Het aantal mbo-studenten zal regionaal tot bijna een vijfde dalen
Het aantal mbo-studenten zal regionaal tot bijna een vijfde dalen

Beeld: Techniekbeeldbank.nu

Help, het mbo krimpt (straks)

Het mbo krijgt te maken met een afname van het studentenaantal tot wel 20 procent. Roc’s kunnen maar beter voorbereid zijn, waarschuwde de Algemene Rekenkamer eerder dit jaar: anders wordt het onderwijs het kind van de rekening.

Wacht even, krimp? Mbo-instellingen groeiden vorig jaar. Kijk maar naar het landelijke beeld: tegenover een lichte daling van het aantal studenten uit de beroeps opleidende leerweg (bol) staat een behoorlijke groei van de beroeps begeleidende leerweg (bbl), studenten die drie of vier dagen in de praktijk werken en één of twee dagen per week naar school gaan. Ja, ook in krimpgebieden.

Die trend zien ze in het oosten van Overijssel bij Roc van Twente ook terug in het huidige schooljaar. “Per 1 oktober hebben we zo’n 450 studenten meer dan vorig schooljaar. Die toename zit hem in de bbl-opleidingen. Die zijn met zo’n 600 studenten gegroeid, de bol is met zo’n 150 studenten afgenomen. De groei van bbl heeft sterk te maken met de conjunctuur: de economie draait volop en dan zie je dat de bbl-opleidingen groeien”, vertelt bestuursvoorzitter John van der Vegt.

“De economie draait volop en dan zie je dat de bbl-opleidingen groeien”

Bij Friese Poort, in het noorden van het land, herkennen ze dat beeld. “We vinden het mooi dat we groeien. Maar dat maakt het wel extra complex: aan de ene kant zijn we ons fors aan het voorbereiden op krimp, aan de andere kant moeten we nu nog wel een groeiend aantal studenten onderbrengen”, aldus bestuursvoorzitter Remco Meijerink. Dat een aanzienlijke krimp van het studentenaantal in het verschiet ligt, staat als een paal boven water. “Wij houden rekening met een daling van het studentenaantal op termijn van 15 procent. De grootste krimp verwachten we de komende vijf tot zeven jaar.”

Spreiding

Roc’s kunnen maar beter voorbereid zijn op een flinke krimp, waarschuwde de Algemene Rekenkamer eerder dit jaar*Ook de Onderwijsinspectie besteedde al aandacht aan de demografische krimp in het mbo. In september 2017 wijdde de inspectie er een thema-onderzoek aan. . Het aantal studenten gaat volgens berekeningen dalen van 500 duizend nu naar 430 duizend in 2032, een afname van 14 procent. Voor sommige regio’s – delen van de provincies Friesland en Groningen, de Achterhoek en het zuiden van Limburg becijferden de rekenmeesters zelfs een teruggang tot wel 20 procent.

En dat heeft flinke gevolgen, op verschillende fronten. Met een gestage afname van de inkomsten lopen onderwijsinstellingen het gevaar dat de huisvestingslasten zwaarder op het budget gaan drukken. Lessen uit het verleden leren dat hoge uitgaven aan gebouwen een instelling als een molensteen om de nek kunnen hangen – zie Roc Leiden. Een extreem voorbeeld, maar toch. Verkeerde vastgoedbeslissingen kunnen het onderwijs de das omdoen, waarschuwt de Rekenkamer.

“In Sneek en Drachten hebben we het kunnen oplossen doordat daar een Rabobank-filiaal deels leeg kwam te staan. Dat zijn kwalitatief goede gebouwen, waar we tijdelijk ruimte huren”

Friese Poort is zo’n instelling met veel gebouwen in eigen bezit. “Op dit moment hebben we 95 procent van de gebouwen in eigendom. Dat willen we de komende jaren afbouwen naar 85 procent. Tegelijkertijd gaan we meer huren om flexibeler te kunnen zijn”, vertelt Meijerink. In cijfers uitgedrukt: het roc telt zo’n 90 duizend vierkante meter aan vastgoed, daarvan moet zo’n 10 tot 15 duizend vierkante meter flexibel worden. Met huurruimte wordt ook de tijdelijk grotere instroom ondervangen. “In Sneek en Drachten hebben we het kunnen oplossen doordat daar een Rabobank-filiaal deels leeg kwam te staan. Dat zijn kwalitatief goede gebouwen, waar we tijdelijk ruimte huren. Bij techniek is dat lastiger, daarvoor heb je ruimtes met machines en apparatuur nodig.”

