Nationaal Programma Onderwijs: Instemming is cruciaal

Scholen zijn inmiddels op stoom met het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs). Ze hebben in kaart gebracht welke achterstanden er zijn en gekozen voor interventies uit de 'menukaart' van het ministerie om de achterstanden weg te werken. Dit hebben ze ook beschreven in hun schoolprogramma.

De AOb vindt betrokkenheid van docenten cruciaal bij de uitwerking van het NP Onderwijs. Zo moeten medezeggenschapsraden of ondernemingsraden instemmen met het schoolprogramma waarin alles is beschreven. De AOb ontwikkelde voor mr’en en or’en in elke onderwijssector handige handreikingen.

Zo adviseert de AOb in de handreikingen voor het primair onderwijs en voortgezet onderwijs om het geld niet te laten weglekken naar commerciële -vaak dure- bijlesbureaus. Scholen kunnen beter inzetten op de eigen expertise van het personeel zodat het gaat om een duurzame ontwikkeling en de expertise in de school wordt gehouden.

In de handreiking voor het mbo, het hbo en het wetenschappelijk onderwijs&onderzoek wijst de bond op het onderwijsteam. Het onderwijspersoneel moet van te voren weten hoeveel geld er beschikbaar is en in welke periode. De ondernemingsraad of medezeggenschapsraad moet die helderheid geven. In deze sectoren geldt dat een deel van het geld wel structureel is vanwege de toegenomen aantallen studenten.

Structureel geld nodig

Daarnaast benadrukt de AOb in het algemeen dat het gaat om incidenteel geld en grote problemen zoals de hoge werkdruk en het lerarentekort hier niet mee worden opgelost. Structurele investeringen zijn daarvoor nodig, vindt de bond. Daarnaast benadrukt de AOb keer op keer dat het tijdpad -op dit moment twee jaar- te krap is om het geld uit te geven.

Uit de eerste voortgangsrapportage van het ministerie bleek dat de helft van alle scholen in het funderend onderwijs denkt in de knel te komen bij de uitvoering van het NP Onderwijs. Dit komt door krapte op de arbeidsmarkt en door het gebrek aan een structurele financiering.

In de rapportage gaf een ruime meerderheid van de schoolleiders ook aan dat zij hun docententeams hebben betrokken bij alle keuzes. Nog niet alle mr’en hebben ingestemd, maar de verwachting van het ministerie is dat ze dit wel snel zullen doen. Is er op jouw school of instelling nog niet door de medezeggenschap ingestemd? Wees hier dan alert op. Onderwijsteams die merken dat ze te weinig worden betrokken kunnen contact opnemen met de helpdesk van het ministerie.

Bonus achterstandsscholen

Demissionair minister Slob beloont medewerkers op achterstandsscholen tijdelijk extra met een bonus. De AOb heeft sterke kritiek geuit op deze regeling en bestuurder Thijs Roovers noemde het een ‘Sloblossing’. Het biedt geen structurele oplossing voor het lerarentekort en het probleem enkel wordt verschoven. Daarnaast zou zowel in het primair en voortgezet onderwijs instemming van de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (pmr) van toepassing moeten zijn, maar blijft het ministerie volhardend aanhouden dat instemming van de personeelsgeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (p)gmr (medezeggenschap op bestuursniveau binnen een schoolbestuur) in het primair onderwijs afdoende is. Hierdoor kan de keuze worden gemaakt dat dit geld, bedoelt voor personeel op achterstandsscholen, verspreid wordt over alle scholen onder een bestuur.

Terugkijken

Meer weten over effectieve interventies die je als school kan nemen om leerachterstanden weg te werken, de rol van de mr en de spelregels van OCW bij de verdeling van het geld uit het NP Onderwijs? Kijk het webinar terug van de AOb. 

Meest gestelde vragen


  • Welke rol heeft de medezeggenschap bij de besteding van de arbeidsmarkttoelage (de bonus voor medewerkers die werken op een achterstandsschool)?

    De arbeidsmarkttoelage is bedoeld voor personeel van achterstandsscholen. Besturen ontvangen hiervoor geld van het ministerie. Dit is een aanvulling op de lumpsum. De medezeggenschap heeft instemmingsrecht over hoe dit geldt wordt ingezet. In het voortgezet onderwijs ligt dit recht bij de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraden van de afzonderlijke scholen. In het primair onderwijs zit het net iets anders, daar vindt het ministerie instemming van de personeelsgeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (pgmr) afdoende. Dit is medezeggenschap op het niveau van een heel schoolbestuur. De AOb heeft kritiek geuit hierop, omdat de pgmr de keuze kan maken om dit geld -bedoelt voor personeel op achterstandsscholen- te verspreiden over alle scholen onder het hele bestuur.

     

  • Wat staat er in het schoolprogramma en moet je hierover verantwoording afleggen?

