Bezuiniging bedreigt welzijn studenten
De mentale gezondheid van studenten is nog niet terug op het niveau van voor de coronapandemie. Door het wegvallen van NPO-gelden en de bezuinigingen op het hoger onderwijs staan veel interventies onder druk.
Tekst Daniëlla van 't Erve - Redactie Onderwijsblad - - 8 Minuten om te lezen
Vierdejaarsstudent Arnes Aličković (links) heeft als peercoach meerdere studenten begeleid. “Door Arnes heb ik meer zelfvertrouwen gekregen”, vertelt Lucas Groothuis (rechts). Beeld: Fred van Diem
Joelend vliegen twee studenten achter elkaar van de glijbaan. Terwijl ze lachend overeind krabbelen, gaan de gesprekken op de begane grond gewoon door. “Ja, hier kijkt niemand meer van op”, zegt Sherida Heilbron, studieadviseur bij Avans Hogeschool in Breda. Een paar jaar geleden is de inrichting veranderd in een ‘botanische leeromgeving’ met kleurrijke zitjes, hippe lampen en werkplekken vol planten. “We willen graag dat studenten zich hier fijn voelen, een glijbaan past bij een ontspannen sfeer.”
De vernieuwing past in het palet aan interventies dat Avans Hogeschool inzet om het studentenwelzijn te vergroten. Want hoewel het daarmee landelijk gezien iets beter gaat dan vijf jaar geleden in de coronacrisis, kampt nog steeds een aanzienlijk deel van de studenten met psychische klachten als angst, depressie, uitputting of eenzaamheid. Voor 30 procent van hen zijn de klachten dusdanig dat ze hun functioneren het afgelopen jaar ernstig belemmerden. Dit blijkt uit de derde monitor ‘Mentale gezondheid’ van het Trimbos-instituut afgelopen november, waar 27 duizend studenten van dertien hogescholen en elf universiteiten aan deelnamen.
Nog steeds geeft een kwart van de studenten aan zich soms levensmoe te voelen
Positief is dat het cijfer dat studenten hun leven gemiddeld geven, is gestegen van een 6 in 2021 naar een 6,8 vorig jaar. Maar de mentale gezondheid van hen is nog niet terug op niveau van vóór de coronapandemie. Nog steeds geeft een kwart van de studenten net als vijf jaar geleden aan zich soms levensmoe te voelen. Uit cijfers van 113 zelfmoordpreventie blijkt dat het aantal zelfdodingen onder jongeren van 20 tot 30 jaar in 2024 zelfs opnieuw is gestegen naar 312: gemiddeld 26 per maand.
Sociale steun
Uit het Trimbos-onderzoek blijkt ook dat studenten die zich thuis voelen en zichzelf kunnen zijn bij de opleiding een betere mentale gezondheid hebben. Een integrale aanpak, waarbij een instelling op meerdere factoren inzet, is volgens Trimbos daarin belangrijk. Dat blijkt ook uit het onderzoek ‘We’ve got your back’ naar interventies die instellingen in wo, hbo en mbo met gelden van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) hebben ingezet om het welzijn van studenten na corona te verbeteren. Onderzoekers namen zeven interventies onder de loep waarin het draait om sociale steun, zoals coaching door studenten zelf. De resultaten tonen aan dat sociale steun een krachtig middel kán zijn. “Alle interventies zijn in potentie waardevol, maar het blijkt ingewikkeld om op het juiste moment de juiste interventie bij de juiste student te krijgen. We zien dat studenten er vaak pas gebruik van maken als klachten toenemen”, vertelt onderzoeker Jessica Nooij. “Veel interventies worden preventief ingestoken, maar dus curatief gebruikt.”
Het vergroten van welzijn vraagt om een integrale aanpak
De belangrijkste conclusie is dat sociale steun onderdeel wordt van een dekkend aanbod van maatregelen om het welzijn te vergroten. Net als veel andere onderwijsinstellingen heeft Avans inmiddels zo’n integrale aanpak. De hogeschool zet niet alleen in op informatieve steun, maar ook op praktische. Van een app waarmee studenten inzicht krijgen hoe het met ze gaat en online modules op maat kunnen volgen, tot trainingen en workshops of individuele begeleiding.
