Beeld: Typetank

Volgend kabinet moet werk maken van gelijke kansen

Met de verkiezingen op komst vestigt het onderwijs de hoop op een volgend kabinet. Welke dossiers eisen de aandacht van de opvolgers van de demissionaire ministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven? “Los de problemen van de leraar op, dan pak je veel problemen in het onderwijs aan.”

Natuurlijk, er zijn stappen gezet. Maar het is nog absoluut niet genoeg. Als je rondvraagt naar de verdiensten van het vrijdag opgestapte kabinet, en meer specifiek naar de erfenis die de demissionaire onderwijsministers Arie Slob (primair onderwijs en voortgezet onderwijs) en Ingrid van Engelshoven (middelbaar beroeps onderwijs en hoger onderwijs) achterlaten, dan is dat steevast het antwoord.

Neem de loonkloof binnen het funderend onderwijs. “Of eigenlijk, loonkloven”, verbetert Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul van oppositiepartij PvdA. “Die tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs en die tussen het voortgezet speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs. Het kabinet heeft een begin gemaakt om ze te overbruggen, dat klopt. Wij hebben met GroenLinks en SP voorstellen ingediend om de kloof helemaal te dichten, maar die hebben het helaas niet gehaald.”

Dat komt mede doordat coalitiepartijen tegen stemden. “Geen beroepsgroep heeft er in vier jaar zoveel bijgekregen als de basisschoolleraren”, reageert Kamerlid Eppo Bruins van coalitiepartij ChristenUnie. “Terecht, want niemand kan uitleggen waarom die kloof er überhaupt is. Het was denk ik niet helemaal realistisch om dat gat in één kabinetsperiode te dichten. Wat ons betreft zal dat in de volgende kabinetsperiode geheel of grotendeels gebeuren.”

Symbool

De loonkloof blijft ongetwijfeld prominent op de politieke agenda. Het onderwerp is welhaast symbool geworden voor iets groters: erkenning en waardering voor de meesters en juffen op al die zesduizend basisscholen die zich elke dag het vuur uit de sloffen lopen voor hun leerlingen, de nieuwe generaties waar een toekomstig Nederland op zal bouwen. Kansengelijkheid, passend onderwijs, grote klassen, werkdruk en het lerarentekort: de meest urgente onderwijsthema’s van de afgelopen en komende jaren zijn als een bord spaghetti met elkaar vervlochten. En dat allemaal in de schaduw van een pandemie die een jaar geleden nog niet eens voorpaginanieuws was.

“Corona heeft de problemen in het onderwijs onder een vergrootglas gelegd”, aldus Van den Hul, die gelijke kansen voor alle leerlingen als een van de grootste prioriteiten voor de komende jaren onderstreept. “Verschillende onderwijsproblemen, zoals kansenongelijkheid en het lerarentekort, komen hierin samen. Juist in wijken waar de meeste kinderen wonen met risico’s op achterstanden is de kans het grootst dat er een onbevoegde docent voor de klas staat. Terwijl zij de beste leraren verdienen.”

‘Juist in wijken waar de meeste kinderen wonen met risico’s op achterstanden is de kans het grootst dat er een onbevoegde docent voor de klas staat’

Ze maakt een bruggetje naar de bekostiging in het funderend onderwijs, die volgens recent onderzoek in opdracht van minister Slob slechts toereikend is om een minimale basis te realiseren. “Dat rapport legt de vinger op de zere plek. Met de verwachtingen die wij allemaal van ons onderwijs hebben, als gelijkekansenmotor met een bevoegde leraar voor elke klas, wordt het stelsel onvoldoende gefinancierd. Dat is een onderwerp waar een volgend kabinet mee aan de slag moet.”

Beeld: Typetank

Het klinkt veelbelovend. Maar de kansenongelijkheid nam al zo’n vijf tot tien jaar toe, zo heeft de Onderwijsinspectie laten zien. Dus ook tijdens het vorige kabinet, toen de PvdA samen met de VVD aan het roer stond, en er beduidend minder geld naar onderwijs ging. Van den Hul: “De problemen spelen langer, dat klopt. Die vorige periode stond in het teken van ‘gezond de crisis uit’, waarbij bijna elk departement de broekriem moest aanhalen. Uiteindelijk hebben we leraren wel van de nullijn afgehaald. Deden we wat we konden? Ja. Was dat genoeg? Nee.”

Overwerk

Een soortgelijk onderzoek in het hoger onderwijs naar de vraag of de financiering van hogescholen en universiteiten toereikend is ligt waarschijnlijk begin dit jaar op tafel. Minister Ingrid van Engelshoven zal er een strik omheen doen en het rapport klaarleggen voor haar opvolger.

