Van paniekvoetbal naar teamgeest
Het nijpende lerarentekort dwingt scholen tot lastige keuzes. In de themamaand ‘Onderwijskwaliteit in tijden van tekorten’ onderzoekt de AOb de opties samen met deskundigen en schoolleiders. Hoe blijft de onderwijskwaliteit voorop staan?
Tekst Maaike Lange - Onderwijsblad - - 7 Minuten om te lezen
Beeld: XF&M
Het AOb Leiderschapsprogramma organiseert voor schoolleiders in november een themamaand ‘Onderwijskwaliteit in tijden van tekorten’. De bond blijft de noodzaak van de bevoegde docenten voor de klas benadrukken. Maar wat als die er echt niet zijn? Hoogleraar Frank Cornelissen (Universiteit van Amsterdam) en conrector Nico Hovius (Grotius College Delft) laten in de themamaand zien hoe het anders kan: sturen op kwaliteit en gedeelde verantwoordelijkheid, niet op paniek. (Artikel loopt door onder button.)
Meer informatie en/of aanmelden voor de themamaand? Lees verder!
“Onderwijs is altijd in beweging, net als de samenleving”, zegt Cornelissen. “Langzaamaan ontdekken we dat we misschien al eerder hadden moeten beginnen om ons onderwijs anders te organiseren. Niet als noodgreep, maar als een professionele ontwikkeling.”
Streven naar bevoegde leraren voor de klas
Cornelissen komt met een praktijkvoorbeeld. Hij is naast hoogleraar ook toezichthouder in het basis- en voortgezet onderwijs en betrokken bij de Almeerse Scholen Groep. Twee jaar geleden besloot dat schoolbestuur een schoolweek in te voeren met vier lesdagen. “In alle grote steden is het lerarentekort groot, maar in Almere wel het grootst, met 23 procent. Er is zowel een tekort aan leraren als aan schoolleiders. Dan kun je wel zeggen dat je streeft naar allemaal bevoegde leraren voor de klas, maar de praktijk vraagt om iets anders.” Hier werd besloten de vijfde schooldag anders in te vullen, met sport en kunst, gegeven door docenten en coaches van buitenaf. In eerste instantie een noodgreep, aldus Cornelissen, maar gaandeweg bleek het goed bij de school te passen. “Als je een heldere visie neerzet met je team over wat je met je onderwijs wilt bereiken met de middelen en mensen die je hebt, dan komen daar vaak mooie dingen uit voort. Het gaat dan vooral om hoe je als team zelf richting kiest en voor toekomstbestendig onderwijs zorgt.”
Er is niet één recept is voor toekomstbestendig onderwijs
Conrector Nico Hovius van het Grotius College voor mavo, havo en vwo in Delft probeert ook al langere tijd innovatief naar het onderwijs te kijken. In eerste instantie nog ingegeven door een gebrek aan gekwalificeerd personeel, maar gaandeweg geïnspireerd door de nieuwe kansen die hij ziet om het onderwijs juist vooruit te brengen. “In elke regio liggen de uitdagingen anders”, zegt hij. “In sommige regio’s kampen we met een lerarentekort, andere regio’s hebben juist een krimp van het aantal leerlingen.” Hij bedoelt te zeggen dat er niet één recept is voor toekomstbestendig onderwijs, maar dat iedere school zelf aan de slag moet met het vinden van oplossingen. “In alle gevallen moeten we, vanzelfsprekend, de kwaliteit zien te waarborgen.” En dat kan, volgens hem, door te beginnen met het stellen van de juiste vragen.
Samenwerken is beter dan concurreren
“Mijn eerste vraag is: wat hebben wij als team beschikbaar om onderwijs te geven? Mijn tweede vraag is: hoe kunnen we daar zo goed mogelijk onderwijs mee geven? Ik weet nu al dat ik de komende drie jaar een tekort zal hebben aan leraren voor bepaalde vakken. Andere scholen hebben hetzelfde probleem. Je kunt als scholen beter gaan samenwerken, dan elkaar beconcurreren. Samen een leraar biologie delen, bijvoorbeeld. Dat is anders denken.”
Het begint met anders denken
Een ander praktijkvoorbeeld. Op zijn middelbare school werken veel parttimers. Hovius heeft zijn docenten gevraagd om een buddy-docent te zoeken waarmee ze samen een voltijdsbaan hebben. Dan kunnen ze zelf het rooster indelen. “Daarvoor moet je bestaande mechanismes doorbreken. Leerlingen hebben hierdoor les van verschillende leraren. Dat is anders, maar helemaal niet erg zolang je als buddy’s goed samenwerkt. Het is dan misschien zelfs wel beter. Leerlingen krijgen hun lesstof op verschillende manieren uitgelegd. Dat is precies de slag die je wilt maken. Ik moet toegeven dat leraren het nog steeds best lastig vinden om dit op te pakken. Daarom opnieuw: het begint met anders denken.”
