Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Beeld: Fred van Diem

Wij zijn ‘het lerarentekort’

Het lerarentekort kent vele gezichten. De AOb brengt ze in beeld. De leerkracht die door de hoge werkdruk een ander vak heeft gekozen, de leraar die maar geen vast contract krijgt, de zij-instromer die snel weer uitstroomt. Wie zijn ze en waar lopen ze tegenaan?

Djofre van Woudenberg (32 jaar) runt als zelfstandig barista al ruim vijf jaar het bedrijf de Koffiefiets op het station in Houten. Hij doet dit met toewijding en een aanstekelijk enthousiasme. Deze eigenschappen had hij met liefde in het onderwijs willen inzetten.

Djofre: “Na een jaar voor de klas verliet ik het onderwijs. Het onderwijs had mijn creatieve geest verdoofd.”

“Na de pabo wilde ik niets liever dan al mijn energie en ideeën loslaten op het onderwijs. Ik wilde daarvoor de ruimte krijgen, want ik ben gek op jonge kinderen en krijg er energie van als ik ze iets kan bieden wat een ander niet kan. Ik ben het type leerkracht dat graag wil uitblinken in iets en snel knopen doorhakt. Urenlang vergaderen om niks; of de kerstboom links of rechts in de zaal moet staan en of de herfsttafel er hetzelfde uit moet zien als vorig jaar, is niet aan mij besteed.

Na een jaar voor de klas verliet ik het onderwijs en koos voor mijn andere passie: koffie. Het onderwijs had mijn creatieve geest verdoofd. Op de pabo krijg je een heel ander beeld voorgeschoteld van het onderwijs. De hoeveelheid administratie, verslagen maken van oudergesprekken en urenlange vergaderingen is niet iets waar aandacht voor is op de opleiding. Ik wilde minder praten en meer doen.

Het gebrek aan financiële groei in het onderwijs was voor mij ook een domper. Het is denk ik voor veel mannen wat het (basis)onderwijs onaantrekkelijk maakt. Je kunt je wel ergens in specialiseren of in onderscheiden maar daar wordt geen beloning aan gekoppeld. Waarom zou een willekeurige leraar in feestcommissies zitten, excursies organiseren, projecten opzetten of lesgeven in een andere taal? Laat een leraar zich daar in specialiseren en beloon hem of haar daarnaar. Op die manier kun je ook in het onderwijs carrièrepaden creëren, dan alleen de stap naar ib’er of schoolleider.”

De redenen die Djofre geeft om het onderwijs te verlaten kwamen ook terug in de enquête van de AOb en Investico. Uit de enquête naar stille reserves is voor 16 procent van de mensen die het onderwijs heeft verlaten ‘naar eigen inzicht kunnen werken’ een belangrijke voorwaarde om terug te keren. 27 procent van de onderwijsverlaters vindt het salaris te laag en 13 procent ziet weinig carrièrekansen.

Wij zijn ‘het lerarentekort’

Twee keer per week laat de AOb de gezichten achter het lerarentekort zien. Reageren, of zelf je verhaal delen? Dat kan op de facebook-pagina van de AOb.

 

  • Agathe Loggen (27 jaar) verhuisde in 2011 van Harderwijk naar Amsterdam, omdat daar wél werk te vinden was. Ze wilde gelijk fulltime aan de slag en dat kon niet in Harderwijk. Nu werkt Agathe op een islamitsche basisschool in Haarlem, waar het lerarentekort dagelijks merkbaar is.

“Na het afronden van mijn studie waren in Harderwijk alleen losse invalbaantjes te vinden. Tegenwoordig krijg je veel sneller een vast contract. Dat was vroeger wel anders, dan was dat echt een ultimatum. Ik niet alleen, maar ook studiegenootjes gingen naar andere steden om werk te vinden.

Agathe: “Elke dag weer is het puzzelen en schuiven om ervoor te zorgen dat alle kinderen zo goed mogelijk les krijgen.”

