Verknocht aan het krijtbord

Nog altijd zijn er leraren en docenten die krijtborden gebruiken, naast of in plaats van de digitale mogelijkheden. Ouderwets? “Ik heb het gevoel dat ik de studenten beter meeneem in mijn gedachtegang.”

Jurjan Schilder, docent werktuigbouwkunde aan de Universiteit Twente

‘In de ogen van anderen zijn wij exoten’

Jurnan Schilder is docent werktuigbouwkunde aan de Universiteit Twente en heeft het krijtbord nodig bij al zijn formules en berekeningen.

“Ik leid ingenieurs op. En ik wil dat mijn studenten bij wijze van spreken op een bierviltje in een café kunnen berekenen hoe dik een bepaalde balk van een huis of machine moet zijn. Je moet uit het hoofd een constructie kunnen doorberekenen, snappen hoe machines bewegen, welke krachten daarvoor nodig zijn. En ook: hoe kun je van tevoren zeker weten of een brug stuk gaat of niet? De antwoorden vind je door een gestructureerd stappenplan vol formules en vergelijkingen te gebruiken.

In de ogen van alfa- of gammadocenten zijn wij misschien exoten die zijn blijven hangen, maar mijn vak gáát over nieuwe technologische ontwikkelingen. Didactisch gezien is een krijtbord perfect voor mijn lessen. In het begin van het college is het bord leeg, ik ga voor die zaal staan, denk hardop, laat studenten meedenken, schrijf op wat ik zeg, wat zij zeggen, en aan het eind staat er een oplossing.

Ik heb weleens met whiteboards of met digitale borden gewerkt, noodgedwongen, maar ik vind het niet te doen. Ik kan netter werken op een krijtbord en heb het gevoel dat ik de studenten beter meeneem in mijn gedachtegang. Als ik digitaal werk, heb ik de hele tijd het gevoel: ik ga te snel, ik raak mensen kwijt. En de studenten kunnen met een krijtbord makkelijker meeschrijven. Neurologisch gezien een ontzettend zinvolle bezigheid.

Studenten vinden het wel soms jammer dat er geen slides zijn om thuis te volgen. Maar goed, daar heb je mijn volgende punt: ik vind het belangrijk dat ze hierheen komen. De boodschap van dat krijtbord is: als je een goede ingenieur bent, dan snap je dit. Dan kun je dit. Ook op dat bierviltje. Als ze mij voor dat bord een formule zien oplossen, ben ik, hopelijk, een voorbeeld voor mijn studenten.”

Marijn Ruhaak, docent Nederlands op het Geert Grote College Amsterdam

‘Zo’n krijtbord stelt nooit teleur’

Marijn Ruhaak geeft Nederlands in de bovenbouw op vrije school het Geert Groote College Amsterdam en doet dat altijd voor een deel op een krijtbord.

“Op mijn school ben ik geen vreemde eend in de bijt: het gebruik van natuurlijke materialen in de klas en op het schoolplein is belangrijk in ons type onderwijs; ik werk op een vrije school. Tuurlijk, we doen mee met de digitalisering, iedereen heeft ook een smartboard, maar er hangt ook in elk lokaal een krijtbord. Net zoals dat de meubels in onze school vaak van hout zijn en kantoorartikelen liever van papier dan van plastic. Ik heb geen sterke mening over wat het beste is, maar het is mij te vaak gebeurd dat het smartboard opstartproblemen had, het geluid het niet deed. Zo’n krijtbord stelt nooit teleur, het werkt altijd. Dus het is fijn om beide te hebben – want ja, ik vind het ook heerlijk om een leuk of leerzaam filmpje of een powerpoint te laten zien in de klas. Maar dan moet het wel allemaal goed werken, en niet dat ik eerst vijf van mijn vijftig lesminuten sta te klungelen.

