In Nederland is er geen universiteit of hogeschool meer die helemaal niks doet aan 'flipping the classroom' of 'blended learning'.
In Nederland is er geen universiteit of hogeschool meer die helemaal niks doet aan 'flipping the classroom' of 'blended learning'.

beeld:Typetank

Flipping the classroom is geen wondermiddel

Betrokken studenten en betere leerresultaten: in theorie verrijkt en verdiept 'flipping the classroom' het leren. Daarvoor moet het onderwijs wel helemaal op z’n kop. “Met een kennisclipje voor thuis, ben je er nog lang niet.”

Flipping the classroom verovert het hoger onderwijs. In de VS werkt de helft van de universiteiten al met de onderwijsaanpak waarbij studenten nieuwe leerstof voorafgaand aan de les bestuderen zodat de contacttijd gebruikt kan worden voor het bespreken, toepassen en verdiepen van de opgedane kennis. Hoewel het geen vereiste is, vindt de zelfstudie bijna altijd online plaats en is het daarmee ook een vorm van blended learning.

Kleinschalig

In Nederland is er geen universiteit of hogeschool meer die helemaal niks doet aan flipping the classroom of blended learning. De Universiteit Utrecht (UU) loopt daarbij voorop. Vijf jaar geleden ging het innovatieprogramma Educate-it van start dat docenten stimuleert traditionele hoorcolleges te vervangen door een combinatie van online leren en kleinschalig contactonderwijs. Docenten hoeven niks, maar als ze hun onderwijs willen omgooien staat er een klein legertje technische en onderwijskundige ondersteuners klaar om hen op weg te helpen.

Kennisclip

Educate-it slaat aan. Dat blijkt misschien het beste uit de populariteit van de kennisclip*Kennisclips   Geschiedenisleraren die hun lessen willen flippen kunnen voor ze aan de slag gaan het beste een kijkje nemen op Jortgeschiedenis, adviseert David van Alten. Op dat Youtube-kanaal plaatst Joost van Oort, docent geschiedenis bij Agora in Roermond, sinds 2011 de video’s die hij voor zijn eigen leerlingen in de bovenbouw havo en vwo maakt. Het zijn er inmiddels honderden en ze zijn samen al 25 miljoen keer bekeken.                        Op de website Educate-it zijn ter inspiratie voorbeelden te vinden van verschillende typen kennisclips, inclusief een video over het maken van zo’n clip. Op deze site is ook een webinar van Johan van Strien over kennisclips terug te zien. Daarin legt hij aan de hand van een aantal internationale onderzoeken uit wat een kennisclip effectief maakt. . Vier op de tien UU-docenten maakt inmiddels gebruikt van die korte instructiefilmpjes waarin in vijf of tien minuten één afgebakend onderwerp wordt behandeld. Meestal worden ze ingezet als voorbereiding op de lessen. Vaak zijn het bestaande clips, maar het kunnen ook zelfgemaakte video’s zijn. Vorig studiejaar maakten UU-docenten ruim zevenhonderd kennisclips in een van de Utrechtse Do it yourself-studio’s.

Maakt flipping de beloften in de praktijk ook waar?

Flipping the classroom leidt in theorie tot grotere betrokkenheid van studenten. Tijdens een traditioneel hoorcollege is een docent aan het woord en is er meestal weinig gelegenheid voor het stellen van vragen. Studenten zijn gedwongen het tempo van de docent te volgen. Bij het bekijken van een kennisclip kunnen ze de video stopzetten en terugspoelen als ze iets niet goed begrepen hebben. En ze kunnen natuurlijk kijken waar en wanneer het ze zelf uitkomt. Tijdens de ‘geflipte’ lessen zijn studenten vervolgens actief bezig met het toepassen van kennis en is er veel meer interactie met de docent en medestudenten. Dat zou tot betere leerresultaten leiden. Maar maakt flipping die beloften in de praktijk ook waar?

