Beeld: Fred van Diem

Wij zijn ‘het lerarentekort’

Het lerarentekort kent vele gezichten. De AOb brengt ze in beeld. De leerkracht die door de hoge werkdruk een ander vak heeft gekozen, de leraar die maar geen vast contract krijgt, de zij-instromer die snel weer uitstroomt. Wie zijn ze en waar lopen ze tegenaan?

Evy van Ast (26) haalde in 2014 haar tweedegraads lesbevoegdheid. Na twee jaar voor de klas verruilde ze werken in het onderwijs voor een masterstudie aan de Erasmus Universiteit. Nu is Evy onderzoeker bij historisch onderzoeksbureau Stad en Bedrijf.

“M’n keuze voor de lerarenopleiding geschiedenis destijds was zo gemaakt. Naast de vakinhoudelijke interesse had ik altijd al een voorliefde voor het onderwijs.

Evy: “Toen ik aan de lerarenopleiding begon wist ik zeker dat ik voor de klas wilde.”

Met name het persoonlijke contact met leerlingen sprak me aan. Het werken aan een vertrouwensband, dat leek me de basis voor goed onderwijs.

“M’n angst om vast te raken in het onderwijs groeide.”

Toen ik aan de lerarenopleiding begon wist ik dan ook zeker dat ik voor de klas wilde. Maar met het vorderen van m’n studie kwam de twijfel. M’n angst om vast te raken in het onderwijs groeide. Het onderwijs had voor mij iets van een fuik: als je er eenmaal inzit, kom je er niet meer zo makkelijk meer uit.

Overstappen van het bedrijfsleven naar het onderwijs is ook makkelijker dan andersom, denk ik. De competenties die je ontwikkelt in onderwijs lijken voor het bedrijfsleven minder interessant. In het bedrijfsleven kun je je breder ontwikkelen en er zijn meer doorgroeimogelijkheden. Dit beeld, samen met de beperkte loopbaanmogelijkheden, zorgde ervoor dat ik het onderwijs na twee jaar alweer verliet.

Wat ook meespeelde was m’n moeite met de grote klassen. In één klas zaten maar liefst 34 leerlingen. Dan kun je niet meer nagaan hoe de vlag er bij iedere leerling bijhangt, terwijl dat juist zo belangrijk is voor de kwaliteit van het onderwijs. Soms kon ik hierdoor niet het onderwijs bieden dat ik voor ogen had.

Onder welke voorwaarden ik weer terug zou keren naar het onderwijs? Dat is eenvoudig. Er moeten voldoende ontwikkelperspectieven zijn, gekoppeld aan een financiële beloning, en ruimte voor contact met leerlingen.

Het eerste jaar als leraar is bepalend voor het verlaten van de onderwijssector. De uitstroom is dan het hoogst: 15 tot 26 procent van de leraren stroomt na één jaar lesgeven uit het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo. In de jaren daarna neemt de uitstroom meer geleidelijk toe. Na vijf jaar is 18 procent van de beginnende leraren uitgestroomd uit het primair onderwijs, 31 procent uit voortgezet onderwijs het vo en 45 procent uit het mbo.

Wij zijn ‘het lerarentekort’

Twee keer per week laat de AOb de gezichten achter het lerarentekort zien. Reageren, of zelf je verhaal delen? Dat kan op de facebook-pagina van de AOb.

 

  • Tanja Suijker (36) werkt al bijna twaalf jaar als invaller in Hoorn en omstreken. Begin dit jaar kreeg ze een vaste aanstelling als invaller voor twee dagen in de week.

“Dat ik zolang als invaller heb gewerkt is geen bewuste keuze geweest. Iedere keer liep het nét zo dat de school toch geen vacatureruimte zag. En dan moest ik weer weg. Ik heb meegemaakt dat ik binnen een stichting meerdere malen kon invallen. Maar daarna was het: ‘Tot ziens, want anders moeten we je een vast contract geven’.

