AOb: Behoud cao OMO van groot belang
De Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) is van plan haar eigen cao op te zeggen en volledig over te stappen naar de landelijke cao voortgezet onderwijs. De AOb is het hier nadrukkelijk niet mee eens en is een petitie gestart die inmiddels al door ruim 2500 OMO-medewerkers is ondertekend.
Beeld: Nino Maissouradze
In november zijn de gesprekken gestart over een nieuwe cao voor medewerkers van OMO. Inmiddels heeft OMO laten weten de eigen cao te willen opzeggen en volledig te willen aansluiten bij de landelijke cao voortgezet onderwijs. Zolang die koerswijziging op tafel ligt, worden de onderhandelingen niet voortgezet.
Argumenten OMO roepen vragen op
De AOb heeft grote moeite met de argumenten die OMO gebruikt om de cao op te zeggen. OMO stelt dat de eigen cao samenwerking met andere scholen in de regio zou bemoeilijken en dat de cao steeds meer is gaan lijken op de landelijke cao. Ook wil OMO af van het entreerecht, waarmee docenten onder voorwaarden kunnen doorstromen naar een LD-schaal. De vakbonden hebben een alternatief voorstel gedaan, maar OMO kondigde zonder een inhoudelijk gesprek over dit voorstel het voornemen aan om de cao op te zeggen.
Aantrekkelijke werkgever
De AOb wijst erop dat de eigen cao OMO juist tot een aantrekkelijke werkgever maakt, zeker in een tijd waarin het voortgezet onderwijs kampt met grote personeelstekorten. “Het zou zonde zijn als OMO dat weggeeft”, zegt AOb-dagelijks bestuurder Kim van Strien.
OMO is met ruim 7.400 medewerkers, 78 schoollocaties en bijna 60.000 leerlingen de grootste scholenkoepel in Brabant en Nederland. Naast de landelijke cao voortgezet onderwijs kent OMO een eigen cao met aanvullende afspraken.
In die cao is onder meer vastgelegd dat OMO-scholen werken met 22 lesuren. Medewerkers hebben daarnaast onder andere recht op 140 klokuren voor deskundigheidsbevordering, goede regelingen voor geboorte- en ouderschapsverlof en afspraken over duurzame inzetbaarheid voor senioren.
De AOb is gestart met een petitie voor het behoud van de OMO-cao Teken nu!
Bijeenkomsten op OMO-scholen: ook bij jou?
De AOb organiseerde de afgelopen weken samen met de andere betrokken vakbonden twee digitale informatiebijeenkomsten voor leden en niet-leden. De komende tijd zal de AOb OMO-scholen bezoeken. Als je interesse hebt in voorlichting voor jou en je collega's, mail dan naar Mark van Essen .
Veel gestelde vragen over de OMO-cao:
- Kan OMO zomaar de cao opzeggen?
Ja, iedere partij die bij de cao betrokken is, kan deze opzeggen. In de cao is afgesproken dat opzegging tenminste 6 maanden voor het verstrijken van de looptijd moet plaatsvinden.
- Hoe lang geldt de huidige cao nog?
De huidige cao is verlengd en geldt en met 31 oktober 2026. Dat betekent dat OMO vóór 1 mei de cao formeel op kan zeggen bij de betrokken vakbonden. - Wat gebeurt er met mijn arbeidsvoorwaarden als de cao verlopen is?
De afspraken in de huidige cao blijven voor jou gelden totdat er een nieuwe cao is, ook als de looptijd verstreken is. Dit heet nawerking.
- Is deze keuze van OMO al definitief?
OMO zegt dat het besluit om de cao op te zeggen vaststaat. De cao is nog niet formeel opgezegd. Dat moet OMO vóór 1 mei 2026 doen als ze in één keer over gaan naar de landelijke cao. - Wanneer geeft OMO meer duidelijkheid?
OMO werkt op dit moment nog verschillende scenario’s uit en maakt op basis daarvan een definitieve keuze. Er is afgesproken om begin februari contact te hebben over het vervolg.
- Waarom wil OMO dit?
OMO geeft drie redenen. Ze zijn van mening dat de cao de samenwerking met andere scholen in de regio belemmert. Ook vinden ze dat de cao steeds meer op de landelijke cao voortgezet onderwijs is gaan lijken. Daarnaast wil OMO af van het entreerecht, waarmee docenten onder bepaalde voorwaarden toegang krijgen tot een LD-schaal. - Wat vindt de AOb van de argumenten van OMO?
De AOb heeft grote vraagtekens bij de argumentatie van OMO. De eigen cao maakt OMO juist tot een aantrekkelijke werkgever – dat is wat ons betreft iets om te koesteren. Belangrijke verschillen met de landelijke cao zijn er wel degelijk, zoals het werkverdelingsbeleid, 140 klokuren deskundigheidsbevordering, volledige doorbetaling van partnerverlof en afspraken over duurzame inzetbaarheid voor senioren. OMO wilde niet het inhoudelijke gesprek aan over entreerecht, maar greep een voorstel van de vakbonden om dit anders in te richten aan als reden voor opzegging. - Heeft deze keuze ook met financiën te maken?
Het voornemen om de cao op te is niet financieel gedreven, aldus OMO. Tegelijkertijd erkent OMO wel dat ze een financiële opgave hebben en dat dit indirect met elkaar te maken heeft. - Wat betekent dit voor de schoolleiding en PMR op mijn school?
Veel zaken die nu in de cao geregeld zijn, moeten straks op schoolniveau geregeld worden. Dat is een boel extra werk voor schoolleiding en PMR, met risico op grotere verschillen tussen OMO-scholen. - Wat gaat de AOb doen?
De AOb is samen met de andere vakbonden een petitie gestart voor behoud van de cao OMO. Met deze petitie willen we aan de Raad van Bestuur duidelijk maken dat werknemers van OMO het niet eens zijn met hun keuze. Hoe meer mensen ondertekenen, hoe sterker we staan! -
Welke verschillen zijn er tussen de cao vo en de cao OMO?
Hieronder vind je een overzicht van belangrijke verschillen tussen de twee cao’s:
Onderwerp Cao OMO Cao VO Werkverdelings-beleid/
Taakbeleid
Duidelijke afspraken: 22 lessen, heldere blokken, hogere opslagfactor 23e t/m 26e les Algemene bepalingen, maximale lestaak 720 uur Inzetbaarheid Helderheid over inzetbaarheidstabel incl. aantal terugkommomenten Inzetbaarheidstabel niet gekoppeld aan week- en taakomvang Entreerecht Ja Nee Bovenwettelijk verlof OOP 8 uur extra, extra uren vanaf 50 jaar 8 uur minder, geen extra uren vanaf 50 jaar Vakantieverlof 6 extra dagen 5 extra dagen Aanvullend partnerverlof na geboorte kind 100% doorbetaald 70% doorbetaald Seniorenregelingen Mogelijkheid jaartaakverlaging (57+) en gefaciliteerd deeltijdontslag (63+) Hogere eigen bijdrage 57+regeling, deeltijdontslag niet geregeld Professionalisering Noodzakelijke professionaliseringactiviteiten 100% vergoed Geen afspraken Individuele deskundigheidsbevordering Minimaal 140 uren 83 uur