PO

Lesgeven over lentekriebels, hoe doe je dat eigenlijk?

Elk voorjaar praten zo’n 500.000 basisschoolleerlingen in de klas over vriendschap, grenzen en respect tijdens de Week van de Lentekriebels. Belangrijke lessen die bijdragen aan een gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen. De afgelopen jaren zorgden ophef en nepinformatie op sociale media voor vragen van ouders en daardoor soms voor onzekerheid bij leerkrachten. Experts geven tips.

 

Tekst Judith Katz - Redactie Onderwijsblad - - 8 Minuten om te lezen

Week van de lentekriebels

Rutgers

In de klas blijken de vragen vaak verrassend praktisch – zeker bij de kleuters. Hoe komt een baby eigenlijk in de buik? En hoe komt die er weer uit? En mag iemand jou zomaar een knuffel geven als jij dat niet wilt? Volgens Elsbeth Reitzema, projectleider educatie bij expertisecentrum Rutgers, zijn dat precies de vragen waarvoor school een veilige plek kan zijn.

“Relationele en seksuele vorming hoort bij de algemene ontwikkeling van kinderen”, zegt ze. Reitzema stond ruim twintig jaar geleden aan de wieg van de Week van de Lentekriebels. “Kinderen zijn nieuwsgierig. Ze hebben vragen over hun lichaam, over vriendschap en over hoe baby’s worden geboren. Die vragen kunnen ze niet altijd thuis stellen. Als ze ze niet op school stellen, zoeken ze hun informatie ergens anders. Dan krijgen ze vaak onbetrouwbare of informatie die niet bij hun leeftijd past.” (Artikel loopt door onder foto)

Een foto van Elsbeth Reitzema (Rutgers), foto bij artikel op aob.nl/onderwijsblad

Elsbeth Reitzema (Rutgers): "Kinderen kunnen vragen niet altijd thuis stellen." Beeld: Rutgers

Bijna alle scholen geven les

Sinds 2012 zijn scholen verplicht aandacht te besteden aan relationele en seksuele vorming. In de praktijk gebeurt dat ook: ongeveer 96 procent van de basisscholen doet er iets mee. Zo’n 36 procent gebruikt de Week van de Lentekriebels als vast moment en als projectweek om extra aandacht aan het onderwerp te besteden.

Het thema dit jaar is respect, vertelt Marieke van der Sanden, trainer en consulent seksuele gezondheid NVVS. Een reden daarvoor is de groeiende aandacht voor femicide en de manosphere. “Kinderen leren tijdens de lessen dat meiden en jongens gelijkwaardig zijn, dat iedereen zichzelf mag zijn en dat je elkaars grenzen moet respecteren.” Als die basis vroeg wordt gelegd, zegt ze, kan dat later bijdragen aan het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld.

Anders dan soms wordt gedacht gaat het, zeker in de onder- en middenbouw, niet over seks zelf. “Het gaat vooral over hoe je met elkaar omgaat”, zegt Van der Sanden. “Over vriendschap, respect, gevoelens en grenzen. Dat zijn vaardigheden die kinderen hun hele leven nodig hebben.” (Artikel loopt door onder foto)

Een foto van Marieke van der Sanden bij artikel op aob.nl/Onderwijsblad

Marieke van der Sanden, trainer en consulent seksuele gezondheid NVVS. "Je leert kinderen vaardigheden waar ze hun hele leven wat aan hebben" Beeld: privé

Neem ouders mee

De meeste ouders zijn blij met aandacht voor dit onderwerp op school. Soms omdat ze het zelf lastig vinden om er thuis over te praten, soms omdat hun kinderen met vragen thuiskomen. Volgens cijfers van Rutgers is negen van de tien ouders voorstander van relationele en seksuele voorlichting. Slechts 2 procent is tegen. Toch merken scholen steeds vaker weerstand van een kleine groep ouders. “Vaak gaat het om één tot tien ouders per school”, zegt Reitzema. In 2025 rapporteerde 46 procent van de scholen weerstand van zo’n kleine groep. In 2022 was dat nog 19 procent.

Volgens Susan Meijburg, consulent seksuele gezondheid NVVS en trainer bij de GGD regio Utrecht, komen die zorgen vaak voort uit misverstanden. “Ouders hebben via sociale media verhalen gehoord die niet kloppen. Andere ouders denken dat hun kind te jong is voor het onderwerp, terwijl de lessen altijd zijn afgestemd op de leeftijd van de leerlingen.”

Weerstand komt van een kleine groep ouders

Daarom is het belangrijk ouders vooraf goed te informeren over wat er in de lessen besproken wordt. Meijburg helpt scholen regelmatig bij het organiseren van ouderavonden. “Stuur bijvoorbeeld een ouderbrief waarin staat welke onderwerpen aan bod komen. De drie erkende lesmethodes hebben ook ouderboekjes die uitleggen hoe de lessen zijn opgebouwd.”  (Artikel loopt door onder foto)

Een foto van Susan Meijburg bij artikel op aob.nl/Onderwijsblad

Susan Meijburg, consulent seksuele gezondheid NVVS en trainer bij de GGD regio Utrecht: "Geef als leerkracht je leerlingen mee dat jouw deur altijd openstaat." Beeld: privé

Als ouders weten wat er precies besproken wordt, verdwijnen veel zorgen, merkt ze. Een ouderavond kan daarbij helpen, maar ook een informele bijeenkomst werkt soms goed. Sommige scholen organiseren bijvoorbeeld koffie-ochtenden direct na het brengen van de kinderen. “Dat is laagdrempelig en ouders kunnen meteen hun vragen stellen.”

