Docent Anika Embrechts van Saxion hogeschool geeft twee dagdelen per week les aan mbo-studenten: “Om te begrijpen hoe iets werkt moet je oefenen. Juist deze manier van werken zijn mbo’ers niet zo gewend.”
Docent Anika Embrechts van Saxion hogeschool geeft twee dagdelen per week les aan mbo-studenten: “Om te begrijpen hoe iets werkt moet je oefenen. Juist deze manier van werken zijn mbo’ers niet zo gewend.”

Beeld: Angeliek de Jonge

Soepel van mbo naar hbo

In Enschede volgt een groep mbo’ers in hun laatste jaar alvast vakken op het hbo. Ze leren er docenten kennen, het gebouw en belangrijker nog: de manier van leren. Eenmaal doorgestroomd doen ze het beter dan de havisten.

Het grootste verschil tussen mbo’ers en hbo’ers? Anika Embrechts denkt even na. Ze geeft inmiddels zes jaar les op Saxion hogeschool, waarvan de afgelopen vier jaar ook aan derdejaars van de mbo niveau 4-opleiding onderwijsassistent. “In het begin hangen de mbo-studenten nog erg aan feitjes. Begrippen stampen, definities uit het hoofd leren: dat zijn ze gewend. Na de kerstvakantie zie je dat bij de meesten het kwartje valt. Zo van: Oh, maar als ik begrijp hoe iets werkt, maakt het niet meer uit welke vragen er worden gesteld.”

‘Mbo studenten hangen nog erg aan feitjes’

Verschrikkelijk

Het is vrijdagmiddag wanneer zo’n 25 Roc van Twente-studenten een technieklokaal op het Saxion in Enschede binnenstromen. Ze zijn die ochtend op hun stageschool geweest en komen uit alle hoeken van de regio. Op de tafels ligt het materiaal al overvloedig voor hen uitgestald: K’nex, Kapla, Lego, klei. “Leuk, lekker knutselen!” roept één van hen. “Ja”, zegt Embrechts, die de jolige groep met moeite stil krijgt: “maar er staan ook een paar vragen op het bord.” De studenten moeten bedenken welke techniekbegrippen ze met behulp van de materialen aan basisschoolkinderen kunnen uitleggen. Marleen ter Hedde (22) zucht. “Techniek, dat vond ik zelf op de basisschool al verschrikkelijk.”

Techniekles van Anika Embrechts (midden). (Beeld: Angeliek de Jonge)

Toch gaat ze braaf aan de slag met een pinbord waarop ze een ketting langs radartjes geleidt. Ook Sema Hokkaömeroglu (19), een tafeltje verderop, probeert verwoed met eenvoudige houten stokjes een brugconstructie op te zetten die – mits goed gebouwd – zichzelf overeind houdt. Zij vindt natuur & techniek wel leuk. “Mijn zwakke punt is Engels, maar daar is gelukkig geen toelatingstoets voor.” Net als veel jaargenoten wil ze hierna naar de pabo. “Als onderwijsassistent krijg je veel losse klusjes. Ik wil juf worden en zelf een klas draaien.”

Met het keuzedeel ‘voorbereiding pabo’ slaan Saxion en Roc van Twente twee vliegen in één klap. De lessen bereiden inhoudelijk voor op de toelatingstoetsen voor de pabo in de vakken geschiedenis, natuur & techniek en aardrijkskunde en de mbo-ers leren alvast hoe het er aan toe gaat op het hbo.

Propedeuse

Bij Roc van Twente kiest nog steeds 40 à 45 procent van de onderwijsassistenten na het mbo voor de pabo. Het leeuwendeel slaagt voor die toelatingstoetsen. Eenmaal op de pabo doen ze het beduidend beter dan gemiddeld. Afgelopen vier jaar haalde tussen de 60 en 80 procent van de mbo’ers binnen één jaar hun propedeuse op de Saxion-pabo.

De uitval onder de mbo-doorstroomgroep is opvallend laag

Daarmee overstijgen ze de havisten ruimschoots, vertelt Embrechts. Vorig jaar sleepte 30 procent van de havisten alle punten in het eerste jaar binnen. Ook de uitval onder de mbo-doorstroomgroep is opvallend laag, 14 procent stopte in 2017 in het eerste studiejaar. Terwijl 34 procent van de voormalig havisten er de brui aan gaf. Maar, stelt Embrecht: “Dat kan ook zijn omdat havisten het hbo-niveau nog niet goed kunnen inschatten en het lesgeven op de basisschool nog niet kennen. Mbo’ers hebben dan al drie jaar stages gelopen.”

