Bezuinigingen raken iedereen
Het kabinet zet de bijl in de sociale zekerheid, met grote gevolgen voor iedereen, maar vooral voor de meest kwetsbaren. De belangrijkste maatregelen op een rij.
Tekst Daniëlla van 't Erve - Redactie Onderwijsblad - - 11 Minuten om te lezen
Beeld: Typetank
-
Pensioen (aow): langer doorwerken
Het kabinet wil de aow-leeftijd vanaf 2033 koppelen aan de stijging van de levensverwachting. Dit in tegenstelling tot de 8 maanden per levensjaar zoals afgesproken in het pensioenakkoord dat het kabinet-Rutte III met werkgevers en vakbonden in 2019 afsloot. Dit betekent dat we langer moeten doorwerken, variërend van een paar maanden langer voor wie in de jaren zestig van de vorige eeuw is geboren tot een pensioenleeftijd van 71,5 jaar voor de jongste generatie.
De vraag of iedereen wel in staat is om langer door te werken, leeft niet alleen in sectoren met fysiek zware beroepen, maar ook in het onderwijs. Waar op een leeftijd van 60 jaar nog ruim 3752 fte leraren aan het werk zijn in po, vo en mbo, is dat 5 jaar later nog maar 1444 fte, een daling van ruim 61 procent. Het risico op arbeidsongeschiktheid vanaf 60 jaar ligt in het gehele onderwijs gemiddeld rond de 1 procent per jaar. Dit betekent dat nu al elk jaar ruim 1200 60-plussers in het onderwijs uitvallen.
(artikel loopt door onder kader)
‘Werkloos voelt als zwemmen tussen haaien’
Beeld: Mylène Siegers
Veerle Ottenheim (28) deed in dienst van de Universiteit Utrecht promotieonderzoek naar hybride onderwijs in het hoger bèta onderwijs. Precies binnen de vier jaar rondde ze in augustus haar PhD af, waarna ze in de ww belandde. “Natuurlijk wist ik dat het contract zou aflopen, maar het viel me zwaar. Na jaren hard werken zat ik opeens thuis. De stress van werkloos zijn vond ik zelfs erger dan mijn PhD afronden. Dat was als een zware, maar overzichtelijke bergbeklimming, terwijl werkloosheid voelt als zwemmen tussen haaien zonder te weten wanneer er hulp komt. In april begon ik al met solliciteren, maar door bezuinigingen waren er weinig vacatures en veel kandidaten. Steeds hoorde ik dat ze me geschikt vonden, maar liever iemand met meer ervaring kozen. Heel frustrerend en demotiverend.
Van nietsdoen word ik gek, en gelukkig heb ik als vrijwilliger veel huiswerkbegeleiding kunnen geven. Sinds januari werk ik als onderwijsadviseur bij het Erasmus MC, waar mijn achtergrond in de biomedische wetenschappen goed van pas komt. Ik had 8 maanden ww, gebruikte er 4 en redde het financieel net. Volgens de nieuwe plannen zou ik maar recht op 4 maanden uitkering hebben gehad, dan had ik nóg meer stress gevoeld. Die onzekerheid gun ik niemand.”
-
Werkloosheidsuitkering (ww): korter, lager of niets
Het kabinet wil 1,5 miljard euro bezuinigen op de ww. In het kort: een werkloze krijgt straks nog maximaal 1 in plaats van 2 jaar een ww-uitkering, en daarvoor moet je langer hebben gewerkt dan nu. Volgens de bestaande regels heb je recht op 1 jaar ww als je 14 jaar gewerkt hebt, in de nieuwe plannen is dat 24 jaar. Bovendien moet iemand voorafgaand aan de beëindiging van het contract 42 van de 52 kalenderweken gewerkt hebben om recht te krijgen op een ww-uitkering. Nu is dat nog 26 van 36 weken. Voldoe je hier niet aan, krijg je niets.