Toch weerstand? Ga het gesprek aan

Een enkele keer willen ouders hun kind thuishouden tijdens de lessen. Hoe ga je daarmee om als leerkracht? Volgens de experts is het belangrijk dan niet meteen in discussie te gaan, maar eerst te luisteren. “Vraag waar de zorg vandaan komt”, zegt Meijburg. “Soms heeft een ouder zelf iets vervelends meegemaakt of heeft hij verkeerde informatie gekregen. Als je daar rustig over praat, blijken de zorgen vaak minder groot dan gedacht.” Het helpt ook om duidelijk te maken dat school en ouders samen verantwoordelijk zijn voor dit onderwerp. Ouders hebben een belangrijke rol, maar scholen hebben ook een wettelijke taak.

Bij wiskunde zeg je ook niet: dit vindt mijn kind een lastige les, dus ik houd hem thuis

“Bij wiskunde zeg je ook niet: dit vindt mijn kind een lastige les, dus ik houd hem thuis”, zegt Meijburg. “Leerlingen hebben ook gewoon leerplicht.” Bovendien krijgen kinderen ook buiten school informatie, bijvoorbeeld via internet of op het schoolplein, zegt Reitzema. “Je kunt kinderen niet volledig afschermen. Dan is het beter dat ze betrouwbare informatie krijgen van een volwassene die ze vertrouwen.”

Maak het veilig om vragen te stellen in de klas

In de klas blijkt het onderwerp vaak minder beladen dan leraren of ouders vooraf denken. “Veel leerlingen vinden de lessen juist heel leuk en stellen vragen waar ze soms al langer mee rondlopen”, zegt Reitzema. Onderzoek laat ook zien dat relationele en seksuele vorming bijdraagt aan een positiever zelf- en lichaamsbeeld, iets waar kinderen hun hele leven profijt van hebben.

Een hulpmiddel dat in de klas vaak goed werkt, is een vragendoos waarin leerlingen anoniem vragen kunnen stoppen. Zo kunnen ook kinderen die zich niet durven uitspreken hun vragen stellen. Tegelijk krijgt de leerkracht een goed beeld van wat er leeft in de klas.

Soms komen tijdens of na een les ook serieuzere signalen naar voren. Reitzema noemt het voorbeeld van twee meiden uit groep 8 die na de les aan de docent vertelden over seksueel grensoverschrijdend gedrag dat ze op de bso hadden meegemaakt. “De lessen zijn niet bedoeld als directe preventie van misbruik”, zegt ze. “Maar kinderen leren wel dat hun lichaam van hen is en dat ze nare geheimen mogen vertellen. Daardoor herkennen ze eerder dat iets niet klopt en komen ze er ook eerder mee naar buiten.”

Sluit aan bij de ontwikkeling van kinderen

De inhoud van relationele en seksuele vorming verandert met de leeftijd. Bij jonge kinderen gaat het bijvoorbeeld over het lichaam en over verschillen en overeenkomsten tussen mensen. In de middenbouw verschuift de aandacht naar vriendschap, gevoelens en grenzen. In de bovenbouw komen onderwerpen aan bod zoals de puberteit en veilig omgaan met sociale media.

Een thema dat steeds terugkomt is het herkennen en respecteren van grenzen. Volgens Van der Sanden kan dat al in alledaagse situaties geoefend worden. “Je hoeft het niet over seks te hebben”, zegt ze. “Het begint bij gewone dingen: mag ik met jouw bal spelen, wil je naast mij zitten? Zo leren kinderen dat toestemming vragen normaal is en dat een ‘nee’ ook gerespecteerd moet worden.”

Begin klein

Voor leraren die nog twijfelen, heeft Van der Sanden een eenvoudige boodschap: maak het niet te groot. “Je hoeft geen expert te zijn. Soms begint het met een klein gesprek in de klas of met reageren op een situatie op het schoolplein.” Juist dat soort momenten kunnen veel betekenen voor leerlingen. Sommige kinderen hebben thuis weinig ruimte om vragen te stellen. Voor hen kan school een belangrijke plek zijn, zegt Meijburg. “Geef als leerkracht aan je leerlingen mee dat jouw deur altijd openstaat, zodat ze weten dat ze altijd bij jou terechtkunnen. Besef dat veel leerlingen dit thuis niet kunnen.”

“Als leerkracht kun je zaadjes planten”, zegt Reitzema. “Door open te praten over respect, grenzen en relaties help je kinderen om veilig en gezond op te groeien. En dat is misschien wel een van de belangrijkste lessen die je ze kunt meegeven.”

Wat is de Week van de Lentekriebels?

De Week van de Lentekriebels is een jaarlijkse projectweek waarin basisscholen extra aandacht besteden aan relationele en seksuele vorming. De week wordt georganiseerd door expertisecentrum Rutgers en is bedoeld voor leerlingen van groep 1 tot en met 8. Tijdens de week geven leraren dagelijks bij voorkeur een les uit een van de drie erkende lesmethodes voor relationele en seksuele vorming over onderwerpen als vriendschap, gevoelens, het lichaam, grenzen en respect. In de hogere groepen komen ook thema’s aan bod zoals puberteit en online veiligheid. De Week van de Lentekriebels is geen lesmethode op zichzelf, maar een moment waarop scholen bestaande lesprogramma’s intensiever inzetten. Veel scholen informeren ouders vooraf over de inhoud van de lessen, zodat zij thuis het gesprek met hun kinderen kunnen voortzetten. De editie van 2026 vindt plaats van 23 tot en met 27 maart.