Vooral leerlingen met een sociaaleconomische achterstand hebben goede, ervaren docenten nodig. Probleem is dat achterstandsscholen juist deze docenten moeilijk aantrekken.
Vooral leerlingen met een sociaaleconomische achterstand hebben goede, ervaren docenten nodig. Probleem is dat achterstandsscholen juist deze docenten moeilijk aantrekken.

Beeld: Flickr Basisschool Ark123.

Achterstandsschool haalt beste docenten moeilijk binnen

Goede, ervaren docenten zijn cruciaal om leerachterstanden in het primair onderwijs te voorkomen, met name voor kinderen met een sociaaleconomische achterstand. Dat is een probleem, want juist achterstandsscholen hebben moeite om die goede docenten aan te trekken.

Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in de vorige week verschenen notitie ‘Effectieve interventies leerachterstanden in het onderwijs’. Volgens het CPB bestaan er kwalitatief grote verschillen tussen docenten, zo groot dat goede docenten met hun leerlingen een heel onderwijsniveau hoger scoren dan zwakke docenten.

Waar een goede docent -behorend tot de beste 25 procent- voor de klas een leerling op havo-niveau brengt, behaalt diezelfde leerling met een minder goede docent -behorend tot de minste 25 procent- het niveau vmbo theoretische leerweg.

Problematisch

Voor het bestrijden van achterstanden is dit problematisch, want onderzoek wijst uit dat het juist de achterstandsscholen zijn die moeite hebben om goede docenten aan te trekken. Kwaliteitsverschillen tussen docenten zijn volgens het CPB het best te verklaren uit hun ervaring: onderzoek wijst uit dat docenten in de eerste drie jaar van hun carrière elk opeenvolgend schooljaar aanzienlijk beter presteren. Intensieve coaching van beginnende docenten versnelt dit leerproces.

Toegevoegde waarde

Voor het meten van de kwaliteit van docenten gebruikt het CPB een controversiële maatstaf: zogenoemde VA-scores. VA staat voor Value Added, ofwel toegevoegde waarde: de bijdrage die een docent levert aan de prestatieverbetering van zijn leerlingen. In een onderzoek naar het gebruik van deze maatstaf stelde de Onderwijsraad in 2014 dat scholen van het meten van toegevoegde waarde kunnen leren, maar dat de maatstaf niet geschikt is om een oordeel te geven van de kwaliteit van een school.

Naast goede leerkrachten zijn ook extra onderwijstijd, de inzet van ouders en onderwijsassistenten, kleine klassen, het stellen van hoge eisen en het bijspijkeren in de zomer (zomerscholen, lezen in de vakantie) volgens het CPB-onderzoek effectieve interventies voor het verbeteren van leerprestaties van kinderen met een onderwijsachterstand. Buitenlandse studies laten zien dat ook met voor- en vroegschoolse educatie ‘spectaculaire resultaten’ mogelijk zijn. In Nederland zijn die resultaten er vooralsnog niet.

Meer nieuws

Waar is m’n leraar?

Op basisscholen in Zuid-Holland staan nog een flink aantal vacatures open. Volgens de betrokken besturen levert dat niet direct problemen op aangezien scholen alles op... LEES VERDER

Een pleegkind in de klas

Uit onderzoek blijkt dat veel leraren de juiste kennis en ondersteuning missen als er een pleegkind in de klas komt. Met de website raadpleeg.org hoopt... LEES VERDER