De manosfeer dringt het lokaal binnen
De manosfeer is soms lastig te duiden. Maar dat er wat verschuift in het denken van jongeren over mannelijk- en vrouwelijkheid, is wel duidelijk. “Als je elke dag gevoed wordt met bepaalde beelden, ga je het langzaam maar zeker geloven.” Hoe ga je hier op school mee om?
Tekst Karen Hagen - Redactie Onderwijsblad - - 7 Minuten om te lezen
'Een veilig schoolklimaat heeft invloed op iedereen. Niet alleen op de meiden, lhbti-leerlingen, maar ook op de jongens die niet in de manosfeer zitten én op de jongens die er wel in zitten en constant hun mannelijkheid moeten bewijzen.' Beeld: Typetank
Tim Demedts ziet op zijn Limburgse middelbare school ‘druppels’ binnenkomen. Laatst nog vertrouwde een leerling hem toe dat de jongens uit haar klas het best wel eens over Andrew Tate hebben en dingen roepen als ‘vrouwen moeten thuis blijven’. “Direct zei ze dat die jongens het niet serieus bedoelen, het zijn maar grapjes.” Toch maakt de maatschappijleer- en geschiedenisdocent zich zorgen om die ‘grapjes’. “Ik moest laatst denken aan het boek Elke dag een druppel gif over de Tweede Wereldoorlog”, zegt Demedts. “Als je elke dag gevoed wordt met bepaalde beelden, ga je het langzaam maar zeker geloven.”
Onderzoeker Djoeke Ardon van Movisie verdiept zich al jaren in het onderwerp en zegt onomwonden dat de manosfeer schadelijk is. Ze omschrijft de stroming als een verzameling van online content van cis-heteromannen over de dominantie van mannen waarin vrouwenhaat wordt gepromoot. Het feminisme zien ze als een bedreiging. Eerder waren deze denkbeelden vooral te vinden in de krochten van het internet, nu is het mainstream geworden en binnen één swipe beschikbaar op Tiktok, Youtube en Instagram. (Tekst loopt door onder afbeelding).
Dat de manosfeer zijn weg vindt naar de hoofden van pubers, toont recent onderzoek van School & Veiligheid waar bijna vijfhonderd onderwijsprofessionals aan deelnamen die werken in groep 7 en 8 en het voortgezet, speciaal en middelbaar beroepsonderwijs. Het onderzoek is niet representatief, maar geeft wel een duidelijk signaal. 7 procent van de ondervraagde onderwijsprofessionals ziet in sterke mate beïnvloeding door online content met mannelijkheidsbeelden bij jongens in hun klas, 22 procent komt het in redelijke mate tegen en bijna de helft in beperkte mate. Meer dan de helft (56 procent) ziet bovendien in de afgelopen vier jaar een toename van manosfeer-ideeën en -uitspraken.
Twee andere uitkomsten laten de ernst zien, volgens Heerkens. Zo ziet de helft van de onderwijsmedewerkers dat meiden zich soms tot vaak onveilig of oncomfortabel voelen op school door het gedrag van de jongens. Ook lhbti-leerlingen voelen zich vaker onveilig (58 procent). Bovendien ziet 49 procent van de ondervraagde onderwijsprofessionals jongens wekelijks of vaker praten over fitness, rijkdom en ondernemen, 38 procent ziet negatieve gedragingen richting lhbti+-leerlingen en de rolverdeling van mannen en vrouwen. Drie op de tien merkt elke week of vaker ironische grappen in hun klaslokalen op.
Opvallend vindt Heerkens dat vrouwelijke medewerkers (61 procent) in het onderwijs vaker de negatieve gedragingen signaleren dan hun mannelijke collega’s (50 procent). “Vrouwen ervaren aanzienlijk meer negatief gedrag dat invloed heeft op de sfeer, dialoog en omgang in de klas”, zegt Heerkens die laat weten dat het soms ook iets is wat je pas ziet als je het doorhebt.
Belangrijk is dat het onderzoek óók blootlegt dat 42 procent van de ondervraagden slechts lichte zorgen heeft en 19 procent helemaal geen zorgen heeft.
Het zit in ironische grapjes
Onderzoeker Ardon wijst op het grote bereik. “We onderschatten hoe de ideeën commercieel inzetbaar zijn gemaakt door influencers op sociale media. Ik hoor vaak sussende uitspraken, dat het in Nederland meevalt. Maar het bereik van de manosfeer groeit. Influencers passen hun ideeën aan zodat het voor een groter publiek aantrekkelijk wordt. Voor iedereen zit er iets bij: denk aan video’s over fitness, ondernemen, relaties of spiritualiteit. Ze gebruiken een krachtig narratief en verkondigen dat je identiteit samenhangt met rijk worden, dominant zijn, gespierder worden. We kennen de extreme voorbeelden zoals Andrew Tate, maar veel accounts zijn een soort light-versie.”