Ik gebruik het krijtbord vooral als ik iets aan het vertellen ben, als een soort aantekeningenbord, voor mezelf en voor de leerlingen. Voor hun begrip schrijf ik steekwoorden en belangrijke begrippen op en zij schrijven dan mee. Doordat de leerlingen de geschreven en gesproken informatie op hetzelfde moment krijgen, zijn ze betrokken en is er meer interactie. Ze zijn niet bezig met de powerpoint over te schrijven terwijl ik iets uitleg. Bovendien kunnen leerlingen meer input geven wanneer ik niet altijd alles kant-en-klaar op een powerpoint zet, of op het smartboardscherm. Als ik ze bijvoorbeeld een argumentatiestructuur wil laten zien, dan is het veel leuker en effectiever om ook de argumenten van de leerlingen op te schrijven en samen tot een mooi schema te komen.

Wat mijn leerlingen wel vaak doen, is er aan het eind van de les een foto van maken van wat ik heb geschreven. Gelukkig voor hen heb ik wel een goed bordhandschrift. Je moet het even oefenen, maar dat geldt ook voor een whiteboard. En ja, het kan zijn dat ik aan het eind van de dag, na lessen waarin ik veel heb geschreven, als een stoffig konijn de school verlaat. Maar dat neem ik voor lief.”

Edy Erkelens, leerkracht CBS Eben-Haëzer in Polsbroek

‘Ik vond er eentje via Marktplaats’

Eddy Erkelens geeft zijn leerlingen uit groep 7 van CBS Eben Haëzer te Polsbroek, les op een krijtbord, een digibord én een whiteboard.

“Even snel iets schrijven: dat lukt me niet zo goed en uitgebreid op een whiteboard of digibord. Voor je het weet ben je vijf kliks verder en ben je vergeten wat je ook alweer wilde noteren. In mijn lokaal hangen twee whiteboards – op eentje staat steevast de dagplanning -en een digibord. Een paar jaar geleden besefte ik: ik wil er een krijtbord bij. Via Marktplaats vond ik er een oudje, spotgoedkoop, ik moest hem wel even schoonmaken.

Het heeft iets nostalgisch, ik vind het mooi staan, maar het is vooral praktisch. Ik maak er aantekeningen op tijdens mijn uitleg, vooral tijdens wereldoriëntatie. Ik kan er kernwoorden op kwijt, tekeningetjes, kan met pijlen verbanden aantonen. Ook is het makkelijker om kleuren te gebruiken. Die software van een digibord werkt aardig hoor, maar als ik iets rood wil maken, moet ik eerst linksonderin klikken, het pennetje aanklikken, en dan de kleur rood, tik weer op het pennetje en dan kan ik pas een streepje zitten. Het werkt toch tien keer sneller met vier kleurtjes krijt in je handen?

Ook kan ik dingen dik onderstrepen, of dun inkleuren. Bij een whiteboard heb je eigenlijk met stiften maar één dikte, en als je vlakken wilt inkleuren wordt het één grote kliederboel. Krijt klop je zo van je kleren en handen af, dat spul is steeds minder hardnekkig en minder stoffig geworden. Die wisser uitkloppen hoeft ook niet meer.

In het begin waren de kinderen verrast. Een krijtbord? Inmiddels sta ik erom bekend, als ik weer een kunstwerkje heb gemaakt, zeggen ze: ‘Oh wat kunt u mooi tekenen’. Wat ik ook merk: ik betrek ze meer bij de stof. Dan leer ik ze iets over Australië, teken ik eerst alleen de contouren, vraag ik daarna: waar is de zee? En dat wijzen ze aan, kleur ik dan blauw en daarna: waar ligt de woestijn? Dat kleur ik dan geel. En dan wijzen we stuk voor stuk een paar plaatsen aan met rode bolletjes. Gooi je dat in één keer in een powerpoint, dan is het te veel informatie in één keer voor die kinderen. Met dat krijtbord heb ik meer het gevoel dat we het samen doen, stapje voor stapje.”

Dit artikel las je gratis uit het Onderwijsblad van juni. Elke maand nieuws, achtergronden en tips in je brievenbus? Word AOb-lid!

Meer nieuws