Beeld: Nanne Meulendijks

Virusuitbraak hakt erin op school

Het kan overal in gebeuren. Ineens is jouw school een besmettingshaard, zijn collega’s ziek en moeten de deuren dicht. Wat doet dat met een team? “Ik testte als eerste positief. Iedereen had naar mij kunnen wijzen, maar deed dat niet.”

GGD-medewerkers in witte pakken die op de speelplaats aan het werk waren. Geen spelende kinderen, wel een ingerichte testlocatie. Het kwam hard binnen bij teamleider Carolien Pellemans, toen ze kwam aanrijden bij haar basisschool Favoriet in Panningen. “Het was zo confronterend. Je wilt met goed onderwijs bezig zijn.”

Dat kon even niet toen er op haar school afgelopen maart een grote corona-uitbraak was. “Ojee, dacht ik, het gaat beginnen toen de eerste ziekmelding van een collega binnenkwam via de directeur. We zijn als school gewoon een tijdbom.” Op het whiteboard kwamen steeds meer vinkjes: broertjes, zusjes, leraren. Als een vlek verspreidde corona zich door de school. “De combinatieklas 5/6 zat thuis in quarantaine, en die zitten weer samen op een leerplein met groep 4. Het was niet meer te organiseren, het merendeel was besmet, zowel leerkrachten als leerlingen.”

‘Ojee, dacht ik. Het gaat beginnen’

Sneltreinvaart

De keuze om de school een week te sluiten werd met het team genomen, zegt de teamleider. “We deelden alle overwegingen. De meningen waren verdeeld, dat had ook te maken met onze leerlingpopulatie, waarvan een deel kwetsbaar is. Toch wilde het merendeel sluiten en heerste er het gevoel: dit is een dilemma, maar maak snel een keuze.”

Het was “uitputtend voor iedereen”, zegt Pellemans. Toch heeft het doorstaan van de crisis basisschool Favoriet wel iets gebracht. Door een fusie, aan het begin van dit schooljaar, waren er namelijk twee teams. Er was ook een nieuwe schoolnaam. “Ineens was er urgentie”, zegt Pellemans. “We moesten als één team samenwerken en vertrouwen uitstralen. Dat is gelukt, de teambuilding verliep in sneltreinvaart.”

‘We zijn als school gewoon een tijdbom’

Collega’s werkten lessen voor elkaar uit, want er waren veel zieken onder het personeel. Een ander boog zich over het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen die niet naar school konden voor hun specifieke activiteiten. “Ik hoefde eigenlijk niets te verdelen”, zegt Pellemans. De sfeer onder collega’s groeide in een enorm tempo. “We zitten op twee locaties en werken met leerpleinen, maar iedereen vond elkaar.”

Grote uitbraken waardoor scholen helemaal of deels moesten sluiten zijn tijdens de coronacrisis tientallen keren voorgekomen. Hoe vaak precies is niet te zeggen, soms werd er alleen één klas naar huis gestuurd, maar in de regionale media doken meerdere voorbeelden op. Het RIVM signaleert sinds de heropening van de scholen een ‘duidelijke toename’ van clusters van besmettingen ‘gerelateerd aan de setting school’. Het gaat vaak om besmettingen van klassen waarbij ‘zowel leraren als leerlingen besmet zijn’, meldt het instituut op zijn website.

Surrealistisch

In Voorburg kan groep 5-leerkracht Miriam Tannenbaum erover meepraten. Zij testte als eerste positief in maart. “Ik stond op de groep waar het begon. Het was surrealistisch, echt als een onwerkelijke film. Zeker als er zwart-op-wit staat dat je corona hebt. Ik schrok, want je weet niet wat je te wachten staat en hebt er geen invloed meer op.”

Tannenbaum werkt op de Vijverhof, een kleine school met een hecht team. Van haar eigen 32 leerlingen was het grootste deel besmet, meerdere collega’s hadden ook corona. “Collega’s hadden allemaal naar mij kunnen wijzen, maar gelukkig heeft nooit iemand er een opmerking over gemaakt. Dagelijks vroegen we hoe het met elkaar ging en ik ging mij van alles zitten afvragen: hoe kan dit en waar heb ik het opgelopen? Heb ik alles wel goed schoongemaakt in de klas. Daar kom je nooit achter.”

Het was een wake-up call. Zeker omdat in haar team juist jongere collega’s hard door corona zijn geraakt. “Zelf was ik binnen anderhalve week weer beter, maar ik heb collega’s van in de twintig die al driekwart jaar zijn uitgeschakeld. Er waren dus ook geen meningsverschillen tussen jongeren of ouderen binnen het team.”

