Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Wij zijn ‘het lerarentekort’

Het lerarentekort kent vele gezichten. De AOb brengt ze in beeld. Wie zijn deze (ex-)leraren en waar lopen ze tegenaan?

Johannes Visser (30) is een zogenaamde hybride docent. Hij is leraar en daarnaast onderwijsjournalist bij De Correspondent. Vorig jaar werkte hij even niet op school, maar is nu hij weer deels docent Nederlands. Hij miste het contact met de leerlingen.

Visser: “Ik zou nooit fulltime voor de klas kunnen staan, denk ik.”

“In de zomer van 2017 besloot ik me fulltime op de journalistiek – mijn andere carrière – te gaan richten. Daarvoor liet ik m’n halve baan als docent Nederlands op het Zaanlands Lyceum schieten.
De rek was er een beetje uit. In zes jaar tijd had ik de schoolkrant aangestuurd, het schooltoneel geregisseerd, een boekenclub opgericht en lesgegeven in klas een tot en met klas zes. Wat werd de volgende stap? Ik had geen zin in een managementfunctie. En voor de klas loop je toch het risico dat je diezelfde plaat weer gaat afdraaien. Het laatste jaar merkte ik dat ik minder goed lesgaf dan het jaar daarvoor.
Toch ben ik vooral weer begonnen omdat het gewoon ontzettend leuk werk is. Leerlingen weten je elke dag te verrassen, aan het lachen te maken, te ontroeren of het bloed onder je nagels vandaan te halen. Dat begon ik te missen. En zoals een vriend laatst terecht zei: als je lesgeeft, hoef je je nooit af te vragen of je werk wel zinvol is.
Het hybride docent zijn bevalt mij al jaren prima. Al zou ik, vanuit de school gezien, niet te veel docenten willen die er maar half werken. Ik merkte zelf ook dat ik minder betrokken was bij de school toen ik er nog maar twee dagen werkte.
Of het met een tweede carrière eenvoudig is om de sector weer de rug toe te keren? Dat weet ik niet. Ik zou nooit fulltime voor de klas kunnen staan, denk ik. Op mijn oude school betekende dat: 25 lessen van 40 minuten in één week. Dat is echt heel veel.”

Nederland telt ongeveer 34.000 docenten die hun baan voor de klas combineren met een andere baan binnen of buiten het onderwijs. In het hoger onderwijs gaat het om 17,5 procent van de docenten, in het voortgezet onderwijs om 13,6 procent en in het primair onderwijs om 7,7 procent. Hybride docenten kiezen overwegend voor het combineren van twee banen, omdat ze op zoek zijn naar afwisseling in werk of contacten of omdat ze zich op meerdere gebieden willen ontwikkelen. Het ministerie van Onderwijs ziet hybride docenten als één van de oplossingen voor het lerarentekort.

Wij zijn ‘het lerarentekort’

De AOb laat de gezichten achter het lerarentekort zien. Reageren, of je verhaal delen? Dat kan op de facebook-pagina van de AOb.

 

  • Frank Herrebout (52), mbo-docent installatietechniek in Den Haag, binnen zijn team een van de weinigen met een tweedegraads bevoegdheid. De kans dat binnenkort een techniekdocent van vergelijkbaar kaliber aanhaakt is nihil.

“Het is heel moeilijk om mensen te vinden met een bevoegdheid. Je ziet het ook aan de lerarenopleidingen voor vakgericht onderwijs. Deze zijn zowat opgedroogd. Tot voor kort werden de avondschoollessen bij ons vaak door docenten uit het bedrijfsleven gegeven. Degenen die het leuk vinden om kennis over te dragen.

Herrebout: “Werken met instructeurs is prima, maar om de kwaliteit voor alle niveaus studenten te waarborgen heb je voldoende bevoegde docenten nodig.”

Een enkeling maakte vervolgens de stap naar een volledige baan in het onderwijs.

Deze situatie levert vooral een puzzel voor de teamleiders en de onderwijsmanagers. Werken met instructeurs is een prima oplossing, maar om de kwaliteit voor alle niveaus studenten te waarborgen heb je voldoende bevoegde docenten nodig. Het gaat om de mix. Instructeurs zijn over het algemeen echte kenners van hun vakgebied. Zij hebben zelf met hun handen gewerkt en vaak jarenlange ervaring. Docenten beschikken over theoretische kennis en kunnen deze – als het goed is – duidelijk overbrengen. Dat is belangrijk, bijvoorbeeld bij het ontwerpen van installaties en bij het calculeren en dimensioneren.