Het lerarentekort is bij ons op school dagelijks te voelen. Elke dag weer is het puzzelen en schuiven om ervoor te zorgen dat alle kinderen zo goed mogelijk les krijgen. Klassen worden opgedeeld, collega’s springen op hun vrije dag bij of er wordt een onderwijsassistent voor de klas gezet. Niets ten nadele van de onderwijsassistent. De kinderen kennen haar goed en andersom. Het is alleen niet de beste oplossing. Ze is geen leerkracht en heeft ook eigen werkzaamheden die dan blijven liggen. Er zijn simpelweg geen invallers te vinden.

 

Onze directrice vindt dit betere oplossingen dan leerlingen naar huis sturen. Ze krijgen zo wel wat onderwijs, maar het is verre van ideaal. Er moet echt iets gebeuren. Allereerst is het natuurlijk schrikbarend dat de stress en klachten van burn-out in het onderwijs en de zorg zo hoog zijn. De klassen zijn te vol en er moeten echt prioriteiten gesteld worden.

Als je een klas van 35 kinderen hebt, kun je echt geen goed onderwijs geven. Ik ben voor een maximum aantal leerlingen in de klas. Veel van wat we in het onderwijs doen is nuttig, maar het maakt nogal uit of je een klas van twintig of dertig leerlingen hebt.

Ik vind het daarom ook goed dat we begonnen zijn met staken en actievoeren. We laten zo aan de rest van Nederland én de politiek zien dat dit niet langer kan. Het is niet alleen een probleem van de leraren of het onderwijs, maar van heel Nederland. De toekomst van ons land ligt in de handen van onze kinderen. Als basisscholen te weinig geld of personeel hebben om goed onderwijs te geven, dan gaat dat op de lange termijn zeker z’n weerslag hebben op de kwaliteit in andere werkvelden. Onze kinderen verdienen echt beter!”

 

 

  • Drie jaar geleden ging Pierre Pourchez met pensioen, maar vanwege het oplopende lerarentekort staat hij weer meerdere dagen per week voor de klas. “Ze bellen me op en zeggen: ‘We hebben je nodig’. Ik kan dan geen nee zeggen.”

“Het begon na mijn pensioen met een telefoontje van mijn oude school: ‘Pierre, zou je mij een dagje willen helpen?’ Van het een kwam het ander. Al snel hoorden meerdere scholen van mij en inmiddels val ik in op vier scholen. Daar houd ik het even bij. Anders kom ik zelf tijd tekort. Ik steek ook tijd in de voorbereiding. Dan rij ik bijvoorbeeld een dag van tevoren even naar de school om te kijken wat er op de planning staat. Het blijft dus niet bij een dagje invallen.

Pierre is gepensioneerd, maar staat toch nog voor de klas. “Dat zouden meer mensen moeten doen”, aldus Pierre.

Invalwerk is erg leuk om te doen. De kinderen zijn altijd enthousiast. Daarbij heb ik geen last van handelingsplannen, analyses die gemaakt moeten worden, oudergesprekken en cito-toetsen. Ik geef gewoon les en ben er voor de kinderen. Ik ben niet dé oplossing van het lerarentekort, maar misschien wel één van de vele oplossingen. Ik ken niemand die net als ik gepensioneerd voor de klas staat. Wat ik overigens niet snap. Dit zouden meer mensen moeten doen.

Ik word gewoon betaald voor mijn invalwerk, al gaat een groot deel naar de belastingdienst. Ik doe het echt niet voor het geld, maar om gepensioneerden weer voor de klas te krijgen zou het helemaal geen gek idee zijn om het belastingtechnisch aantrekkelijker te maken. Minister Slob zou hier eens over na moeten denken.

Het is meer dan terecht dat er gestaakt wordt voor meer salaris. Ik snap de politiek ook echt niet. Waarom zijn ze zo aan het beknibbelen? Er moet juist geïnvesteerd worden. Het basisonderwijs moet evenredig beloond worden. Anderen met een soortgelijke opleiding worden gewoon beter betaald. En iedereen die het niet begrijpt zou ik graag willen uitnodigen een dagje mee te lopen. Het werken in het onderwijs wordt zwaar onderschat.

