Financieel tekort samenwerkingsverband Emmeloord raakt kwetsbare leerlingen
Afnemende budgetten voor passend onderwijs zorgen voor een nijpend tekort bij samenwerkingsverband (swv) voor voortgezet onderwijs Aandacht+ in Emmeloord. Bijna vier voltijdbanen staan op de tocht.
Het samenwerkingsverband Aandacht+ in Emmeloord stapt over van een zogenoemd ‘expertisemodel’ naar een ‘schoolmodel’. Beeld: Typetank
Met de huidige werkwijze kon het swv Aandacht+ niet langer doorgaan, zo staat in het sociaal plan. Bij het verband werken dertien medewerkers, verdeeld over 6,7 fte. De Onderwijsinspectie heeft eerder gewezen op de financiële risico’s. De hoge kosten voor de organisatie, maar ook de stijgende kosten voor lwoo, pro en vso-onderwijs drukken te zwaar op de begroting. Zo zwaar dat het bestuur moet ingrijpen.
Dat doet het bestuur door het organisatiemodel aan te passen. Het swv gaat van een ‘expertisemodel’ naar het ‘schoolmodel’. Abbing: “Bij de invoering van passend onderwijs in 2014 konden scholen kiezen welk model ze willen gebruiken om alle ondersteuning te regelen. Bij een expertisemodel beheert het swv het geld, zijn de professionals in dienst bij dit verband en kunnen scholen hulp inschakelen. Bij het schoolmodel beheren en regisseren de scholen zelf wat er met het ondersteuningsgeld gebeurt en waar het nodig is.”
Per 1 januari 2027 wil het swv over zijn op het schoolmodel en moet er 3,9 fte af. Abbing was de afgelopen maanden bezig met het sociaal plan. “Ik verwacht geen gedwongen ontslagen”, zegt hij. “Tot 1 augustus 2026 is er een vrijwillige fase waarbij mensen naar ander werk begeleid kunnen worden, scholen hebben een opname-verplichting. Na 1 augustus wordt er gematcht. Dan kijkt de werkgever naar de opleiding en wat medewerkers willen en kunnen en wordt een passende functie gezocht, die ze wel moeten accepteren. Alleen zo ver komt het denk ik niet.”
Rebound verdwijnt, leerlingen tussen wal en schip
Bij het swv zijn vooral specialisten in dienst, zoals ambulant begeleiders, taalcoördinatoren, een GZ-psycholoog, medewerkers van de rebound en orthopedagogen. Het swv benadrukt dat ‘de kwaliteit van de professionals buiten kijf staat’. “De rebound waar leerlingen een paar maanden heen kunnen om aan zichzelf te werken buiten de school is per januari verdwenen”, zegt Abbing. “Scholen moeten deze voorziening zelf vormgeven. Dat gebeurt niet meer vanuit het samenwerkingsverband. Of scholen dat gaan doen is de vraag. Leerlingen zullen mogelijk tussen wal en schip raken, doordat scholen dit nooit kunnen aanbieden in dezelfde vorm als nu.”
Leerlingen zullen mogelijk tussen wal en schip raken
Orthopedagoog Eva-Dine Kok verwacht dat vooral de meest kwetsbare leerlingen last gaan hebben van de verandering. “De rebound zat altijd vol met zo’n twaalf leerlingen die gemiddeld drie maanden bleven. Wij deden daar observaties buiten de setting van school. Leerlingen konden een ‘afkoelingsperiode’ hebben om uit de negatieve situatie op school te komen.” Zonder rebound is de verwachting dat leerlingen veel sneller in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) terechtkomen. “Of nog erger: mogelijk thuiszitter worden, scholen hebben nu namelijk geen externe uitwijkmogelijkheid meer. Dat valt weg”, zegt GZ-psycholoog Marijn van Wieren.
Zonder rebound zullen leerlingen veel sneller in het speciaal onderwijs terechtkomen
Onafhankelijkheid en onderscheid
Eigenlijk zouden de orthopedagogen over de scholen worden verdeeld. Van Wieren: “Wij hebben gepleit om dat niet te doen en wel bij het swv in dienst te blijven als een team. Dat is ook belangrijk voor onze onafhankelijkheid en de kansengelijkheid van de leerlingen. Je zou anders snel onderscheid krijgen tussen scholen en zo behouden we nog wel de expertise voor iedereen. Voor ouders en leerlingen kan diagnostiek of begeleiding door ons als laagdrempelig worden ervaren. Soms is het een tussenstap voor de hulpverlening, waar ook lange wachtlijsten zijn.” Wel schaalt het aantal fte af voor de orthopedagogen van 1,8 naar 1,4 fte. Voor de NT2-collega’s verandert het wel. Deze expertise neemt één van de schoolbesturen over en zal naar verwachting wel voor de regio beschikbaar blijven.
Orthopedagoog Kok vindt dat de overheid de financiering onder de loep moet nemen en wijst op de negatieve ‘verevening’. Sinds 2014 keert de overheid het budget voor ondersteuning uit op basis van het aantal leerlingen. Sindsdien kregen sommige swv’s meer geld, maar waren er ook verbanden die minder ontvingen. “Ons bestuur is in Den Haag geweest om het aan te kaarten. Zeker omdat in al die jaren het aantal leerlingen in het lwoo, pro en vso is gestegen. In onze regio zijn er relatief veel zorgboerderijen, pleeggezinnen en er staat één van de grootste azc's van Nederland. Voor al deze leerlingen is vaak meer ondersteuning nodig dan de basisondersteuning op school biedt." Rayonbestuurder Abbing: “Ze krijgen dus minder budget, maar moeten dezelfde of juist meer ondersteuning bieden.”
Wennen voor scholen
Volgens de rayonbestuurder is het voor scholen die gewend zijn aan een swv erg wennen om ineens het ondersteuningsaanbod te regelen. “Het is nieuw terrein en één-op-één functies overzetten gaat vaak niet.” GZ-psycholoog Van Wieren ziet dat nu gebeuren. “Het afschalen van een swv gaat vrij snel, maar het opschalen bij scholen kost tijd. Hele teams moeten erop worden ingericht.”
Het afschalen van een swv gaat vrij snel, maar het opschalen bij scholen kost tijd
De afgelopen drie jaar zag Abbing vaker swv’s hun koers aanpassen. De AOb sloot bij drie andere samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs in Almelo, Nijmegen en Barneveld sociale plannen af, allemaal gingen ze van een expertise-model naar een schoolmodel: “Ze kunnen niet rondkomen van de financiering die er nu is.”