Als docent aan een geneeskunde-opleiding zag Anne de la Croix op tegen de stapel reflectieverslagen van haar studenten. “Het was een geestdodend taakje om hun epistels door te nemen.
Als docent aan een geneeskunde-opleiding zag Anne de la Croix op tegen de stapel reflectieverslagen van haar studenten. “Het was een geestdodend taakje om hun epistels door te nemen."

Beeld: Nanne Meulendijks

Doorgeslagen reflectiecultuur: ook docenten willen het anders

Als het aan leerlingen en studenten ligt, komt er een stop op de eindeloze stroom reflectieverslagen, portfolio’s en ontwikkelplannen. Docenten hebben geen tijd om de epistels van feedback te voorzien. En uiteindelijk verzinnen jongeren maar wat bij elkaar.

Het moet al een jaar of vijf geleden zijn dat mijn broertje, destijds hbo-student productdesign, mij zijn ‘portKUTio’ mailt. Lamgeslagen door de zoveelste reflectie-opdracht had hij het navelstaren zelf als onderwerp gekozen. Ik las boze zinnen als: ‘het lijkt wel alsof het geen zak uitmaakt wat voor product ik ontwerp, als ik het maar verantwoord volgens de heilige studiehandleiding’. En: ‘Doe mij een lol, en laat mijn producten belangrijk zijn, in plaats van de smoesjes en verplichte nummers die het portfolio vormen.’

‘Je weet welke docent echt geen tijd heeft om je verslagen te lezen’

Zijn betoog verandert niets. Hij krijgt een voldoende voor zijn portfolio, want hij heeft netjes alle verplichte onderdelen verwerkt, maar nul feedback op de inhoud. Ook Bram van Fraeijenhove – hij zit in het staartje van de lerarenopleidingen aardrijkskunde en geschiedenis – pleegde verzet. Voor bepaalde docenten maakte hij een online document met wachtwoord aan. “Je weet wie echt geen tijd heeft om je verslagen te lezen.” Vervolgens mailde hij de docent dat de reflectieopdracht klaarstaat, maar dat hij of zij wel een toegangswachtwoord moet opvragen. “Dat wachtwoord heeft nooit iemand opgevraagd.”

Bewijsmateriaal

Van Fraeijenhove is niet trots op zijn werkwijze. Maar, zegt hij: “Soms was het gewoon niet te doen. Zoveel bewijsmateriaal en logboeken, reflecties op de inhoud, op de samenwerking, op het leerproces.” Hij krijgt bijval van docenten voortgezet onderwijs die dit voorjaar een AOb/Investico-enquête invulden over hun lerarenopleiding. Reflecteren was geen onderwerp in deze vragenlijst, maar op een open vraag stromen de frustraties binnen: ‘Het enige wat ik geleerd heb, is reflectieverslagen schrijven’. ‘Te veel focus op reflecteren.’ En: ‘We hebben heel veel verslagen moeten schrijven, terwijl ik liever specifieke vakken had gezien.’

Beeld: Nanne Meulendijks

Rumineren

Vechten tegen de bierkaai, noemt arbeids- en organisatiepsycholoog en oud-lector bij Fontys Hogescholen Tom Luken het. Tien jaar geleden hoopte hij met een opruiend wetenschappelijk artikel reflecteren in het onderwijs ter discussie te stellen.

‘Reflectie op jonge leeftijd is lastig, omdat de hersenen dat doorgaans nog niet kunnen’

Op basis van internationaal onderzoek stelt Luken dat de positieve effecten van reflecteren nauwelijks zijn aangetoond. Dat reflectie op jonge leeftijd lastig is, omdat de hersenen dat doorgaans nog niet kunnen. En dat er bovendien risico’s aan kleven. Luken: “De weerstand die jongeren voelen is gezond. Echt kritisch en onafhankelijk denken, wordt vaak pas later in het leven een reële optie.” Vooral bij perfectionistische meisjes kan het reflecteren omslaan in rumineren, oftewel piekeren. “Je cirkelt maar rond in vragen die je toch niet kunt beantwoorden.”