De huidige leraren zou ik graag mee willen geven dat het belangrijk is om het beroep voor jezelf interessant te houden. Haal bijvoorbeeld je energie uit de niet-lesgebonden taken. Leerkracht zijn, dat moet je leuk vinden. Ik stap nog steeds met een grote glimlach een schoolgebouw in.”

Op basisscholen werkten eind 2016 in totaal 1201 medewerkers die de pensioengerechtigde leeftijd al hadden bereikt. Sindsdien is dat aantal hoogstwaarschijnlijk alleen maar gegroeid.

 

 

  • Evy van Ast (26) haalde in 2014 haar tweedegraads lesbevoegdheid. Na twee jaar voor de klas verruilde ze werken in het onderwijs voor een masterstudie aan de Erasmus Universiteit. Nu is Evy onderzoeker bij historisch onderzoeksbureau Stad en Bedrijf.

“M’n keuze voor de lerarenopleiding maatschappijwetenschappen destijds was zo gemaakt. Naast de vakinhoudelijke interesse had ik altijd al een voorliefde voor het onderwijs.

Evy: “Toen ik aan de lerarenopleiding begon wist ik zeker dat ik voor de klas wilde.”

Met name het persoonlijke contact met leerlingen sprak me aan. Het werken aan een vertrouwensband, dat leek me de basis voor goed onderwijs.

Toen ik aan de lerarenopleiding begon wist ik dan ook zeker dat ik voor de klas wilde. Maar met het vorderen van m’n studie kwam de twijfel. M’n angst om vast te raken in het onderwijs groeide. Het onderwijs had voor mij iets van een fuik: als je er eenmaal inzit, kom je er niet meer zo makkelijk meer uit.

Overstappen van het bedrijfsleven naar het onderwijs is ook makkelijker dan andersom, denk ik. De competenties die je ontwikkelt in onderwijs lijken voor het bedrijfsleven minder interessant. In het bedrijfsleven kun je je breder ontwikkelen en er zijn meer doorgroeimogelijkheden. Dit beeld, samen met de beperkte loopbaanmogelijkheden, zorgde ervoor dat ik het onderwijs na twee jaar alweer verliet.

Wat ook meespeelde was m’n moeite met de grote klassen. In één klas zaten maar liefst 34 leerlingen. Dan kun je niet meer nagaan hoe de vlag er bij iedere leerling bijhangt, terwijl dat juist zo belangrijk is voor de kwaliteit van het onderwijs. Soms kon ik hierdoor niet het onderwijs bieden dat ik voor ogen had.

Onder welke voorwaarden ik weer terug zou keren naar het onderwijs? Dat is eenvoudig. Er moeten voldoende ontwikkelperspectieven zijn, gekoppeld aan een financiële beloning, en ruimte voor contact met leerlingen.

Het eerste jaar als leraar is bepalend voor het verlaten van de onderwijssector. De uitstroom is dan het hoogst: 15 tot 26 procent van de leraren stroomt na één jaar lesgeven uit het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo. In de jaren daarna neemt de uitstroom meer geleidelijk toe. Na vijf jaar is 18 procent van de beginnende leraren uitgestroomd uit het primair onderwijs, 31 procent uit voortgezet onderwijs het vo en 45 procent uit het mbo.

 

 

  • Tanja Suijker (36) werkt al bijna twaalf jaar als invaller in Hoorn en omstreken. Begin dit jaar kreeg ze een vaste aanstelling als invaller voor twee dagen in de week.

“Dat ik zolang als invaller heb gewerkt is geen bewuste keuze geweest. Iedere keer liep het nét zo dat de school toch geen vacatureruimte zag. En dan moest ik weer weg. Ik heb meegemaakt dat ik binnen een stichting meerdere malen kon invallen. Maar daarna was het: ‘Tot ziens, want anders moeten we je een vast contract geven’.