Influencers passen hun ideeën aan zodat het voor een groter publiek aantrekkelijk wordt
Aardrijkskundedocent Benjamin Lems, werkzaam op een Haagse middelbare school, vindt de manosfeer soms lastig te duiden. Hij merkt dat leerlingen conservatiever zijn, vooral tijdens een buitenlandse reis kwam het naar voren. “Een vrouwelijke en mannelijke collega stonden aan een kade klaar voor een klassikale instructie. Expres praatte een groepje jongens door de vrouwelijke collega heen als ze aan het woord was, na reactie dat ze moesten ophouden, kwamen er direct opmerkingen ‘dat zij hem niet zo mag aanspreken’. Er moest een mannelijke collega aan te pas komen om het op te lossen. De rest van de dag kwamen er opmerkingen als ‘ze dist je nu’ en ‘je komt niet voor jezelf op’. Lems: “Ik vind het moeilijk te plaatsen: is het manosfeer of cultuur?” Ook Demedts vindt het soms ongrijpbaar. “Ik zie allerlei signaaltjes, het zit in ironische grapjes of kleine opmerkingen.”
Morrelen aan een gesloten wereldbeeld
Op het Drachtster Lyceum deed docent maatschappijleer Harmieke Meijer een klein onderzoekje onder haar havo- en vwo-leerlingen uit klas 4. “Ik vroeg ze begrippen als geduldig, stoer, behulpzaam, assertief en ambitieus in kolommen in te delen: man, vrouw of beide. Als ik naar alle klassen kijk, dan valt vooral op dat de jongens eerder geneigd zijn gender-stereotiep te categoriseren. Meer meisjes dan jongens zetten de woorden bij beide neer.”
De docent vindt het belangrijk om niet te vergeten dat de leerlingen grenzen aan het verkennen zijn. “Ik heb hier nog geen leerlingen die bijzonder vrouwonvriendelijk zijn of zich daarover sterk uitspreken. De grote meerderheid heeft het gevoel voor goed en kwaad redelijk op orde. Het zijn pubers die zich vrij voelen om dingen uit te proberen.”
Dat zegt niet dat Meijer geen grenzen stelt. “Als ik een leerling heb die een wetsvoorstel doet over dat jongens meer salaris moeten verdienen dan meisjes, dan zeg ik daar wat van. Hoe zorg je dat je een voorstel maakt dat minder discriminerend is? Ik heb een spreuk van schrijver Tommy Wieringa uitgeknipt: ‘Als samenleving heb je één plek waar je kan morrelen aan een gesloten wereldbeeld en dat is op school.’ Dat is mijn insteek, kinderen de ruimte geven. Ze kritisch bevragen. Ik probeer ze te leren zich in andere perspectieven te verplaatsen.”
Dat de school een rol heeft in het gesprek over gelijkwaardigheid, mannelijkheid en hoe je daarmee omgaat, vindt een ruime meerderheid van 70 procent van de onderwijsprofessionals. Iets meer dan de helft van de ondervraagden vindt dat de manosfeer specifiek bij burgerschapsonderwijs aan bod moet komen.
Jonge mannen hebben minder zelfvertrouwen
Hoe bevorder je als docent gelijkwaardigheid? Ardon: “Empathie is heel belangrijk. Probeer te luisteren om te verbinden en niet om te corrigeren. Erken het gevoel van bedreiging. Waar zijn jongens naar op zoek en wat zijn hun grieven? Bagatelliseer hun gevoel van verlies niet: er zijn veel onzekerheden in de huidige samenleving en het is logisch dat jongens zoekend zijn. Ze verlangen naar liefde en intimiteit, maar zijn bang om alleen achter te blijven. Dat gevoel van verlies hangt vooral samen met maatschappelijke onzekerheid, terwijl die andere onzekerheid van alle tijden is. Jonge mannen hebben minder zelfvertrouwen om een relatie aan te gaan en de manosfeer geeft vrouwen daar de schuld van. Erken die zorgen, maar laat zien dat er een ander perspectief mogelijk is dan de oplossingen van de influencers.”
Dick Pijnacker, aardrijkskundedocent: “Ik zie haantjes, grote mond, maar prik er in een gesprek samen vaak snel doorheen. Ze zijn onzeker of bang zelf slachtoffer te worden. In de klas zie ik soms dat jongens die normaal tegen meisjes doen dáár weer opmerkingen over krijgen.”
Probeer te luisteren om te verbinden en niet om te corrigeren
Scholen kunnen op verschillende niveaus iets doen. School & Veiligheid zette daarvoor een aantal adviezen op een rij. Heerkens: “Belangrijk is om het als team samen te doen, dus de leidinggevende is ook verantwoordelijk. Veiligheid op een school wordt bepaald door een norm die je met zijn allen uitdraagt en die zich uitspreekt tegen bijvoorbeeld seksistische opmerkingen. Leerlingen zouden het lesuur na lesuur moeten horen als een grapje denigrerend of kwetsend is en niet bij één leraar die er toevallig scherp op is. Lach het nooit weg, dan normaliseer je gedrag dat de sfeer onveilig kan maken. Maak duidelijk waar de grens zit.” Positieve relaties werken ook bevorderlijk. “Dus blijf in verbinding.”
Lach het nooit weg, dan normaliseer je gedrag dat de sfeer onveilig kan maken
Ardon vult aan: “Besef dat zoiets als een veilig schoolklimaat invloed op iedereen heeft. Niet alleen op de meiden en de lhbti-leerlingen, maar ook op de jongens die niet in de manosfeer zitten én op de jongens die er wel in zitten en constant hun mannelijkheid moeten bewijzen. Laat ze niet in de gespierde armen van de manosfeer drijven, maar laten we om deze jongens heen gaan staan.”