Het kabinet wijst erop dat een werkloze straks weliswaar een kortere, maar wel een iets hogere ww-uitkering krijgt. Het gaat echter om een kleine verhoging van de uitkering (5 procent) in de eerste twee maanden. Bovendien wordt het maximumdagloon verlaagd waardoor de hele uitkering lager kan uitvallen.
Aantal ww-uitkeringen stijgt
Het aantal ww-uitkeringen in onderwijs stijgt. In december 2025 ontvingen bijna 8400 mensen vanuit het onderwijs een ww-uitkering, waarvan ruim 2900 leraren. Dat is in totaal 16 procent meer dan in december 2024, blijkt uit cijfers van het UWV. Deze stijging komt onder andere door het aflopen van de gelden uit het Nationaal Programma Onderwijs, de daling van het aantal leerlingen en door bezuinigingen op het hoger onderwijs.
-
Arbeidsongeschiktheidsuitkering (wia): korter, lager of niets
De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (wia) kent twee regelingen: de Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten (wga) en de Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (iva). De iva-uitkering is gebaseerd op 75 procent van het laatstverdiende loon, zonder sollicitatieverplichting. In de nieuwe plannen schrapt het kabinet deze uitkering helemaal. De nieuwe instroom van volledig arbeidsongeschikten valt dan ook onder de wga. Zij krijgen dan maximaal 70 procent van het loon, en de re-integratieverplichtingen en herbeoordelingen gaan ook voor hen gelden. De verlaging kan oplopen tot zo’n 300 euro per maand.
Iemand die langer dan 2 jaar arbeidsongeschikt is, krijgt eerst een loongerelateerde wga-uitkering. Op de duur van deze uitkering wordt ook gekort omdat die gekoppeld is aan de ww-duur en die wil het kabinet tot maximaal 1 jaar beperken. Daardoor kom je sneller in een vervolgfase terecht: de lagere vervolguitkering die op het sociaal minimum kan liggen.
Ook instroom wia stijgt
Ook het aantal wia-uitkeringen in het onderwijs stijgt fors. In 2024 bedroeg het aantal wia-uitkeringen in totaal 17.158, een stijging van in totaal 10 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door de instroom van mensen met long covid (18 procent) en psychische aandoeningen (43 procent). Daarnaast kregen in 2024 ruim 3400 mensen vanuit het onderwijs nog een wao-uitkering, de voorloper van de wia, blijkt uit OCW in cijfers.
-
Transitievergoeding
Het coalitieakkoord zet ook het mes in de transitievergoeding die werknemers bij ontslag krijgen. Werkgevers die tijdig en voldoende investeren in scholing of re-integratie van zieke werknemers, hoeven minder of géén transitievergoeding te betalen. Dit raakt zieke werknemers extra hard omdat deze transitievergoeding door verkorting van de ww, en daarmee de wia, juist nog belangrijker wordt.
(artikel loopt door onder kader)
‘Alsof mensen voor hun lol ziek zijn’
Beeld: Duncan de Fey
Bijna 16 jaar werkte Ellie Tonen (44) als leerkracht op een basisschool toen ze als een van de eersten corona kreeg. Inmiddels zit ze 6 jaar thuis en is ze volledig arbeidsongeschikt verklaard. “Er komen steeds meer klachten bij en ik kan steeds minder. Ik lig het grootste deel van de dag op de bank of in bed; een half uur iets doen betekent daarna weer verplicht rusten.
Ondertussen gaat al mijn energie naar medische afspraken, zoals fysio, huisarts of longarts. En aan vechten voor erkenning, voor de juiste zorg. Ik blijk te complex voor een gewoon ziekenhuis, maar ook voor een post-covidcentrum.
De bezuinigingen op de wia maken me woedend. Alsof mensen voor hun lol ziek zijn. Je levert al in op je inkomen en dan word je nog verder gekort, zogenaamd als prikkel om weer te gaan werken. Maar het gaat niet om niet willen. Ik zou er alles voor over hebben om weer aan de slag te gaan!
