Groeidrang ondermijnt hoger onderwijs
Groeidrang ondermijnt hoger onderwijs

Beeld: Nanne Meulendijks

Groeidrang ondermijnt hoger onderwijs

Het hoger onderwijs krijgt er in de nieuwe kabinetsperiode waarschijnlijk een miljard euro per jaar bij. De ervaring leert dat extra geld niet vanzelf zorgt voor beter onderwijs of een lagere werkdruk. Het Onderwijsblad onderzoekt wat er moet gebeuren om te voorkomen dat het extra geld opnieuw verdampt.

Extra geld in het hoger onderwijs pompen zorgt niet vanzelf voor kleinschaliger onderwijs en een verlaging van de werkdruk. Wij zetten drie maatregelen op een rij die volgens deskundigen kunnen voorkomen dat de extra miljarden opnieuw verdampen, zoals dat eerder gebeurde met de honderden miljoenen van de basisbeurs.

1. Haal groeiprikkels uit de bekostiging

Het is essentieel om de groeiprikkel uit het bekostigingssysteem te halen, vindt de Leidse onderwijshistoricus Pieter Slaman, die promoveerde op onderzoek naar tweehonderd jaar studiefinanciering en een boek schreef over honderd jaar onderwijsbeleid. Sinds de jaren tachtig wordt een groot deel van het hogeronderwijsbudget verdeeld op basis van het aantal studenten en diploma’s. Dat systeem zet hogescholen en universiteiten aan tot het binnenhalen van zoveel mogelijk studenten. Vijftig jaar geleden was dat nog gewenst, maar nu de Nederlandse markt verzadigd is, richten instellingen zich met Engelstalige programma’s op de onbegrensde internationale markt.

Met succes, het aantal internationale studenten is de afgelopen vijf jaar verdubbeld. Bij universiteiten komt inmiddels een op de vijf studenten uit het buitenland. Bij de Universiteit Maastricht is dat meer dan helft en bij de Design Academy, een kunsthogeschool in Eindhoven, komen zelfs drie van vier studenten uit het buitenland. Omdat het onderwijsbudget niet automatisch meegroeit met aantal studenten, daalt het bedrag dat instellingen per student ontvangen. Niet groeien is geen optie, want dan dalen de totale inkomsten. “Zolang instellingen elkaar in deze wurggreep houden, is alleen meer geld in het systeem stoppen geen oplossing”, stelt Slaman. “Ik geloof echt dat internationalisering kan bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs, maar het is nu een overlevingsstrategie geworden.”

‘Zolang instellingen elkaar in deze wurggreep houden, is alleen meer geld in het systeem stoppen geen oplossing’

Omdat ingrijpen in de bekostiging altijd winnaars en verliezers oplevert, is niet te verwachten dat de instellingen het onderling snel eens worden over een nieuw systeem. “Dan moet de minister durven ingrijpen. De groei moet echt begrensd worden, desnoods door het aantal internationale studenten te maximeren. Je zou kunnen afspreken dat maximaal een op de drie studenten uit het buitenland mag komen. De competitieknop moet echt een stuk lager worden gedraaid. Universiteiten zijn elkaar nu aan het uithollen.”

2. Democratiseer de universiteit

Paola Gori Giorgi, vindt ook dat het bekostigingssysteem op de schop moet. De groeiprikkels werken door tot in de haarvaten van de universiteit. “Wij worden bij de VU afgerekend op het aantal studentenpunten. Om volgend jaar alle medewerkers van onze afdeling in dienst te kunnen houden, moeten we ervoor zorgen dat onze studenten voldoende studiepunten halen. Studiepunten zijn geld, die perverse prikkel moet verdwijnen.”

Maar democratisering van de universiteit is minstens zo belangrijk, vindt de Italiaanse wetenschapper. Toen zij tien jaar geleden aan de VU neerstreek, ontdekte ze tot haar schrik dat Nederlandse universiteiten super hiërarchische instituten zijn waar niet-gekozen managers de dienst uitmaken. “Een decaan heeft ontzettend veel macht. Je bent als medewerker echt een ondergeschikte.”

‘Een decaan heeft ontzettend veel macht. Je bent als medewerker echt een ondergeschikte’

Waar dat toe leidt werd duidelijk bij de besteding van de basisbeursmiljoenen. In theorie hadden studenten en personeel daar veel invloed op. Universiteiten en hogescholen moesten een kwaliteitsplan maken waarin staat wat er met de opbrengst van het leenstelsel gebeurt. Dat plan werd beoordeeld door een panel van accreditatieorganisatie NVAO. Oud-onderwijsbestuurders, studenten en deskundigen toetsten daarbij of het plan bijdraagt aan beter onderwijs, uitvoerbaar is en of studenten en medewerkers in de medezeggenschapsraden voldoende betrokken zijn bij de totstandkoming.

