Bezuiniging van 800 miljoen hangt het onderwijs nog boven het hoofd
Het onderwijs hangt dit jaar nog een slordige 800 miljoen aan bezuinigingen boven het hoofd. Een wrange erfenis van een demissionair kabinet dat op zijn laatste benen loopt, blijkt gisteren en vandaag in de Tweede Kamer.
De aanstaande minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA trekt volgens het coalitieakkoord 'Aan de slag' structureel anderhalf miljard uit om de onderwijsbezuinigingen terug te draaien. Beeld Tweede Kamer
Wie dacht dat alle onderwijsbezuinigingen nu gelijk de wereld uit zijn, komt bedrogen uit. De Tweede Kamer bespreekt deze week de laatste onderwijsbegroting van het dubbel demissionaire rompkabinet-Schoof van VVD en BBB. Een politieke erfenis met - zoals op Prinsjesdag al duidelijk werd - zo’n 800 miljoen aan bezuinigingen voor 2026. Het raakt onder meer subsidies voor kansengelijkheid, zoals het gemeentebudget om achterstanden te bestrijden, het mbo en het hoger onderwijs.
Hoewel de begroting van dit jaar nog moet worden goedgekeurd, is de impact al voelbaar. Gemeenten hebben de bezuiniging al in hun eigen begrotingen doorgevoerd; het jaar is inmiddels al lang en breed begonnen. Onderwijsinstellingen anticiperen op de mogelijke besparingen door de broekriem aan te halen en personeel de wacht aan te zeggen, zo waarschuwde de AOb.
Organisaties anticiperen op de mogelijke besparingen door de broekriem aan te halen
Intussen staat de nieuwe minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA (66 zetels) in de startblokken met de belofte om de onderwijsbezuinigingen volledig terug te draaien. De onderwijsambities leveren D66 veel waardering op tijdens het debat. Maar in het kersverse coalitieakkoord wordt daarvoor pas vanaf 2027 geld gereserveerd. De drie partijen moeten sowieso eerst aan de bak om voor alle plannen een meerderheid te vinden in beide kamers van het parlement.
Jojo-beleid
“Jojo-beleid”, aldus Kamerlid Marjolein Moorman (GroenLinks-PvdA). “Dan weer fors bezuinigen, dan weer geld erbij en dan allemaal gaten ertussendoor.” Verschillende partijen komen daarom met voorstellen om de onderwijsbegroting alsnog aan te passen. SP wil overgebleven geldpotjes voor zij-instromers gebruiken voor het recente AOb-actieplan om deze groep te ondersteunen. D66 en SGP willen 350 duizend euro extra vrijmaken om het onderwijsmuseum blijvend op de been te houden. En GroenLinks-PvdA wil de complete bezuiniging van 800 miljoen van tafel halen, of anders in elk geval die op het achterstandengeld voor gemeenten.
793 miljoen aan bezuinigingen in 2026
Terwijl de voorjaarsvakantie inmiddels al voor de deur staat, boog de Tweede Kamer zich pas gisteren en vandaag over de onderwijsbegroting voor 2026. Die behandeling had normaal gesproken afgelopen najaar moeten plaatsvinden, maar vanwege de verkiezingen is de planning opgeschoven. In totaal staat er een bezuiniging van 793 miljoen euro ingeboekt op de OCW-begroting van 2026, waaronder:
Brede brugklas/school&omgeving: 170 miljoen
Startersbeurzen: 135 miljoen
Verschillende subsidies: 132 miljoen
Fonds onderzoek en wetenschap: 107 miljoen
Gemeentelijk achterstandenbeleid: 81 miljoen
Departement OCW: 62 miljoen
Maatschappelijke diensttijd: 45 miljoen
Internationale studenten: 17 miljoen
(Bron: OCW-begroting 2026 en Kamerbrief)
In werkelijkheid zal het totaalbedrag waarschijnlijk nog hoger uitpakken, omdat het demissionaire kabinet besloten heeft te korten op de prijsbijstelling. Dat is een inflatiecorrectie: een compensatie voor stijgende prijzen. Het gaat om een bezuiniging van 380 miljoen voor het hele Rijk, de precieze verdeling wordt in de Voorjaarsnota bekend.
“Ik vind dit een van de raarste begrotingsdebatten die ik ooit gevoerd heb”, fronst Sandra Beckerman (SP). “Maar het gaat wel ergens over, want als we deze begroting ongewijzigd aannemen, dan zorgt dat voor een grote verslechtering van de kwaliteit en de toegankelijkheid van het onderwijs. De belangrijkste vraag vandaag is dus niet voor het zittende, dubbel demissionaire kabinet, maar voor de aankomende coalitiepartijen: laten we deze begroting bestaan of beginnen we nu al?”
