Bijklussen in de kinderopvang? Dat wil niet elke gymleraar
Gymleraren belanden relatief vaak in snipperbanen. Een vaste aanstelling waarbij ze hun werk als docent lichamelijke opvoeding combineren met zorg of opvang is geen ideale oplossing. “Laat besturen voor meerdere scholen samen een docent in dienst nemen.”
Tekst Michiel van Nieuwstadt - Redactie Onderwijsblad - - 8 Minuten om te lezen
Het opleiden van een goede gymdocent kost nu eenmaal tijd, weet AOb-bestuurder Andries Knol. “cios-studenten die naar de alo gaan, hebben nog veel te leren.” Beeld Fred van Diem
Een simpele som kan verklaren waarom relatief veel gymleraren belanden in snipperbanen. Zelfs als een school zich houdt aan de verplichte twee maal 45 minuten gymles per week, dan nog is er lang niet altijd genoeg werk voor een fulltime aanstelling. Met een gemiddelde klas van zeg 23 en 30 lesuren per week zou een school daarvoor 345 leerlingen nodig hebben. CBS-cijfers laten zien dat een minderheid van de 6534 basisscholen in Nederland dat leerlingenaantal haalt.
In het rapport Samenwerkingskansen in sport, primair onderwijs en kinderopvang schetste het Mulier Instituut in oktober een somber beeld van de arbeidsmarkt voor ‘beweegprofessionals’ binnen en buiten het basisonderwijs. Hun werk is ‘vaak versnipperd’ en ‘ze zoeken meer stabiliteit’, schrijven de onderzoekers. ‘Contracten zijn vaak tijdelijk of onduidelijk.’
Het lijkt erop dat sommige scholen bevoegde gymleraren simpelweg te duur vinden
Harde cijfers zijn er niet, erkent Mulier-onderzoeker Arnold Bronkorst, wel sterke aanwijzingen. “In een enquête die wij zelf hebben afgenomen in 2023 zagen we dat mensen die werken in sportberoepen twee keer zo hoog scoren als de rest van de arbeidsmarkt in antwoord op vragen als ‘aantal werkkringen’ en ‘wens om meer te werken’.” Op basis van interviews met 28 organisaties in het beweegonderwijs heeft het Mulier Instituut een oplossing bedacht voor het probleem: meer combibanen en flexibelere inzet van beweegprofessionals.
Geen geld
Eén van de organisaties die input gaf voor het onderzoek is het Beweegburo, een ‘onderwijscentrum’ in Tilburg met zo’n zestig mensen in dienst, zo blijkt uit een reportage in Trouw. Een van deze mensen is een gymleraar die eerder vijf dagen per week werkzaam was op een basisschool in Oisterwijk. Hij vertelt dat er daar geen geld was voor een fulltime bevoegde gymdocent en is enthousiast over zijn combibaan waarin hij ook lesgeeft op een buitenschoolse opvang.
Gymles op het roc Deltion in Zwolle. In het mbo hebben leraren lichamelijke opvoeding volgens AOb-bestuurder Andries Knol relatief vaak een vast contract.
Die tweede aanstelling is voor werkgevers aanzienlijk goedkoper. ‘Sportprofessionals verdienen ongeveer hetzelfde als collega’s in de cao Kinderopvang, maar vaak minder en met minder vakantiedagen dan collega’s in het primair onderwijs’, schrijven de onderzoekers.
Het lijkt erop dat sommige scholen bevoegde gymleraren simpelweg te duur vinden: ‘Wetgeving, cao’s en bevoegdheden belemmeren soms flexibele inzet. In de praktijk wordt hier daarom wel eens pragmatisch mee omgegaan.’
Appels schillen
AOb-bestuurder Andries Knol wordt niet meteen enthousiast van de inzet van intermediairs als het Beweegburo. “Ik lees dat de leraar in het Trouw-verhaal appels schilt voor kleine kinderen. Niets ten nadele van de kinderopvang, maar ik denk niet dat alle gediplomeerde leraren bewegingsonderwijs daar enthousiast van worden. En jongeren die zoiets lezen denken misschien: dan word ik liever maar helemaal geen gymdocent.”