‘Ik heb collega’s van in de twintig die al driekwart jaar zijn uitgeschakeld’

Overlevingsstand

De uitbraak was een test voor het team, zegt Tannenbaum. “Je verwacht wel dat je er op moeilijke momenten doorheen komt samen. Dat is ook gebleken. Een scholensluiting heeft voor iedereen consequenties en het vraagt wel van je om meer met een ander mee te gaan. Ik ben trots op hoe we het hebben gedaan. Soms lijkt het makkelijk, maar als team ben je altijd aan het wikken en wegen. Dat gaat elke dag maar door. Wat dat betreft staan we wel in een overlevingsstand.” Nu gaat groep 8 binnenkort op kamp. “Dat was weer zo’n besluit: doen we dat wel of niet? Dan durven collega’s het wel te zeggen als ze liever niet mee willen. Het is fijn dat dit kan binnen het team.”

Op haar school is veel behoefte om elkaar weer normaal te zien en bijvoorbeeld samen in de koffiekamer te lunchen. “De uitbraak heeft ons niet hechter gemaakt. Dat is gewoon lastig als je elkaar minder ziet. Maar het heeft ons ook niet uit elkaar gedreven.”

Uitbraak-trein

Met Pinksteren zat schooldirecteur Martin Boersma van basisschool De Sprankeling uit Damwâld (Damwoude) in de ‘uitbraak-trein’. Het Onderwijsblad belt hem begin juni, op de dag van de heropening, en Boersma puft nog na als hij over de crisis vertelt. “De fase voordat je besluit om de school te sluiten is het moeilijkst. Er komt dan zoveel informatie binnen, collega’s horen dat ouders hun kinderen thuis houden. Er is onrust.”

Boersma heeft zelf tijdens de uitbraak wel een nacht onrustig geslapen. Het begon met alle leerlingen, 85 in totaal, uit groep 5/6 die als nauw contact werden gezien. “Zij moesten allemaal in quarantaine, want we kregen bericht dat een leerling uit groep 6 positief was getest. Steeds keken we met de GGD wat er mogelijk was. Daarna moest ook groep 4 in quarantaine en die bleek weer gym buiten te hebben gehad met een andere groep. Uiteindelijk moesten 6 van de 13 groepen in quarantaine. “Ik zat ermee dat een collega, die zwanger is, voor de groep moest. Dus die belde ik ’s avonds om te zeggen dat ik ermee rondliep en dat het niet goed voelde voor mij. Je maakt je zorgen om je collega’s.” Uiteindelijk durfde ze wel voor de klas.

Boersma liep het hele team langs om te vragen ‘hoe ze erin stonden’. “Even peilen. Niemand was verrast over de maatregel om de school te sluiten.” Op zijn school bleken drie collega’s zelf besmet, waarvan één nog altijd is uitgeschakeld. “Iedereen leeft mee op zo’n moment.”

Check-out

Sinds de eerdere lockdowns hadden ze bij Boersma’s school al een ‘check-out’ ingesteld, een online vergadering met als belangrijkste agendapunt: ‘Hoe gaat het met jullie’. “Die check-out is online om 14.15 uur. Een idee van onze intern begeleider. Het helpt ons om voeling te houden bij wat leeft. Het is een fijn moment en er is ruimte voor persoonlijke ervaringen.”

‘We moeten op elkaar letten. Zeker nu, want we zijn best moe’

Bewuster naar elkaar kijken, vindt ook teamleider Pellemans belangrijk. “Ik doe ’s ochtends veel bewuster nog een rondje langs mijn collega’s. Even vragen hoe het gaat, even een check. We moeten op elkaar letten. Zeker nu, want we zijn best moe, het was een intensieve periode. Bij zo’n uitbraak is jouw school het middelpunt, het voelt toch soms alsof je niet zorgvuldig hebt gehandeld. Terwijl de GGD zei: voel je niet schuldig. Niemand kan hier iets aan doen. Het voelt verschrikkelijk en dan waren wij ook nog eens net gefuseerd. Je wilt bouwen aan goed onderwijs en aan de naam van de school. Wel merkten we: zo snel als het kan oppoppen, zo snel is het weer weg. Met nieuwe aanmeldingen loopt het storm.”

Dit artikel stond in het Onderwijsblad. Alle leden ontvangen die blad maandelijks in de bus. Lid worden? Meld je aan!

Meer nieuws

Knokken voor een fatsoenlijk salaris

Onderwijsassistenten noemen hun salaris ‘een schijntje’. Ze vinden het verschil met ander onderwijspersoneel te groot. In de kinderopvang kunnen ze met hun opleiding ook aan... LEES VERDER