    Het schoolprogramma is een plan voor de komende schooljaren 2021/2022 en 2022/2023 waarin staat hoe de achterstanden worden weggewerkt en welke interventies scholen daarvoor gaan gebruiken. De gekozen interventies maken scholen concreet in activiteiten en taken, inzet en formatie, financiering en hoe je als team de voortgang tussentijds evalueert en zo nodig bijstelt.

    Dit programma wordt gemaakt op schoolniveau als aanvulling op het schoolplan. Op groeps- of leerlingniveau kan dit uitgewerkt worden in een groepsplan of een ontwikkelingsperspectief (opp). Het schoolprogramma kan op basis van nieuwe inzichten worden bijgesteld.

  • Wat is de rol van de (g)mr bij de ontwikkeling van het schoolprogramma?

    Mr’en moeten vroegtijdig bij het proces worden betrokken, zeker gezien het krappe tijdspad. Bij het opstellen van het schoolprogramma is het schoolteam aan zet, maar kan de raad tussendoor al voorstellen doen. Als het schoolprogramma er eenmaal is doet de schooldirecteur of de bestuurder een voorstel aan de mr. De raad heeft instemmingsrecht bij de vaststelling van het schoolprogramma, het is namelijk een aanvulling op het schoolplan. Ook het ministerie van Onderwijs stelt mr-instemming als voorwaarde. Dit betekent dat de mr voldoende informatie moet krijgen en waar mogelijk ook beroep kan doen op het wettelijke informatierecht. De mr moet daarnaast weten of het schoolteam voldoende betrokken is geweest bij het hele plan. Als dat niet het geval is dan is dat een goede reden om vooralsnog niet in te stemmen.

    Op bestuursniveau speelt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (gmr) in beginsel geen rol. Toch is voor met name het personeelsdeel van de gmr niet uit te sluiten wanneer die keuzes gevolgen hebben voor het bestuursformatieplan of voor de arbeidsvoorwaarden, zoals bij de benoeming van vast en tijdelijk personeel. Uiteindelijk is het bestuur verantwoordelijk voor de besteding van het geld. Over de verdeling van de middelen over de scholen en over de begroting van het bestuur heeft de gmr een adviesrecht, maar de regie ligt bij de school. Dat betekent dat het schoolbestuur niet zelf centraal één schoolprogramma maakt. Wel kan het schoolbestuur in overleg met de gmr specifieke interventies faciliteren.

    Download onze handreiking voor mr’en in het primair onderwijs via deze link. Werk je in het voortgezet onderwijs? Download dan deze handreiking.

  • Hoe moet het team worden betrokken bij het schoolprogramma?

    Betrokkenheid van het schoolteam is heel belangrijk en een voorwaarde, vindt ook het ministerie van Onderwijs. Het is van belang voor het draagvlak en voor de uitvoering. Welke interventies scholen kiezen om de achterstanden weg te werken, valt bovendien onder de professionele ruimte van de docenten volgens de Wet beroep leraar.

    Hoe ziet de betrokkenheid eruit?

    1. Het gesprek gaat eerst over de mogelijke interventies om achterstanden weg te werken. Scholen kiezen uit ‘de menukaart’ van bewezen interventies van het ministerie van Onderwijs. Die kaart wordt eind april gepubliceerd.
    2. De schoolleiding verwerkt de keuzes in een concept schoolprogramma en bespreekt dit ook met het team. Betrek vanaf de start de mr hier ook bij.
    3. Nadat het schoolprogramma in het team is besproken, legt de schoolleiding het programma formeel voor aan de mr. De mr heeft instemmingrecht. Download onze handige handreiking voor schoolteams en mr’en in het primair onderwijs via deze link. De handreiking voortgezet onderwijs vind je hier.
  • Mogen scholen deze incidentele som geld inzetten voor het aantrekken van personeel?

    Ja, dat mag als de inzet van het personeel bedoeld is voor het terugdringen van vertragingen door corona. Voor een aantal interventies uit de ‘menukaart’ van het ministerie zal extra personeel nodig zijn. De AOb adviseert om te investeren in het eigen personeel. Dit kan bijvoorbeeld door tijdelijke contracten om te zetten naar vaste contracten, deeltijdaanstellingen uit te breiden, (vroeg)pensioen uit te stellen en het aannemen van (extra) ondersteunend personeel.
    Daarnaast kunnen scholen onderzoeken of de inzet van studenten voor specifieke werkzaamheden kan bijdragen.

    Het weglekken van geld naar commerciële partijen is niet in het belang van de leerlingen en zorgt niet voor duurzame ontwikkeling in het onderwijs en het onderwijspersoneel. De AOb wil dat er zo min mogelijk geld wegvloeit naar commerciële partijen. Soms is er wel gespecialiseerde kennis en hulp van buiten nodig. Ga dan altijd de kwaliteit na. Vraag naar ervaring, opleiding, evaluaties en referenties. En vraag eens rond in je eigen netwerk. Ga nooit zomaar in op ‘aanbiedingen’ van externen die via de mail binnenkomen.