Alle

AOb wil einde aan onzekere contracten in onderwijs

De AOb wil een einde aan onzekere contractconstructies in het onderwijs. In het nieuwe wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers, waar de Tweede Kamer op 12 mei over stemt, ziet de bond een kans om drie hardnekkige problemen aan te pakken.

Tekst Judith Katz - Redactie Onderwijsblad - - 3 Minuten om te lezen

Tweede Kamer stemming

De Tweede Kamer behandelt binnenkort het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers. Beeld: Tweede Kamer

Dat zijn oneindige tijdelijke urenuitbreidingen, een onbeperkt aantal tijdelijke contracten bij ziektevervanging in het primair onderwijs en hoge overnameboetes voor schoolbesturen als zij een uitzendkracht in dienst willen nemen.

Tijdelijke uren zorgen voor onzekerheid

In het onderwijs komt het regelmatig voor dat werknemers een klein vast contract hebben, bijvoorbeeld van 8 uur, met daarnaast een grote tijdelijke uitbreiding van 32 uur. In de praktijk werken mensen soms al jaren op deze manier, zonder zekerheid. Die tijdelijke uren kunnen bovendien op elk moment worden ingetrokken, waardoor een groot deel van het inkomen onzeker blijft. “Dit geeft weinig zekerheid. Probeer op die manier maar eens een hypotheek te krijgen”, zegt Elwin Wolters, arbeidsvoorwaardencoördinator bij de AOb. “En als je ziek wordt, krijg je alleen over de vaste uren een ziektewetuitkering.”

De AOb wil dat deze tijdelijke urenuitbreidingen onder de ketenbepaling gaan vallen, zodat werknemers, net zoals bij normale contracten, na drie verlengingen recht krijgen op een vast dienstverband. In het mbo is dit al geregeld in de cao, maar in het primair en voortgezet onderwijs nog niet. Omdat Kamerleden Stephan Neijenhuis (D66) en Mariëtte Patijn (PRO) dit ook geen goede ontwikkeling vinden, hebben zij een motie ingediend waarin zij oproepen te onderzoeken of deze tijdelijke urenuitbreidingen onder de ketenbepaling kunnen vallen.

Ziektevervanging in het primair onderwijs

Een andere doorn in het oog is de uitzonderingspositie van het primair onderwijs in de Wet arbeidsmarkt in balans. Daardoor kunnen docenten die invallen bij ziekte onbeperkt tijdelijke contracten krijgen. Volgens Wolters is dat niet meer van deze tijd. “Deze uitzondering kan ertoe leiden dat docenten oneindig veel contracten kunnen krijgen als zij moeten invallen bij ziekte. Natuurlijk willen we niet dat klassen naar huis worden gestuurd als de leraar ziek is, maar daar zijn andere opties, zoals een publieke vervangingspool, voor. Onbeperkte vervanging is ongewenst en staat haaks op ons streven om onderwijspersoneel werkzekerheid te bieden.” De bond pleit er daarom voor om deze uitzondering te schrappen. Ook hiervoor hebben PRO en D66 een wetswijziging ingediend.

Overstap naar vaste baan geblokkeerd

Ook uitzendkrachten in het onderwijs lopen tegen barrières aan. Uitzendbureaus rekenen soms hoge vergoedingen wanneer een school een docent in vaste dienst wil nemen. Deze bedragen kunnen, in extreme gevallen, oplopen tot tienduizenden euro’s: uit onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat sommige bureaus zelfs tot wel 45.000 euro vragen.

Publiek geld moet niet onnodig weglekken naar commerciële partijen

Op basis van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs mogen uitzendbureaus een ‘redelijke vergoeding’ vragen, maar wat ‘redelijk’ is, is niet vastgelegd. Daardoor ontstaat veel onduidelijkheid en blijven kosten hoog. De AOb wil dat deze vergoedingen aan banden worden gelegd. Ook daar hebben D66 en PRO een wetswijziging voor ingediend. 

“Publiek geld moet niet onnodig weglekken naar commerciële partijen”, zegt Wolters. “Het onderwijs schreeuwt om personeel en als een schoolbestuur iemand een vast contract wil aanbieden, wordt het bestuur geconfronteerd met enorme boetes vanuit uitzendbureaus. Dat is volstrekt ongewenst en dat verdienmodel moet worden aangepakt.”

Beurt aan de Tweede Kamer

Op 21 april stemt de Tweede Kamer over de amendementen en op 12 mei over de wet en de moties. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de voorstellen ‘oordeel Kamer’ gegeven. Dat betekent dat het nu aan de Kamer is om te beslissen.