Je kunt instructeurs wel opleiden tot docent en dat is ook nodig vanwege het tekort. Maar dan moeten zij wel een hbo werk- en denkniveau hebben. En ook nog eens bereid zijn om een pedagogische aantekening te halen, wat veel werk is. Dat is niet altijd het geval.

Intussen zien het aantal techniekstudenten toenemen. Juist omdat er zoveel werk in is en omdat mensen worden omgeschoold. Ik denk dat dat alleen nog maar meer wordt.”

Het zou daarom goed zijn om mensen uit het bedrijfsleven uit te nodigen om gastlessen te verzorgen. Vooral de theoretische opgeleide professionals, zoals projectleiders, zijn interessant als potentiële leraren. Ook kan het tekort zo een kans zijn om het bedrijfsleven weer meer de school in te krijgen.”

Het tekort aan gekwalificeerde bèta- en techniekdocenten in het voortgezet onderwijs en mbo stevent de komende drie tot vijf jaar af op ruim 2800 docenten. In het hoger onderwijs gaat het om een tekort van 1850 docenten. Verenigd in het Techniekpact spannen overheid, onderwijs en bedrijfsleven zich in voor het aantrekken en opleiden van nieuwe docenten. Doekle Terpstra, aanjager van het techniekpact, vindt dat technische bedrijven hun werknemers in de strijd tegen het lerarentekort beschikbaar moeten stellen voor het verzorgen van techniekonderwijs.

 

  • Djofre van Woudenberg (32 jaar) runt als zelfstandig barista al ruim vijf jaar het bedrijf de Koffiefiets op het station in Houten. Hij doet dit met toewijding en een aanstekelijk enthousiasme. Deze eigenschappen had hij met liefde in het onderwijs willen inzetten.

Djofre: “Na een jaar voor de klas verliet ik het onderwijs. Het onderwijs had mijn creatieve geest verdoofd.”

“Na de pabo wilde ik niets liever dan al mijn energie en ideeën loslaten op het onderwijs. Ik wilde daarvoor de ruimte krijgen, want ik ben gek op jonge kinderen en krijg er energie van als ik ze iets kan bieden wat een ander niet kan. Ik ben het type leerkracht dat graag wil uitblinken in iets en snel knopen doorhakt. Urenlang vergaderen om niks; of de kerstboom links of rechts in de zaal moet staan en of de herfsttafel er hetzelfde uit moet zien als vorig jaar, is niet aan mij besteed.

Na een jaar voor de klas verliet ik het onderwijs en koos voor mijn andere passie: koffie. Het onderwijs had mijn creatieve geest verdoofd. Op de pabo krijg je een heel ander beeld voorgeschoteld van het onderwijs. De hoeveelheid administratie, verslagen maken van oudergesprekken en urenlange vergaderingen is niet iets waar aandacht voor is op de opleiding. Ik wilde minder praten en meer doen.

Het gebrek aan financiële groei in het onderwijs was voor mij ook een domper. Het is denk ik voor veel mannen wat het (basis)onderwijs onaantrekkelijk maakt. Je kunt je wel ergens in specialiseren of in onderscheiden maar daar wordt geen beloning aan gekoppeld. Waarom zou een willekeurige leraar in feestcommissies zitten, excursies organiseren, projecten opzetten of lesgeven in een andere taal? Laat een leraar zich daar in specialiseren en beloon hem of haar daarnaar. Op die manier kun je ook in het onderwijs carrièrepaden creëren, dan alleen de stap naar ib’er of schoolleider.”

De redenen die Djofre geeft om het onderwijs te verlaten kwamen ook terug in de enquête van de AOb en Investico. Uit de enquête naar stille reserves is voor 16 procent van de mensen die het onderwijs heeft verlaten ‘naar eigen inzicht kunnen werken’ een belangrijke voorwaarde om terug te keren. 27 procent van de onderwijsverlaters vindt het salaris te laag en 13 procent ziet weinig carrièrekansen.

