Fabian Oudsten:
Fabian Oudsten: "Ik voel dat ik van waarde ben"

Beeld: Fred van Diem

Herwaardering biedt ondersteuners kans op groei

Schoolbesturen moesten voor 1 november de functies van onderwijsondersteuners herzien. Sommige ondersteuners gaan een schaal omhoog, anderen leveren juist taken in.

Leraarondersteuner Marieke Koolen heeft sinds het begin van dit schooljaar uit eigen beweging enkele taken ingeleverd. Ze werkt op een school in Zaandam. Drie jaar geleden begon Koolen als leerkrachtondersteuner voor groep 1 en 2, maar nadat een leerkracht was uitgevallen, kwam ze zelfstandig voor de groep. “Ik vond het een grote eer dat ik gevraagd werd en ook ontzettend leuk om te doen”, zegt Koolen enthousiast. “Ik ben een kleuterjuf in hart en nieren.”

Koolen heeft geen onderwijsbevoegdheid en dat is pech voor zowel haar als voor de school. “Mijn directrice gaat voor mij door het vuur, de school wil de pabo voor mij betalen, maar ik slaag maar niet voor de rekentoets.” En zonder rekentoets geen pabo. “Het meest zou ik gebaat zijn bij een ouderwetse kleuterpabo.”

“Ik doe hetzelfde werk, ik bereid de lessen voor, voer oudergesprekken, schrijf rapporten”

Omdat Koolen vindt dat ze als leerkrachtondersteuner didactische achtergrond mist, heeft ze aangegeven weer als ondersteuner in plaats van als leerkracht aan de slag te willen. “Soms heb ik het gevoel dat het teveel los zand is, wat ik doe. De kinderen hebben recht op een echte juf.” Daarnaast speelt de betaling een grote rol. Het klopt niet langer, vindt Koolen, dat zij voor hetzelfde werk en dezelfde verantwoordelijkheden niet hetzelfde salaris ontvangt als andere leerkrachten. “Ik doe hetzelfde werk, ik bereid de lessen voor, voer oudergesprekken, schrijf rapporten. Ik doe dat soms ook thuis in mijn eigen tijd. Dat is niet erg, maar wel als de betaling dan niet hetzelfde is.” Het scheelt haar voor drie dagen per week 107 euro per maand, dat ze betaald wordt als leraarondersteuner (schaal 7, met zes jaar ervaring) en niet als leerkracht (schaal 10, met twee jaar ervaring).

Onderwijsassistent Fabian Oudsten. Beeld: Fred van Diem

Klusjes

Waar de ene onderwijsondersteuner zelfstandig een groep draait, zoals Marieke Koolen, doet de ander vooral kleine klusjes. En vaak tegen hetzelfde salaris. Om dit verschil op te vangen is eerder in de cao voor het primair onderwijs besloten de functies van onderwijsondersteuners tegen het licht te houden. Werkgevers waren verplicht het zogenoemde functiegebouw voor onderwijsondersteunend personeel voor 1 november jongstleden te actualiseren. Wanneer nodig, konden zij een nieuwe functiebeschrijving opstellen of de door vakbonden en po-raad vastgestelde voorbeeldfuncties volgen.

Voor de meest voorkomende ondersteunende functies, waaronder die van onderwijsassistent en leraarondersteuner, zijn voorbeeld-functieomschrijvingen A, B en C opgesteld: Assistent A verricht leerlingbegeleiding en onderwijsondersteuning die vooraf is afgestemd met de leraar. Type B doet hetzelfde, maar stelt zich proactief op door verbetervoorstellen te doen. En onderwijsassistent C is weer een tikkeltje meer autonoom door te ‘handelen’ naar ‘eigen inzicht’ en mee te werken aan de vormgeving en planning van leeractiviteiten, werkvormen en opdrachten. De drie functies zijn gekoppeld aan de schalen 4, 5 en 6.

Verschillen

Op basisschool Samenspel in Amsterdam zijn de functieomschrijvingen al eerder tegen het licht gehouden, namelijk op het moment dat de school fuseerde met een andere stichting. “Er zaten grote verschillen tussen wat een onderwijsassistent bij de ene stichting deed en hoe dat beloond werd, en hoe dat bij de andere stichting ging”, zegt directeur Marijke van Amersfoort. Op Samenspel werd schaal 5 gehanteerd voor onderwijsondersteuners, in de andere stichting was 4 de norm. “Maar bij ons gold weer dat er maar af en toe een beloning was voor mensen die extra voor de klas hadden gestaan en bij de andere stichting stond daar een structurelere vergoeding tegenover.”

“Er zaten grote verschillen tussen wat een onderwijsassistent bij de ene stichting deed en hoe dat beloond werd, en hoe dat bij de andere stichting ging”

De nieuwe functiewaardering trekt die verschillen gelijk. Alle onderwijsassistenten komen in schaal 5, op enkele uitzonderingen na; in het meeste geval beginnende assistenten. Daarnaast is het bestuur bezig met het uitwerken van de doorgroeimogelijkheden, zoals dat is voorgesteld in de cao. “Straks gebruiken we assistent 4 en 5 en 6”, zegt Van Amersfoort. “En ook ondersteuner 7 en 8 komen in beeld met de nieuwe functiewaardering.” Ze is er blij mee, omdat daarmee de perspectieven voor ondersteuners worden vergroot. “En dat is goed.”

Spannend

Cao-onderhandelaar Anton Bodegraven van de AOb, ziet dat schoolbesturen inderdaad bezig zijn de functieomschrijvingen te bezien. Hij benadrukt dat de indeling in A, B en C een aanbeveling is en geen verplichting. Volgens hem is het dan ook spannend te zien hoe scholen er precies mee aan de slag zijn gegaan. “Er is namelijk geen extra geld bijgekomen van het rijk. Maar de vraag is of er altijd extra geld bij moet. Soms zal een ondersteuner taken inleveren, dat is ook een oplossing; een andere keer zal er naar een hogere schaal worden gekeken.”