“Dat klinkt mooi, maar in de praktijk is het lastig voor studenten en personeel om echt mee te praten”, weet Paola Gori Giorgi die zelf in de ondernemingsraad van de science faculteit zit. “Aan invloed uitoefenen op zo’n kwaliteitsplan heb je bijna een dagtaak. En als je dan met de eis komt dat het geld besteed moet worden aan extra docenten met een vaste aanstelling, krijg je te horen dat er alleen goedkope junior-docenten met een tijdelijk contract aangesteld kunnen worden. Dat zijn net-afgestudeerden die niet gepromoveerd zijn, geen verbinding met het onderzoek kunnen leggen en na vier jaar weer weg moeten. Tegen die tijd hebben ze net het lesgeven in de vingers. Wij krijgen dus steeds weer nieuwe collega’s zonder perspectief op een vaste baan aan wie we alles opnieuw moeten uitleggen. Dat is heel erg slecht voor het onderwijs.”

Maar de ondernemingsraad heeft tegen dit soort spreadsheetmanagement weinig in te brengen. “Daarom moet de universiteit echt democratischer worden. Beslissing moeten op een collegiale manier worden genomen en niet door een manager opgelegd worden. In landen als Italië en België worden bestuurders en decanen gekozen en dat doet geen afbreuk aan de kwaliteit. De KU Leuven behoort tot de beste universiteiten ter wereld.”

3. Eis zichtbare onderwijsverbeteringen

“Uit internationale vergelijkingen van de OESO blijkt dat Nederland bovengemiddeld veel uitgeeft aan hoger onderwijs en onderzoek”, stelt Pim Breebaart die als panelvoorzitter voor de NVAO elf kwaliteitsplannen van hogescholen en universiteiten heeft beoordeeld. “Wij zitten in de subtop met Scandinavische landen als Noorwegen en Zweden en besteden aanzienlijk meer dan zuidelijke landen als Spanje en Italië.”

Breebaart baseert zich op cijfers uit 2015, van voor de basisbeursmiddelen dus. “Nu komt daar nog coronageld bij en een fors bedrag voor de groei van het aantal studenten.”
Er mag best extra geld bij, vindt de oud-bestuurder van de Haagse Hogeschool, maar daar moeten wel onderwijsverbeteringen tegenover staan. “Bij de kwaliteitsplannen is dat niet goed gegaan. Instellingen hoeven aan het eind van de rit niet aan te tonen dat het onderwijs dankzij de inzet van de basisbeursmiljoenen is verbeterd. De panels mogen alleen de inspanningen beoordelen. Als je je best hebt gedaan, krijg je je geld.”

‘Instellingen moeten laten zien dat investeringen maatschappelijke winst opleveren’

Als Breebaart het voor het zeggen had, zouden universiteiten en hogescholen dit keer wel moeten aangeven welke resultaten ze met de extra miljarden gaan boeken. “Dan heb ik het over de leerresultaten van studenten, dus minder uitval waardoor meer studenten een diploma halen. Of afgestudeerden afleveren die aantoonbaar meer hebben geleerd of beter zijn voorbereid op het beroep. De instellingen moeten laten zien dat die investeringen maatschappelijke winst opleveren.”

Breebaart zit op hetzelfde spoor als de Algemene Rekenkamer die begin april waarschuwde dat de ervaring leert dat geld in het onderwijs niet vanzelf op de goede plek terecht komt. Zonder duidelijk plan verdwijnt het coronageld op de grote hoop, betoogde president Arno Visser in NRC Handelsblad.

“Het extra geld mag niet zomaar in de lump sum verdwijnen”, vindt Breebaart. “Je moet van buitenaf kunnen controleren wat ermee gebeurt, anders komt er van het onderwijs verbeteren weinig terecht. Mijn advies zou zijn om meer inhoudelijke eisen te stellen aan de jaarverslagen, want wat daar nu in staat is veel te mager. Heldere plannen met scherp geformuleerde doelen die goed gemonitord worden en waarover besturen zich transparant verantwoorden, dat hoort bij de autonomie die het hoger onderwijs koestert. Als daar geen afspraken over te maken zijn met universiteiten en hogescholen zou ik ze geen cent extra geven.”

Het volledige artikel, inclusief uitgebreide onderbouwing, is gepubliceerd in het Onderwijsblad van mei 2021. Als lid ontvang je elke maand het Onderwijsblad met interessante artikelen en achtergrond verhalen. Word lid en ontvang maandelijks het Onderwijsblad.

Meer nieuws

Inschaling nieuwe functie

Willem stond als onderwijsassistent jaren zelfstandig voor de klas. Nu hij zijn onderwijsbevoegdheid heeft gehaald, ziet hij zijn jarenlange ervaring niet terug in de salariëring.... LEES VERDER

Ziek: nog steeds of opnieuw?

Een zieke werknemer krijgt meestal twee jaar ontslagbescherming. Hoe moet die periode worden berekend, als de medewerker na een korte tijd op school weer ziek... LEES VERDER