 

  • Agathe Loggen (27 jaar) verhuisde in 2011 van Harderwijk naar Amsterdam, omdat daar wél werk te vinden was. Ze wilde gelijk fulltime aan de slag en dat kon niet in Harderwijk. Nu werkt Agathe op een islamitsche basisschool in Haarlem, waar het lerarentekort dagelijks merkbaar is.

“Na het afronden van mijn studie waren in Harderwijk alleen losse invalbaantjes te vinden. Tegenwoordig krijg je veel sneller een vast contract. Dat was vroeger wel anders, dan was dat echt een ultimatum. Ik niet alleen, maar ook studiegenootjes gingen naar andere steden om werk te vinden.

Agathe: “Elke dag weer is het puzzelen en schuiven om ervoor te zorgen dat alle kinderen zo goed mogelijk les krijgen.”

Het lerarentekort is bij ons op school dagelijks te voelen. Elke dag weer is het puzzelen en schuiven om ervoor te zorgen dat alle kinderen zo goed mogelijk les krijgen. Klassen worden opgedeeld, collega’s springen op hun vrije dag bij of er wordt een onderwijsassistent voor de klas gezet. Niets ten nadele van de onderwijsassistent. De kinderen kennen haar goed en andersom. Het is alleen niet de beste oplossing. Ze is geen leerkracht en heeft ook eigen werkzaamheden die dan blijven liggen. Er zijn simpelweg geen invallers te vinden.

 

Onze directrice vindt dit betere oplossingen dan leerlingen naar huis sturen. Ze krijgen zo wel wat onderwijs, maar het is verre van ideaal. Er moet echt iets gebeuren. Allereerst is het natuurlijk schrikbarend dat de stress en klachten van burn-out in het onderwijs en de zorg zo hoog zijn. De klassen zijn te vol en er moeten echt prioriteiten gesteld worden.

Als je een klas van 35 kinderen hebt, kun je echt geen goed onderwijs geven. Ik ben voor een maximum aantal leerlingen in de klas. Veel van wat we in het onderwijs doen is nuttig, maar het maakt nogal uit of je een klas van twintig of dertig leerlingen hebt.

Ik vind het daarom ook goed dat we begonnen zijn met staken en actievoeren. We laten zo aan de rest van Nederland én de politiek zien dat dit niet langer kan. Het is niet alleen een probleem van de leraren of het onderwijs, maar van heel Nederland. De toekomst van ons land ligt in de handen van onze kinderen. Als basisscholen te weinig geld of personeel hebben om goed onderwijs te geven, dan gaat dat op de lange termijn zeker z’n weerslag hebben op de kwaliteit in andere werkvelden. Onze kinderen verdienen echt beter!”

 

 

  • Drie jaar geleden ging Pierre Pourchez officieel met pensioen, maar vanwege het lerarentekort staat hij wekelijks drie en soms wel vijf dagen voor de klas. “Ze bellen me op en zeggen: ‘We hebben je nodig’. Ik kan dan geen nee zeggen.”

“Het begon na mijn pensioen met een telefoontje van mijn oude school: ‘Pierre, zou je mij een dagje willen helpen?’ Van het een kwam het ander. Al snel hoorden meerdere scholen in van mij en nu heb ik het soms drukker dan voor m’n pensioen. Het wordt alleen maar erger denk ik, over vier of vijf jaar zakt Amsterdam door de grond. Dan is er echt geen leraar meer te vinden. Toch wil ik over anderhalf jaar echt stoppen. Dan gaat mijn partner met pensioen.

Pierre is gepensioneerd, maar staat toch nog voor de klas. “Dat zouden meer mensen moeten doen”, aldus Pierre.

Het werk zelf vind ik nog steeds fantastisch. De kinderen zijn altijd enthousiast. Daarbij heb ik geen last van handelingsplannen, analyses die gemaakt moeten worden, oudergesprekken of cito-toetsen. Ik geef gewoon les en ben er voor de kinderen. Laatst zat ik op de gang decorstukken te tekenen en dan vliegt zo’n kleuter me om de nek. Ik doe er toe voor die leerling. Ergens is dat ook het ‘beroerde’ aan ons vak. Dat iets kunnen betekenen voor een kind zo verdomd aantrekkelijk is. Maar de rek is wel uit, vind ik persoonlijk.