Volgens Bodegraven is de cao-afspraak om het functiegebouw te actualiseren niet gemaakt voor ondersteuners die als zelfstandig leerkracht worden ingezet. Zij zouden wat hem betreft als leerkracht betaald moeten worden. Maar hij erkent dat dat in de praktijk vaak anders loopt. Door het tekort aan leerkrachten springen onderwijsondersteuners nu eenmaal vaak bij.

Logisch

Op basisschool Samenspel vinden ze dat ook heel logisch. De meeste onderwijsondersteuners zijn er gekoppeld aan een klas. Als een leerkracht uitvalt, is het vanzelfsprekend dat de assistent die groep vervangt, zegt Van Amersfoort. Hij of zij kent de kinderen, de werkwijze en de stof. “Dit verloopt smooth.” Het levert nooit problemen op, volgens de directrice, de meeste onderwijsassistenten vinden het leuk om te doen. Het enige wat schuurt is het salaris. “En dan is het dus mooi als schaal zes in beeld komt.”

“Ik doe van alles op school”, aldus Fabian Oudsten. Beeld: Fred van Diem

Ook kunnen schoolbesturen besluiten om onderwijsassistenten die structureler voor de klas staan extra te belonen, zoals bij Samenspel gebeurt. “Ik heb hier mensen werken die al tien jaar als leerkracht in Suriname hebben gewerkt, als ik ze inzet voor de vijfde dag, de dag die opgelost moet worden, dan krijgen ze daarmee een extra vergoeding.” Als een ondersteuner meer dan twintig dagen op jaarbasis voor de klas staat, ontvangt hij of zij deze vergoeding structureel. “Eén dagje vervangen, vinden we bij je functie horen.”

“Ik heb hier mensen werken die al tien jaar als leerkracht in Suriname hebben gewerkt, als ik ze inzet voor de vijfde dag, de dag die opgelost moet worden, dan krijgen ze daarmee een extra vergoeding”

In de praktijk ziet dat er bij Samenspel zo uit: aan het begin van het schooljaar stuurt de directrice iedereen een blanco jaarrooster met de mededeling: ‘Jongens, kruis aan wanneer je voor de klas staat.’ Van Amersfoort haalt het papiertje in januari weer op, en deelt er dan weer een uit voor het volgende half jaar. “Ik doe dat in vertrouwen. Iedereen geeft zelf aan hoeveel hij of zij invalt. Hoe meer rigide je ermee omgaat, hoe vervelender de discussies worden. Als de band onderling goed is, dan kan dat op deze manier.”

Sportleraar

Fabian Oudsten is zo’n onderwijsassistent van Samenspel die meestentijds als assistent en één keer per week zelfstandig voor een groep staat. En ja, hij is benieuwd of hij in aanmerking komt om door te stromen naar een hogere functie of schaal. Hij werkt acht jaar op de basisschool, hij begon met de opleiding tot sportleraar, maar liep toen vast. “Ik doe van alles op school, help instructies geven en help bij het klaarzetten van lesmateriaal. De leraar vraagt naar mijn mening en daar wordt ook wat mee gedaan binnen de school, ik verzin extra lessen en soms vervang ik een zieke leerkracht. Ik voel dat ik van waarde ben, maar het salaris is niet veel. Je kunt bijna net zo goed bij McDonalds werken.” Nu volgt hij de opleiding tot leraarondersteuner. “Om mezelf didactisch en pedagogisch te laten groeien en om door te stromen naar de salarisschaal van leraarondersteuner.”

“Ik verzin extra lessen en soms vervang ik een zieke leerkracht. Ik voel dat ik van waarde ben, maar het salaris is niet veel”

Onderwijsassistent Benjamin Baars, werkzaam op een school in Gelderland, zit nu in schaal 4, maar hij vermoedt in 5 terecht te komen. Hij is ondersteuner voor alle jaarlagen en daarnaast tweedejaars student aan de pabo. Zodra de nieuwe cao er lag, heeft hij een mail gestuurd naar het schoolbestuur om aandacht te vestigen op de paragraaf voor ondersteuners. “Ik ben iemand die altijd een stapje extra zet, ik doe niet klakkeloos wat een leraar zegt, ik neem zelf initiatieven, ik doe de ict. Ik zou mezelf wel ondergewaardeerd voelen als ik weer in 4 terecht kom.”

Baars is initiatiefnemer van een facebookpagina die onderwijsondersteuners informeert over hun positie en rechten. “Te vaak zeggen onderwijsondersteuners ‘ja’ tegen een taak waarvoor ze vervolgens niet betaald worden.” Hij hoopt dan ook dat scholen de functieomschrijvingen inderdaad zullen volgen. “Van schaal 4 naar 5 gaat om een paar tientjes in de maand. Op een heel jaar is dat best een bedrag, maar voor een school is het nog steeds niet veel als je kijkt naar wat een school allemaal uitgeeft, en soms aan onzinnige dingen.’

Dit artikel verscheen in het novembernummer van het Onderwijsblad. AOb-leden lazen dit verhaal al begin deze maand, zij ontvangen het blad automatisch elf keer per jaar in de bus.

Meer nieuws

Nipt cao-akkoord universiteiten

De leden van alle vier de vakbonden hebben ingestemd met het cao-akkoord voor de universiteiten. ‘Een heet hangijzer blijft dat universiteiten zeer creatief de cao... LEES VERDER