hoe doen ze dat? De prioriteitenmatrix is volgens Veltman een handig hulpmiddel. Bovenaan staan urgent en niet-urgent, onder elkaar belangrijk en niet-belangrijk. Verzin maar eens een taak, vraagt Veltman. “Het voeren van de kat”, zegt een meisje. “Ok, is dat belangrijk?” Het meisje knikt. En urgent? “Ja, dat ook. Anders gaat de kat dood.” Het taakje wordt dus aangemerkt als belangrijk en urgent. Iets wat je het beste als eerste kunt doen. “En een tiktok-video kijken?”, vraagt Veltman. Heel belangrijk, concluderen de leerlingen. “Maar misschien iets minder urgent?” Een paar meisjes lachen. “Tiktok is toch hartstikke urgent?”
Met vertrouwen naar de middelbare
De dochter van Annemarie (niet haar echte naam) leerde vorig jaar veel tijdens de lessen Executieve functies. Wel had Annemarie vooraf wat twijfels over het tussenjaar. “Mijn dochter was jong en had altijd een half jaar achterstand. Op de basisschool werd elk jaar nagedacht over doubleren, maar omdat ze emotioneel sterk was, gebeurde dat niet.”
Zo’n jaar is toch voor scholieren met een rugzakje?’
De intern begeleider wees haar op het brugjaar. “Ik dacht: zo’n jaar is toch voor scholieren met een rugzakje? We wilden niet dat ze in een problematische omgeving kwam. Uiteindelijk hebben we toch de stap gezet, vooral omdat ze echt verschrikkelijk opzag tegen de middelbare.”
Teamleider en docent Frans, Karlijn Veltman: “Elk kind heeft een andere reden, maar vaak zit het in een gebrek aan zelfvertrouwen.”
Terugkijkend is ze blij. “Het bleek gelukkig helemaal geen problematische omgeving en ze heeft ontzettend veel geleerd. Over agendabeheer, presenteren, samenwerken en opkomen voor jezelf. Ook heeft ze haar achterstand in spelling ingehaald, waardoor ze met vertrouwen kon starten op de middelbare.”
Gebrek aan tijd
Om die groeicurve voor elkaar te krijgen, ligt er voor de docenten jaarlijks een grote uitdaging. “Het moeilijkste is het gebrek aan tijd”, merkt Veltman. Aangezien het brugjaar dit jaar voor het eerst meegaat in de procedure voor loting in Utrecht, zit er qua dossiervorming druk achter. Eerder moesten docenten aan het einde van het schooljaar actief zoeken naar plekjes voor hun scholieren en was er een risico dat brugklassers niet geplaatst konden worden op de school van hun keuze. “Dat we nu meedoen is geweldig voor ouders, maar wel wennen voor ons. We willen zorgen voor een goede overdracht.”
Waar een basisschool jarenlang kan overleggen over een leerling, moet het beeld van een kind bij Jan Ligthart in een paar maanden helder worden. “Die overdracht moet uiteindelijk wel dingen bevatten over de leerling waar de volgende school echt wat aan heeft. Zodat de docenten daar niet het wiel opnieuw hoeven uit te vinden.”
Veltman weet van de meeste ex-Jantjes dat ze op een passende plek terecht zijn gekomen. “Maar het allermooiste? Ik zie ze echt groeien. Door het jaar heen gaan de leerlingen steeds meer rechtop lopen en verdwijnen de onzekere kanten. Aan het einde ben ik altijd onder de indruk. Dan durf ik ze met een gerust hart naar een andere middelbare school te laten gaan.”
Andere brugjaren
Niet alleen in Arnhem en Utrecht bestaat een brugjaar. Ook elders zijn er mogelijkheden, al zijn die net anders van aard. Zo zijn er onder meer Intermezzo-klassen in Amersfoort, Nijmegen, Alkmaar en Sint-Michielsgestel, speciaal voor hoogbegaafde jongeren. Een andere optie is Groep 9 op het particuliere onderwijsinstituut Florencius in Laren, Haarlem en Amstelveen. Met een prijskaartje van meer dan 30 duizend euro per jaar, geschikt voor een zeer kleine groep Nederlanders.