Van Fraeijenhove herkent dit wel. “Toen ik net voor de klas stond, vond ik het moeilijk om m’n stem te verheffen als een leerling tegen me schreeuwde. De opleiding liet me eindeloos reflecteren op normen en waarden. Maar ik had veel meer aan een ervaren collega die een keer zei: Zo eng is het niet, doe het maar gewoon een keer.”

Descartes

Vele publicaties later is Luken met pensioen. Het is hem niet gelukt om het fenomeen reflecteren in het onderwijs aan het wankelen te brengen. Hoe dat komt, vindt hij lastig aan één aspect toe te schrijven. “Je kunt helemaal terug naar Plato en Descartes. Naar het belang van het denken in onze cultuur, tegen opzichte van voelen of doen.”

‘Loopbaancompetenties zijn zonder meer overgezet naar het onderwijs’

Luken wijst op de opkomst van loopbaancompetenties, zo’n twintig jaar geleden. Reflecteren maakte daar een belangrijk deel van uit. Vervolgens wisten invloedrijke wetenschappers ook mensen bij het ministerie van Onderwijs met deze theorie te boeien, aldus Luken. “In feite zijn een aantal loopbaancompetenties zonder meer overgezet naar het onderwijs, naar de wereld van kinderen en jongeren.”

De woorden ‘reflectie’ en ‘reflecteren’ staan momenteel meer dan honderdtwintig keer vermeld in de wettelijk vastgelegde eindexamenprogramma’s voor het voortgezet onderwijs. Bij havo en vwo is het doel bij de meeste vakken: ‘De kandidaat kan (…) reflecteren op eigen belangstelling, motivatie en leerproces.’ Op het vmbo kunnen laatstejaars ‘reflecteren op de eigen werkwijze en op de kwaliteit van het eigen werk.’ Voor het vak loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling moeten vmbo’ers, doorgaans 15-jarigen, reflecteren op hun handelen, hun ervaringen, hun kwaliteiten en hun motieven.

Zombie

Luken staat niet alleen in zijn kritiek. Anne de la Croix kwam in 2020 in het verweer tegen wat zij de reflectieve zombie noemt. Ze schreef met collega Mario Veen een Engelstalig artikel en vatte de boodschap in het Nederlands samen voor vakblad Didactief: ‘Reflectie is vaak een invuloefening. En dat komt door de vorm. Studenten en leerlingen vullen de checklist en rubrics in als zombies. Dat ligt niet aan hen, dat ligt aan het systeem.’

Als docent aan een geneeskunde-opleiding zag De la Croix op tegen de stapel verslagen. Tijdens coschappen kregen haar studenten feedback op de werkvloer. En op die feedback moesten zij reflecteren. “Het was een geestdodend taakje om hun epistels door te nemen. Wat moest ik met een student van wie ik wist: die denkt altijd diep over zaken na, maar is niet zo’n schrijftalent? Hoe wist ik of de student zich er niet makkelijk van af had gemaakt door slechts op te schrijven wat ik wilde horen?”

Volgens De la Croix kun je niet beoordelen of iemand daadwerkelijk heeft gereflecteerd. Ze besloot iedereen standaard een voldoende te geven. “Ik snap het belang van die verslagen wel. Een opleiding geneeskunde geeft een heel belangrijk diploma af. Zij willen bewijs dat de student heeft geleerd.”

‘De manier waarop we reflecteren is contraproductief’

Let wel, De la Croix is niet tegen reflectie. “Ik houd verschrikkelijk van reflecteren, maar de manier waarop we het doen is contraproductief.” Ze ziet meer nut in groepsgesprekken. Neem empathisch leren omgaan met patiënten en hun omgeving, een leerdoel voor geneeskundestudenten. De la Croix: “Een student vertelde zich te irriteren aan de ouders van zieke kindjes. Een ander vond die ouders juist interessant. Door zo’n gesprek goed te begeleiden en verschillen te onderzoeken, kan reflectie ontstaan.”

Motivatie

Want wat is reflectie eigenlijk? Luken definieert het in 2011 als het ‘nadenken over het eigen functioneren, om dit te verbeteren’. Waarop hij het aan de wetenschappelijke stok krijgt met Fred Korthagen, de grondlegger van het meest gebruikte, inmiddels bijna veertig jaar oude reflectie-model in het onderwijs. Luken zou reflectie te smal definiëren. En daarmee ook positieve effecten negeren, zoals het bevorderen van een analytische houding, het nemen van verantwoordelijkheid en de bewustwording van externe factoren op het eigen werk, aldus Korthagen.