Het eerste aanspreekpunt voor een student is de studentbegeleider, maar als er meer nodig is, biedt Student Support van Avans hulp bij de juiste interventie. Student Support is vlakbij de entree van de hogeschool in Breda gevestigd in een kleurrijke ruimte vol fijne banken en stoelen; ook wel de ‘huiskamer’ genoemd. “Studentenwelzijn is heel belangrijk, want als je niet lekker in je vel zit, kun je ook niet goed studeren”, benadrukt Sherida Heilbron, die er werkt als studieadviseur en coördinator peercoaching.
Peercoaching, waarbij studenten elkaar coachen, is een van de onderzochte - en succesvol bevonden - interventies in het NPO-onderzoek. Arnes Aličković, vierdejaars student Communication en multimedia design, heeft inmiddels als peercoach meerdere studenten begeleid. Een jaar geleden solliciteerde hij naar deze toen nieuwe, betaalde functie, en volgde een training voor hij aan de slag ging. “Het is heel leerzaam”, vertelt hij in de huiskamer. “Ik heb wel een handige babbel, maar als peercoach kom je erachter dat je vooral stil moet zijn en moet luisteren.”
Vaak persoonlijk probleem
Vragen zijn meestal praktisch van aard, maar daar ligt vaak een persoonlijk probleem onder, merkt hij. “Er is een reden waarom een student liever op school werkt dan thuis, of moeite heeft met plannen. Ik vind het heel mooi om ze te kunnen helpen.”
“Door Arnes heb ik bijvoorbeeld meer zelfvertrouwen gekregen om mijn ontwerpen te presenteren”, vertelt Lucas Groothuis, die nu aan het afstuderen is bij dezelfde opleiding. “De druk om te presteren was zo groot, dat ik in overleg met de studieadviseur besloot het rustiger aan te doen. Maar doordat al mijn studiegenoten afstudeerden verloor ik de aansluiting met school. Ik heb me best alleen gevoeld. Door peercoaching zag ik in dat het helemaal niet gek is om die verbinding met medestudenten te missen. Doordat ik weet dat meer studenten daar moeite mee hebben, lukt het me beter om me te mengen in groepen. Met twee andere studenten hebben we nu afgesproken elke dag op school te zijn.”
(artikel gaat verder onder de foto)
Sherida Heilbron is coördinator peercoaching bij Avans Hogeschool in Breda. “Als je niet lekker in je vel zit, kun je ook niet goed studeren.” Beeld: Fred van Diem
Inmiddels zijn er dertien peercoaches opgeleid en is er een wachtlijst voor studenten die gecoacht willen worden. Heilbron: “De drempel om met een student te praten is lager, en die route maakt dat ze eerder hun problemen bespreken en als er meer nodig is, worden doorverwezen. Studenten krijgen dus sneller de juiste hulp, en dat is een fantastische opbrengst.”
“Met een student praten die net iets meer ervaring heeft, doet altijd goed”, vult Arnes aan, die naast eenzaamheid vooral prestatiedruk als probleem tegenkomt. “Ik heb ook verkeerde stappen gezet, zoals een studie die niet bij me bleek te passen. Ik denk dat het voor studenten echt fijn is om te horen dat dat helemaal niet erg is, dat dat gewoon mag en zelfs goed is. Want uiteindelijk heeft het me richting de juiste plek gebracht.”
Tot nu toe werd de peercoaching betaald uit een combinatie van de NPO-gelden, de extra gelden vanuit de overheid en eigen ambitiemiddelen. Nu de NPO-gelden vervallen, is de grote vraag of er volgend jaar nog voldoende financiering is. Gezien de bezuinigingen op hoger onderwijs, blijft dat spannend, zegt Heilbron. “We zijn er trots op dat we dit hebben, en we geven dit ook niet zomaar op. Er is Avans-breed veel waardering hiervoor, dus we hopen oprecht dat we op deze weg kunnen doorgaan.”
