Beeld: Typetank

Overleven op de basisschool als zij-instromer

Zij-instromers zijn vanuit een ander beroep leraar geworden. Hoe vonden ze die overgang? Hebben ze de ideale baan gevonden? Journalist Mandy Pijl werkte bijna vijf jaar als zij-instromer in het primair onderwijs. Ze ging bij zichzelf en collega-zij-instromers te rade. "Leven voor het onderwijs, daar heb ik nog moeite mee."

Tot twee jaar geleden was ook ik juf. De officiële lezing waarom ik ermee stopte: ik kon het schrijven niet laten, en de combinatie schrijven en onderwijs knelde gigantisch. Maar is dat helemaal waar? Ben ik als zij-instromer ook niet een beetje op het onderwijs afgeknapt?

De vacature van een openbare basisschool die per direct een leerkracht zoekt, komt, als geroepen. Het lijkt me mijn kans. De school – hij bestaat inmiddels niet meer – een leerkracht, ik een baan. Helemaal zonder na te denken maak ik mijn keuze niet. Lesgeven lijkt me zinvoller werk dan het solistische, freelance schrijven dat ik doe. Ik solliciteer en een week later heb ik mijn eigen groep 6/7. Ik deel hem met een ervaren leerkracht en een andere zij-instromer. Zij haakt later af.

Teleurstelling

Zij-instromers kunnen snel aan de slag, omdat ze werkervaring meebrengen. Voormalig p&o’er en loopbaantrainer Agnes Wijma ontdekt dat niet alleen zijzelf, maar ook haar nieuwe collega’s wat aan haar werkervaring kunnen hebben. “Toen een collega hoorde dat ik communicatietrainingen had gegeven, wilde ze graag weten wat ze kon doen om oudergesprekken nog beter te laten verlopen.”

Tot haar teleurstelling hebben op haar volgende school maar weinig andere leraren interesse voor haar knowhow. “Mijn achtergrond was zo anders, mijn collega’s konden zich gewoonweg geen beeld vormen van het werk dat ik had gedaan. Ik vond het onderwijs daarom een eiland”, zegt ze.

Eenzijdig

“Het viel me op dat het carrièreverloop van de gemiddelde leerkracht behoorlijk eenzijdig was. Van carrière-ontwikkeling had men geen beeld. Het opstellen van een persoonlijk ontwikkelingsplan, in het bedrijfsleven normaal, beschouwden sommigen als bedreigend. Ze vonden het raar dat ik na twee jaar een andere groep wilde en dat ik zorgcoördinator werd.”

Terwijl Agnes ideeën ontwikkelt over hoe dingen anders kunnen in het onderwijs, ben ik vooral bezig te overleven. Ik heb een groep van zo’n twintig leerlingen, onder wie twaalf zorgleerlingen. Ik moet omgaan met taalachterstanden, adhd, autisme en agressie. Pas na negen maanden kan ik aan mijn studie aan de Hogeschool Utrecht beginnen. Instromen in het huidige studiejaar blijkt onmogelijk.

‘Het viel me op dat het carrièreverloop van de gemiddelde leerkracht behoorlijk eenzijdig was’

Een gemotiveerd team wil me helpen, maar ook mijn collega’s zijn overbelast. Er zijn veel wisselingen in het personeelsbestand en lange tijd is er geen vaste directeur. Van beleid en structuur staan alleen nog de vage contouren overeind.

Overleven lukt dankzij coachingsgesprekken die spontaan ontstaan met mijn collega van groep 5/6. Hij benadrukt wat wel goed gaat en welke kwaliteiten hij bij me ziet. Op die complimenten teer ik tot aan de zomervakantie.

In het nieuwe schooljaar is hij mijn vaste coach en vooral dankzij zijn begeleiding red ik het om groep 7/8 te draaien: de kinderen zo goed mogelijk de zorg te geven die ze nodig hebben en de oudsten te helpen bij de voorbereidingen op de Cito-toets en de overgang naar het voortgezet onderwijs.

Maar het overkomt me allemaal. Dat het ook anders kan, ontdek ik als ik naar een andere baan solliciteer en terechtkom op basisschool Wormerwieken in Wormer. Net als later zij-instromer Hedi Schuite, één van mijn studiegenoten. Ze is van oorsprong ruraal ontwikkelingssocioloog en werkt dan als kleuterleerkracht.

Afspraken

“Op mijn vorige scholen was ik gewend dat ik het klassenmanagement gaandeweg voor elkaar kreeg. Op Wormerwieken ontdekte ik dat dat niet nodig is. Overal waren afspraken over, en alles was zo gestructureerd, dat de groepsorganisatie vanaf het begin helder was. Pas toen ontdekte ik wat ik aan vaardigheden miste”, vertelt ze.

“Voor het eerst werd er kritisch naar me gekeken, en juist daardoor ben ik als leerkracht gegroeid. Door mijn universitaire achtergrond dacht ik nog vaak op beleidsniveau. Door mijn werk als socioloog keek ik vaak naar hoe mensen op elkaar reageren. Terwijl het in het onderwijs om meer basale dingen gaat. Ik kon in gedachten al bezig zijn met niveaugroepen, terwijl ik mijn kieskast nog niet op orde had.”

‘Door mijn universitaire achtergrond dacht ik nog vaak op beleidsniveau’

Ze vervolgt: “Ik groei hier ook. De video-interactiebegeleiding die ik krijg, leert me naar mezelf te kijken en ik sta gaandeweg zelfverzekerder voor de groep. Maar de gestructureerdheid van de school geeft me ook het gevoel dat ik een beginneling ben. Het kost me zeker anderhalf schooljaar om een beeld te krijgen van wat er van me, naast de lesgebonden taken, op onder meer administratief gebied wordt verwacht.”

Oude baan

Net als ik heeft ook Agnes Wijma haar oude beroep weer opgepakt. Ze werkt nu als zelfstandig loopbaancoach. “Als ik eerlijk ben, vind ik de werkdruk in het onderwijs achteraf wel een beetje meevallen. Als ondernemer maak ik ook veel uren. Het was vooral lastig dat over die werkdruk veel werd geklaagd, dat er weinig werd gedaan om het te veranderen. Ook werd het soms als excuus gebruikt om je afspraken niet te hoeven nakomen. Terwijl het wel anders kon, met minder vergaderingen bijvoorbeeld.”

Zijn het verloren jaren geweest in het onderwijs? Voor mij zeker niet. Als ik aan mijn onderwijsjaren denk, denk ik altijd aan die oude slogan: je leert nergens zoveel als in het onderwijs. Van een solistische werker ben ik daar gegroeid tot iemand die goed kan samenwerken.

Ik heb veel geleerd over groepsprocessen en mijn eigen rol daarin. Ik heb ingezien dat ook ik – toch wel iemand van het type einzelgänger – behoefte heb aan samenwerking met anderen om geïnspireerd te blijven.

Agnes heeft evenmin spijt van haar onderwijsavontuur. “Het onderwijs heeft me een spiegel voorgehouden. Ik zie nu in dat ik soms wel erg hoge eisen aan mezelf, en soms aan anderen stel. En dat veranderingen in organisaties nu eenmaal langzaam gaan. Maar bovenal heb ik ondervonden hoe belangrijk het is om werk te doen dat echt bij je past.”

Dit is een bewerkt artikel uit het Onderwijsblad: Overleven op de basisschool. 

Meer nieuws

School ontslaat docent onterecht

Het Martinuscollege in Grootebroek heeft in 2017 onterecht een docent ontslagen die buiten de schoolvakantie om een aantal verlofdagen had opgenomen. De school voor vmbo,... LEES VERDER