'Werkdruk is een frustrerend dossier'
Een hoge werkdruk en onzekerheid over contractverlengingen brachten Carijn Beumer er elf jaar geleden toe namens de AOb toe te treden tot het lokaal overleg van de Universiteit Maastricht. Inmiddels is ze betrokken bij de pilot A Smarter Academic Year dat de werkdruk moet verlichten.
Universitair docent Carijn Beumer werkt op de Universiteit Maastricht en zit in het lokaal overleg: “Ik ben altijd al activistisch ingesteld.” Beeld: Annemiek Mommers
Carijn Beumer (47) is universitair docent bij de vakgroep Health, Ethics and Society. Ze begon haar loopbaan aan Maastricht University als promovendus. “Ik ben altijd al activistisch ingesteld, dus toen een collega vroeg of ik met hem in het lokaal overleg wilde, zei ik ja. Als je vindt dat dingen niet goed gaan, moet je je ook inzetten om ze te verbeteren.”
Volgens Beumer heeft het lokaal overleg ‘echt belangrijke invloed’ binnen de universiteit. “Er wordt naar ons geluisterd en de interactie tussen het college van bestuur en de vakbondsdelegatie is doorgaans constructief. Natuurlijk moet je soms iets uitvechten en krijg je niet altijd wat je wil. Maar het gaat altijd met respect.”
Drukkosten
Een van de dingen die ze met de vakbond voor elkaar heeft gekregen, is dat promovendi geld krijgen voor het drukken van hun proefschrift. “Dat was bij sommige faculteiten wel zo, bij andere niet. Zo’n stapel boeken kost een hoop geld. Dat dat nu overal gelijk is getrokken, vind ik een mooie verdienste.”
Op dit moment is ze betrokken bij de pilot A Smarter Academic Year, een poging om de werkdruk en de prestatiedruk te verkleinen. Door het collegejaar slimmer in te delen moet er ‘rust en ruimte’ ontstaan, zoals voormalig minister Dijkgraaf het verwoordde. Hij trok 10 miljoen euro uit voor het experiment dat tot eind dit jaar loopt en waaraan alle universiteiten meedoen.
“Ik ben er wel kritisch over”, zegt Beumers meteen. “Werkdruk is een vrij frustrerend dossier. Maar ik ben ook nieuwsgierig naar de uitkomsten.” Beumer onderzoekt hoe ze de werkdruk kan verlagen bij een vak dat zij coördineert. “Tutors krijgen een half uur voorbereidingstijd voor een onderwijsgroep van twee uur. Dat is nog te weinig om de voorgekauwde tutorgids goed te lezen. We geven ze in de pilot een realistische voorbereidingstijd.”
Tutors krijgen een half uur voorbereidingstijd voor een onderwijsgroep van twee uur. Dat is nog te weinig om de voorgekauwde tutorgids goed te lezen
Onderwijsvrij
Ook kijkt ze of het mogelijk is om per studieblok een onderwijsvrije week toe te voegen. “Dan hebben de studenten een week extra om zich de stof eigen te maken en kunnen wij die tijd besteden aan andere dingen. Ons onderzoek bijvoorbeeld, of een week vrij.”
Zoals gezegd: ze is wel kritisch. “Straks is het geld voor de pilot op, en dan? Het lokaal overleg zegt al zolang ik me kan herinneren dat de werkdruk omlaag moet. Dan komen er onderzoeken, komt de Arbeidsinspectie langs die ook vindt dat het niet goed gaat… En dan gebeurt er niets. Of er komt een nieuwe commissie die weer dezelfde conclusies trekt.”
Toch hoopt ze elke keer weer dat er nu wél iets gebeurt. “Misschien geven we met de uitkomsten van de pilots een signaal af dat docenten echt meer onderwijsuren betaald moeten krijgen. Je moet optimistisch blijven.”