WO&O

Wetenschapper is niet het schaap met de vijf poten

Een wetenschapper kan op veel gebieden succesvol zijn, maar niet alle successen worden gelijk erkend en gewaardeerd. Volgens wetenschapsfinanciers en kennisinstellingen moet het roer om. Het Onderwijsblad vraagt direct betrokkenen hoe dat gaat.

Tekst Sara Madou - Redactie Onderwijsblad Beeld: Fred van Diem - - 6 Minuten om te lezen

paula-fikkert-wo

Eind 2019 kwamen wetenschapsfinanciers en kennisinstellingen met de position paper Ruimte voor ieders talent waarin ze aangeven hoe ze het werk van wetenschappelijk medewerkers breder gaan erkennen en waarderen. Minder nadruk op publicaties, meer nadruk op onderwijs en impact. Afgesproken werd dat universiteiten in 2020 een landelijk raamwerk voor beoordeling, ontwikkeling en bevordering zouden ontwikkelen en opnemen in een herijkt universitair functieordeningssysteem, dat in 2021 van kracht moet worden.

‘Verschillende loopbaanpaden moeten mogelijk zijn’

Bianca Langhout-van den Bulk is projectleider Erkennen & waarderen bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.

“De werkdruk op universiteiten aanpakken vanaf de binnenkant was voor mij een van de redenen om te solliciteren naar deze baan. In mijn eerdere functie als postdoctoraal onderzoeker was ik primair bezig met wetenschappelijk onderzoek en daarbij zag ik dat veel wetenschappers werkdruk ervaren en dat er een sterke competitie is als het gaat om het binnenhalen van subsidiebeurzen. Natuurlijk blijven die subsidies een belangrijk onderdeel van het takenpakket. Wel hoop ik dat we in ieder geval duidelijk kunnen maken dat niet iedere wetenschapper het schaap met de vijf poten is, maar dat het beter is om elkaars vaardigheden en talenten aan te vullen.

Het beter is om elkaars vaardigheden en talenten aan te vullen

Net voor de zomer van 2020 zijn we bij de Erasmus Universiteit begonnen met deze commissie, om een visie op het erkennen en waarderen van wetenschappers te formuleren. We discussiëren over wat we als universiteit nu echt belangrijk vinden. Het raamwerk dat in de position paper over erkennen en waarderen stond, gebruiken we daarbij als basis. Het is voor ons belangrijk dat er verschillende loopbaanpaden mogelijk zijn voor wetenschappers, met een focus op onderwijs, onderzoek of maatschappelijke impact. Uiteindelijk willen we deze beweging binnen de hele universiteit uitrollen. Daarom is het belangrijk een breed draagvlak te creëren: vanuit elke faculteit zijn er afgevaardigden betrokken.

Ook belangrijke diensten als HR en Academische zaken zijn aangesloten, want de werving moet eveneens op een andere manier. Zo’n grote verandering in denken en doen kun je nou eenmaal niet opleggen van bovenaf en dat willen we ook niet. Er zijn bovendien grote verschillen tussen faculteiten, waardoor one size fits all lastig is. Het is echt een proces van de lange adem, ik ga er wel vanuit dat we een jaar of zes, zeven bezig zijn met deze cultuurverandering. Daar kun je maar beter realistisch over zijn. Gelukkig zien steeds meer wetenschappers in dat er iets moet veranderen, ook wereldwijd.”

‘Onderwijs is minstens zo essentieel als onderzoek’

Paula Fikkert is voorzitter van de commissie Erkennen & waarderen van de Radboud Universiteit en het Radboud.

“In de wetenschap lijken we vergeten waar het nu werkelijk om gaat. Een hoop van wat we doen bestaat in wezen uit op elkaar gestapelde tradities, waarvan niemand meer precies weet waarom we het zo doen. Doodzonde, want op deze manier gaat er veel potentieel talent verloren. Daarom is het geen kwestie van het ene lijstje criteria waarop wetenschappers worden beoordeeld te vervangen door een ander, eerlijker lijstje. We kunnen deze ongezonde situatie alleen maar aanpakken door alles aan te pakken. Werkdruk, het gebrek aan diversiteit en waardering, niet ieders individuele skills kunnen inzetten; het sluit allemaal op elkaar aan.

