Nationaal Programma Onderwijs: Instemming is cruciaal

De instemming van medezeggenschapsraden en de betrokkenheid van het school-of onderwijsteam zijn cruciaal bij de eenmalige besteding van de miljarden euro’s om de corona-achterstanden weg te werken bij leerlingen en studenten. De AOb ontwikkelde voor elke onderwijssector een handreiking om mr’en en or'en op weg te helpen. Download ze op deze pagina.

Zo adviseert de AOb in de handreikingen voor het primair onderwijs en voortgezet onderwijs om het geld niet te laten weglekken naar commerciële -vaak dure- bijlesbureaus. Scholen kunnen beter inzetten op de eigen expertise van het personeel zodat het gaat om een duurzame ontwikkeling en de expertise in de school wordt gehouden.

In de handreiking voor het mbo, het hbo en het wetenschappelijk onderwijs&onderzoek wijst de bond op het onderwijsteam. Het onderwijspersoneel moet van te voren weten hoeveel geld er beschikbaar is en in welke periode. De ondernemingsraad of medezeggenschapsraad moet die helderheid geven. In deze sectoren geldt dat een deel van het geld wel structureel is vanwege de toegenomen aantallen studenten.

Daarnaast benadrukt de AOb in het algemeen dat het gaat om incidenteel geld en grote problemen zoals de hoge werkdruk en het lerarentekort hier niet mee worden opgelost. Structurele investeringen zijn daarvoor nodig, vindt de bond.

Eenmalig geld

Afgelopen februari maakte demissionair onderwijsminister Arie Slob bekend dat er voor het hele onderwijs eenmalig 8,5 miljard euro beschikbaar komt om achterstanden weg te werken. Mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten kunnen 2,7 miljard euro tegemoet zien en daarbij een structurele investering van 645 miljoen euro om extra docenten te kunnen aanstellen vanwege toegenomen studentaantallen.

Voor het funderend onderwijs is 5,8 miljard euro gereserveerd. Dat betekent dat basisscholen, middelbare scholen en scholen voor speciaal onderwijs de komende 2,5 jaar extra geld ontvangen.

Schoolteams maken een analyse (‘de schoolscan’) om te kijken waar de knelpunten bij leerlingen zitten en vervolgens een plan, het schoolprogramma, waarin duidelijk beschreven staat waar behoefte aan is en voor welke interventies ze kiezen. Er moet een keuze worden gemaakt uit bewezen interventies die het ministerie van Onderwijs op een rij heeft gezet (‘de menukaart’). Naast het wegwerken van leerachterstanden kan er oog zijn voor de brede ontwikkeling van leerlingen en hun welbevinden.

Betrokkenheid

De AOb wil mr’en en or’en met de handreikingen (zie downloads hieronder) ondersteunen en erop wijzen dat ze instemmingsrecht hebben. Het schoolteam moet actief betrokken zijn bij de besteding van het geld en het opstellen van het plan. Slob noemde de betrokkenheid van het team in zijn Kamerbrief ook ‘cruciaal’. Onderwijsteams die merken dat ze niet genoeg betrokken worden bij de besteding van het geld kunnen contact opnemen met de helpdesk van het ministerie. Daarnaast pleit de bond voor een zorgvuldige besteding van het geld waarbij er vooraf landelijk heldere doelstellingen worden gesteld.

Tijdspad

Het ministerie wilde eerst dat scholen in april het schoolprogramma af zouden hebben om dan in mei te kiezen welke maatregelen ze wilden nemen. Waarnemend voorzitter Tamar van Gelder noemde dit eerder ‘een onmogelijk tijdspad’. Scholen en instellingen moeten volgens de bond voldoende tijd krijgen om het gesprek te kunnen voeren. Kwaliteit gaat boven snelheid, vindt de AOb. Het ministerie heeft inmiddels laten weten dat ze wat soepeler met de deadline omgaan, zolang scholen maar voor de zomervakantie de grote lijnen van het schoolprogramma hebben beschreven.

Terugkijken

Meer weten over effectieve interventies die je als school kan nemen om leerachterstanden weg te werken, de rol van de mr en de spelregels van OCW bij de verdeling van het geld uit het Nationaal Programma Onderwijs? Kijk het webinar terug van de AOb. 

