Zo komt jouw cao tot stand
Voor het mbo zijn de cao-onderhandelingen weer begonnen. Een inspannende bezigheid voor de onderhandelaars van de AOb. Elk woord wordt gewogen. “Soms is het proces traag, maar dat is wel noodzakelijk om eruit te komen.”
Beeld: Rosa Snijders
In overleg’ of ‘na overleg’, het is maar één woordje verschil. Toch kan AOb-bestuurder Anton Bodegraven hier zo een paar uur over discussiëren met de werkgevers uit het primair onderwijs. “Wat je opschrijft in de cao is van belang, zeker omdat werkgevers of werknemers zo’n document er vaak pas bij pakken als ze er niet uitkomen. Bij ‘in overleg’ gaat het over een compromis. Bij ‘na overleg’ wordt er wel gepraat, maar besluit één van beide.”
Een cao-proces is gewoon soms traag, bevestigt AOb-bestuurder Kim van Strien. “Dat is wel vaak noodzakelijk om eruit te komen.” In het onderwijs sluit de AOb samen met andere vakbonden -denk aan CNV, FvOv en de vertegenwoordigers van de schoolbesturen ‘de raden’- de cao af. Hierin staan alle afspraken over arbeidsvoorwaarden, zoals het loon op je salarisstrook, de reiskostenvergoeding, werkdruk, taakbeleid en of je een vrije dag krijgt bij een verhuizing. Dat vind je allemaal terug in het cao-boekje.
STAP I: Inzet bepalen
Het onderhandelingsproces begint bij de wensen van de AOb-leden. “Daarom houden we ‘ophaalsessies’ in het hele land”, zegt Bodegraven. “Leden kunnen op dat moment laten weten welke afspraken zij het liefst terugzien in de cao. Vaak sturen we nog een vragenlijst per mail.” Uit alle wensen destilleert de onderhandelaar een lijst en houdt rekening met de kaders van de bond. “Voor onze eigen cao-inzet zijn de dagelijks bestuurders en de sectorbestuurders aan zet. Zij kijken wat de AOb belangrijk vindt en vergelijken dit met de standpunten van de FNV waarvan de AOb onderdeel is.” Daarnaast vindt er afstemming plaats tussen de onderwijssectoren binnen de AOb. “Je moet wel dezelfde lijn volgen en niet in de ene sector aanpassingen doen in de bovenwettelijke ww en dat dan niet in de andere onderwijssectoren doen. Voor grote onderwerpen moet het beleid in lijn zijn.” Als de inzet er eenmaal is, buigt de sectorraad van de AOb zich erover. In een sectorraad zitten actieve leden die in dezelfde onderwijssector werken. Vaak zijn dat zo’n vijftig leden in totaal. Zij denken mee met het beleid van de bond en stellen de cao-inzet van de AOb definitief vast. Het ophalen, bepalen en vaststellen van de inzet duurt zo’n twee maanden.
Stap II: Gezamenlijke inzet bepalen
Als de eigen inzet is bepaald, volgt een gezamenlijke inzet. Dat betekent dat de AOb samen met de andere bonden uit het overleg afstemt wat de inzet aan de onderhandelingstafel wordt. “Die afstemming moet onderling strak zijn. Soms is dit al bijna een onderhandelingsronde om ervoor te zorgen dat de voor jou belangrijke punten in de gezamenlijke inzet komen”, zegt Van Strien.
Woordenboekje
Onderhandelaarsakkoord of principeakkoord
Het document waar de bonden en de werkgevers hun nieuwe afspraken in zetten voor een nieuwe cao in een onderwijssector. Een onderhandelaarsakkoord is het resultaat van de onderhandelingen en nog niet definitief. Na instemming van de achterbannen heet het pas officieel een cao-akkoord.
Achterban
Bij de AOb en andere bonden zijn dat alle leden die werken in een bepaalde onderwijssector. Bij de werkgeversorganisaties zijn dit de schoolbesturen uit het po, vo en mbo en de hogescholen en universiteiten.