Ook bij het Roc van Twente zoeken ze naar een mix in het arsenaal aan gebouwen. “In de drie grote steden in Twente – Enschede, Hengelo en Almelo – hebben we centraal gelegen locaties in de buurt van NS-stations. In theorie zouden we ons kunnen terugtrekken op die centrale locaties, maar we kijken ook naar de spreiding in de regio”, aldus bestuursvoorzitter Van der Vegt.

Verschraling

In het zuiden van Limburg gaan mbo-instellingen Leeuwenborgh en Arcus in de driehoek Maastricht, Heerlen en Sittard sinds afgelopen zomer onder de naam Vista College als één instelling door het leven. De fusie, waarbij de ondersteunende diensten in elkaar zijn geschoven, is mede ingegeven door de demografische krimp in de regio: zo’n 15 procent voor de komende acht jaar en dat terwijl die teruggang ook al jaren geleden inzette.

Al met al een aanzienlijke krimp van het studentenaantal, weet bestuursvoorzitter Jos Kusters. “Op zich zouden Leeuwenborgh en Arcus nog wel levensvatbaar zijn, maar je moet verder kijken dan dat. Beide scholen hadden elk meer dan honderd opleidingen. Door de krimp krijg je een versnippering. Vijftien studenten of minder in een klas, bekostigd: op een gegeven moment kan dat niet meer uit. Je moet daarbij ook nog investeren in gebouwen, materialen en apparatuur. Dus als we niet gefuseerd zouden zijn, denk ik dat we een verschraling van het onderwijsaanbod in de regio zouden krijgen.”

“Als we niet gefuseerd zouden zijn, denk ik dat we een verschraling van het onderwijsaanbod in de regio zouden krijgen.”

We willen het onderwijs zo lang mogelijk met rust laten, betoogt Kusters. Tenzij een opleiding niet meer levensvatbaar is op een specifieke locatie. “Het kan zijn dat een opleiding wegvalt in Heerlen, maar dan kunnen we dezelfde opleiding 25 kilometer verderop overeind houden. Het zijn niet de afstanden die je in noorden ziet. Je wilt een vijftien- of zestienjarige niet 50 of 60 kilometer laten reizen.”

Krimpmarkt

Verarming van het regionale opleidingenpalet is ook een van de zaken waarvoor de Rekenkamer waarschuwde. In het noorden van het land zitten de verschillende mbo-instellingen in Friesland, Groningen en Drenthe om tafel om het onderwijsaanbod af te stemmen. Meijerink: “We hebben niet zulke vergaande plannen als Arcus en Leeuwenborgh, maar we spreken elkaar zeer regelmatig. Dan leggen we ook de vraag op tafel: wie biedt wat aan? Dat is niet altijd eenvoudig. In een krimpmarkt kijk je ook naar je eigen instelling en hoe je die aantrekkelijk houdt. Dat is een spanningsveld. Dat vraagt ook wat van de bestuurders aan die tafel. Je bent tenslotte ook verantwoordelijk voor je eigen medewerkers. Maar de doelmatigheid wint het van individuele belangen.”

Wat die medewerkers betreft: daarvan zal een behoorlijk deel afzwaaien de komende jaren. Die pensioengolf voorzien ze door het hele land en dus ook in de krimpgebieden. Van der Vegt: “Doordat die uitstroom aanzienlijk is, zullen we ondanks de demografische krimp nog steeds nieuwe docenten en medewerkers nodig hebben.” Dat denkt ook zijn collega Meijerink van Friese Poort. “Het natuurlijk verloop is naar verwachting zo groot dat we onze best moeten blijven doen om goed personeel aan te trekken.”

Meer nieuws

Sorry, geen nieuwsberichten gevonden.