Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven schaft de onderwijsovereenkomst in het mbo af. Het is een te grote administratieve last voor mbo-instellingen.
Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven schaft de onderwijsovereenkomst in het mbo af. Het is een te grote administratieve last voor mbo-instellingen.

Beeld: Rijksoverheid

Minister schaft onderwijsovereenkomst mbo af

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven (D66) schaft de onderwijsovereenkomst in het mbo af. Het contract tussen mbo-studenten en de instelling levert in de praktijk vooral veel administratieve rompslomp op. Daar maakt de minister nu een einde aan.

Aan het begin van hun opleiding tekenen alle mbo-studenten een onderwijsovereenkomst. In dit contract staan alle rechten en wederzijdse verplichtingen van de student en van de mbo-instelling. Ook kunnen afspraken over extra ondersteuning in een bijlage van het contract zijn opgenomen. Bij minderjarige studenten moeten ouders hun handtekening zetten.

Wet

Met het contract is de rechtspositie van studenten geborgd. Van Engelshoven wil die rechtspositie en alles wat in het contract staat nu in de wet vastleggen. Zo is het bijvoorbeeld ook geregeld in het hbo. In de wet komt dan onder meer te staan welke ondersteuning studenten mogen verwachten en wat er gebeurt bij schorsing. ‘De onderwijsovereenkomst werkt niet. We stoppen met deze overbodige papieren regel en gaan ervoor zorgen dat via de wet de positie van de student ten opzichte van zijn school écht wordt versterkt’, aldus Van Engelshoven.

‘De onderwijsovereenkomst werkt niet’

Toen de onderwijsovereenkomst werd ingevoerd in 1996, was het idee dat studenten zelf hun recht konden opeisen als scholen zich niet aan de regels houden. Nu blijkt dat het vaak een standaardformulier is en dat studenten amper hun recht opeisen met het contract. Het betekent vooral veel administratief werk voor scholen.

Klacht

Van Engelshoven wil daar nu een einde aan maken door het in de wet vast te leggen. Ze hoopt in de zomer van 2020 de wet gereed te hebben. Daarnaast wil de minister dat er een onafhankelijke organisatie komt waar studenten op een laagdrempelige manier hun klacht kunnen indienen. Nu is het zo dat ze daarvoor naar de rechter moeten en dat is voor veel studenten een grote stap.

AOb-bestuurder Tamar van Gelder is blij met het besluit van de minister. “Dit zal ongelofelijk veel betekenen voor de administratieve last op scholen. Ook voor mentors en docenten die achter studenten aan moeten zitten voor een handtekening. Dat het nu allemaal in de wet wordt vastgelegd, gunnen we alle studenten.”

Meer nieuws