We gaan niet een-op-een alles terugdraaien van het vorige PVV-kabinet
“Ik had liever ook niet deze begroting gehad. Tegelijkertijd vind ik dat we het goed moeten doen. Ik ben er niet voor om, nu op stel en sprong, allemaal geld naar het onderwijs te gooien”, zegt D66-Kamerlid Ilana Rooderkerk. Haar partij wil een langjarige aanpak om het onderwijs te verbeteren, zegt ze. En ook: andere financiële keuzes maken, zo vertelt ze wat later in het debat. Die keuzes komen voort uit het coalitieakkoord, dat nog verder moet worden uitgewerkt. “We proberen zo snel mogelijk zaken terug te draaien. Maar wij willen ook duidelijk de keuzes maken die in het akkoord staan. We gaan dus niet een-op-een alles terugdraaien van het vorige PVV-kabinet. Het gaat echt over veel meer geld voor leraren, lagere regeldruk, geld voor studenten en ook inzetten op innovatie in de kenniseconomie.”
Ontraden
De ingediende voorstellen kregen donderdagmiddag tijdens het debat het stempel 'ontraden' omdat ze niet fatsoenlijk gedekt zouden zijn. De amendementen kunnen nog worden aangepast tot aan de stemming, die waarschijnlijk op 17 maart zal plaatsvinden. De opstelling van VVD-staatssecretaris Koen Becking wekt frustratie bij sommige partijen, die vinden dat hij te weinig meedenkt. "Het is niet meer aan mij om dat te doen, maar aan mijn opvolger", zegt hij. "Wat zijn we hier dan nu aan het doen?", verzucht Beckerman.
"We bespreken dit heel laat", vindt Moorman. "We zien dat het nieuwe coalitieakkoord de gemeentelijke achterstandsmiddelen weer terug gaat brengen. Ik vind het eerlijk gezegd ondeugdelijk om hier een gat te laten ontstaan." Rooderkerk sluit zich erbij aan: "Het is ontzettend zonde als we dit nu laten gebeuren terwijl we het volgend jaar weer willen herstellen."
Wat wil de nieuwe coalitie (en wat wilden de coalitiepartijen)?
De aanstaande minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA trekt volgens het coalitieakkoord 'Aan de slag' structureel anderhalf miljard uit om de onderwijsbezuinigingen terug te draaien. De uitgaven beginnen in 2027 met één miljard euro en lopen elk jaar verder op. "Een breuk met het vorige kabinet", aldus D66-Kamerlid Rooderkerk. "We stoppen met afbraak."
De drie coalitiepartijen keken tot voor kort heel verschillend tegen onderwijsuitgaven aan. D66 streed jarenlang zij-aan-zij met personeel, studenten en vakbonden tegen de bezuinigingen en wilde volgens het laatste verkiezingsprogramma 5,1 miljard investeren. CDA wilde volgens haar programma 300 miljoen extra uitgeven en speelde een belangrijke rol in het zogenoemde ‘monsterverbond’: het genootschap van vier oppositiepartijen dat hielp om een deel van onderwijsbezuinigingen te verlagen en een ander, groter deel door de Eerste Kamer te loodsen. En de VVD wilde in haar verkiezingsprogramma nog eens anderhalf miljard extra bij het onderwijs weghalen, bovenop de eerdere bezuinigingen. De VVD, de enige partij uit het demissionaire kabinet die aan de macht blijft, verdedigt net zo makkelijk de bezuinigingen als het terugdraaien ervan.
De komende tijd zullen de drie coalitiepartijen gebruiken om akkoorden te zoeken met oppositiepartijen, in de hoop dat in elk geval met Prinsjesdag voldoende steun gevonden is voor de volgende begroting. De oppositie zal de plannen voor het onderwijs niet los willen zien van de voorgenomen bezuinigingen op de sociale zekerheid. Het onderwijsdebat vormde alvast een aftrap. Moorman: “Er is nog veel te doen voor de meerderheidsoppositie om het akkoord eerlijker en kansrijker te maken en om de echte doorbraken te creëren die nodig zijn om ons onderwijs vooruit te helpen.”
Ik geef de tip mee: zorg er vooral voor dat er vooraf al draagvlak is
SGP-Kamerlid Chris Stoffer adviseert de nieuwe coalitie alvast om dat draagvlak vooral niet op z’n beloop te laten. “Als hier na Prinsjesdag een begroting wordt neergelegd, en die begroting wordt gedragen door 66 Kamerleden, is het nog maar de vraag of die het gaat halen. Ik geef de tip mee: zorg er vooral voor dat er vooraf al draagvlak is, voordat dat ding al bijna in beton is gegoten en je dat hier nog met amendementen moet verbouwen.”
Het is een verwijzing naar eind 2024, toen het zogenoemde ‘monsterverbond’ van CDA, SGP, ChristenUnie en JA21 op de valreep de OCW-begroting van toenmalige minister Eppo Bruins vertimmerde om hem door de Eerste Kamer te krijgen. Zo ziet Stoffer het liever niet meer.