Zonnig

Het zonnige antwoord is ja, blijkt uit een eind vorig jaar verschenen publicatie van promovendus David van Alten. Samen met collega’s van de Universiteit Utrecht analyseerde hij 114 wetenschappelijke studies naar de ‘omgedraaide les’. Daaruit blijkt dat flipping voor betere leerresultaten zorgt. Maar of het effect groot genoeg is om het onderwijs op z’n kop te zetten, is een beetje de vraag. “Gemiddeld scoren studenten die een ‘geflipte cursus’ volgden 0,2 tot 0,3 punt hoger op een toets dan de controlegroep”, aldus Van Alten. “Maar die gemiddelden zijn eigenlijk niet zo interessant omdat de resultaten per studie erg verschillen. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de manier waarop flipping is uitgevoerd.”

Quizzen vergroten het leereffect

Helaas wordt in wetenschappelijke publicaties lang niet altijd uitgelegd hoe flipping is aangepakt, daarom is het lastig te achterhalen wat in de praktijk wat wel en niet werkt*Tips voor geflipte lessen         Maak het college of de les interactief met quizzen. Zet de onderwijstijd wel anders in, maar kort hem niet in. Voeg prikkels toe aan een kennisclip om studenten na te laten denken. Maak niet alle filmpjes zelf. Er zijn genoeg kant-en-klare instructievideo’s. Laat online leren en fysieke colleges goed op elkaar aansluiten. .

Maar er zijn twee factoren die duidelijk verschil maken, ontdekte Van Alten. “Quizzen waarmee je aan het begin van een les nagaat wat een student onthouden heeft van de kennisclip, vergroten het leereffect. Die quizzen kan je op honderden manieren uitvoeren. Bij een hoorcollege met tweehonderd studenten kun je met stemapparatuur werken. Maar in een middelbare schoolklas kan je ook een schilderij neerzetten dat in het kennisclipje voorkomt en daar vragen over stellen. Als de les maar interactief wordt en leerlingen actief meedoen.”

‘Je moet de onderwijstijd wel anders inzetten’

Bezuinigen op de onderwijstijd bij de introductie van flipping heeft juist een negatief effect op de leerresultaten. Van Alten: “In het hoger onderwijs wordt vaak gedacht dat als je studenten actief aan de zelfstudie krijgt, je minder colleges hoeft te geven. Maar uit onze analyses blijkt heel duidelijk dat je de onderwijstijd wel anders moet inzetten, maar niet moet inkorten.”

‘Flipping leidt in combinatie met het verminderen van lesuren tot een daling van de eindcijfers’

Dat is slecht nieuws voor aanhangers van e-learning die hoopten dat flipping een bijdrage kan leveren aan het oplossen van het lerarentekort. “Uit een recent Nederlands onderzoek in de onderbouw van het voortgezet onderwijs blijkt dat flipping in combinatie met het verminderen van lesuren, leidt tot een daling van de eindcijfers”, meldt Van Alten. “De onderzoekers vermoeden dat deze jonge leerlingen nog onvoldoende verantwoordelijkheid voor hun leerproces nemen.”

Amusement

David van Alten is één van tien ‘promodocs’ die de UU in 2015 heeft aangesteld. Als beginnend docent staat hij twee dagen voor de klas en besteedt hij drie dagen per week aan zijn promotieonderzoek. Het idee is dat de promodocs een brug slaan tussen onderwijsonderzoek en -praktijk. Dat doet Van Alten door op het Cals College in Nieuwegein waar hij geschiedenisdocent is een serie lessen te flippen over de industrialisatie in de 19de eeuw. En te onderzoeken hoe dat ‘omdraaien’ uitpakt.