Cao
Is aan afkorting voor collectieve arbeidsovereenkomst. In dit document vind je alle afspraken over je loon, vrije dagen, werkdruk, zwangerschapsverlof, scholing, werktijden, pensioen etc. De cao geldt voor een hele onderwijssector: dus bijvoorbeeld alle medewerkers in het primair onderwijs.
Stilzwijgend verlengen
Als een cao-looptijd verloopt en niemand zegt de cao op, dan gelden de afspraken uit de oude cao totdat er een nieuwe cao af is. Al het onderwijspersoneel behoudt alle rechten.
Stap III: Het overleg met werkgevers
De beide partijen maken vooraf een ‘onderhandelingsplanning’ zodat duidelijk is op welke data ze onderhandelen. Van Strien: “Er is vaak een tijdslimiet, want je kent het aantal dagen van onderhandelen. Hierdoor ben je veel puntiger bezig dan dat je direct al zegt dat je een half jaar met elkaar gaat zitten. Als je een half jaar hebt, gebruik je die tijd ook. Je moet kaderen op inhoud en tijd.”
De werkgevers maken net als de bonden een inzet. Eenmaal aan tafel is de eerste stap het uitwisselen van de inzetten. De werkgevers hebben met alle schoolbesturen bedacht wat zij willen bereiken. Bodegraven: “Vaak begint het dan met elkaar bevragen. Hoe bedoel je dit of waar vraag je eigenlijk om? We zoeken dan de overeenkomsten en de verschillen.” (Tekst loopt door onder afbeelding.)
Bij het onderhandelen over een cao is er vaak een tijdslimiet waardoor je veel 'puntiger' kan onderhandelen. Beeld: Rosa Snijders
Vaak volgt daarna de ‘verkenning’ die een aantal dagen duurt. Een belangrijk verschil is dat een verkenning ‘informeel’ kan zijn, iets wat kan helpen. Bij een informele sessie is er geen verslaglegging. “Het betekent dat je vrijer praat”, zegt AOb-bestuurder Bodegraven die dan vaak spreekt in een kleiner groepje over cao-onderwerpen. Bij een formele onderhandelingsafspraak notuleert een onafhankelijk secretaris en legt daarmee alles vast.
Hoe de onderhandelingen verlopen, ligt er aan welke onderwerpen op tafel liggen. “Stel je plant vijf dagen in september om te onderhandelen dan wil je weten welke afspraken uitgevoerd kunnen worden als de cao rond is of als we een afspraak maken over de werkkostenregeling moeten we bekijken of dat weer geen invloed op iets anders heeft”, zegt AOb-bestuurder Henrik de Moel. Bijna altijd komen er werkgroepen op onderwerp die verder praten over afspraken. Van Strien: “Tussendoor spreek je met je achterban, want je wil informeren en blijven checken of je als onderhandelaar de goede koers houdt. Ben ik gedekt als ik deze afspraak maak. Dat check ik vaak bij het sectorbestuur, het bestuur van de sectorraad waar actieve leden inzitten die meedenken over het beleid.”
In de praktijk betekenen cao-onderhandelingen heel veel uitzoekwerk. “Voorbereiding is heel belangrijk. Je moet voordat je aan tafel komt weten wat jouw voorstel kost voor welke partij en of er meerdere mogelijkheden zijn om het in te voeren”, zegt Bodegraven. Tussendoor zoeken onderhandelaars juridische zaken uit of moeten ze voorstellen gaan uitrekenen. Belangrijk is bijvoorbeeld de schatting welke loonruimte er is vanuit de overheid. Normaal kun je vanuit de Voorjaarsnota -die uitkomt medio april/mei- een schatting maken, maar vorig jaar werd de indexering van de lonen pas in de zomer bekend. Van Strien: “Je kunt wel andere onderwerpen bespreken, maar zoiets geeft wel vertraging waar wij dan als partijen niets aan kunnen doen.”