Met het keuzedeel ‘voorbereiding pabo’ slaan Saxion en Roc van Twente twee vliegen in één klap. De lessen bereiden inhoudelijk voor op de toelatingstoetsen voor de pabo in de vakken geschiedenis, natuur & techniek en aardrijkskunde. (Beeld: Angeliek de Jonge)

Volgens Embrechts ligt de meerwaarde van het keuzedeel er vooral in dat studenten al een jaar lang met hun vervolgopleiding bezig zijn. “In dat jaar zien en verkennen de mbo’ers meer mogelijkheden. Sommige studenten kiezen er uiteindelijk voor om eerst te gaan werken en daarna de deeltijd-pabo te doen. Of om bijvoorbeeld de opleiding voor tweedegraads geschiedenisleraar te volgen in plaats van de pabo.”

Bepalend in de Twentse aanpak is de docentenuitleen, denkt Freek Boswinkel van Roc van Twente. Vier jaar geleden breidden Boswinkel en Embrechts de al bestaande samenwerking uit tot het huidige keuzedeel. Het verschil met andere mbo-keuzedelen die voorbereiden op het hbo: studenten lopen al wekelijks – op vrijdagmiddagen – rond op hun potentieel volgende school en krijgen daar les van hbo-docenten. Op dinsdagochtenden komen diezelfde hbo-docenten naar het roc in Almelo. Boswinkel stelt: “Wij mbo-docenten kunnen niet op een hbo-manier lesgeven. Dat zit niet in onze genen, in onze cultuur. Wij zijn toch meer van de studenten ondersteunen, de stof in kleinere stukjes knippen en steeds vragen: Begrijpen jullie het? Een hbo-docent knalt er gewoon doorheen en zegt aan het eind van het verhaal: Volgende week hebben jullie dit en dat gelezen.”

‘Mbo-docenten kunnen niet op een hbo-manier lesgeven’

Dat laatste blijkt inderdaad het geval tijdens de pittige aardrijkskundeles aan het einde van de vrijdagmiddag. Docent Ursela Linthorst gaat in hoog tempo door de stof. Van atlasvaardigheden, naar eb en vloed en het daarmee samenhangende begrip middelpuntvliedende kracht. Tijdens haar les blijkt ook de hang naar duidelijkheid van de mbo’ers. “Mevrouw, kunt u nog één keer zeggen: wat is dan precies de definitie?” “Gaat u dit vragen op de toets?” En: “Mag ik een foto nemen van het bord?” Linthorst schrijft begrippen en hun betekenis op het whiteboard terwijl ze deze uitlegt. Foto’s maken, vindt ze geen goed idee. “Nee, schrijf maar mee, dan onthoud je het beter.”

Twee cijfers

Na de les vertelt Linthorst dat het pittig is voor de mbo-studenten. Veel van hen hebben sinds het eerste of tweede jaar van het vmbo geen aardrijkskunde meer gehad. Om een idee te krijgen hoe ze ervoor staan krijgen de studenten voor alle drie de vakken die ze van hbo-docenten krijgen voor toetsen twee cijfers: eentje op hbo-niveau en eentje op mbo-niveau. Linthorst moet de eerste toets nog in elkaar zetten. “Dat is best een karwei. Ik denk dat ik multiple choice doe voor het mbo-niveau en meer open vragen met betrekking tot begrip voor het hbo-niveau.” Boswinkel weet inmiddels: “Tijdens zo’n eerste toets regent het tweeën, op hbo-niveau dan hè. Studenten schrikken daarvan, maar vervolgens hebben ze de rest van het jaar om naar het niveau toe te groeien.”

Bij Roc van Twente kiest nog steeds 40 à 45 procent van de onderwijsassistenten na het mbo voor de pabo. (Beeld: Angeliek de Jonge)

Terug naar de klas van Embrechts. Want relatief vrijblijvend bezig zijn met Jenga, of sponsjes in verband stapelen lijkt helemaal niet zo ‘hbo-ig’. Maar Embrechts legt uit dat ze juist zo werkt aan het inzicht van de studenten. “Om te begrijpen hoe iets werkt moet je oefenen, het zelf uitproberen en verbanden leggen. Juist deze manier van werken zijn ze niet zo gewend.”

Vanaf februari 2019 gaan de Roc van Twente-opleidingen onderwijsassistent en maatschappelijke zorg op eenzelfde manier samenwerken met de Saxion studierichting Social work.

Dit artikel verscheen ook in het Onderwijsblad van januari 2019. Het Onderwijsblad elke maand ontvangen? Word lid van de AOb!

Meer nieuws