Raad en daad: als de onderwijsassistent een zieke leraar vervangt
Onderwijsassistent Debbie krijgt het verzoek een zieke leerkracht op haar school te vervangen. Mag ze weigeren? En als ze er wel voor wil gaan: waar heeft ze dan recht op?
Tekst
Joep Gakes
-
-
2 Minuten om te lezen
Beeld: Typetank
Debbie werkt met veel plezier ruim twaalf jaar als onderwijsassistent op een basisschool. Recent is ze door haar leidinggevende gevraagd om een leraar, die ziek uitgevallen is, tijdelijk te vervangen. Debbie heeft weliswaar veel ervaring in het onderwijs, maar is niet bevoegd om les te geven.
Omdat ze toch wat koudwatervrees heeft, neemt Debbie contact op met de AOb met de vraag of ze verplicht kan worden om tijdelijk voor de klas te staan. De juridisch medewerker van de AOb wijst haar op de nieuwe afspraken over waarneming in de cao voor het primair onderwijs die sinds 1 februari 2026 gelden. In die cao is onder andere afgesproken dat Debbie een verzoek van haar werkgever om haar collega (leraar) waar te nemen, in principe mag weigeren. Volgens de cao is er sprake van waarneming in het geval een ondersteuner, zoals Debbie, een leraar minimaal een halve dag vervangt.
Waarnemingstoelage
Als Debbie ervoor kiest om een leraar te vervangen, dan heeft zij recht op een waarnemingstoelage. Ook dit volgt uit de nieuwe cao-bepaling. De hoogte van de waarnemingstoelage is gekoppeld aan Debbie’s schaal en trede. Zij zit in schaal 6, trede 11 en heeft vanaf het begin van de vervanging ten minste recht op een toelage ter hoogte van 37 euro bruto per waargenomen dag en vanaf 1 november 2026 heeft Debbie vanwege de cao-loonsverhoging recht op 38 euro bruto per dag.
Als ze hiervoor gaat én als het waarnemen naar meer zou smaken, is haar werkgever bovendien verplicht om een deeltijdopleiding, gericht op het behalen van een onderwijsbevoegdheid, aan te bieden. Ook dit is een nieuwe afspraak in de cao. Er is sprake van structureel waarnemen in het geval de waarneming, ongeacht het aantal uren, minimaal 26 weken duurt of regelmatig terugkeert.
Aanbod werkgever
In het aanbod van de werkgever moet in elk geval worden opgenomen dat:
De opleiding uiterlijk het volgende schooljaar start; De werkgever de studie- en materiaalkosten van de deeltijdopleiding vergoedt; De dagen waarop les wordt gevolgd als werktijd worden gerekend; De werknemer het aanbod zonder verdere gevolgen kan weigeren.
Met deze informatie is Debbie opnieuw in gesprek gegaan met haar leidinggevende. Afgesproken is dat de waarnemingstoelage betaald zal worden. Zodra de waarneming een structureel karakter krijgt, vindt er tevens een gesprek plaats over de eventuele scholingswensen van Debbie.
Deze rubriek is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk van AOb-juristen.