Ongeveer 20 procent van de beroepsbevolking kampt met een risicovolle chronische aandoening.
Ongeveer 20 procent van de beroepsbevolking kampt met een risicovolle chronische aandoening.

Thuis sinds de lockdown

Bijna elk team telt er wel een aantal: leraren die tot de risicogroep voor corona behoren of naasten hebben in die categorie. Duizenden leraren zitten daardoor thuis, sommigen al sinds de lockdown. “Ik mis het directe contact ontzettend.”

Half maart was Cor van Kuijeren (63) voor het laatst op rsg Slingerbos Levant in Zeewolde. Even snel, via de conciërge, om een grote boodschappentas vol spullen uit het verlaten schoolgebouw te halen. Sindsdien werkt de docent geschiedenis thuis. Vanwege astma behoort hij officieel tot de risicogroep*Onder de risicogroepen vallen mensen die een hoger risico hebben om ernstig ziek te worden na een besmetting met het coronavirus. Het gaat om mensen boven zeventig jaar en/of met een van de volgende aandoeningen: chronische luchtweg, long- of hartproblemen (onder behandeling van arts), suiker- of nierziekte, een verminderde weerstand tegen infecties, ernstige leverziekte en zeer ernstig overgewicht. Zie rivm.nl voor de nadere toelichting. .

Het was nota bene een collega die hem erop wees en vroeg waarom hij niet naar huis ging. “Het is gek, maar je denkt toch steeds: Die les is belangrijk of die ene toets moet nog”, vertelt hij. “Allemaal irreële ideeën om op school te blijven werken. Want als ik ziek word, is een ziekenhuisopname vrijwel meteen het gevolg.”

Dodelijk

Vooral bij mensen met een verminderde afweer, zoals chronisch zieken, kan covid-19 namelijk uitlopen op een ernstige longontsteking met soms dodelijke afloop. Van Kuijeren is niet de enige docent die daarom al meer dan een half jaar thuis is. Exacte cijfers over het aantal leraren dat tot de risicogroep behoort, zijn er niet.

Ongeveer 20 procent van de Nederlandse beroepsbevolking kampt echter met een risicovolle chronische aandoening als astma, hart- en vaatziekte of diabetes. Dat zou grofweg betekenen dat van de ruim 250 duizend leraren in Nederland er maar liefst 50 duizend tot de risicogroep behoren. En daar komen de leraren met een huisgenoot die in de risicogroep valt, nog bij.

Gemiddeld ontbraken er drie leerkrachten per school omdat zij of hun huisgenoten tot de risicogroep behoren

Voor de zomer startte daarom meer dan de helft van de basisscholen met een incompleet team, zo bleek uit onderzoek van onderzoeksbureau Duo. Er ontbraken gemiddeld drie leerkrachten per school omdat zij of hun huisgenoten tot de risicogroep behoren. Een voorbeeld is Miranda Reus (44), leerkracht op basisschool Jan Ligthart in Appingedam.

Hoewel ze met diabetes zelf tot de risicogroep behoort, bleef ze vooral thuis vanwege haar gehandicapte zoon Tygo. “Als mijn man en ik ziek worden, wie kan er dan voor hem zorgen? Tygo ziet slecht, praat niet en is rolstoelafhankelijk. Zijn verzorging is niet iets wat je er zomaar bij kunt doen”, legt ze uit.

Ongrijpbaar

De tijd thuis vond ze best zwaar en niet alleen vanwege de combinatie van thuiswerken en de zorg voor haar zoon. “Ik vond het ook spannend, omdat de ziekte zo ongrijpbaar lijkt. Als iemand aanbelde, durfde ik eigenlijk niet open te doen. Ik volgde ook continu het nieuws, om gek van te worden.”

Toen haar zoon weer naar de dagbesteding kon, kon zij ‘meters maken’. “Het was wel slikken toen mijn collega’s aan het werk gingen en ik niet. Maar ik heb het geluk dat ik een goede lio-stagiair had die mij er via het digibord af en toe bij betrok. Verder begeleidde ik leerlingen die ook thuisbleven. Dat deden mijn drie andere collega’s die vanwege corona thuis waren ook.”