Het type invalklus varieerde, maar de grote lijn zag er voor Tanja elk jaar ongeveer hetzelfde uit. “Direct na de zomervakantie krijg je als invaller vooral losse invaldagen aangeboden. Rond de herfstvakantie ontstaan langdurige invalklussen, omdat mensen dan vaak omvallen van de werkdruk. Regelmatig moest ik na een jaar invallen een week eruit, omdat het bestuur me anders een vast contract moest aanbieden. Ik heb ook weleens meegemaakt dat ik er drie maanden uit moest. Dat ik mijn klas in de steek moest laten, vond ik vreselijk.

Tanja: ‘Na 11,5 jaar invallen eindelijk een vaste aanstelling.’

Voor de tussenperiode’s vroeg ze een ww-uitkering aan. “Dan zat ik vier of vijf maanden thuis en solliciteerde ook bij kinderdagverblijven en op kantoorbanen. Ik heb weleens serieus overwogen om het onderwijs helemaal te verlaten, maar dat heb ik nooit gedaan omdat ik weet dat dit is wat ik wil.

Nu het lerarentekort oploopt zie je dat scholen eerder vaste aanstellingen aanbieden om te zorgen dat ze hun eigen vaste invaller hebben. Die vijver raakt nu ook leeg. Mijn huidige school is een openbare school. Daar geldt de Wet werk en zekerheid (Wwz) niet, maar toch merk je dat ook daar de rek eruit is.

“De vijver raakt leeg”

Vorig jaar kwam ik voor een vervanging terecht op mijn huidige school. Afgesproken was dat ik na een goede beoordeling een vaste aanstelling binnen de stichting zou krijgen. Dat is gebeurd. Nu heb ik sinds januari 2018 een vaste aanstelling voor 2 dagen in de week. Ik ben een parttimer, maar ze kunnen mij ook inzetten voor extra invalklusjes. Ik ben zo blij dat ik na bijna twaalf jaar eindelijk een vaste aanstelling heb gekregen en mijn vakanties doorbetaald krijg. Eindelijk ben ik niet meer afhankelijk van uitkeringsinstanties, ik kreeg daar zoveel stress van!

Tanja is niet de enige die langdurig tijdelijke contracten heeft gehad. Tot een jaar geleden was het in sommige delen van Nederland nog erg lastig om een baan te vinden in het basisonderwijs. Terwijl het lerarentekort was voorspeld. De AOb vroeg de overheid met het oog op het tekort startende leraren alvast boventallig in dienst te nemen. Dit is niet gebeurd en veel starters zijn afgehaakt.

Wij zijn ‘het lerarentekort’

Twee keer per week laat de AOb de gezichten achter het lerarentekort zien. Reageren, of zelf je verhaal delen? Dat kan op de facebook-pagina van de AOb.

 

  • Marcel Schmeier stond 15 jaar voor de klas, met name in het speciaal basisonderwijs. Nu werkt hij als onderwijsadviseur. De reden dat hij het onderwijs verliet? ‘Ik had teveel ambitie en te weinig ruimte’, aldus deze ex-leraar.

“Ik miste toen ik voor de klas stond ruimte en zeggenschap over dat wat ik deed. Ik wilde bijvoorbeeld kinderen leren rekenen en schrijven, maar niet boekjes afmaken en werkbladen invullen die het bestuur voorschreef. Toen kwam deze baan voorbij en ben ik zo het onderwijs uitgerold.

Toch kan ik nog steeds met volle overtuiging zeggen: voor de klas staan is het mooiste dat er is. Eigenlijk doe ik dat nog steeds een beetje, maar nu sta ik voor een klas met leraren.

Marcel: ‘Ik miste ruimte en zeggenschap over wat ik deed.’

Als adviseur maak ik meer uren per week, maar de werkdruk is lager dan toen ik voor de klas stond. Dit was veel intensiever. Je kunt je eigen tijd niet indelen en bent continu met je leerlingen bezig: dat wordt echt zwaar onderschat.”

“Of ik weer voor de klas zou willen staan? Misschien wel, maar dan moet er wel meer ruimte zijn voor leraren om goed onderwijs te geven. Dus niet je aan allerlei afspraken moeten houden. Zolang de resultaten goed zijn moet er een vertrouwen in de leraar zijn en dus ruimte gegeven worden.

