Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Duizenden stakers in Amsterdam: “De maat is vol”

Rustig, maar vastberaden verplaatste een enorme sliert onderwijspersoneel zich vanmiddag van de Amsterdamse Stopera naar het Museumplein. Naar schatting 15 duizend leraren, directeuren en onderwijsondersteuners lieten zien dat de maat vol is. “Deze situatie is onhoudbaar.”

Op het Museumplein staat de 30-jarige Lanikai Husslage. Ze houdt al een klein uurtje een spandoek omhoog: ‘Wij zoeken nieuwe kanjers voor het onderwijs’. Husslage werkt nog maar een jaar in het onderwijs, maar somt de pijnpunten moeiteloos op. “Ik zit elke dag tot zes uur te werken, maar het is nooit af. Ook op m’n vrije dag doe ik dingen voor de school, terwijl ik die dag eigenlijk nodig heb om bij te komen. Het is m’n passie, maar tegelijk vraag ik me af hoe lang ik dit vol kan houden.”

Fulltime werken in het onderwijs, invalleerkracht Karen Fekkes moet er niet aan denken. Het is half twaalf ’s middags en het gebied rond de Stopera stroomt vol. Ze deelt een bankje in de zon met een onbekende collega en raakt al snel in gesprek over de problemen in het primair onderwijs. Fekkes valt in op de scholen van één bestuur, maar wordt “om de haverklap gebeld door obscure bureautjes, of ik niet via hen invalwerk wil doen.”

Lanikai Husslage: “Ook op m’n vrije dag doe ik dingen voor de school, terwijl ik die dag eigenlijk echt nodig heb om bij te komen. Het is m’n passie, maar tegelijk vraag ik me af hoe lang ik dit vol kan houden.”

Ook voor schooldirecteur Daniëlle Rodenhuis is het lerarentekort aan de orde van de dag. Op haar eigen school waar vaak geen vervanger meer te vinden is – “ik weiger zelf voor de klas te gaan staan, hallo, wij verzorgen onderwijs, geen opvang” – maar ook via haar dochter, een derdejaars pabo-student. “Mijn dochter krijgt nu al vacatures doorgestuurd van besturen, haar vriendinnen ook, maar is ze zijn er in feite nog niet klaar voor om zelfstandig een klas te draaien. Daar maak ik me grote zorgen om. Dat jonge, enthousiaste leraren ook nog eens afhaken, omdat ze al teveel verantwoordelijkheden krijgen.”

‘Wij zijn des…duivels’. Eén van de 15 duizend stakers die meeliep tijdens de demonstratie in Amsterdam.

Stoet

Eenmaal op stoom is het een indrukwekkend gezicht, de stoet stakende leraren, directeuren en onderwijsondersteuners. “Ik geloof niet dat ik ooit zoveel leraren bij elkaar heb gezien”, zegt een fietser die staande wordt gehouden zodat het onderwijspersoneel rustig de Vijzelstraat kan oversteken. Een schoolteam heeft een spandoek gemaakt waarmee ze automobilisten vragen te toeteren als zij achter de leerkracht staan, die vandaag wederom staakt voor minder werkdruk en meer salaris. Er is bijna geen chauffeur die z’n claxon onberoerd laat. Meester Klaas Henk de Jager benadrukt dat hij nooit voor dit vak had gekozen als hij rijk had willen worden, maar de realiteit is wel dat zijn vrouw vanwege haar hogere salaris vijf dagen in de week werkt en hij vier. “Er is een tweede kind op komst, maar van mijn salaris zou ik het gezin niet kunnen onderhouden, absoluut niet.”

“Er is een tweede kind op komst, maar van mijn salaris zou ik het gezin niet kunnen onderhouden, absoluut niet”, Klaas-Henk de Jager, meester in het basisonderwijs.

Een eindje verderop probeert Maaike Bouwman haar fiets met drie kinderen – eentje voorop, eentje achterop en één slapend in de draagzak – veilig langs stoepranden en de gleuven van de trambaan te loodsen. Ze is zelf leerkracht op een cluster 3-school, maar sympathiseert ook met het team op de school van haar twee oudsten. “Ik zie nu ook wat het doet met m’n eigen kinderen wanneer ze telkens een ander gezicht voor de klas krijgen. Dat mag niet zo vaak gebeuren. En ik staak mee omdat er meer handen in de klas nodig zijn en voor kleinere klassen.”

De stakers verzamelden vandaag bij de Stopera op het Waterlooplein. De opkomst was hoog: 15 duizend leraren, onderwijsondersteuners en directeuren liepen mee met de demonstratie dwars door de stad.

Leerkracht Shirley Caster zou desnoods een week de barricades op gaan. Ze is nog chagrijnig van haar laatste overwerk-actie. “Gisteren heb ik op m’n vrije dag van half negen tot zes uur administratie bijgewerkt, maar ik ben nog niet klaar.” Op haar school staat structureel één dag in de week een onderwijsassistent voor de klas, een hartstikke goeie kracht ‘maar het klopt niet’. Een nieuwe leraar is niet te vinden. “De maat is vol”, zegt haar collega Yvonne Kneijber. “Als je zelf ziek bent, ga je zo snel mogelijk weer aan de slag, omdat je je collega’s niet nog zwaarder wilt belasten. Dit is een onhoudbare situatie.” Een juf van Daltonschool Nellestein uit Amsterdam: “Er zijn de laatste tijd mensen overspannen geraakt waarvan ik het totaal niet had verwacht.”

Passie

Bijna zonder uitzondering spreken de leraren over de passie voor hun werk, toewijding en bevlogenheid. Het is een lastige positie: ze willen niemand afschrikken die overweegt voor het vak te kiezen en vinden – steeds minder, maar toch – momenten dat het werk met de kinderen ze veel voldoening geeft. Maar er begint ook bewustheid te ontstaan dat diezelfde bevlogenheid hen nekt. Meester Klaas-Henk de Jager: “We zijn een zacht volkje, het onderwijspersoneel. Van oudsher makkelijk te pappen en nat te houden. Maar er is iets in beweging gekomen. En nu zetten we door.”

Meer nieuws