Een eerstegraads lo-docent voor de klas is volgens Knol op scholen van grote waarde. “Besturen of scholen die daar geen geld voor over hebben raad ik aan: Ga eens kijken in de klas wat zo’n leerkracht allemaal uit de kast haalt om kinderen uitdaging te bieden, veiligheid en plezier zodat ze straks hun leven lang blijven bewegen.”
De Mulier-onderzoekers citeren cijfers over het zorgwekkende lerarentekort in het basisonderwijs: meer dan 8 procent van de totale werkgelegenheid. Suggereren dat dit tekort landelijk ook geldt voor gymleraren was volgens Bronkhorst ook niet de bedoeling: “Cijfers specifiek over bevoegde gymdocenten hebben we niet kunnen vinden. Voor zover ik weet bestaan ze niet. Een arbeidsmarktmonitor van Mulier uit 2024 wijst zelfs op het tegendeel. Daaruit blijkt dat basisschooldirecteuren weinig problemen ervaren met het inzetten van bevoegde leerkrachten voor de gymles.”
De motoriek van onze kinderen gaat al decennia achteruit
Ook in het voortgezet onderwijs is er in elk geval geen sprake van een landelijk gebrek aan gymdocenten, in tegenstelling tot bijna alle andere vakken en zeker de tekortvakken zoals informatica en de bèta disciplines. De verwachting van de onvervulde vraag als percentage van de totale werkgelegenheid ligt tot 2035 onder een half procent, zo meldt de jongste Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren. Wel staat vast dat veel bevoegde gymleraren het vak verlaten. Van de achtduizend hbo-afgestudeerden aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) tussen 1986 en 2000 is minder dan de helft werkzaam als leraar in het primair of voortgezet onderwijs.
Bijklussen buiten schooltijd
Volgens Knol zijn de problemen op de arbeidsmarkt van docenten lichamelijke opvoeding best oplosbaar zonder dat ze moeten bijklussen buiten schooltijden, in de kinderopvang of in zorginstellingen. “Laat besturen gewoon voor meerdere scholen samen een docent in dienst nemen.”
Dat het kan, bewijst bijvoorbeeld scholengroep Amos, een bestuur met 28 basisscholen op 32 locaties, verspreid over Amsterdam. “Binnen ons bestuur heeft nagenoeg elke vakleerkracht een contract voor onbepaalde tijd”, mailt Amos-bestuurder Arie van Loon. “Als een school te klein is voor voldoende uren, worden aanstellingen over twee scholen gecombineerd. Mits een collega behoefte heeft aan meer uren natuurlijk.”
Zo’n oplossing kost geld, de gemeente Amsterdam subsidieert gymleraren op basisscholen. Aan de andere kant: uitzendbureaus die deze leraren in dienst nemen, werken ook niet gratis.
Heel normaal
Of hij ook appels zou willen schillen in een kinderdagverblijf? “Absoluut niet”, zegt gymdocent Auke Bouwmeester. “Daar ben ik niet voor opgeleid.” Bouwmeester is één van de lo-docenten die bij Amos fulltime in dienst is. Hij werkt drie dagen per week op de Amsterdamse basisschool Dok 10. Op die dagen geeft hij vijf gymlessen van 60 minuten. Op de andere twee dagen geeft hij op basisschool De Nautilus zeven lessen van 45 minuten per dag. Pittig? Bouwmeester is niet anders gewend.
Vanuit zijn woonplaats in de Rivierenbuurt reist hij in zo’n 20 minuten naar De Nautilus in Zuid of in 35 minuten naar Dok 10 in Noord. “Het is voor mij en mijn collega’s heel normaal om op meerdere scholen te werken. Ik had een collega die in Zaandam op drie scholen werkte. Dat vond ik wel een beetje veel van het goede.”
Gymles op het roc Deltion in Zwolle. In het mbo hebben leraren lichamelijke opvoeding volgens AOb-bestuurder Andries Knol relatief vaak een vast contract.