Korthagen baalt er overigens zelf ook van dat zijn model ‘soms vrij dwingend, eenzijdig cognitief en probleemgericht’ wordt ingezet. Wat leidt tot ‘klachten van studenten over reflecteren en weinig motivatie daarvoor’, schrijft hij in 2018. In een reactie op Lukens kritiek noemt Korthagen diepere reflectie als oplossing. Een reflectie-opdracht beschrijft dan niet alleen de omgeving, het eigen gedrag en de eigen vaardigheden, maar komt tot de kern van het ‘hele zijn’, aldus Korthagen. Denk aan iemands overtuigingen, idealen en waarden. Of het brein van een tiener of begin twintiger in staat is tot deze nog verdergaande vorm van reflectie: daar gaat Korthagen niet op in.

Onmisbaar

Ken Besuijen, een startende docent Engels, wijt de weerstand die hij zelf ook voelde tegen het reflecteren aan luiheid. “Studenten willen liever niets doen, laat staan herhalende dingen. Dat had ik natuurlijk ook.” Desondanks vulde Besuijen de talloze cirkels van Korthagen in. Nu noemt hij reflecteren ‘de basis van mijn docentschap’. Besuijen: “Het is zo waardevol omdat je jezelf als docent telkens opnieuw moet uitvinden. Elke klas is anders, maar ook elke dag. Iets wat voor de kerstvakantie werkt, kan na de vakantie totaal niet aanslaan.”

‘Voor goede reflectie hebben we dappere docenten nodig’

Besuijen werkt sinds kort met mavo-leerlingen. Hiervoor gaf hij Engels op de havo en het vwo. “Laatst had ik een heel vervelende les: twee leerlingen eruit gestuurd, eentje strafwerk gegeven. Natuurlijk kan ik dan boos blijven: jullie luisteren niet, jullie praten door me heen. Maar voor mavo-leerlingen is de relatie erg belangrijk. Dus ga ik reflecteren. Welke factoren speelden mee? Wat zou ik anders willen?” Thuis duikt Besuijen in zijn kast met onderwijsboeken. “Zo kwam ik op het idee om de volgende les met een spel te beginnen. Even wat vrolijkheid, de boeken aan kant: dat de leerlingen ook die kant van mij ervaren. Het pakte best goed uit.”

Vlog

Gezegd moet: Besuijen kiest zijn eigen vorm. Hij vult geen formulieren meer in. Voor de meeste leerlingen en studenten zou het ook beter zijn wanneer zij veel minder moeten opschrijven, denkt De la Croix: “Voor goede reflectie hebben we dappere docenten nodig, die het anders durven in te vullen.” Ze noemt een docent die zijn studenten zelf de vorm laat kiezen. “Hij laat de ene een vlog maken, de andere een podcast of een tekening. Sommigen zeggen: geef me zo’n reflectie-modelletje. En dan laat hij er twee zien die kunnen helpen.” Ook kent ze een docent geneeskunde die haar studenten tien keer twee uur lang laat samenkomen om te praten over professionele ontwikkeling. Als de studenten alle tien keer aanwezig zijn, halen ze het vak. De la Croix: “Dat vraagt andere vaardigheden van een docent. Namelijk het creëren van een leerzaam groepsgesprek. Maar het kan wel.”

Dit artikel komt uit het Onderwijsblad van november. AOb-leden ontvangen het blad maandelijks in de brievenbus. Wil jij dat ook? Word lid!

Doorlezen

Tips: onderaan het artikel ‘Wek de reflectieve zombie tot leven’ voor Didactief geven Anne de la Croix en Mario Veen drie tips voor betere reflectie.

Humor: het online satirische jongerenplatform De gladiool schreef dit voorjaar over reflectie.

Meer nieuws

Scholen schrappen vak informatica

Informatica is veruit het grootste tekortvak in het voortgezet onderwijs. Ervaren docenten gaan met pensioen en er is weinig nieuwe aanwas. Gastdocenten uit het bedrijfsleven... LEES VERDER