Beeld: Pixabay

Het continurooster breekt leraren op

Het oprukkende continurooster in het basisonderwijs zet pauzes van leerkrachten onder druk. “Op papier lijkt het goed geregeld, maar in de praktijk werkt het niet.”

Leerkrachten Bernadette Wouters en Jacqueline Dufils denken met weemoed terug aan de tijd dat ze tussen de middag een uur pauze hadden. “Gewoon even rustig met je collega’s in de personeelskamer een kop soep eten, bij mooi weer lekker naar buiten om een korte wandeling te maken of op je gemak de spullen voor ’s middags klaarzetten”, vertelt Wouters.

Sinds de invoering van het continurooster op hun school de Zevensprong in Best, nu drie jaar geleden, zit dat er nauwelijks meer in. Leerlingen eten een kwartier in de klas en hebben daarna een half uur pauze. Onderwijspersoneel dat niet voor de klas staat, surveilleert dan, samen met ouders die zich daar vrijwillig voor aanmelden. Dufils: “Op papier lijkt het goed geregeld, maar in de praktijk werkt het niet. Vaak worden we er toch bij geroepen omdat er op het schoolplein brandjes geblust moeten worden en dat gaat dan ten koste van je pauze.”

“Op papier lijkt het goed geregeld, maar in de praktijk werkt het niet.”

Ook het feit dat onderwijsassistenten tijdens onderwijstijd de klas uit moeten om pleinwacht te lopen, ervaren de twee leerkrachten als een aderlating. “Doordat je ze dan niet in de klas hebt, zijn jouw mogelijkheden als leerkracht beperkter en neemt de werkdruk toe.”

Beeld: Typetank

Leerritme

Het continurooster maakt een opmars in onderwijsland. Meer dan de helft van alle basisscholen hanteert intussen een systeem waarbij leerlingen aaneengesloten les krijgen met hooguit drie kwartier pauze. Uit cijfers van Duo Onderwijsonderzoek van januari 2018 blijkt dat vier op de tien scholen werkt met een continurooster met woensdag- en soms vrijdagmiddag vrij. Nog eens 14 procent van de scholen hanteert het vijf-gelijke-dagenmodel waarbij leerlingen elke dag grofweg van half negen tot twee uur naar school gaan.

Redenen voor scholen om over te stappen zijn divers. Toch springen er een paar uit. Zo zouden leerlingen beter in het leerritme blijven en zou het voor ouders praktischer zijn omdat ze geen overblijfregeling hoeven te treffen en hun kinderen tussen de middag niet zelf thuis hoeven op te vangen. Wat vaak onderbelicht blijft, is het effect van de invoering van het continurooster op de werkdag van leerkrachten. Uit een onderzoek van CNV Onderwijs uit 2015 kwam naar voren dat ruim 80 procent van de leerkrachten binnen het continurooster niet aan een half uur pauze toekomt.

“Dat half uur pauze is keihard nodig”, zegt AOb-sectorbestuurder Anton Bodegraven, “zeker als je bedenkt dat een kwart van de leerkrachten te maken krijgt met burn-outklachten. Het onderwijs vraagt veel van een leerkracht, je hebt op zo’n dag echt even een moment nodig om te ontspannen.” De bepaling dat leerkrachten tussen tien en twee uur recht hebben op een half uur pauze of twee keer een kwartier is in de meest recente cao geschrapt. Teams moeten nu zelf binnen het werkverdelingsplan afspraken maken over pauzeregelingen.

Hangijzer

Op de Johannesschool in Amsterdam was de pauzeregeling al jaren een heet hangijzer, vertelt directeur Annelies Verkade. “Je hebt als school te maken met de Arbeidstijdenwet die stelt dat elke werknemer tijdens een werkdag recht heeft op een pauze van in totaal een half uur. Op onze school werken we met een continurooster van kwart voor negen tot kwart over twee. Tot voor kort surveilleerden de leerkrachten ook in de pauze van de leerlingen en dan hadden ze pas na schooltijd pauze. Maar in de praktijk namen ze die niet, omdat er bijvoorbeeld altijd wel een ouder stond met een vraag of omdat er nog snel iets nagekeken moest worden.” Daarnaast miste het team volgens Verkade een gezamenlijk moment op de dag om het eens over iets anders te hebben dan onderwijs. “Dat is niet gezond voor het individu en niet goed voor de cohesie van het team.”

Daarnaast miste het team volgens Verkade een gezamenlijk moment op de dag om het eens over iets anders te hebben dan onderwijs. “Dat is niet gezond voor het individu en niet goed voor de cohesie van het team.”

Toen het team van de Johannesschool vorig jaar moest bepalen hoe de werkdrukgelden besteed zouden worden, was er al snel een meerderheid te vinden voor het inschakelen van externe partij die de tussenschoolse opvang zou regelen. “Het is een dure grap”, zegt Verkade. “Maar we zijn er heel blij mee. Het is welbesteed geld.”

