Onderwijs van betekenis
De Internationale Schakelklas in Deventer helpt leerlingen in twee jaar de taal en vaardigheden te leren die ze nodig hebben om door te stromen naar regulier onderwijs. Een delegatie van de AOb, LOWAN en LAKS liep een dagje mee en was onder de indruk. AOb-voorzitter Coba van der Veer: "Hier maakt onderwijs echt hét verschil."
Coba van der Veer spreekt met een leraar van de ISK Deventer. Foto Kim van Strien
De lessen Nederlands als tweede taal (NT2) zijn de basis van het onderwijs in de Internationale Schakelklas (ISK). Maar ook bij de andere lessen: rekenen/wiskunde, verzorging, techniek, beeldende vakken, drama, muziek, sport en zwemmen, loopt taalverwerving als een rode draad overal doorheen. Fura Grol is teamcoördinator van de locatie Zwaluwenburg, waar we vandaag te gast zijn. Zij werkt daarnaast ook voor LOWAN, de landelijke organisatie die ISK’s ondersteunt.
Deze locatie is voor leerlingen van twaalf tot twintig plus, die net in Nederland zijn en de taal nog niet spreken. Ze beginnen hier echt met de basis. Het leermateriaal bestaat uit plaatjes met het woord eronder. “Ja, dat lijkt misschien kinderachtig,” zegt Grol, “maar het werkt voor deze groep. Toen ik dertig jaar geleden begon, was er helemaal niets. Alles moesten we zelf maken. Nu is er meer beschikbaar, maar we vullen het nog steeds aan met eigen lesmateriaal en gebruiken soms ook NT2 leermiddelen, die gemaakt zijn voor volwassenen of voor de basisschool.”
Twee jaar
De ISK biedt onderwijs op taalniveau A1 tot B2. Na twee jaar stromen de leerlingen uit naar regulier onderwijs. De woordenschat van leerlingen op B1 niveau bestaat uit zo’n 5000 Nederlandse woorden. Ter vergelijking: een Nederlandse twaalfjarige beschikt over ongeveer 17.000 woorden. Grol: “De achterstand is dus groot, ook als ze doorstromen naar regulier onderwijs.” De eerste zes jaar blijven ze officieel nieuwkomer en hebben ze extra taalondersteuning nodig. “Soms is een derde jaar op een ISK nodig; daar is minder financiering voor, maar wordt in voorkomende gevallen wél aangeboden.”
Je weet nooit hoeveel leerlingen je krijgt
Het aantal leerlingen wisselt sterk en is afhankelijk van internationale ontwikkelingen. Interim-teamleider Marcel de Looff noemt de organisatie een voortdurende puzzel. “Je weet nooit hoeveel leerlingen je krijgt.” Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, groeide de school in korte tijd met zeventig leerlingen en vijf extra klassen. Op andere momenten krimpt het aantal groepen weer. Momenteel telt de ISK op deze locatie tien klassen, met maximaal vijftien leerlingen per groep.
Divers
De herkomst van de leerlingen is divers. Er zijn jongeren uit landen als Iran, Eritrea en Syrië, maar ook kinderen van arbeidsmigranten uit bijvoorbeeld Polen en Bulgarije. Daarnaast volgen kinderen van kennismigranten uit onder meer India en China onderwijs op de ISK, evenals Nederlandse kinderen die na een verblijf in het buitenland terugkeren en hun Nederlands moeten bijspijkeren. Docenten moeten flexibel zijn en goed kunnen differentiëren. Leeftijden en niveaus lopen door elkaar. “Je moet professioneel betrokken zijn,” zegt De Looff. “Veel voor ze doen, maar ook afstand houden. Leerlingen worden regelmatig overgeplaatst. Je moet afscheid kunnen nemen.” Opvallend is dat vacatures hier snel worden vervuld. “De ISK trekt een bepaald type docent aan,” zegt hij. “Bevlogen mensen die maatschappelijke impact willen maken.” Coba van der Veer is onder de indruk: “Dit is nog eens betekenisvol onderwijs.”
Condens
Er zijn nog vijf klassen op een locatie even verderop in Deventer op een reguliere middelbare school. Maar op deze vestiging in een oud basisschoolgebouw staat de condens op de ramen omdat het enkel glas is, versleten vloeren en sleets sanitair.
“Dit is mijn vijfde pand,” vertelt Grol. “En eind dit schooljaar moeten we hier ook weer uit omdat het gesloopt wordt. Dan verhuizen we naar een volgende tijdelijke locatie.”