Ik begrijp het gewoon niet. Het onderwijs, de zorg, de politie, daar is moedwillig zo keihard in gesneden. Dan huilt je hart. In al die jaren dat ik in deze sector werk is hij doorspekt geweest met bezuinigingen hier en maatregelen daar. Vergelijk dat eens met die korting op de dividendbelasting. Men zegt dan: ja, het is belangrijk dat die aandelen laag worden belast, want anders verkassen onze bedrijven naar het buitenland. Maar hoe zit het dan met het belang van het onderwijs, van onze kinderen? Voor mij persoonlijk maakt het niet veel uit, maar als ik nu vijf dagen werk, werk ik eigenlijk op maandag, dinsdag en woensdag voor de belastingpot. Daar zou minister Slob toch eens over na moeten denken, als hij meer gepensioneerden wil inzetten tegen het lerarentekort.

M’n huidige collega’s zou ik graag mee willen geven dat het belangrijk is om het beroep voor jezelf interessant te houden. Haal bijvoorbeeld je energie uit de niet-lesgebonden taken. Leerkracht zijn, dat moet je leuk vinden. Ik stap nog steeds met een grote glimlach een schoolgebouw in.”

Op basisscholen werkten eind 2016 in totaal 1201 medewerkers die de pensioengerechtigde leeftijd al hadden bereikt. Sindsdien is dat aantal hoogstwaarschijnlijk alleen maar gegroeid.

 

  • Evy van Ast (26) haalde in 2014 haar tweedegraads lesbevoegdheid. Na twee jaar voor de klas verruilde ze werken in het onderwijs voor een masterstudie aan de Erasmus Universiteit. Nu is Evy onderzoeker bij historisch onderzoeksbureau Stad en Bedrijf.

“M’n keuze voor de lerarenopleiding maatschappijwetenschappen destijds was zo gemaakt. Naast de vakinhoudelijke interesse had ik altijd al een voorliefde voor het onderwijs.

Evy: “Toen ik aan de lerarenopleiding begon wist ik zeker dat ik voor de klas wilde.”

Met name het persoonlijke contact met leerlingen sprak me aan. Het werken aan een vertrouwensband, dat leek me de basis voor goed onderwijs.

Toen ik aan de lerarenopleiding begon wist ik dan ook zeker dat ik voor de klas wilde. Maar met het vorderen van m’n studie kwam de twijfel. M’n angst om vast te raken in het onderwijs groeide. Het onderwijs had voor mij iets van een fuik: als je er eenmaal inzit, kom je er niet meer zo makkelijk meer uit.

Overstappen van het bedrijfsleven naar het onderwijs is ook makkelijker dan andersom, denk ik. De competenties die je ontwikkelt in onderwijs lijken voor het bedrijfsleven minder interessant. In het bedrijfsleven kun je je breder ontwikkelen en er zijn meer doorgroeimogelijkheden. Dit beeld, samen met de beperkte loopbaanmogelijkheden, zorgde ervoor dat ik het onderwijs na twee jaar alweer verliet.

Wat ook meespeelde was m’n moeite met de grote klassen. In één klas zaten maar liefst 34 leerlingen. Dan kun je niet meer nagaan hoe de vlag er bij iedere leerling bijhangt, terwijl dat juist zo belangrijk is voor de kwaliteit van het onderwijs. Soms kon ik hierdoor niet het onderwijs bieden dat ik voor ogen had.

Onder welke voorwaarden ik weer terug zou keren naar het onderwijs? Dat is eenvoudig. Er moeten voldoende ontwikkelperspectieven zijn, gekoppeld aan een financiële beloning, en ruimte voor contact met leerlingen.

Het eerste jaar als leraar is bepalend voor het verlaten van de onderwijssector. De uitstroom is dan het hoogst: 15 tot 26 procent van de leraren stroomt na één jaar lesgeven uit het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo. In de jaren daarna neemt de uitstroom meer geleidelijk toe. Na vijf jaar is 18 procent van de beginnende leraren uitgestroomd uit het primair onderwijs, 31 procent uit voortgezet onderwijs het vo en 45 procent uit het mbo.

 

  • Tanja Suijker (36) werkt al bijna twaalf jaar als invaller in Hoorn en omstreken. Begin dit jaar kreeg ze een vaste aanstelling als invaller voor twee dagen in de week.