Toch ziet ze zelf wel wat nadelen. Zo worden voor dat half uur overblijfmedewerkers ingehuurd die niet altijd op een juiste manier conflicten oplossen. “Als leerkrachten zelf buiten lopen, verloopt de pauze toch een stuk rustiger.” Ook Arno Roelofs, directeur van daltonschool de Dolfijn in Heino, heeft overwogen een bedrijf in te huren om de pauzes van zijn leerkrachten te garanderen. “Maar daar is geen personeel voor te vinden. Er wonen in Heino maar vijfduizend mensen en iedereen werkt.” Daarom riep Roelofs alle ouders bijeen en deed een beroep op hen. Gezamenlijk spraken ze af dat ouders voortaan voor elk kind twee keer per jaar pleinwacht zouden lopen. “Dat redt niet iedereen, maar er is wat dat betreft een levendige ruilhandel met ouders die tegen een beloning van een bos bloemen of een fles wijn wel een extra beurt willen doen.”

Overigens zijn er in de pauze bij de Dolfijn ook altijd niet-onderwijsgevende medewerkers die toezicht houden. “Vandaag ben ik aan de beurt, dus als je het niet erg vindt, hang ik nu op.”

Beeld: Typetank

Pleinwacht

Op de school van Bernadette Wouters en Jacqueline Dufils zijn het ook ouders die pleinwacht lopen. Zij merken dat het steeds lastiger wordt om mensen daartoe bereid te vinden. “Daardoor kost de coördinatie ook steeds meer tijd”, stelt Wouters. Toch willen Wouters en haar collega’s geen tussenschoolse opvang financieren met de werkdrukgelden, zoals hun directeur ook weleens heeft voorgesteld. “Dat voelt niet goed”, zegt Dufils, “als werknemer heb je toch gewoon recht op pauze, het is toch te gek voor woorden dat je daarvoor middelen gaat inzetten die eigenlijk bedoeld zijn om te werkdruk te verlichten.”

AOb-bestuurder Anton Bodegraven raadt leerkrachten aan het probleem aan te kaarten bij de leidinggevende en het aan de orde te stellen tijdens het overleg over het werkverdelingsplan. En als je dan tot de minderheid behoort die er problemen mee heeft? “Probeer dan collega’s mee te krijgen. Het kan best zijn dat jonge collega’s er geen problemen mee hebben, maar de behoefte aan pauze kan na verloop van tijd sterker worden. Wijs jongere collega’s daar dan op.”

Als er geen goede oplossing mogelijk is, kan je als school altijd nog besluiten de invoering van het continurooster terug te draaien. Dan moet je wel eerst een ouderraadpleging doen en moet de medezeggenschapsraad instemmen met het nieuwe rooster. Bodegraven kent geen scholen die voor deze oplossing hebben gekozen. “Ik vrees dat het lastig wordt om ouders in zo’n situatie mee te krijgen, want je legt de verantwoordelijkheid dan weer bij hen. En ook de kosten van het overblijven trouwens.” Overigens wil de AOb de uitwerking van de afspraken in de cao over de werkverdeling monitoren en evalueren. “Eventuele problemen komen daar dan zeker aan het licht en deze kunnen aan de cao-tafel besproken worden”, aldus Bodegraven.

“Het continurooster waar ik de afgelopen jaren mee te maken had, heb ik echt als een soort van marathon ervaren. Je stond de hele dag aan.”

Anne van ’t Wout uit Scherpenzeel wacht daar niet op. Ze werkte zeventien jaar op diverse basisscholen in Amersfoort voordat ze deze zomer de overstap maakte naar het voortgezet speciaal onderwijs. “Voor mij was het gebrek aan pauze een belangrijke reden om de overstap te maken”, vertelt ze. “Het continurooster waar ik de afgelopen jaren mee te maken had, heb ik echt als een soort van marathon ervaren. Je stond de hele dag aan. Soms had je een kwartiertje pauze, maar dan liep je vaak toch nog op het schoolplein. Nu heb ik in het vso af en toe zelfs een tussenuur zodat ik even op adem kan komen. Heerlijk!”

Continurooster sluit niet goed aan op bioritme
Als argument voor het continurooster wordt vaak de structuur genoemd: leerlingen blijven door het continurooster beter in het schoolritme. Maar hoe verhoudt het continurooster zich tot het bioritme van kinderen? Dat is niet specifiek onderzocht, maar onderzoek van de BBC en de universiteit van Oxford toonde in 2017 aan dat negen- tot elfjarigen ’s middags alerter en minder slaperig zijn. Die uitkomst sluit aan bij de resultaten van een internationale literatuurstudie uit 2010. Onderwijsonderzoeker Geert Driessen citeert daarin studies die laten zien dat leerlingen zich het beste concentreren tussen tien en twaalf uur en tussen twee en half vijf. Bij veel scholen die het continurooster hanteren, houden de lessen juist tussen twee en half drie op.

Meer nieuws

Minder zij-instromers door corona

Het aantal zij-instromers in het primair onderwijs neemt af. In Amsterdam wordt de doelstelling van 160 zij-instromers 'in het beroep' dit jaar waarschijnlijk niet gehaald. LEES VERDER

De brugklas wordt steeds smaller

In de grote steden worden leerlingen steeds vroeger voorgesorteerd voor één onderwijssoort. En dat gaat ten koste van kinderen uit kansarme milieus. De gemeente Amsterdam... LEES VERDER