MBO
HBO
WO&O

Kabinet wil stagevergoeding verplichten, maar stelt verder nog geen eisen

Bij langere stages moeten studenten altijd een vergoeding krijgen, vindt het kabinet. Voorlopig maakt het niet uit hoe hoog die vergoeding is. Dat mogen bedrijven en sectoren zelf weten. AOb-voorzitter Coba van der Veer pleit voor een vergoeding van 750 euro bruto per maand voor 40 uur.

Tekst Hoger Onderwijspersbureau en Redactie Onderwijsblad - - 2 Minuten om te lezen

Stagevergoeding

Beeld: Typetank

Er is jaren over gesteggeld, maar het kabinet heeft de knoop doorgehakt: er komt een verplichte stagevergoeding voor studenten in het mbo, hbo en wo. Daar is de ministerraad afgelopen vrijdag mee akkoord gegaan.

Korte stages en stages in het buitenland worden uitgezonderd. Bovendien wil minister Letschert vooralsnog geen minimumbedrag vaststellen. Het zou bij wijze van spreken ook een vergoeding van 1 cent kunnen zijn.

Krijg jij een eerlijke stagevergoeding?  Vul de Stagewijzer in en kom erachter!

Maar studenten moeten er wel op vooruitgaan. Als de vergoedingen te laag blijven, kan ze toch een minimumbedrag prikken. Die mogelijkheid zet ze in haar wetsvoorstel, kondigt ze aan. 

De AOb voerde jarenlang actie voor het instellen van een stagevergoeding voor alle studenten in het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs. "Hier hebben we jaren voor gestreden en die strijd wordt nu beloond", zegt AOb-voorzitter Van der Veer. "Wel vind ik het jammer dat de minister geen minimumbedrag eraan koppelt. Wat ons betreft komt er een vergoeding van 750 euro bruto per maand voor 40 uur." 

Hier hebben we jaren voor gestreden en die strijd wordt nu beloond

Groot deel

“Veel studenten lopen een groot deel van hun studietijd stage”, zegt Letschert in een persbericht. “Stages zijn essentieel in de opleiding en in de voorbereiding op de arbeidsmarkt. Dat verdient erkenning én waardering, ook in financiële zin.”

Stages zijn essentieel in de opleiding en in de voorbereiding op de arbeidsmarkt. Dat verdient erkenning én waardering

De komst van een wettelijke stagevergoeding was al afgesproken in het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD. Maar met name de VVD heeft er moeite mee. De liberalen wijzen steevast op kleine bedrijven die zo’n vergoeding niet kunnen betalen. Het aantal stageplaatsen zou weleens kunnen afnemen.

Voor dat laatste probleem hadden de regeringspartijen aanvankelijk een stagefonds bedacht. Zo stond het in de coalitieafspraken, maar daar ziet Letschert vanaf. Het gaat in de praktijk niet werken, schrijf ze in haar brief, “omdat er een groot risico is op onbedoeld gebruik en lastig is af te bakenen”.

Teleurgesteld

De Landelijke Studentenvakbond is -net als de AOb- teleurgesteld dat er geen minimumbedrag komt: “Alles minder dan de 40 procent van het minimumloon is een belediging.” Dat zou voor een 21-jarige student in een stage van 40 uur per week een vergoeding van zo’n duizend euro betekenen.

Bovendien ziet de LSVb een probleem met de handhaving: studenten moeten kennelijk zelf naar de rechter als hun stagebedrijf geen vergoeding uitkeert. De minister snapt dat dat een hoge drempel is, staat in haar brief, maar ze zoekt de oplossing in goede communicatie met de stagiairs zelf en hun stageaanbieders. Dat vindt de LSVb te weinig.

Het Interstedelijk Studenten Overleg is tevreden dat er een verplichting komt, maar is net als de LSVb teleurgesteld. “Studenten verdienen meer dan alleen een schouderklopje voor al het werk dat zij doen”, staat in een persreactie. Het ISO noemde eerder een vergoeding van 560 euro.