Meest gestelde vragen


  • Wat is een schoolscan en moeten wij de resultaten delen met het ministerie?

    De minister vraagt scholen om een schoolscan uit te voeren. Hiermee brengen scholen in kaart waar precies de vertragingen zitten bij hun leerlingen vanwege de corona-pandemie. Scholen kunnen kijken naar achterstanden op cognitief vlak, op sociaal-emotioneel gebied en het welbevinden van hun leerlingen.

    De schoolscan is dus een proces waarbij je gebruik kan maken van informatie uit het leerlingvolgsysteem. Schoolteams denken zo goed na over de impact van corona op hun leerlingen en welke interventies ze kunnen nemen. Voor de uitvoering van de schoolscan maakte het ministerie een stappenplan dat je kan gebruiken.

    Vervolgens kiezen ze uit de ‘menukaart’ van het ministerie van Onderwijs voor passende interventies. Bijvoorbeeld kleinere klassen, extra ondersteuning van docenten, de inzet van digitale middelen of meer één op één onderwijs. De menukaart is vooral gebaseerd op effectiviteitsstudies uit het Verenigd Koningrijk. 

    Scholen hoeven de resultaten van de schoolscan niet in zijn geheel aan te leveren bij het ministerie. Wel ontvangen scholen in september een vragenlijst voor de monitoring. Deze vragenlijst is nog in ontwikkeling, maar er zal bijvoorbeeld gevraagd worden naar gemaakte keuzes en instemming mr’en.

  • Wat staat er in het schoolprogramma en moet je hierover verantwoording afleggen?

    Het schoolprogramma is een plan voor de komende schooljaren 2021/2022 en 2022/2023 waarin staat hoe de achterstanden worden weggewerkt en welke interventies scholen daarvoor gaan gebruiken. De gekozen interventies maken scholen concreet in activiteiten en taken, inzet en formatie, financiering en hoe je als team de voortgang tussentijds evalueert en zo nodig bijstelt.

    Dit programma wordt gemaakt op schoolniveau als aanvulling op het schoolplan. Op groeps- of leerlingniveau kan dit uitgewerkt worden in een groepsplan of een ontwikkelingsperspectief (opp). Het schoolprogramma kan op basis van nieuwe inzichten worden bijgesteld.

  • Wat is de rol van de (g)mr bij de ontwikkeling van het schoolprogramma?

    Mr’en moeten vroegtijdig bij het proces worden betrokken, zeker gezien het krappe tijdspad. Bij het opstellen van het schoolprogramma is het schoolteam aan zet, maar kan de raad tussendoor al voorstellen doen. Als het schoolprogramma er eenmaal is doet de schooldirecteur of de bestuurder een voorstel aan de mr. De raad heeft instemmingsrecht bij de vaststelling van het schoolprogramma, het is namelijk een aanvulling op het schoolplan. Ook het ministerie van Onderwijs stelt mr-instemming als voorwaarde. Dit betekent dat de mr voldoende informatie moet krijgen en waar mogelijk ook beroep kan doen op het wettelijke informatierecht. De mr moet daarnaast weten of het schoolteam voldoende betrokken is geweest bij het hele plan. Als dat niet het geval is dan is dat een goede reden om vooralsnog niet in te stemmen.

    Op bestuursniveau speelt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (gmr) in beginsel geen rol. Toch is voor met name het personeelsdeel van de gmr niet uit te sluiten wanneer die keuzes gevolgen hebben voor het bestuursformatieplan of voor de arbeidsvoorwaarden, zoals bij de benoeming van vast en tijdelijk personeel. Uiteindelijk is het bestuur verantwoordelijk voor de besteding van het geld. Over de verdeling van de middelen over de scholen en over de begroting van het bestuur heeft de gmr een adviesrecht, maar de regie ligt bij de school. Dat betekent dat het schoolbestuur niet zelf centraal één schoolprogramma maakt. Wel kan het schoolbestuur in overleg met de gmr specifieke interventies faciliteren.

    Download onze handreiking voor mr’en in het primair onderwijs via deze link. Werk je in het voortgezet onderwijs? Download dan deze handreiking.

  • Hoe moet het team worden betrokken bij het schoolprogramma?

