‘Het salaris beïnvloedt de beslissing om naar een lerarenopleiding te gaan, om leraar te worden na het afstuderen, om terug te keren naar het onderwijs na een andere baan of om leraar te blijven’, constateert de Oeso, de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling.
‘Het salaris beïnvloedt de beslissing om naar een lerarenopleiding te gaan, om leraar te worden na het afstuderen, om terug te keren naar het onderwijs na een andere baan of om leraar te blijven’, constateert de Oeso, de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling.

Beeld: Typetank

Oeso: ‘Salaris leraren moet omhoog’

‘Het salaris van leraren heeft direct impact op de aantrekkelijkheid van het leraarsberoep.’ De Oeso windt er in het vandaag verschenen rapport Education at a glance 2019 geen doekjes om.

In veel landen van de Oeso, de internationale denktank voor economische ontwikkeling,  verdienen leraren stukken minder dan andere hoger opgeleiden. In Nederland worden leerkrachten internationaal gezien relatief goed betaald, met een stevige koopkracht. Maar de salarisachterstand ten opzichte van andere hoger opgeleiden is zeker in het primair onderwijs met 29 procent in 2018 hoog. In het voortgezet onderwijs is het verschil met 11 procent iets minder.

Salaris leraren ten opzichte van andere hoogopgeleiden

Europese Unie (EU) Nederland (NL)
Primair onderwijs – 15% – 29%
VO-onderbouw – 11% – 11%
VO-bovenbouw –  5% – 11%
Bron: Education at a glance 2019

In veel Oeso-landen gaan grote groepen oudere leraren met pensioen en is of dreigt er een lerarentekort. Net als Nederland staan veel landen voor een enorme wervingsopgave van nieuwe, jonge leraren. Een onderdeel daarvan zijn betere startsalarissen en carrièreperspectieven.

Dus is het advies van de Oeso aan regeringen om te overwegen meer te investeren in het leraarsberoep om de aantrekkelijkheid te vergroten. ‘Het salaris beïnvloedt de beslissing om naar een lerarenopleiding te gaan, om leraar te worden na het afstuderen, om terug te keren naar het onderwijs na een andere baan of om leraar te blijven’, constateert de Oeso.

Het advies van de Oeso aan regeringen is om te overwegen meer te investeren in het leraarsberoep om de aantrekkelijkheid te vergroten

Niet alleen het salaris bepaalt die aantrekkelijkheid, ook arbeidsomstandigheden als klassengrootte en het aantal lesuren dat een leraar voor het hele jaar op het programma heeft staan. De Oeso ziet die uitdaging ook voor Nederlandse leraren, zo meldt de organisatie in een apart landenrapport. ‘Leraren hebben een zwaardere lestaak en grotere klassen.’ In de rapportage worden het hoge aantal lesuren en de volle klassen expliciet genoemd.

‘Leraren hebben een zwaardere lestaak en grotere klassen in Nederland’

Goede cijfers over de klassengrootte heeft de Oeso niet, wel over het aantal leerlingen per leraar: de leerling-leraarratio. Die is in het basis- en voortgezet onderwijs al jaren hoger dan het gemiddelde in de Oeso en in Europa. In Nederland hebben leraren primair onderwijs gemiddeld 21 procent méér leerlingen dan hun collega’s in de EU, in het voortgezet onderwijs zelfs 29 procent. Nederlandse leraren geven bovendien meer lessen per jaar dan hun collega’s in andere landen.

Leerling-leraarratio is in Nederland stukken hoger

Europese Unie (EU) Nederland (NL) NL t.o.v. EU
Primair onderwijs 14 17 + 21 procent
Voortgezet onderwijs 12 17 + 29 procent
Bron: Education at a glance 2019

Lesuren die fulltime leraar per jaar geeft

Europese Unie (EU) Nederland (NL) NL t.o.v. EU
Primair onderwijs 790 930 + 18 procent
VO-onderbouw 697 750 + 8 procent
VO-bovenbouw 684 750 + 10 procent
Bron: Education at a glance 2019

De Oeso waarschuwt wel dat landen met tekorten niet koste wat kost de gaten die door de pensioengolf ontstaan moeten dempen. Voor goed onderwijs zijn goed opgeleide leraren nodig, zeker nu het belang van goed onderwijs alleen maar toeneemt. Want zo schrijft de Oeso: ‘Intellectueel kapitaal is het meest waardevolle bezit van onze tijd geworden.’ Alleen met kennis kan de wereld, volgens de Oeso, de worsteling aan met technologische ontwikkelingen, migratie en klimaatverandering.

In het vandaag verschenen rapport Education at a glance 2019 is daarom een hoofdrol weggelegd voor het hoger onderwijs én de weg daar naar toe. Ondanks de groei van het hoger onderwijs, blijft de vraag naar hbo’ers en universitair geschoolden hoog. De Oeso ziet dat die groei er in Nederland wel is, maar is kritisch over de vormgeving van het voortgezet onderwijs. Jongeren die voor vmbo kiezen en willen doorstromen, moeten een lange route afleggen om het hoger onderwijs bereiken.

Lees het hele rapport Education at a glance 2019 via de website van de Oeso.

Meer nieuws

Leraar in spe kan de weg niet vinden

Deeltijders en zij-instromers van lerarenopleidingen zien door de bomen het bos niet meer. Kom daarom met een studentvriendelijk overzicht van het aanbod, adviseert de Onderwijsinspectie. LEES VERDER