Een broedende kip moet je niet storen
Het loon hangt met andere onderwerpen samen, denk aan de reiskostenvergoeding. Onderhandelaars moeten weten hoeveel procent van de loonsom ze hieraan uit willen geven. Wat Van Strien wel eens lastig vindt is dat leden niet elk stapje van een onderhandelingsproces mee krijgen. “Je kan niet over alles tussendoor communiceren. Een broedende kip moet je niet storen, maar soms behoud je aan de onderhandelingstafel iets heel goeds, maar krijg ik terug waarom ik geen werktelefoon voor iedereen heb geregeld. Dan is het lastig dat ze niet weten wat ik soms wél heb bereikt.”
Stap IV: Stemmen
Als de werkgevers en bonden het eens zijn geworden, maken ze een onderhandelaarsakkoord. Daarin schrijven ze alle nieuwe afspraken op. Ze communiceren dit met hun achterbannen. Bij de AOb krijgen alle leden uit de onderwijssector een mail met een stembutton en er komt een bericht op de site. Een onderhandelaarsakkoord is nog niet definitief. Alle achterbannen van alle bonden en de werkgevers mogen erover stemmen. “De leden zijn de baas”, zegt Van Strien. “Zijn zij het niet eens, dan kan het zijn dat je iets moet aanpassen.” Als één van de bonden het onderhandelaarsakkoord niet wil ondertekenen, gaan ze in de actiestand. Al komt dit nauwelijks voor als er al een onderhandelaarsakkoord ligt, want je legt dit pas voor als onderhandelaar als je denkt dat het genoeg is. Mocht dat niet zo zijn, dan pak je als bond al eerder de spandoeken uit de kast. De Moel: “Dan ga je actie voeren om je punten te behalen, dit kan van alles zijn een picket line, regionale actie of als het moet naar het Malieveld.” Als twee bonden uit het overleg het wel eens zijn, kunnen zij het onderhandelaarsakkoord gewoon ondertekenen. Dan wordt het toch een definitieve cao die voor alle werknemers in die onderwijssector geldt. Meestal stemmen alle achterbannen in en zodra het zover is, ondertekenen de bestuurders de cao en die is daarmee definitief. (Tekst loopt door onder afbeelding).
Meestal stemmen alle achterbannen in en zodra het zover is, ondertekenen de bestuurders de cao en die is daarmee definitief. Beeld: Rosa Snijders
Stap V: Technische communicatie
Tijdens de looptijd van een nieuwe cao houden de partijen contact. “We noemen dat cao-onderhoud”, zegt Bodegraven. Een keer per maand komen de partijen bij elkaar en dan kijken ze of er tekstuele aanpassingen nodig zijn of andere zaken die in de praktijk anders uitpakken. “Als de cao af is, betekent dit niet dat er geen communicatie meer is tussen de partijen, eigenlijk gaat dat altijd door”, zegt Bodegraven.
Twee vragen die de AOb vaak krijgt
1. Vaak loopt de oude cao al af en zijn jullie nog niet klaar met onderhandelen. Waarom beginnen jullie zo laat?
Als de nieuwe cao later klaar is dan de datum van de oude cao, geeft dat niets. De oude cao wordt dan stilzwijgend verlengd. De onderhandelaars benadrukken dat het goed is om te weten dat personeel nooit geld of loon misloopt. Dan krijgen medewerkers dit met terugwerkende kracht gestort waardoor je per saldo op hetzelfde bedrag uitkomt. Ook de werkgevers willen dat het geld bestemd voor loon aan de werknemers wordt doorgegeven.
2. Waarom zijn de looptijden van de cao’s zo kort, meestal 1 jaar of 18 maanden.
Lange looptijden van cao’s zijn een risico. “Er is dan weinig ruimte om zaken snel te verbeteren, bijvoorbeeld als een kabinet met extra geld komt, wil je dat in de cao zetten en uitvoeren”, zegt AOb-bestuurder Henrik de Moel. “Of stel je hebt een cao voor twee jaar afgesproken, maar in het tweede jaar voert het kabinet een nullijn in, dan zit je klem omdat de looptijd van de cao nog niet is afgelopen.