“Dat ik zolang als invaller heb gewerkt is geen bewuste keuze geweest. Iedere keer liep het nét zo dat de school toch geen vacatureruimte zag. En dan moest ik weer weg. Ik heb meegemaakt dat ik binnen een stichting meerdere malen kon invallen. Maar daarna was het: ‘Tot ziens, want anders moeten we je een vast contract geven’.

Het type invalklus varieerde, maar de grote lijn zag er voor Tanja elk jaar ongeveer hetzelfde uit. “Direct na de zomervakantie krijg je als invaller vooral losse invaldagen aangeboden. Rond de herfstvakantie ontstaan langdurige invalklussen, omdat mensen dan vaak omvallen van de werkdruk. Regelmatig moest ik na een jaar invallen een week eruit, omdat het bestuur me anders een vast contract moest aanbieden. Ik heb ook weleens meegemaakt dat ik er drie maanden uit moest. Dat ik mijn klas in de steek moest laten, vond ik vreselijk.

Tanja: ‘Na 11,5 jaar invallen eindelijk een vaste aanstelling.’

Voor de tussenperiode’s vroeg ze een ww-uitkering aan. “Dan zat ik vier of vijf maanden thuis en solliciteerde ook bij kinderdagverblijven en op kantoorbanen. Ik heb weleens serieus overwogen om het onderwijs helemaal te verlaten, maar dat heb ik nooit gedaan omdat ik weet dat dit is wat ik wil.

Nu het lerarentekort oploopt zie je dat scholen eerder vaste aanstellingen aanbieden om te zorgen dat ze hun eigen vaste invaller hebben. Die vijver raakt nu ook leeg. Mijn huidige school is een openbare school. Daar geldt de Wet werk en zekerheid (Wwz) niet, maar toch merk je dat ook daar de rek eruit is.

Vorig jaar kwam ik voor een vervanging terecht op mijn huidige school. Afgesproken was dat ik na een goede beoordeling een vaste aanstelling binnen de stichting zou krijgen. Dat is gebeurd. Nu heb ik sinds januari 2018 een vaste aanstelling voor 2 dagen in de week. Ik ben een parttimer, maar ze kunnen mij ook inzetten voor extra invalklusjes. Ik ben zo blij dat ik na bijna twaalf jaar eindelijk een vaste aanstelling heb gekregen en mijn vakanties doorbetaald krijg. Eindelijk ben ik niet meer afhankelijk van uitkeringsinstanties, ik kreeg daar zoveel stress van!

Tanja is niet de enige die langdurig tijdelijke contracten heeft gehad. Tot een jaar geleden was het in sommige delen van Nederland nog erg lastig om een baan te vinden in het basisonderwijs. Terwijl het lerarentekort was voorspeld. De AOb vroeg de overheid met het oog op het tekort startende leraren alvast boventallig in dienst te nemen. Dit is niet gebeurd en veel starters zijn afgehaakt.

 

  • Marcel Schmeier stond 15 jaar voor de klas, met name in het speciaal basisonderwijs. Nu werkt hij als onderwijsadviseur. De reden dat hij het onderwijs verliet? ‘Ik had teveel ambitie en te weinig ruimte’, aldus deze ex-leraar.

“Ik miste toen ik voor de klas stond ruimte en zeggenschap over dat wat ik deed. Ik wilde bijvoorbeeld kinderen leren rekenen en schrijven, maar niet boekjes afmaken en werkbladen invullen die het bestuur voorschreef. Toen kwam deze baan voorbij en ben ik zo het onderwijs uitgerold.

Toch kan ik nog steeds met volle overtuiging zeggen: voor de klas staan is het mooiste dat er is. Eigenlijk doe ik dat nog steeds een beetje, maar nu sta ik voor een klas met leraren.

Marcel: ‘Ik miste ruimte en zeggenschap over wat ik deed.’

Als adviseur maak ik meer uren per week, maar de werkdruk is lager dan toen ik voor de klas stond. Dit was veel intensiever. Je kunt je eigen tijd niet indelen en bent continu met je leerlingen bezig: dat wordt echt zwaar onderschat.”

“Of ik weer voor de klas zou willen staan? Misschien wel, maar dan moet er wel meer ruimte zijn voor leraren om goed onderwijs te geven. Dus niet je aan allerlei afspraken moeten houden. Zolang de resultaten goed zijn moet er een vertrouwen in de leraar zijn en dus ruimte gegeven worden.

