Brede brugklas biedt meer kansen voor leerlingen

Leerlingen op brede middelbare scholen blijven minder vaak zitten en komen vaker op een hoger schoolniveau terecht. Vooral jongens, laatbloeiers, kinderen van laagopgeleide ouders en allochtonen zijn beter af op een school waar meerdere onderwijsniveaus worden aangeboden, zoals mavo, havo en vwo.

Dat blijkt uit grondig onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen waarbij doorstroompercentages werden gebruikt en waar de voortgang van leerlingen op brede en categorale scholen werd vergeleken. Marie-Christine Opdenakker, hoofdonderzoeker, zegt naar aanleiding van haar onderzoek dat het bepalen van het onderwijsniveau op 11 of 12-jarige leeftijd voor veel leerlingen te vroeg is.

Definitieve keuze

“31 procent van de leerlingen, een percentage wat ik behoorlijk hoog vind, komt uit op een ander schoolniveau dan is geadviseerd op de basisschool”, zegt Opdenakker. “Daarvan zit 19 procent op een lager niveau. Blijkbaar is het lastig om een schooladvies te geven. Wij pleiten er daarom voor om de definitieve keuze uit te stellen.”

Wat dan wel de goede leeftijd is, moet verder onderzoek uitwijzen. “Het zou niet slecht zijn als leraren gecombineerde schooladviezen geven, zodat leerlingen langer de tijd hebben om te laten zien dat ze een onderwijsniveau aankunnen.”

Brede school

Wil je naar een hoger schoolniveau dan kun je beter naar een brede school gaan. Opdenakker: “Kijk je bijvoorbeeld naar leerlingen met een vmbo-advies en die op een middelbare school zitten waar alleen vmbo wordt aangeboden, dan zit er niemand in de vierde klas op de havo of het vwo.” Op brede scholen blijkt 24 procent van de leerlingen wél in een havo-klas te zitten in de vierde klas.

“Het is dus interessant om naar een brede school te gaan waar brugklassen gemengd zijn en waar het selectiemoment later valt.”

Zittenblijven komt op brede scholen op alle onderwijsniveaus minder vaak voor: driekwart van de leerlingen op een brede school die startten in een mavo/havo-klas haalt de vierde klas zonder vertraging. Op een (categorale) vmbo-school ging dat om 66 procent van de leerlingen die startten in een mavo-klas. Een verklaring is niet direct te geven. “Maar, uit ervaring kan ik mij voorstellen dat leerlingen in brede scholen zich aan elkaar optrekken”, zegt Opdenakker.

Trend

De huidige trend staat haaks op waar de onderzoekers nu voor pleiten. Het aantal homogene brugklassen nam in 2015 weer toe, schreef de Onderwijsinspectie in het Onderwijsverslag begin dit jaar. Gecombineerde adviezen geven leerkrachten bovendien minder vaak: in 2015 kreeg één op de zes leerlingen een gecombineerd advies, terwijl dat vier jaar geleden nog om een kwart van de leerlingen ging, aldus de inspectie.

De onderzoekers namen ook de overgang van het vmbo naar het mbo onder de loep. Bijna vijftig procent van de mbo’ers stopt in de eerste twee jaar met hun studie. “We volgden daarvoor een groot roc in Noord-Nederland. Ook hier bleken jongens, allochtonen en studenten van laagopgeleide ouders veel vaker af te vallen. Er is dus zeker veel verbetering mogelijk en we moeten daar goed over nadenken”, zegt Opdenakker.

Meer nieuws