Het probleem is bekend: financiering voor nieuwe gebouwen ontbreekt. En het is ook lastig om te plannen met hoeveel leerlingen je rekening moet houden. Maar een vaste plek zou wel fijn zijn. “Ze moeten al vaak verhuizen. En dan wisselt de school óók nog van locatie.” Deze leerlingen zijn blij met wat er wél is. Dat het schoolplein is ingericht voor jonge kinderen, vinden ze geen probleem. “We wilden de speeltoestellen weghalen, maar ze vinden het heerlijk, die schommels en het klimrek,” zegt Grol lachend. De meesten wonen in een AZC. “Ze staan nog in de overleefstand,” vertelt Grol.
Ongerust
Zoals Ali uit Iran. Zijn moeder en zusje zijn nog in Teheran. Vandaag heeft hij ze nog niet te pakken kunnen krijgen. De ongerustheid knaagt, maar slaat hem niet lam. Hij doet juist extra zijn best. Hij was al een twintiger toen hij in Nederland aankwam. Officieel te oud voor de ISK. Hij is niet de enige. “Vaak zijn het jongens die door de familie vooruit worden gestuurd”, weet Fura Grol. In het AZC zitten ze zich te vervelen. Terwijl ze aan de slag willen met hun toekomst. Daarom zijn we dit jaar begonnen met een pilot voor jongeren boven de achttien. Ali is met zijn 24 jaar nu de oudste leerling van de ISK in Deventer. Hij wil naar het vwo en daarna studeren.
Kunstwerken
In de gangen hangen kunstwerken van leerlingen. Een Iraans meisje maakte zelfportretten in de stijl van Andy Warhol, in verschillende versies waarin ze alles doet wat in haar land voor verboden was voor vrouwen. Een leerling uit Eritrea schreef zijn vluchtverhaal op, inclusief de gevaarlijke overtocht per rubberboot. Een jongen met een Jezidi-achtergrond tekende zijn dorp voordat het door IS werd verwoest. Onder zijn tekening staat: ‘We begroeven onze dromen. Sindsdien ben ik niet meer dezelfde.’
Juf, ik ben honger
Je zou verwachten dat zulke ervaringen zwaar op hen drukken. “Ze hebben allemaal een rugzak,” zegt Grol. “Maar als ik vraag of ik ergens rekening mee moet houden, zeggen ze meestal: ‘Nee hoor, met mij is alles goed.’ Ze willen dóór.”
Een Iraanse leerling maakte dit zelfportret in Andy Warhol-stijl.
Schoolontbijt
Op school hoeven ze hun vluchtverhaal niet opnieuw te vertellen. “Dat hebben ze bij de IND al vaak genoeg gedaan. Hier mogen ze leerling zijn. En puber.” Kim van Strien weet hoe belangrijk dat is. “School is méér dan een plek om te leren, het is ook een plek om te ontdekken wie je bent en wat je wil. Om te hangen samen met leeftijdgenoten”, zegt de AOb-bestuurder. En pubers verslapen zich. Vergeten hun gymtas. Komen zonder ontbijt naar school: ‘Juffrouw, ik ben honger’. Daarom is er nu een schoolontbijt, verzorgd door een lokale cateraar. Halal, en tijdens de ramadan aangepast. Om half elf krijgen ze broodjes. ‘s middags halen sommigen nog iets bij de supermarkt om de hoek.
Vaderfiguur
Zonder ouders is het lastig om structuur te houden. De verzuimmedewerker speelt daarom een cruciale rol en het ISK onderhoudt nauw contact met COA en AZC’s. Ook de conciërge is onmisbaar: streng én empathisch, een vaderfiguur voor velen. Grol: “Hij maakt grapjes, maar handhaaft de regels. De leerlingen lopen met hem weg.”
Soms botsen al die verschillende achtergronden. Leerlingen die gewend zijn op vrijdag vrij te zijn vanwege hun geloof, moeten leren dat dat in Nederland niet gebruikelijk is. En jongens en meisjes gymmen samen. “Ik heb respect voor hun geloof,” zegt Grol. “Maar ik ben ook duidelijk. Dit is hoe het hier werkt.”
De Internationale Schakelklas biedt deze jongeren niet alleen taal, maar ook een plek om even adem te halen. Om te landen. Om opnieuw te beginnen. Tesnim uit Syrië glimlacht als ze over haar school praat. “Ik vind het fijn hier. De leraren zijn aardig. We leren elke dag en ik heb veel vriendinnen. Het is gezellig. Ik ben blij hier.”