Daarnaast is het zo jammer dat mensen voor de klas geen carrière kunnen maken. Als je verder wil groeien word je vaak intern begeleider of schoolleider. Dit is zonde. Het mag ook best gewaardeerd worden als je goed werk levert. Zo zorg je ervoor dat de beste mensen voor de klas willen staan: de leerkracht moet beter kunnen verdienen dan de directeur. Net als dat de voetballer beter verdient dan de coach.

Daarbij moet er echt iets aan de werkdruk en het salaris gedaan worden. Ja, ook het salaris is voor mij nu een drempel om weer in het onderwijs te gaan werken. Dat salaris is veel te laag. Het was niet de reden dat ik het onderwijs heb verlaten, maar zou voor mij wel een voorwaarde zijn om weer terug te keren. Ik verdien nu immers beter.”

Voor 16 procent van de mensen die het primair onderwijs heeft verlaten is ‘naar eigen inzicht kunnen werken’ een belangrijke voorwaarde om terug te keren. Te vaak voelen leraren zich gedwongen lessen af te draaien, in plaats van dat ze met eigen kennis en kunde het onderwijs vormgeven.

 

  • Emmy van Heel werkte 15 jaar in het basisonderwijs en viel uit met flinke burn-outklachten. Nu werkt ze bij de Rijdende School en geeft met veel plezier les aan kermis- en circuskinderen.

“Mijn hart ligt in het onderwijs. Dit is wat ik het liefste doe. Toch heb ik ervoor gekozen om niet meer in het reguliere onderwijs te werken. Bij de Rijdende School – heb ik meer vrijheid. Ik kan er mijn eigen keuzes maken en de werktijden zijn flexibeler.

In 2010 kwam ik met een burn-out thuis te zitten. Het heeft anderhalf jaar geduurd voordat ik weer beter was. De oorzaak was de chaos bij mijn vorige werkgever. Na het predicaat ‘zwakke school’ werd een nieuw team aangesteld. Een tijdlang gaven we les in noodgebouwen, omdat er een nieuw schoolgebouw werd gebouwd.

Emmy: ‘Er werd niet naar onze signalen geluisterd’

Tegelijk werd besloten dat we moesten fuseren met een andere school. Dit alles zorgde al voor veel onrust. Maar toen ook nog de schooldirecteur en ib’er werden overgeplaatst en wij onze kerstvakantie moesten opofferen om met onze partners de school te verhuizen, was ik op. Ik heb me in februari een week ziek gemeld met het idee dat ik er daarna weer wel zou zijn. Ik bleek een flinke burn-out te hebben.”

Emmy denkt dat haar vorige werkgever haar burn-out had kunnen voorkomen. “Dat denk het zeker. Er waren teveel veranderingen tegelijkertijd. Alles werd van bovenaf gedropt. Wij gaven veel signalen af, maar daar werd niet naar geluisterd. Waarom werd er niet met het team gepraat? Het bestuur verwachtte veel van ons, maar er werd niet gevraagd naar hoe wij dit zouden ervaren.

Het onderwijs heeft de mazzel dat er een heleboel mensen werken met een enorme passie voor hun vak. Tegelijkertijd is dit erg gevaarlijk: als je continu je grens omhoog bijstelt, dan word je ziek. Het hoge en langdurige ziekteverzuim omlaag brengen zou één van de oplossingen moeten zijn om het lerarentekort aan te pakken.’

Emmy is niet de enige leraar die met een burn-out is uitgevallen in het onderwijs. Een kwart van de leraren in het primair onderwijs heeft hetzelfde meegemaakt. De ervaren werkdruk is voor deze groep de belangrijkste reden van hun klachten.

Wij zijn ‘het lerarentekort’

De AOb laat de gezichten achter het lerarentekort zien. Reageren, of zelf je verhaal delen? Dat kan op de facebook-pagina van de AOb.

Meer nieuws

Leraar in spe kan de weg niet vinden

Deeltijders en zij-instromers van lerarenopleidingen zien door de bomen het bos niet meer. Kom daarom met een studentvriendelijk overzicht van het aanbod, adviseert de Onderwijsinspectie. LEES VERDER