Mijn man werkt fulltime en vangt thuis steeds meer op, omdat hulp wordt afgebouwd. Alles is een gevecht. Wat ontbreekt is compassie. Het kabinet zet ons nog verder in de kou.
Ik probeer de moed erin te houden en te genieten van wat wel kan. In mijn gedichten probeer ik te vangen wat deze ziekte met me doet. Binnenkort is mijn gedichtenbundel te koop. Dat de opbrengst daarvan naar de stichting Long Covid gaat, voelt als dat ik toch iets kan bijdragen.”
-
Verlagen maximumdagloon
Door vanaf 2029 het maximumdagloon met 20 procent te verlagen, hoopt het kabinet 600 tot 800 miljoen euro per jaar te bezuinigen. De maatregel zal voor veel mensen grote gevolgen hebben. Het dagloon is het laatstverdiende loon, het uitgangspunt om de uitkering te bepalen. Daaraan heeft de overheid een bovengrens gesteld: het maximumdagloon. Daalt die grens zoals D66, VVD en CDA willen, dan zullen ook de hoogste uitkeringen dalen.
Deze maatregel moet per 2029 ingaan, let op: ook voor bestaande uitkeringen. Het kabinet doet bovendien alsof alleen topinkomens geraakt worden, maar dat is niet zo. Dit raakt iedereen die meer dan 5.294 euro bruto per maand verdient (inclusief vakantiegeld en een dertiende maand).
Voor het onderwijs zijn aanvullende afspraken gemaakt op de sociale zekerheid, te vinden in de cao’s. De AOb wil deze afspraken onverkort handhaven en verbeteren waar de overheid bezuinigt.
Wil je meer weten over wat de bezuinigingen voor jou betekenen? Meld je aan voor de online voorlichting op maandagavond 13 april.
Maandagavond 13 april: webinar 'gevolgen kabinetsplannen' Meld je aan!
Vakbonden bereiden acties voor
Vakbonden FNV, CNV en VCP hebben alle gesprekken met het kabinet opgeschort. Ze komen pas weer aan tafel als er een streep gaat door ‘alle onacceptabele maatregelen’. Ondertussen staan er acties op stapel.
“De plannen zijn asociaal”, reageert AOb-voorzitter Coba van der Veer. “Niemand wil ziek of werkloos zijn en als je dat wel overkomt, dan moet er voldoende tijd zijn om het leven weer op te pakken. Hier extra druk op leggen door de uitkering te korten, werkt averechts.”
Het langer doorwerken zorgt voor nog meer uitval, verwacht ze. “Nu al is het zo dat veel mensen voor hun pensioen het onderwijs al verlaten, dat aantal zal alleen maar toenemen.” Ze wijst op de negatieve spiraal van uitval, waardoor de druk op overige collega’s toeneemt, met mogelijk nog meer uitval tot gevolg. Cijfers ondersteunen dit. Het ziekteverzuim in het hele onderwijs ligt gemiddeld op 6 procent - ruim 1,2 procent hoger dan het landelijk gemiddelde. In het primair onderwijs is het verzuim zelfs 7,2 procent. Daarnaast komt 43 procent van de wia-instroom door psychische aandoeningen, steeds meer bij jongere werknemers. “Onderwijs heeft als sector al jaren het hoogste percentage burn-out. De werkdruk moet omlaag en een goed sociaal vangnet draagt daaraan bij.”
Het kabinet legt de rekening neer bij de mensen die het minst kunnen missen op een moment waarop ze het meest kwetsbaar zijn
Het afschaffen van de iva-uitkering voor volledig arbeidsongeschiktheid noemt ze “hardvochtig en beschamend”. Met het verhogen van het eigen risico naar 520 euro, worden arbeidsongeschikten dubbelhard geraakt omdat hun ziektekosten vaak hoger zijn. “Het kabinet legt de rekening neer bij de mensen die het minst kunnen missen op een moment waarop ze het meest kwetsbaar zijn. Het gaat bovendien om geld waar ze zelf jarenlang via premies aan hebben meebetaald, daar hebben ze gewoon recht op.”
