VO

AOb biedt petitie aan OMO aan: ‘Laat zien dat dit niet onze keuze is’

De AOb biedt op donderdag 2 april samen met vakbonden CNV en FvOv de petitie voor behoud van de cao aan de raad van bestuur van OMO aan. Met de actie willen de bonden een duidelijk signaal afgeven: medewerkers willen de cao behouden en maken zich zorgen over de plannen van OMO.

Tekst Judith Katz - Redactie Onderwijsblad - - Minder dan een minuut om te lezen

Cao

Beeld: Typetank

OMO, de grootste middelbare scholenkoepel in Nederland, heeft begin dit jaar laten weten de eigen cao te willen opzeggen en volledig te willen aansluiten bij de landelijke cao voortgezet onderwijs. De AOb is het hier nadrukkelijk niet mee eens en is een petitie gestart die door ruim 3300 medewerkers is ondertekend. Volgens AOb-sectorbestuurder Bas van Weegberg laat dat zien dat het onderwerp breed leeft onder personeel. “We willen laten zien dat dit niet de keuze is van medewerkers”, zegt Van Weegberg. “En ook niet van ons als vakbond.”

Zorgen en vragen

De afgelopen weken ging de AOb langs bij meer dan 60 OMO-scholen om met medewerkers in gesprek te gaan. Daaruit blijkt dat er veel onduidelijkheid en onrust is. “We hebben veel mensen gesproken die zich zorgen maken over wat dit voor hen persoonlijk betekent”, aldus Van Weegberg. “Kun je straks nog gebruikmaken van regelingen zoals de 57+- en 63+-regeling? Blijven afspraken over het taakbeleid en inzetbaarheid bestaan? Daar is nu veel onduidelijkheid over.”

Ook krijgen bestuurders vragen over de positie van OMO als werkgever. In een tijd van personeelstekorten vragen medewerkers zich af wat het loslaten van de cao betekent voor de aantrekkelijkheid van de organisatie. “Mensen kiezen nu bewust voor OMO vanwege de arbeidsvoorwaarden. De vraag is of dat zo blijft.”

Aanbieden in Tilburg

De petitie wordt op 2 april van 15.00 tot 16.00 uur aangeboden bij het OMO-kantoor in Tilburg aan de voorzitter van de raad van bestuur. De bonden willen daarbij ook medewerkers zelf aan het woord laten.

Volgens de AOb is het belangrijk dat zoveel mogelijk medewerkers betrokken zijn. “Hoe meer mensen zich laten zien, hoe sterker het signaal richting de raad van bestuur”, aldus Van Weegberg.