‘Je moet jongeren uitleggen hoe ze naar een educatief filmpje moeten kijken’

“Het meeste onderzoek naar flipping is in het hoger onderwijs gedaan, omdat het daar ook het meeste wordt toegepast. Maar als je met veertien- en vijftienjarigen werkt, moet je flippen natuurlijk anders aanpakken. Ik onderzoek hoe je leerlingen kunt helpen hun zelfregulatie te ontwikkelen.” Van Alten heeft zijn kennisclips over stoommachines en kinderarbeid daarom verrijkt met reflectievragen en kijkinstructies. “Je moet jongeren uitleggen hoe ze naar een educatief filmpje moeten kijken. Dat ze op een rustig plekje moeten gaan zitten, hun telefoon even moeten wegleggen en aantekeningen moeten maken, bijvoorbeeld.” Of deze verrijking een succes is, moet nog blijken uit de analyses.

Startknop

“Voor studenten is het ook niet vanzelfsprekend om geconcentreerd naar een filmpje te kijken, aantekeningen te maken en eens een keer terug te spoelen als ze het niet meteen snappen”, stelt Johan van Strien, die een onderzoek leidde naar het gebruik van kennisclips bij de Universiteit Utrecht. “Als ze op de startknop drukken heb je nog geen garantie dat ze de informatie opnemen. Je moet zien te voorkomen dat ze in de amusement-stand gaan hangen. Er moeten prikkels in een kennisclip zitten om studenten na te laten denken.” Door vooraf en tijdens de clip vragen te stellen, onthouden studenten informatie beter, blijkt uit onderzoek. En aan het begin van een les inventariseren wat studenten hebben opgestoken van de kennisclip, is een must, stelt de gepromoveerde onderwijskundige.

Mythe

Van Strien was tot 1 december onderwijsadviseur bij de Universiteit Utrecht en maakt nu bij de faculteit sociale wetenschappen van de Erasmus Universiteit deel uit van een team dat zich bezighoudt met learning innovation. Van Strien is ‘op een positieve manier’ sceptisch over blended learning. Docenten grijpen in zijn ogen te makkelijk naar een kennisclip. “De digitale voorhoede die de kennisclip omarmt gaat ervan uit dat video’s het leren automatisch verrijken. Maar het is een mythe dat we met een beelddenkende generatie te maken hebben die als vanzelf leert door het zien van een instructiefilm.”

‘Je moet niet de technologie omwille van de technologie inzetten’

“Natuurlijk kunnen video’s en it-tools het leren bevorderen”, stelt de onderwijskundige. “Maar de beginvraag moet zijn: welk probleem wil ik oplossen? Je moet niet de technologie omwille van de technologie inzetten. Het moet het leren verbeteren en dat vraagt om een didactisch herontwerp van een cursus. De online voorbereiding kan voor meer diepgang tijdens de lessen zorgen, maar dan moeten online leren en de fysieke colleges heel goed op elkaar aansluiten.”

Wondermiddel

David van Alten vindt flipping the classroom zeker de moeite waard. “Maar het is geen wondermiddel.” Flippen is voor leraren een hele opgave. “Met een kennisclip voor thuis ben je er lang nog niet, het vraagt ook om een heel andere manier van lesgeven. Daarom zeg ik altijd: Ga niet zelf al die filmpjes maken. Je kunt je tijd beter besteden aan het ontwikkelen van activerende lessen. Er zijn genoeg kant-en-klare instructievideo’s te vinden die je kunt gebruiken.”

‘Ga niet zelf al die filmpjes maken’

Maar ook als je bestaande kennisclips gebruikt, vraagt flippen dus enorm veel tijd en die hebben docenten in het voortgezet onderwijs niet, weet Van Alten. “Ik vraag me daarom af of collega’s op het Cals College doorgaan met flippen als mijn onderzoek is afgerond. Of het wel de olievlekwerking heeft die ik ervan verwachtte toen ik begon. Er is wel veel enthousiasme over flipping, maar er is nu een schoolbreed project rond formatief toetsen aan de gang en daar hebben mijn collega’s hun handen al aan vol.”

Meer nieuws

Virtuele kleuters huilen niet

Kleuterklassen zijn voor sommige studenten aan de academische pabo de lastigste stageplek. In een virtuele lesomgeving van de Rijkuniversiteit Groningen oefenen ze strategieën voor klassenmanagement... LEES VERDER