Het type invalklus varieerde, maar de grote lijn zag er voor Tanja elk jaar ongeveer hetzelfde uit. “Direct na de zomervakantie krijg je als invaller vooral losse invaldagen aangeboden. Rond de herfstvakantie ontstaan langdurige invalklussen, omdat mensen dan vaak omvallen van de werkdruk. Regelmatig moest ik na een jaar invallen een week eruit, omdat het bestuur me anders een vast contract moest aanbieden. Ik heb ook weleens meegemaakt dat ik er drie maanden uit moest. Dat ik mijn klas in de steek moest laten, vond ik vreselijk.

Tanja: ‘Na 11,5 jaar invallen eindelijk een vaste aanstelling.’

Voor de tussenperiode’s vroeg ze een ww-uitkering aan. “Dan zat ik vier of vijf maanden thuis en solliciteerde ook bij kinderdagverblijven en op kantoorbanen. Ik heb weleens serieus overwogen om het onderwijs helemaal te verlaten, maar dat heb ik nooit gedaan omdat ik weet dat dit is wat ik wil.

Nu het lerarentekort oploopt zie je dat scholen eerder vaste aanstellingen aanbieden om te zorgen dat ze hun eigen vaste invaller hebben. Die vijver raakt nu ook leeg. Mijn huidige school is een openbare school. Daar geldt de Wet werk en zekerheid (Wwz) niet, maar toch merk je dat ook daar de rek eruit is.

Vorig jaar kwam ik voor een vervanging terecht op mijn huidige school. Afgesproken was dat ik na een goede beoordeling een vaste aanstelling binnen de stichting zou krijgen. Dat is gebeurd. Nu heb ik sinds januari 2018 een vaste aanstelling voor 2 dagen in de week. Ik ben een parttimer, maar ze kunnen mij ook inzetten voor extra invalklusjes. Ik ben zo blij dat ik na bijna twaalf jaar eindelijk een vaste aanstelling heb gekregen en mijn vakanties doorbetaald krijg. Eindelijk ben ik niet meer afhankelijk van uitkeringsinstanties, ik kreeg daar zoveel stress van!

Tanja is niet de enige die langdurig tijdelijke contracten heeft gehad. Tot een jaar geleden was het in sommige delen van Nederland nog erg lastig om een baan te vinden in het basisonderwijs. Terwijl het lerarentekort was voorspeld. De AOb vroeg de overheid met het oog op het tekort startende leraren alvast boventallig in dienst te nemen. Dit is niet gebeurd en veel starters zijn afgehaakt.

 

 

  • Marcel Schmeier stond 15 jaar voor de klas, met name in het speciaal basisonderwijs. Nu werkt hij als onderwijsadviseur. De reden dat hij het onderwijs verliet? ‘Ik had teveel ambitie en te weinig ruimte’, aldus deze ex-leraar.

“Ik miste toen ik voor de klas stond ruimte en zeggenschap over dat wat ik deed. Ik wilde bijvoorbeeld kinderen leren rekenen en schrijven, maar niet boekjes afmaken en werkbladen invullen die het bestuur voorschreef. Toen kwam deze baan voorbij en ben ik zo het onderwijs uitgerold.

Toch kan ik nog steeds met volle overtuiging zeggen: voor de klas staan is het mooiste dat er is. Eigenlijk doe ik dat nog steeds een beetje, maar nu sta ik voor een klas met leraren.

Marcel: ‘Ik miste ruimte en zeggenschap over wat ik deed.’

Als adviseur maak ik meer uren per week, maar de werkdruk is lager dan toen ik voor de klas stond. Dit was veel intensiever. Je kunt je eigen tijd niet indelen en bent continu met je leerlingen bezig: dat wordt echt zwaar onderschat.”

“Of ik weer voor de klas zou willen staan? Misschien wel, maar dan moet er wel meer ruimte zijn voor leraren om goed onderwijs te geven. Dus niet je aan allerlei afspraken moeten houden. Zolang de resultaten goed zijn moet er een vertrouwen in de leraar zijn en dus ruimte gegeven worden.