“Het is zo jammer dat mensen voor de klas geen carriere kunnen maken”

Daarnaast is het zo jammer dat mensen voor de klas geen carrière kunnen maken. Als je verder wil groeien wordt je vaak intern begeleider of schoolleider. Dit is zonde. Het mag ook best gewaardeerd worden als je goed werk levert. Zo zorg je ervoor dat de beste mensen voor de klas willen staan: de leerkracht moet beter kunnen verdienen dan de directeur. Net als dat de voetballer beter verdient dan de coach.

Daarbij moet er echt iets aan de werkdruk en het salaris gedaan worden. Ja, ook het salaris is voor mij nu een drempel om weer in het onderwijs te gaan werken. Dat salaris is veel te laag. Het was niet de reden dat ik het onderwijs heb verlaten, maar zou voor mij wel een voorwaarde zijn om weer terug te keren. Ik verdien nu immers beter.”

Voor 16% van de mensen die het primair onderwijs heeft verlaten is ‘naar eigen inzicht kunnen werken’ een belangrijke voorwaarde om terug te keren. Te vaak voelen leraren zich gedwongen lessen af te draaien, in plaats van dat ze met eigen kennis en kunde het onderwijs vormgeven.

Wij zijn ‘het lerarentekort’

Twee keer per week laat de AOb de gezichten achter het lerarentekort zien. Reageren, of zelf je verhaal delen? Dat kan op de facebook-pagina van de AOb.

 

  • Emmy van Heel werkte 15 jaar in het basisonderwijs en viel uit met flinke burn-outklachten. Nu werkt ze bij de Rijdende School en geeft met veel plezier les aan kermis- en circuskinderen.

“Mijn hart ligt in het onderwijs. Dit is wat ik het liefste doe. Toch heb ik ervoor gekozen om niet meer in het reguliere onderwijs te werken. Bij de Rijdende School – heb ik meer vrijheid. Ik kan er mijn eigen keuzes maken en de werktijden zijn flexibeler.

In 2010 kwam ik met een burn-out thuis te zitten. Het heeft anderhalf jaar geduurd voordat ik weer beter was. De oorzaak was de chaos bij mijn vorige werkgever. Na het predicaat ‘zwakke school’ werd een nieuw team aangesteld. Een tijdlang gaven we les in noodgebouwen, omdat er een nieuw schoolgebouw werd gebouwd.

Emmy: ‘Er werd niet naar onze signalen geluisterd’

Tegelijk werd besloten dat we moesten fuseren met een andere school. Dit alles zorgde al voor veel onrust. Maar toen ook nog de schooldirecteur en ib’er werden overgeplaatst en wij onze kerstvakantie moesten opofferen om met onze partners de school te verhuizen, was ik op. Ik heb me in februari een week ziek gemeld met het idee dat ik er daarna weer wel zou zijn. Ik bleek een flinke burn-out te hebben.”

“Er waren teveel veranderingen tegelijkertijd. Alles werd van bovenaf gedropt” 

Emmy denkt dat haar vorige werkgever haar burn-out had kunnen voorkomen. “Dat denk het zeker. Er waren teveel veranderingen tegelijkertijd. Alles werd van bovenaf gedropt. Wij gaven veel signalen af, maar daar werd niet naar geluisterd. Waarom werd er niet met het team gepraat? Het bestuur verwachtte veel van ons, maar er werd niet gevraagd naar hoe wij dit zouden ervaren.

Het onderwijs heeft de mazzel dat er een heleboel mensen werken met een enorme passie voor hun vak. Tegelijkertijd is dit erg gevaarlijk: als je continu je grens omhoog bijstelt, dan word je ziek. Het hoge en langdurige ziekteverzuim omlaag brengen zou één van de oplossingen moeten zijn om het lerarentekort aan te pakken.’

Emmy is niet de enige leraar die met een burn-out is uitgevallen in het onderwijs. Een kwart van de leraren in het primair onderwijs heeft hetzelfde meegemaakt. De ervaren werkdruk is voor deze groep de belangrijkste reden van hun klachten.

Wij zijn ‘het lerarentekort’

Twee keer per week laat de AOb de gezichten achter het lerarentekort zien. Reageren, of zelf je verhaal delen? Dat kan op de facebook-pagina van de AOb.

 

 

Meer nieuws