De AOb wil dat alle werknemers in het hele onderwijs een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) krijgen. “Veel mensen realiseren zich niet hoe laag de wga is, als je niet meer aan het werk komt”, vertelt Van der Veer. “Wij willen iedereen collectief verzekeren, maar tot die tijd roep ik op om deze verzekering zelf af te sluiten. Elke werkgever biedt de optie om je tegen geringe kosten bij te verzekeren.”
De coalitie heeft inmiddels een motie gesteund om de snellere verhoging van de pensioenleeftijd te verzachten, en ook de verlaging van het maximum dagloon staat ter discussie, daarmee staan ook de plannen voor versobering van ouder- en zwangerschapsverlof op losse schroeven. De plannen zijn echter nog niet van tafel.
Meer weten? Blijf op de hoogte via onze actiepagina Bezuinigingen sociale zekerheid
Rekenvoorbeelden
Leerkracht Hilde (53) werkt 25 jaar als leerkracht op een basisschool. Ze zit nu in salarisschaal LB, trede 12 (€ 5520 bruto per maand).
ww: Als ze werkloos zou worden, dan heeft ze recht op 24 maanden wettelijke ww-uitkering. Volgens de nieuwe plannen daalt het wettelijk deel met 12 maanden. Door de versobering van het maximum dagloon ontvangt ze maximaal € 3.700 bruto per maand aan uitkering, dit is een daling van € 450 bruto per maand van wat ze anders zou krijgen.
aow: Ze zou nu met 68 jaar met pensioen gaan, in de nieuwe plannen moet ze een 6 maanden langer doorwerken.
wia: Stel Hilde raakt voor 50 procent arbeidsongeschikt en komt na 2 jaar ziekte in de wia terecht. Nu ontvangt ze voor 2 jaar een wga-uitkering van € 4.150 (70 procent van het laatst verdiende loon), waarna ze - als zij geen geschikt werk vindt voor 50 procent - in de vervolguitkering komt. Deze uitkering bedraagt € 803 bruto per maand. In de nieuwe plannen daalt de wettelijke tijd met een jaar, dus komt ze al na 1 jaar in de vervolguitkering terecht.
Bas (44) is als docent Engels 13 jaar werkzaam in voortgezet onderwijs en zit nu in LC, trede 12 (€ 6.432 bruto per maand). Daarvoor heeft hij 3 jaar een bijbaan in de horeca gehad.
ww: Als hij werkloos zou worden, dan heeft hij recht op 13 maanden wettelijke ww-uitkering. Door de versobering van het maximum dagloon ontvangt hij maximaal € 3.700 aan uitkering, dit is een daling van € 925 per maand van wat hij anders zou krijgen.
aow: Hij zou volgens de nieuwe plannen een jaar later met pensioen gaan, dus op 70 jaar en 9 maanden.
wia: Stel Bas wordt volledig afgekeurd en belandt na 2 jaar in de wia. Nu ontvangt hij een iva-uitkering van € 4.960 (op basis van 75 procent van het laatstverdiende loon). Aanvullend hierop ontvangt hij via het ABP arbeidsongeschiktheidspensioen 10 procent bovenop zijn iva-uitkering. In de nieuwe situatie verdwijnt de iva-uitkering en ontvangt hij per maand € 3.700. Dit is veel minder vanwege de daling van het maximumdagloon en omdat er in de wga wordt gerekend met 70 procent van het laatstverdiende loon. Naast het verlies van inkomen krijgt Bas weer te maken met re-integratieverplichtingen en herbeoordelingen.
Deze rekenvoorbeelden laten zien hoe de versobering op de sociale zekerheid wettelijk uitpakt. Voor het onderwijs zijn in cao’s aanvullende afspraken gemaakt, waardoor de impact minder groot zou kunnen zijn dan hier nu wordt geschetst. De AOb wil deze bovenwettelijk afspraken onverkort handhaven en verbeteren waar de overheid bezuinigt.