Oudergesprekken hoeft hij niet te voeren, maar er zijn op De Nautilus en Dok 10 genoeg neventaken die bij zijn vak passen. “Ik doe het kamp en de sportdagen, ik ben bedrijfshulpverlener en ik coördineer het programma de Gezonde school.”
Na zijn afstuderen in 2019 maakte Bouwmeester eerst een maandenlange reis. Toen hij terugkwam benaderde hij één van zijn stagescholen of zij binnen Amos nog een school wisten waar een gymdocent nodig was. Uiteindelijk bleek het mogelijk om aanstellingen te combineren tot een voltijdbaan.
Bouwmeester kan prima uitleggen wat zijn meerwaarde is als gymdocent. “Je hebt leerkrachten die het heel fanatiek oppakken, maar dat is een uitzondering. Meestal doen ze maar wat. Ze gebruiken de gym als opvullertje. Dan ontaarden die lessen in een soort bezigheidstherapie met alleen maar spelletjes zoals trefballen.” De generatie pabo-afgestudeerden die naast de kleuters ook groep 3 tot en met 8 gymles mocht geven, verdwijnt sinds 2001 langzaam maar zeker uit het onderwijs en dat is volgens Bouwmeester een positieve ontwikkeling.
Een leven lang bewegen
Bouwmeester streeft er allereerst naar om zijn leerlingen ‘startbekwaam’ te maken voor een leven lang bewegen. “Vanuit die basis kunnen ze dan verder bij een sportvereniging naar keuze.” Maar bewegingslessen bieden ook een kans bij uitstek om inhoud te geven aan persoonsvorming en socialisatie, twee doelen waarvan een wetenschappelijke curriculumcommissie eind 2024 heeft vastgesteld dat ze net zo belangrijk zijn als kwalificatie: het overbrengen van kennis en vaardigheden.
Bouwmeester vertelt: “Eén van mijn doelen op het sociaal emotionele vlak is eerlijk spelen. Daarmee bedoel ik sportief spelen. Leren samenwerken is een andere doelstelling. Sommige zaken die in mijn gymlessen aan bod komen, zie je in een klaslokaal niet zo vaak terug: Omgaan met winnen en verliezen bijvoorbeeld.”
Schijnoplossing
Onderzoeker Bronkhorst erkent desgevraagd dat het aannemen van gymleraren op meerdere scholen binnen één bestuur een goede oplossing biedt als scholen te klein zijn. “Maar in krimpregio’s horen we dat er simpelweg te weinig bevoegde leerkrachten beschikbaar zijn.”
Aantoonbaar of niet, voor intermediairs op de arbeidsmarkt zijn deze lokale tekorten aanleiding om te pleiten voor het vergemakkelijken en versnellen van de overstap van mbo’ers naar de gymklas. In theorie biedt zo’n verkort traject mooie kansen. Tegenover de circa 3900 studenten Mbo Sport & Bewegen die in 2024 hun diploma behaalden stonden in 2023 slechts 685 afgestudeerden aan de ALO.
Toch heeft dit gemarchandeer met opleidingen iets van een schijnoplossing. “De motoriek en lichamelijke gezondheid van onze kinderen gaat al decennia achteruit”, zegt Bouwmeester. “Dan is het toch gek om gymlessen niet door een vakdocent te laten geven, maar in plaats daarvan door mensen die goedkoper zijn en minder goed opgeleid. En om ons vervolgens allerlei nevenfuncties te laten doen die niet zoveel met ons vak te maken hebben.”
Het opleiden van een goede gymdocent kost nu eenmaal tijd, weet AOb-bestuurder Knol. “CIOS-studenten die naar de ALO gaan zijn over het algemeen heel enthousiast. Zij hebben nog veel te leren. Een onderwijsassistent die voor de klas wil staan moet toch ook de pabo doen. Dan denken we ook niet: wat een gedoe. Bewegingsonderwijs geven is nu eenmaal een vak.”