We weten allang dat de financiering niet rijmt met de ambities die Nederland heeft op het gebied van onderwijs en onderzoek, aldus AOb-sectorbestuurder WO&O Donald Pechler. “We zien aan de hand van de cijfers over de afgelopen twintig jaar dat de bekostiging in het wetenschappelijk onderwijs is achtergebleven. Instellingen moeten met minder geld meer studenten bedienen. Medewerkers kampen daardoor met een torenhoge werkdruk, die zich vertaalt in structureel overwerk.”

‘In de tijd dat deze minister de scepter zwaait, is er weinig tot niets aan deze problemen gedaan’

Als Pechler zijn oor bij leden te luisteren legt, hoort hij teleurstelling. “In de tijd dat deze minister de scepter zwaait, is er weinig tot niets aan deze problemen gedaan. Voor de volgende vier jaar biedt het onderzoek wel nieuw perspectief: de politiek kan er dan echt niet meer omheen.” En op meer fronten worden de kussens opgeschud: in de Tweede Kamer is inmiddels een meerderheid over de brug om het leenstelsel af te serveren. “Dat je studenten niet wilt opzadelen met enorme schulden, daar kan ik inkomen”, zegt Pechler. “Als je niet tegelijkertijd investeert in kwalitatief onderwijs, dan doe je ze alsnog tekort.”

Meebeslissen

“Ik vind dat een minister zich bij alles zou moeten afvragen: wat betekent dit in de klas?”, aldus Lobke Vlaming, directeur van Ouders & Onderwijs. “Die manier van denken is nog wat zwak ontwikkeld op het ministerie.”

Wel heeft minister Slob uiteindelijk geluisterd naar de klachten die er al jaren klinken over passend onderwijs. Een heet hangijzer, waarvan de langverwachte evaluatie na een enorme serie onderzoeken en beleidsbrieven afgelopen jaar afgerond werd. Vlaming noemt Slobs plan van aanpak met 25 verbeterpunten hoopgevend, al vindt ze het rijkelijk laat, zes jaar na de invoering. Veel verbeteringen zullen de nodige tijd vergen en belanden straks weer op het bordje van zijn opvolger. “Naar het kind zelf luisteren. En de leraar laten meebeslissen. Die weet beter wat er nodig is, maar die krijgt het lang niet altijd georganiseerd. Dit soort dingen die nu in de verbeterplannen staan, zijn natuurlijk al veel vaker en eerder gezegd.”

‘Het onderwijs is overbelast. Als je de problemen van de leraar oplost, dan pak je veel problemen in het onderwijs aan’

Wat Vlaming betreft, zijn de dalende onderwijskwaliteit, kansenongelijkheid en het lerarentekort thema’s bovenaan de prioriteitenlijst. Zaken die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: “Het onderwijs is overbelast. Als je de problemen van de leraar oplost, dan pak je veel problemen in het onderwijs aan. Leraren geven aan dat klassen te groot zijn, dat ze onvoldoende gefaciliteerd worden en beter opgeleid moeten zijn voor de uitdagingen in de klas. Dat is een grote knop waar een volgend kabinet aan kan draaien, en eentje die veel geld zal kosten. Maar ik denk dat het niet anders kan.”

Vermorzeld

ChristenUnie-Kamerlid Eppo Bruins wil ervoor waken dat politici te hoge verwachtingen wekken, en zo zelf de maatschappelijke teleurstelling over zich af te roepen. Zo hebben de opgeklopte verwachtingen rond passend onderwijs met een bevroren budget de onvrede bij leraren, ouders en leerlingen in de hand gewerkt. “We hebben geen nieuwe stelselwijziging nodig, maar goed gefaciliteerde, weerbare leraren die niet vermorzeld worden tussen besturen en ouders.”

Een ander onderwerp op de politieke agenda terug van even weggeweest ligt hem na aan het hart. Bij verschillende partijen gaan stemmen op om artikel 23, de grondwettelijke vrijheid van onderwijs, tegen het licht te houden. Onbedoeld gooide minister en partijgenoot Slob begin november olie op het vuur toen hij in de Tweede Kamer het recht van scholen verdedigde om homoseksualiteit af te wijzen, zolang ze voor een ‘veilig klimaat’ zorgen.

Bruins: “Hoe we omgaan met verschillen tussen scholen zal een hoofdonderwerp blijven de komende tijd. Mag je als school een opvatting uitdragen die afwijkt van wat mainstream is in de politiek? Op gereformeerde scholen wordt geleerd dat volgens de bijbel het huwelijk een verbintenis is tussen een man en een vrouw. Krijg je de ruimte om daar op school nog over te mogen praten? In hoeverre wil de politiek zich daarmee gaan bemoeien? Ik heb daar zorgen over.”

Dit artikel verscheen in het januarinummer van het Onderwijsblad. Het Onderwijsblad valt elf keer per jaar bij AOb-leden in de bus. Meer weten over de voordelen van het AOb-lidmaatschap? Kijk hier.

Meer nieuws

De gelukkige leraar

Op scholen waar geluk op de agenda staat, werken leraren en leerlingen met meer plezier en energie, zijn ze minder vaak ziek en presteren ze... LEES VERDER