‘Je mag hier zijn zoals je bent‘
Een delegatie van de AOb bezocht onlangs Kranenburg Praktijkonderwijs in Utrecht. Voorzitter Coba van der Veer: ‘Heel mooi om te zien hoeveel aandacht leerlingen hier krijgen en hoe ze met zelfvertrouwen aan hun vaardigheden werken.’ De werkdruk voor leraren in het praktijkonderwijs neemt toe door ‘afstroom’ vanuit het vmbo en andere leerlingen die niet op hun plek zitten.
Foto: AOb
Op dinsdagochtend begint Nienke Sies haar lesdag altijd met haar mentorklas. De eerstejaars van Kranenburg Praktijkonderwijs in Utrecht gaan binnenkort op flitsstage en daar bereidt Sies ze mentaal op voor. “Hoe zorg je ervoor dat je op je eerste dag een goede indruk maakt? Hoe laat ben je op het stageadres?” De leerlingen komen erop uit dat als je er een kwartier van te voren bent, je altijd goed zit. “Dat soort basale dingen moet je met deze doelgroep echt goed doornemen”, vertelt Sies als het mentoruur is afgelopen. “Anders komen sommige leerlingen op hun eerste stagedag een uur te vroeg of ze komen een kwartier te laat binnenrennen.”
De praktijkschool kan voor leerlingen precies de goede plek zijn om hun talent te ontwikkelen
Aan het begin van het mentoruur zijn de dertien eerstejaars nog een beetje timide, onder de indruk van de speciale delegatie van de AOb, die bij hen achter in het lokaal heeft plaatsgenomen. Voorzitter Coba van der Veer en Kim van Strien, dagelijks bestuurder voor het voortgezet onderwijs, zijn vandaag op de praktijkschool te gast. Gelukkig laten de leerlingen hun terughoudendheid gauw varen. Als Sies vraagt wie aan de gasten wil vertellen hoe het op de praktijkschool is, steekt Danny meteen zijn hand op. “Op de basisschool werd ik vaak gepest omdat ik anders ben, ik voelde me daar niet veilig. Op deze school wel, je mag hier zijn zoals je bent.”
Zelfredzaam
Praktijkschool Kranenburg is één van de twee praktijkscholen in Utrecht en heeft 209 leerlingen. Landelijk zijn er in totaal 177 scholen voor praktijkonderwijs waar ongeveer 30.000 leerlingen worden opgeleid. Nicole Teeuwen is voorzitter van de Sectorraad Praktijkonderwijs. Zij is vandaag ook bij het Kranenburg op bezoek. “Een fijne school, ik word hier altijd vrolijk van de zorg waarmee deze leerlingen worden begeleid. Dat geeft zelfvertrouwen en maakt ze zelfredzaam.”
Kortsluiting
Leerlingen op een praktijkschool lopen vaak wat achter in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Sies: “Daarom werken wij met kleinere klassen van gemiddeld vijftien leerlingen. Zodat we voor iedereen meer aandacht hebben. Als er tijdens een les bij een leerling kortsluiting ontstaat, hebben we een begeleider waar leerlingen naartoe kunnen. Of zoals een van de leerlingen het laatst mooi zei: ‘wij hebben hier een kamertje waar je naartoe kunt als het slecht met je gaat en dan komt het daarna weer goed’.
Werkdruk
De werkdruk in het praktijkonderwijs is de laatste jaren flink toegenomen. Dat komt door twee oorzaken: enerzijds door de ‘afstroom’ van het vmbo en anderzijds door nieuwkomers die vanuit de internationale schakelklas (isk) doorstromen naar het praktijkonderwijs omdat ze de Nederlandse taal nog niet goed beheersen. De leraren in het praktijkonderwijs hebben er volgens Sies hun handen vol aan. “De ‘afstromers’ van het vmbo hebben een deuk in hun zelfvertrouwen en zorgen voor een bepaalde dynamiek in de klas en de leerlingen van het isk hebben eerder een taalachterstand dan een niveauvraag. Zij zouden naar de havo of het vwo kunnen.” Het praktijkonderwijs wordt zo onterecht een afvoerputje van het voortgezet onderwijs. “En daar worden leraren én leerlingen de dupe van”, stelt sectorraad voorzitter Teeuwen.
Doorstroomtoets
Sinds 2020 wordt op de basisscholen ‘kansrijk geadviseerd’. In de praktijk betekent dit vaak ‘hoe hoger, hoe beter’. Vooral de doorstroomtoets draagt hieraan bij. Als een leerling hoger scoort op deze toets dan het schooladvies, moet de basisschool dit in principe naar boven bijstellen. Dit geldt weliswaar niet voor het praktijkonderwijs, maar daar speelt een ander nadelig effect. De doorstroomtoets geeft als laagste uitkomst een dakpan-advies: praktijkonderwijs/vmbo-basis. Sies: “En dan kiezen veel leerlingen en ouders liever voor vmbo omdat ze dat kennen en niet goed weten wat praktijkonderwijs is. Onbekend maakt onbemind”, aldus Sies.
Het diploma Praktijkonderwijs geldt als startkwalificatie waarmee je bijvoorbeeld lasser kunt worden of bloembinder
Hoog tijd om daar verandering in te brengen. De praktijkschool kan voor leerlingen, die op de basisschool moeite hadden om mee te komen, precies de goede plek zijn om met de juiste begeleiding hun talent te ontwikkelen. “Een groot deel gaat na de praktijkschool alsnog naar het mbo en doet het daar opvallend goed. Maar er zijn ook leerlingen die na Kranenburg meteen gaan werken. Dat kan want je bent achttien jaar als je hier van school komt en het diploma Praktijkonderwijs geldt als startkwalificatie waarmee je bijvoorbeeld lasser kunt worden of bloembinder.”
Trots
Bij Kranenburg Praktijkonderwijs kunnen leerlingen kiezen uit de richtingen bouw en metaal, verzorging, winkel en bloembinden/tuin. Drie leerlingen leiden het bezoek rond. Je ziet hoe trots ze zijn op wat er allemaal op hun school wordt gemaakt. De chocolate chips cookies die ’s ochtends in de professionele keuken worden gemaakt, worden een uurtje later nog warm door de leerlingen uitgedeeld. In een praktijklokaal verderop wordt gesleuteld aan auto’s. De vakleerkracht kent alle garagehouders uit de wijde omtrek en kan bemiddelen bij stageproblemen. “Persoonlijke contacten zijn belangrijk, negen van de tien keer komt het dan weer goed en kan een leerling verder.”