Ga terug naar het begin
Hoogleraar Frank Cornelissen is het ermee eens dat goed onderwijs geven begint met het ontwikkelen van een visie op basis van wat je als schoolteam hebt. Ga terug naar het begin, raadt hij aan. “Stel vragen als: wat hebben onze leerlingen in deze omgeving nodig, in onze wijk, in deze stad, in Nederland? Hoe houden we onze leerlingen gemotiveerd? Kunnen ze zich zodanig ontwikkelen dat ze straks een plek zullen vinden in de maatschappij? Vervolgens ga je als team kijken wat daarbij past. Dan kun je per school op een andere uitkomst uitkomen.”
Een voorbeeld van waar anders is gedacht, is een andere school in Almere, vertelt Cornelissen. Op een gegeven moment had de schoolleider nog slechts twee bevoegde leraren. “Toen werd de beste leraar door de schoolleider uit de klas gehaald. Zij is zo goed, vond de schoolleider, het is zonde als maar één klas van haar profiteert. Deze leraar ging vervolgens alle onderwijsondersteuners en studenten van de pabo die voor de klas stonden, coachen. Zij kwam in alle klassen, ze bewaakte de visie van de school en er ontstond een lerende houding waar iedereen, het onderwijsteam en leerlingen, van profiteerde. Deze schoolleider wil niet anders meer. Zij heeft gezien dat de hele school lerend bezig is met een open houding.”
Wie iemand onbevoegd voor de klas zet, moet ook investeren in diens ontwikkeling
AOb-bestuurder Kim van Strien benadrukt dat de inzet van onbevoegden een duidelijke verantwoordelijkheid met zich meebrengt. “Wie iemand onbevoegd voor de klas zet, moet ook investeren in diens ontwikkeling. Vaak gaat het om enthousiaste en gemotiveerde mensen die graag in het onderwijs willen werken. Geef hen daarom niet alleen een klas, maar ook een reële route naar een bevoegdheid. Dat betekent goede begeleiding, voldoende tijd voor opleiding en ontwikkeling en gezonde arbeidsomstandigheden. Alleen zo kunnen zij uitgroeien tot volwaardige leraren én behouden blijven voor het onderwijs.”
Creativiteit mag geen excuus worden om de kwaliteitsnorm te verlagen
Het tekort aan leraren vraagt om samenwerking en soms om creatieve oplossingen, vindt ook Van Strien. “Maar creativiteit mag geen excuus worden om de kwaliteitsnorm te verlagen.” Scholen worden door het nijpende lerarentekort soms gedwongen tot keuzes die ze liever niet zouden maken, volgens de AOb. Dúrf die keuzes wel te maken, benadrukken Cornelissen en Hovius. Stel scherpe vragen als: volgen we alles uit de methode of laten we misschien wat weg? Moet elke leerling dezelfde route afleggen of mag dat anders?
Flexrooster
Hovius is bijvoorbeeld voorstander van een flexrooster. Op zijn school zijn ze ermee begonnen. “Als je aan een docent vraagt: ‘Hebben alle leerlingen evenveel onderwijstijd nodig om een vak te leren’, zullen ze ‘nee’ antwoorden. Toch bieden scholen doorgaans alle leerlingen hetzelfde aan. Een flexrooster biedt de mogelijkheid om leerlingen autonomie te geven over waar ze extra onderwijstijd nodig hebben, natuurlijk met begeleiding en ondersteuning van docenten. Dit doet volgens mij meer recht aan de leerlingen.”
De inzet van onbevoegden mag nooit het nieuwe normaal worden
Voor de AOb blijft het uitgangspunt helder. Van Strien: “Goed onderwijs wordt gegeven door bevoegde leraren. We begrijpen dat het niet altijd lukt om die bevoegde leraar te vinden, maar de inzet van onbevoegden moet een noodmaatregel blijven en mag nooit het nieuwe normaal worden.”
Wel is het volgens haar goed om te zien dat scholen bij het aanpakken van het tekort samenwerken, in plaats van elkaar te beconcurreren om de schaarse leraren. Volgens Van Strien moeten we ons vaker afvragen of alles wat we op school doen echt nodig is. Veel administratieve of organisatorische taken die leraren nu ‘erbij’ doen, zijn wettelijk helemaal niet verplicht. Denk aan het minutieus bijhouden van bepaalde leerlingvolgsystemen of het deelnemen aan vergaderingen die niet direct bijdragen aan de onderwijskwaliteit. Moet de leraar deze taken dan wel uitvoeren? “Leraren zijn er in de eerste plaats om goed onderwijs te geven en leerlingen te begeleiden. Hun tijd is schaars en moet daar dus ook zoveel mogelijk aan worden besteed.”
Meer informatie over de themamaand ‘Onderwijskwaliteit in tijden van tekorten’? Lees meer en/of meld je aan