Ruimte om jezelf te zijn
Ook andere interventies uit het NPO-onderzoek staan bij scholen onder druk of zijn zelfs al geschrapt. Bij Caring Universities - een online platform met begeleiding en modules voor studenten - was een groep van negen universiteiten en hogescholen aangesloten. “Dat zijn er nu nog maar vier of vijf”, vertelt onderzoeker Nooij. “De rest is allemaal vanuit financiële overwegingen afgehaakt.”
Sinds de NPO-gelden zijn gestopt, ligt alles stil
Ook het programma Back on Track voor langstudeerders wordt door hogescholen niet meer afgenomen, behalve door Avans. “Sinds de NPO-gelden zijn gestopt, ligt alles stil”, vertelt trainer Laurens van der Drift. “De financiële druk op de instellingen is groot, tijdelijke contracten worden al niet verlengd, dus er is al helemaal geen ruimte voor dit soort externe programma’s.”
En dat terwijl de kracht ‘m volgens hem juist zit in dat het extern is, zodat studenten kunnen loskomen van het onderwijssysteem. “Dat is belangrijk omdat er zeker onder langstudeerders gevoelens van eenzaamheid, schuld en schaamte een grote rol spelen. Door dit programma krijgen ze de ruimte om helemaal zichzelf te zijn, en dan kunnen er waanzinnig mooie dingen gebeuren. Het liefst zou ik altijd met deze doelgroep werken, omdat het zo hard nodig is. Het aantal suïcides onder studenten is nog nooit zo hoog geweest. Dat succesvolle interventies niet meer kunnen draaien vanwege geldgebrek is dus enorm zorgwekkend.”
Demissionair minister Gouke Moes schrijft in een brief aan de Tweede Kamer eind november als reactie op het Trimbos-onderzoek dat ‘lopend beleid zijn vruchten lijkt af te werpen’. ‘Maar integraal werken aan welzijn vergt een cultuuromslag (…) Dat heeft ook tijd nodig.’ Er valt daarnaast volgens hem nog veel te verbeteren als het gaat om de samenwerking met gemeenten en de zorg op lokaal niveau. Dit voorjaar zal een tussenevaluatie plaatsvinden van de verbeteraanpak van studentenwelzijn waarvoor zijn voorganger Dijkgraaf 15 miljoen euro per jaar heeft vrijgemaakt. Daarnaast is er jaarlijks 1 miljoen euro beschikbaar voor het landelijke programma Stijn, dat zich richt op de samenwerking buiten het onderwijs. Vooralsnog komt er dus geen extra geld, terwijl de bezuinigingen op het hoger onderwijs nog steeds niet van tafel zijn.
Kettingreactie
In de huiskamer van Avans in Breda slaakt Arnes een diepe zucht op de vraag wat hij ervan vindt als de peercoaching zou vervallen. “De drempel verlagen om met iemand te praten is juist extreem nodig. Ik heb daar zelf ook baat bij gehad en ik vind het mooi dat ik dit nu zelf mag doen. Na een paar gesprekken zie je studenten al grote stappen zetten en meer lachen. Ik vind dat elke hogeschool dit zou moeten aanbieden.”
Als ik geen hulp had gehad, weet ik niet of ik had doorgezet
“Als ik geen hulp had gehad, weet ik niet of ik had doorgezet”, zegt Lucas die binnenkort afstudeert. “Ik was op sommige momenten dichtbij opgeven en dan helpt het echt om iemand te spreken die even een heldere blik kan bieden.”
Deze interventie is zo simpel, maar heeft positieve gevolgen voor iedereen, reageert Arnes. “Het zorgt voor een soort kettingreactie. Want door peercoaching wordt het bespreken van problemen normaal, waardoor ik ook meer openheid en verbinding tussen studenten van mijn opleiding zie ontstaan. Dat ik daaraan bijdraag, daar ben ik echt trots op.”