‘Daling gemiddelde omvang klas zegt niets over werkdruk’

Bij het maken van beleid gaat de overheid te veel uit van een landelijk gemiddelde als het gaat om groepsgroottes. Die cijfers zeggen niets over de werkelijke situatie en de werkdruk op scholen, schrijft AOb-bestuurder Eugenie Stolk in een brief aan de Kamer. ‘Nog steeds zijn er op verschillende plekken plofklassen.’ Stolk pleit nogmaals voor een maximum gemiddelde van 23 leerlingen per klas op een school.

Vandaag debatteert de Tweede Kamer over het onderwerp. Stolk vraagt de Kamerleden daarom in haar brief om aandacht voor de vraag waarom scholen kiezen voor grote klassen en of het onderwijspersoneel in die beslissing wordt betrokken.

Uit cijfers van het ministerie van Onderwijs blijkt dat de gemiddelde groepsgrootte in het primair onderwijs is gedaald van 23,3 leerling in 2015 naar 23,1 leerling in 2017.

Theorie

‘Gemiddelde klassen bestaan alleen in theorie’, schrijft Stolk. ‘Je ziet niet wat de variatie is. Zeker met passend onderwijs kunnen klassen van 23 leerlingen verschillen als dag en nacht. Een eventuele daling zegt niets over de werkdruk.’ Stolk schrijft dat de cijfers er totaal anders uitzien als ze over andere categorieën worden verdeeld. ‘Tien procent van alle groepen in het basisonderwijs heeft 30 of meer leerlingen, dat zijn 5200 klassen. 13 duizend klassen hebben 27 of meer leerlingen.’

‘Zeker met passend onderwijs kunnen klassen van 23 leerlingen verschillen als dag en nacht’, schrijft AOb-bestuurder Eugenie Stolk aan de Tweede Kamer.

Stolk vraagt naast een gemiddeld maximum per school ook om een transparant onderzoek naar de klassengrootte. Die inventarisatie moet beter, bijvoorbeeld door achterliggende cijfers vrij te geven en niet alleen met gemiddelden te werken, maar ook absolute getallen op te nemen.

Grens

Op het Jonge Kind congres in Bussum riepen kleuterjuffen onderwijsminister Arie Slob vorige week ook al op om een grens te stellen (zie het filmpje hieronder). Ze willen minder kinderen in de klas, zodat ze meer aandacht hebben voor de leerlingen. In reacties op het filmpje op de facebookpagina van de AOb vertellen leraren over hun grote klas. Zo schrijft een lerares:Ik heb 37 leerlingen. Er komen er nog drie bij en de kinderen hebben verschillende moedertalen, zoals Pools, Russisch, Afghaans en Nederlands.’  

Lees de hele brief van AOb-bestuurder Eugenie Stolk aan de Tweede Kamerleden. Debat in de Tweede Kamer volgen? Ga naar de website van de Tweede Kamer.

Meer nieuws

Leraar in spe kan de weg niet vinden

Deeltijders en zij-instromers van lerarenopleidingen zien door de bomen het bos niet meer. Kom daarom met een studentvriendelijk overzicht van het aanbod, adviseert de Onderwijsinspectie. LEES VERDER