We kunnen deze ongezonde situatie alleen maar aanpakken door alles aan te pakken

In het algemeen verloopt in de wetenschap alles volgens een vast stramien: je maakt carrière, wordt uiteindelijk op basis van je onderzoek hoogleraar en krijgt er automatisch steeds meer leidinggevende taken bij. Ongeacht je skills op dat gebied. We moeten naar een universiteit toe waar we beter samenwerken.

Het is belangrijk om iets te doen aan de publicatiedruk en wetenschappers zijn ontzettend veel tijd kwijt aan het aanvragen van onderzoeksgeld. Dat zorgt voor frustratie. Wetenschappers zijn bang voor hun positie als ze onvoldoende onderzoek kunnen doen. En de mensen die hun aanvragen graag zouden willen honoreren, maar het budget er niet voor hebben, raken ook gefrustreerd.

Onderzoek is belangrijk, dat vinden we allemaal, maar het onderwijs is minstens zo essentieel. De tendens is nu dat wetenschappers die beurzen binnenhaalden geen onderwijs ‘hoefden’ te geven, waardoor het beeld is ontstaan dat onderwijs ondergeschikt is aan onderzoek. Ook bij het vervullen van vacatures ontstaat het beeld dat je als kandidaat puur wordt afgerekend op je publicaties. Terwijl je als universiteit je medewerkers die floreren in het onderwijs hard nodig hebt. Flexibiliteit is hierin essentieel. Van iedereen, op alle afdelingen. Alles wordt nu ingedeeld in uren: je krijgt er zoveel voor het geven van onderwijs, zoveel voor het aanvragen van een beurs. Voor bepaalde werkzaamheden, zoals een proefschrift lezen, krijg je helemaal geen uren. Toch moet het gebeuren. Ik heb goede hoop dat we hier iets in kunnen veranderen.”

‘Huidige systeem is een heel strak jasje’

Frank Miedema is specialist infectieziekten, oud-hoogleraar aan het UMC Utrecht en voorman van actiegroep Science in Transition.

“Ik zie het huidige universiteitssysteem als een heel strak jasje, waar we ons nu langzaam maar zeker uit los aan het werken zijn. Het is fijn te merken dat universiteiten er zelf ook steeds meer voor openstaan, om op een andere manier naar academisch werk te kijken. We hebben ons jarenlang blind gestaard op het tellen van wetenschappelijke publicaties. Terwijl: vraag je aan de gemiddelde wetenschapper wat ze zelf belangrijk vinden, dan is dat iets betekenen voor de maatschappij.

Toch zie je dat ze het ook best prettig vinden om zich te kunnen richten op een bepaald aantal publicaties. Dat is tenminste duidelijk. Ons ego vindt het natuurlijk prettig om bij een latenightshow te praten over een baanbrekend onderzoek, maar heeft de maatschappij daar echt iets aan? Vaak gaat het aan die talkshowtafels vooral om iets opvallends, waarvan we nog maar moeten afwachten of en wanneer we daar het effect van gaan merken.

We zeiden: Dit gaat fout, we publiceren een heleboel, maar niemand leest het

De kenniseconomie heeft zijn tijd gehad. Rond 2013 ging ik me daarmee bemoeien, samen met nog drie mannen die al een tijdje meedraaiden. We zeiden: Dit gaat fout, we publiceren een heleboel, maar niemand leest het. In de hele wereld hebben we de afgelopen jaren deze discussie zien ontvlammen. Nu moet het zich nog ontvouwen in de praktijk. Het verschil laat zich soms lastig uitleggen, maar ik gebruik graag het voorbeeld van toen ik in de jaren tachtig onderzoek deed naar hiv, op het hoogtepunt van de aidsepidemie. In discussiecentrum de Rode Hoed vertelde ik enthousiast waar ik mee bezig was, totdat een jongen naar de microfoon liep en zei: ‘Interessant verhaal, maar ik vraag me af: ik ben seropositief en mijn vaste partner is dat ook, moeten we condooms gebruiken als we seks hebben?’ Een essentiële vraag, maar daar ging mijn onderzoek niet over en het is ook geen vraag die in het lab naar voren komt.

Terwijl dat de dingen waren waar de bevolking mee bezig was. We moeten ophouden met neerkijken op toegepast onderzoek en ons richten op een eerlijk systeem, dat mensen waardeert om wie ze zijn en wat ze kunnen. Wil je nu fantastisch onderwijs geven dan kan dit, maar dan moet je vervolgens in de avonduren ook nog onderzoek doen; daar word je immers op beoordeeld. Dat is de reden van de immense werkdruk op universiteiten.”