Nadat Amy in groep 7 aan haar klas vertelde dat ze zich een meisje voelde, werd ze lange tijd gepest. Beeld Angeliek de Jonge
Nadat Amy in groep 7 aan haar klas vertelde dat ze zich een meisje voelde, werd ze lange tijd gepest. Beeld Angeliek de Jonge

Onwetendheid nekt transgenders

Hoe ga je om met leerlingen met genderdysforie? Twee transgenders blikken terug op hun coming-out op school en de tijd daarna. “Het belangrijkste is: creëer een veilig klimaat.”

Toen Amy in groep 7 een spreekbeurt gaf over genderdysforie en daarbij ook aan haar klasgenoten vertelde dat zij zich – ondanks het feit dat ze als jongen geboren was een meisje voelde, werd er aanvankelijk ‘best goed’ op gereageerd. “Maar de dag daarna begon het pesten”, vertelt Amy die intussen 20 jaar is en in september met de lerarenopleiding Engels is begonnen. “In die tijd ben ik genegeerd, uitgescholden en in elkaar geslagen. Het was zo erg dat ik weer als jongen door het leven wilde gaan en me van de wachtlijst van de genderkliniek in Amsterdam heb laten halen.”

‘Een spreekbeurt over krokodillen begrijp ik, maar eentje over genderdysforie gaat vaak mis’

Gert Bekendam kent de verhalen van scholen die met de beste bedoelingen transgenderkinderen helpen om met een spreekbeurt of powerpointpresentatie ‘uit de kast te komen’.
“Een spreekbeurt over krokodillen begrijp ik, maar hoe kun je een kind over iets waar zoveel emoties bij komen kijken, laten vertellen op een manier dat andere kinderen het begrijpen. Dat is niet te doen en het gaat ook heel vaak mis.” Bekendam werkte jaren als docent en conrector in het voortgezet onderwijs en kwam in 2005 in aanraking met een transgenderleerling die hij begeleidde bij haar coming-out. Nadat hij op een studiedag met vierhonderd intern begeleiders en decanen daarover sprak, was zijn naam gevestigd. “In die tijd was in het land der blinden eenoog koning”, zegt hij bescheiden.

Transgenderzorg

Intussen is Bekendam sinds zijn pensionering in dienst bij Youz in Zaandam, een ggz-instelling die jongeren gespecialiseerde transgenderzorg biedt, en heeft hij zo’n vijfhonderd leerlingen geholpen bij hun coming-out op school. Voor de coming-outs in de klas heeft Bekendam een format ontwikkeld waarmee hij het thema in een mentoruur onder de aandacht brengt en uitlegt. “Pas na een tijdje vestig ik de aandacht op de leerling in kwestie – die ik trouwens in een voorgesprek altijd vraag vooraan in de klas te gaan zitten zodat niet iedereen hem of haar omgedraaid gaat zitten aanstaren.

Amy merkt dat er meer aandacht voor genderdysforie is in de samenleving en de media. “Het wordt steeds meer bespreekbaar.” Beeld Angeliek de Jonge

Amy merkt dat er meer aandacht voor genderdysforie is in de samenleving en de media. “Het wordt steeds meer bespreekbaar.”
Beeld Angeliek de Jonge

Zo’n coming-out gaat nogal eens gepaard met veel emotie, daarom hou ik continu de regie. Klasgenoten worden uitgenodigd om hun vragen te stellen aan de transgenderleerling. Daar wordt in vwo-klassen mondjesmaat gebruik van gemaakt, terwijl in vmbo-klassen de reacties minder terughoudend zijn.”
Maar zelfs als alles goed verloopt en er veel steunbetuigingen zijn, is het werk nog niet gedaan, zegt Bekendam. “Op het moment dat ik voor die klas sta, gaat er bij de administratie een brief uit naar alle ouders over dit onderwerp. Dat is belangrijk, want door ouders op de hoogte te stellen zorg je ervoor dat er thuis over nagepraat kan worden.”

Onwetendheid

Bij Amy die op de middelbare school een nieuwe poging deed, nu wel onder begeleiding, mocht het allemaal niet baten. “Op zich ging de coming-out goed en mijn begeleider heeft toen ook in alle derde klassen een presentatie gegeven. Maar er was veel onwetendheid bij leerlingen en docenten. Ik zat destijds op een christelijke school in een dorp in de biblebelt waar velen nog nooit van genderdysforie hadden gehoord. De dagen daarna werd ik vaak nageroepen. Ook stuurden docenten mij er regelmatig uit, om niets. Ik had het gevoel dat ze mij een freak vonden. En als ik dan bij de directie kwam en vertelde dat ik er onterecht was uitgestuurd, kozen ze altijd de kant van de docenten.”

Amy had op haar middelbare school in de biblebelt het gevoel dat leerlingen en leraren haar een <em>freak</em> vonden.