    Betrokkenheid van het schoolteam is heel belangrijk en een voorwaarde, vindt ook het ministerie van Onderwijs. Het is van belang voor het draagvlak en voor de uitvoering. Welke interventies scholen kiezen om de achterstanden weg te werken, valt bovendien onder de professionele ruimte van de docenten volgens de Wet beroep leraar.

    Hoe ziet de betrokkenheid eruit?

    1. Het gesprek gaat eerst over de mogelijke interventies om achterstanden weg te werken. Scholen kiezen uit ‘de menukaart’ van bewezen interventies van het ministerie van Onderwijs. Die kaart wordt eind april gepubliceerd.
    2. De schoolleiding verwerkt de keuzes in een concept schoolprogramma en bespreekt dit ook met het team. Betrek vanaf de start de mr hier ook bij.
    3. Nadat het schoolprogramma in het team is besproken, legt de schoolleiding het programma formeel voor aan de mr. De mr heeft instemmingrecht. Download onze handige handreiking voor schoolteams en mr’en in het primair onderwijs via deze link. De handreiking voortgezet onderwijs vind je hier.
  • Is het schoolprogramma een voorwaarde om als school het geld te ontvangen?

    Het schoolprogramma is geen voorwaarde om het geld te ontvangen. Alle scholen krijgen sowieso het voor hen gereserveerde budget. Verantwoording vindt aan het eind van het jaar op bestuursniveau plaats in het jaarverslag. Het ministerie stort het geld op de rekening van de schoolbesturen.

    Begin juni wordt de officiële regeling bekendgemaakt. Hierin staat hoeveel geld er per leerling beschikbaar komt en hoeveel extra geld naar scholen gaat die veel leerlingen hebben die risico op achterstanden lopen.

    Het schoolteam is als eerst aan zet om een schoolprogramma te ontwikkelen dat is goedgekeurd door de medezeggenschapsraad. Het is niet de bedoeling dat besturen vooraf geld afromen voor reserves of activiteiten op bestuursniveau. De AOb wijst mr’en erop alert te zijn. Wel kan het zijn dat er gezamenlijk wordt besloten om interventies bovenschools te organiseren, goedkeuring hiervan vindt dan plaats door de gmr.

  • Wat hebben ouders te zeggen over het schoolprogramma?

    Ouders, en in het voortgezet onderwijs ook de leerlingen, behoren net zoals het personeel tot de ‘achterban’ van de MR. Bij belangrijke besluiten kan de MR de mening van de achterban peilen, voordat de raad instemt. De positie van ouders bij het schoolprogramma is wel anders dan die van het personeel. Onderwijspersoneel is beroepsmatig betrokken bij de planvorming. Leraren beoordelen vanuit hun professionele expertise wat leerlingen nodig hebben en zijn zelfstandig verantwoordelijkheid (vastgelegd in de onderwijswetten) voor het beoordelen van onderwijsprestaties. Oudergesprekken hebben wel meerwaarde, vooral omdat het schoolprogramma ook in zet op de sociaal emotionele ontwikkeling van de leerling.

  • Mogen scholen deze incidentele som geld inzetten voor het aantrekken van personeel?

    Ja, dat mag als de inzet van het personeel bedoeld is voor het terugdringen van vertragingen door corona. Voor een aantal interventies uit de ‘menukaart’ van het ministerie zal extra personeel nodig zijn. De AOb adviseert om te investeren in het eigen personeel. Dit kan bijvoorbeeld door tijdelijke contracten om te zetten naar vaste contracten, deeltijdaanstellingen uit te breiden, (vroeg)pensioen uit te stellen en het aannemen van (extra) ondersteunend personeel.
    Daarnaast kunnen scholen onderzoeken of de inzet van studenten voor specifieke werkzaamheden kan bijdragen.

    Het weglekken van geld naar commerciële partijen is niet in het belang van de leerlingen en zorgt niet voor duurzame ontwikkeling in het onderwijs en het onderwijspersoneel. De AOb wil dat er zo min mogelijk geld wegvloeit naar commerciële partijen. Soms is er wel gespecialiseerde kennis en hulp van buiten nodig. Ga dan altijd de kwaliteit na. Vraag naar ervaring, opleiding, evaluaties en referenties. En vraag eens rond in je eigen netwerk. Ga nooit zomaar in op ‘aanbiedingen’ van externen die via de mail binnenkomen.