Altijd alert

In overleg met de bedrijfsarts is ze het nieuwe jaar weer op school gestart. “Heerlijk, ik heb het lesgeven zo gemist”, zegt ze. “De situatie is anders dan voor de zomer. Het aantal besmettingen nam niet toe toen collega’s weer aan de slag gingen. Dat stelde me gerust. Bovendien geldt de afspraak dat we niet te lang op school blijven en ik vergader nog steeds op afstand. Met de kleuters lukt het niet altijd om afstand te bewaren en als een kind huilt, troost ik ‘m ook gewoon. Maar ik blijf er wel altijd alert op.”

Uit een AOb-enquête onder drieduizend leraren in het voortgezet onderwijs blijkt dat iedereen dit schooljaar weer massaal aan de slag is gegaan, risicogroep of niet. Dat geldt niet voor Hilde Zwerver (45), docent mens en maatschappij op het Morgencollege in Harderwijk. Ze heeft de auto-immuunziekte dermatomyositis, die spier- en huidontstekingen veroorzaakt en is daardoor afhankelijk van een elektrische rolstoel. Al twintig jaar geeft ze met veel plezier les. “Ik vind het leuk om jonge mensen iets te leren. Bovendien krijgen ze op deze manier automatisch mee dat mensen in een rolstoel ook gewone mensen zijn.”

‘Mijn wereld is nu enorm beperkt en het voelt soms heel alleen’

Het is de band met de leerlingen die ze dan ook het meeste mist, nu ze sinds de lockdown vanuit huis werkt. De leerlingen volgen haar les via Teams in het lokaal, terwijl een assistent toezicht houdt. Elke dag start het team met een scrum-moment, waar Zwerver ook online bij aanwezig is. “Verder is er veel contact via de mail of via Teams, dus dat gaat prima”, vertelt ze.

“Dat ik afhankelijk ben van collega’s en weer een uitzonderingspositie heb, vind ik alleen best wel lastig”, vervolgt Zwerver. “Bovendien mis ik het echte contact ontzettend. Voor veel leerlingen ben ik een luisterend oor, dat gaat via de computer minder goed. Ik moet er niet aan denken dat deze situatie nog een heel jaar kan duren. Mijn wereld is nu enorm beperkt en het voelt soms heel alleen.”

Vrijheid

Ook docent Cor van Kuijeren mist het persoonlijk contact. “De gesprekken met collega’s, het samen een bakkie doen. Ik ben dan wel bij vergaderingen via de laptop, maar zo’n verbinding is niet optimaal. Ik hou ze alleen maar op, denk ik wel eens. Het continue via de computer lesgeven en vergaderen, vind ik bovendien heel inspannend.”

Wat helpt is het contact met een groepje collega’s die in dezelfde situatie zitten als hij. “Dat we ervaringen en ideeën kunnen uitwisselen, is erg prettig”, vertelt hij. “Bijvoorbeeld over hoe zij hun online lessen vormgeven, waar ze tegenaan lopen of waar zet je de streep in het aantal uren per dag achter de computer? Ik hoop eigenlijk dat er een soort landelijk platform komt voor lotgenoten zodat we niet allemaal hetzelfde wiel hoeven uit te vinden.”

‘Dat ik niet weet hoe lang dit nog gaat duren, zorgt ervoor dat mijn motivatie daalt’

Vooral de onzekerheid over hoe het virus zich verder ontwikkelt, vindt hij lastig. Ook al is de teamleider heel begripvol en neemt de school maatregelen zoals een assistent in de klas, de situatie blijft verre van ideaal. Van Kuijeren: “Echte interactie met de leerlingen, zoals een compliment geven of een praatje maken, is niet mogelijk. Ik ben kerngezond en toch thuis alsof ik ziek ben. Dat ik niet weet hoe lang dit nog gaat duren, zorgt ervoor dat mijn motivatie daalt. Ik hoop dat er snel een vaccin komt!”

Een vaccin is waar alle hoop op gevestigd is. “Dat maakt dat ik er weer op uit durf en met mensen om kan gaan”, vertelt Hilde Zwerver. “Een vaccin betekent vrijheid”, vult Miranda Reus aan. “Dan kan ik mijn familie knuffelen of eindelijk vrienden bezoeken die ik al maanden niet meer heb gezien. Daar kijk ik echt naar uit.”

Lees hier meer over rechten en plichten van de leraar in coronatijd. 

Dit artikel verscheen in het Onderwijsblad van oktober. Elke maand het Onderwijsblad in je bus? Word lid van de AOb!

 

Meer nieuws

De gelukkige leraar

Op scholen waar geluk op de agenda staat, werken leraren en leerlingen met meer plezier en energie, zijn ze minder vaak ziek en presteren ze... LEES VERDER