Amy had op haar middelbare school in de biblebelt het gevoel dat leerlingen en leraren haar een freak vonden. Beeld Angeliek de Jonge

High fives

Mick (ook 20, niet zijn echte naam) beleefde een soepele coming-out op zijn basisschool. “Ik kreeg veel high fives en andere leerlingen wilden ineens met me spelen, terwijl ze me daarvoor nog negeerden.” Toch bleef hij zich enigszins eenzaam voelen. Op de middelbare school had hij daar veel minder last van, want daar vond hij snel een groepje vrienden bij wie hij zich thuis voelde. “Ik was toen ook zekerder van mezelf was en had een grotere bek, dat scheelt ook.”
Toch kreeg hij in zijn middelbare schooltijd een terugslag toen hij tijdens een kamp waar hij continu ‘het’ genoemd werd door klasgenoten. “Gelukkig heb ik daar goed over kunnen praten met mijn mentor en met hem heb ik het toen bespreekbaar gemaakt in de klas. Dat hielp.”

Mick werd tijdens een kamp continu ‘het’ genoemd

Volgens Bekendam is de dag na een coming-out op school misschien nog wel belangrijker dan de coming-outdag zelf. “Dan keert het dagelijkse patroon terug en kan het begrip en de acceptatie wegzakken. Wat je nog weleens ziet is dat jongens op de dag van de coming-out zich heel positief opstellen, zo van ‘ja natuurlijk mag je mee gymmen met ons’, maar als de gymles dan een dag later op het rooster staat, krabbelen ze toch terug.” Als school moet je dat goed monitoren, vindt Bekendam. Ook moeten scholen het gewenste gender aanpassen in de administratie en goede afspraken maken over waar de jongen of meisje in kwestie zich kan omkleden. “Verder hebben de meeste scholen geen genderneutrale toiletten. Wat je regelmatig ziet is dat transgenderleerlingen uit schaamte de hele dag hun behoefte ophouden en pas naar de wc gaan als ze weer thuis zijn. Heel vervelend en ook nog eens heel ongezond.”

Acceptatie

Mick denkt dat hij het misschien wat makkelijker heeft gehad dan anderen, omdat zijn middelbare school al ervaring had met een eerdere transgenderleerling. “Als iemand maar enig aanstalten maakte om mij te pesten, dan zat de school er meteen bovenop. En het was nooit een probleem als ik tijdens school naar de genderkliniek in Amsterdam moest.”
Toch denkt hij, net als Amy, dat scholen meer hun best moeten doen om een veilig klimaat te creëren voor genderdiversiteit. “Dat begint met aandacht voor het onderwerp”, zegt hij. “In schoolboeken is er meestal maar één bladzijde aandacht voor homoseksualiteit en één paragraafje voor genderdysforie. Nee, wijd er een heel hoofdstuk aan en maak er een project van zodat leerlingen echt moeten gaan onderzoeken wat het inhoudt. Dan gaan ze het meer begrijpen en word je als transgender veel eerder geaccepteerd.”

‘Transgenderleerlingen houden uit schaamte vaak de hele dag hun behoefte op en gaan pas thuis naar de wc’

Amy merkt dat er meer aandacht voor genderdysforie is in de samenleving en de media, met tv-programma’s als Hij is een zij en met youtubers als Nikkie de Jager. “Voor mij persoonlijk doet het niet zoveel, maar ik merk wel dat mensen het erover hebben, het wordt dus steeds meer bespreekbaar.”
Gert Bekendam verwacht dat zijn expertise de komende jaren nog wel nodig zal zijn in het onderwijs. “De meeste scholen waar ik kom, maken dit maar één keer in de zoveel tijd mee, dus expertise opbouwen wordt dan lastig.” Over drie jaar wil hij ermee stoppen – hij is 69 – maar een opvolger heeft hij nog niet gevonden. “Er zijn wel mensen geweest die ik geprobeerd heb op te leiden, maar dat is alle keren op niets uitgelopen. Misschien kwam dat omdat het allemaal mensen waren van buiten het onderwijs. Uiteindelijk gaat het erom dat je het goed weet over te brengen en dat het beklijft in zo’n klas. Onderwijservaring is belangrijker dan kennis van genderproblematiek.”

Scholen die de schoolcultuur genderinclusief willen maken, kunnen daarvoor terecht bij Transgender Netwerk Nederland, dat het ‘Genderdoeboek’ voor scholen heeft ontwikkeld met daarin informatie over genderdiversiteit, adviezen en praktisch tips.

De GSA Onderwijsstandaard van COC Nederland, een tool die leerlingen en docenten op concrete wijze helpt om van hun school een fijne en veilige plek te maken voor iedereen. Door in te loggen vind je daar ook concrete tips voor scholen.

Gay & School (onderdeel van stichting School en Veiligheid) heeft op haar website uitgebreide informatie voor transgenderleerlingen.

Meer nieuws

De gelukkige leraar

Op scholen waar geluk op de agenda staat, werken leraren en leerlingen met meer plezier en energie, zijn ze minder vaak ziek en presteren ze... LEES VERDER