Daarnaast is het zo jammer dat mensen voor de klas geen carrière kunnen maken. Als je verder wil groeien word je vaak intern begeleider of schoolleider. Dit is zonde. Het mag ook best gewaardeerd worden als je goed werk levert. Zo zorg je ervoor dat de beste mensen voor de klas willen staan: de leerkracht moet beter kunnen verdienen dan de directeur. Net als dat de voetballer beter verdient dan de coach.

Daarbij moet er echt iets aan de werkdruk en het salaris gedaan worden. Ja, ook het salaris is voor mij nu een drempel om weer in het onderwijs te gaan werken. Dat salaris is veel te laag. Het was niet de reden dat ik het onderwijs heb verlaten, maar zou voor mij wel een voorwaarde zijn om weer terug te keren. Ik verdien nu immers beter.”

Voor 16 procent van de mensen die het primair onderwijs heeft verlaten is ‘naar eigen inzicht kunnen werken’ een belangrijke voorwaarde om terug te keren. Te vaak voelen leraren zich gedwongen lessen af te draaien, in plaats van dat ze met eigen kennis en kunde het onderwijs vormgeven.

 

 

  • Emmy van Heel werkte 15 jaar in het basisonderwijs en viel uit met flinke burn-outklachten. Nu werkt ze bij de Rijdende School en geeft met veel plezier les aan kermis- en circuskinderen.

“Mijn hart ligt in het onderwijs. Dit is wat ik het liefste doe. Toch heb ik ervoor gekozen om niet meer in het reguliere onderwijs te werken. Bij de Rijdende School – heb ik meer vrijheid. Ik kan er mijn eigen keuzes maken en de werktijden zijn flexibeler.

In 2010 kwam ik met een burn-out thuis te zitten. Het heeft anderhalf jaar geduurd voordat ik weer beter was. De oorzaak was de chaos bij mijn vorige werkgever. Na het predicaat ‘zwakke school’ werd een nieuw team aangesteld. Een tijdlang gaven we les in noodgebouwen, omdat er een nieuw schoolgebouw werd gebouwd.

Emmy: ‘Er werd niet naar onze signalen geluisterd’

Tegelijk werd besloten dat we moesten fuseren met een andere school. Dit alles zorgde al voor veel onrust. Maar toen ook nog de schooldirecteur en ib’er werden overgeplaatst en wij onze kerstvakantie moesten opofferen om met onze partners de school te verhuizen, was ik op. Ik heb me in februari een week ziek gemeld met het idee dat ik er daarna weer wel zou zijn. Ik bleek een flinke burn-out te hebben.”

Emmy denkt dat haar vorige werkgever haar burn-out had kunnen voorkomen. “Dat denk het zeker. Er waren teveel veranderingen tegelijkertijd. Alles werd van bovenaf gedropt. Wij gaven veel signalen af, maar daar werd niet naar geluisterd. Waarom werd er niet met het team gepraat? Het bestuur verwachtte veel van ons, maar er werd niet gevraagd naar hoe wij dit zouden ervaren.

Het onderwijs heeft de mazzel dat er een heleboel mensen werken met een enorme passie voor hun vak. Tegelijkertijd is dit erg gevaarlijk: als je continu je grens omhoog bijstelt, dan word je ziek. Het hoge en langdurige ziekteverzuim omlaag brengen zou één van de oplossingen moeten zijn om het lerarentekort aan te pakken.’

Emmy is niet de enige leraar die met een burn-out is uitgevallen in het onderwijs. Een kwart van de leraren in het primair onderwijs heeft hetzelfde meegemaakt. De ervaren werkdruk is voor deze groep de belangrijkste reden van hun klachten.

Wij zijn ‘het lerarentekort’

Twee keer per week laat de AOb de gezichten achter het lerarentekort zien. Reageren, of zelf je verhaal delen? Dat kan op de facebook-pagina van de AOb.

Meer nieuws

Agrarische hogeschool in geldproblemen

De HAS ’s-Hertogenbosch staat er financieel zo beroerd voor dat de onderwijsinspectie de instelling onder aangepast toezicht heeft gesteld. “De continuïteit van het onderwijs kan... LEES VERDER