Beeld: Pixabay

Schoolbestuurtjes parkeren miljoenen op de bank

Schoolbesturen die jaar na jaar veel geld overhouden. Ze bestaan niet, berichtte onderwijsminister Arie Slob eerder aan de Tweede Kamer. Het Onderwijsblad dook in de cijfers en vond ze wel. Wat blijkt? De meeste van deze instellingen hádden vijf jaar terug al een royale buffer.

‘Samen groeien’ is het motto van christelijke basisschool De Borg. Op het eerste oog een doodgewone school met 450 leerlingen in Haren, provincie Groningen. Het onderwijs is er prima in orde; in april kreeg De Borg nog het stempel ‘goed’ en een dikke pluim van de inspectie.

Wat ook groeit, is de bankrekening. De afgelopen vijf jaar hield de eenpitter meer dan twee miljoen euro over onder de streep, ruim zestien procent van de inkomsten. De reserves, die destijds al best behoorlijk waren, zijn spectaculair gegroeid. Net als de liquide middelen, want inmiddels staat er maar liefst 2,6 miljoen euro aan onderwijsgeld op de bank geparkeerd.

“Ik ben het met iedereen eens die zegt dat we te veel geld op de bank hebben staan. Ik doe wel echt m’n best om het uit te geven.”

“Ik ben het met iedereen eens die zegt dat we te veel geld op de bank hebben staan”, zegt directeur Kees Bouma. Weinig overhead, laag ziekteverzuim, asielzoekerskinderen die drie jaar hogere financiering met zich meebrachten, extra inkomsten uit een fusieregeling: het zijn zo een paar verklaringen die de directeur noemt. “Ik doe wel echt m’n best om het uit te geven. Maar we geven het ook niet onnodig uit.”

Van elke euro die binnenkomt gaat 64 cent naar personeel, tegenover 77 cent gemiddeld bij alle eenpitters. Toch zegt Bouma dat er extra wordt geïnvesteerd in taakverlichting. “Zo hebben alle leraren af en toe een dag geen groep om aan hun administratie te werken.” En over anderhalf jaar gaat de school verbouwen en dan is er een potje nodig voor de inrichting, hij schat zo’n vijf ton. “We zeggen niet: wat we binnenkrijgen moéten we uitgeven. We kijken naar wat er nodig is. Mijn bestuur vraagt wel eens naar de reserves, maar zij zien dat we de kinderen hier niets onthouden.”

Overschot

‘De vermogenspositie van schoolbesturen in het funderend onderwijs is de afgelopen jaren toegenomen’, berichtte onderwijsminister Arie Slob eind vorig jaar aan de Tweede Kamer. Maar er wordt niet nodeloos opgepot, aldus de minister. ‘Individuele schoolbesturen houden niet jaar in jaar uit geld over.’ Wel sparen instellingen volgens hem gericht om tegenvallers op te vangen of te investeren.

Wat zeggen de cijfers? Ruim driehonderd onderwijsinstellingen in alle sectoren (een vijfde van het totaal) hielden de afgelopen vijf jaar onafgebroken geld over – variërend van een verwaarloosbaar plusje tot een groot overschot. In het primair onderwijs gaat het om 213 schoolbesturen. Daarvan boekten er 147 een gemiddelde plus van drie procent of meer. Dat komt neer op vijftien procent van alle po-instellingen. Hun gezamenlijke overschot 2013-2017: 179 miljoen euro.

En nog een stap verder: 41 schoolbesturen houden sinds 2013 élk jaar op rij minstens drie procent over, waaronder 33 in het primair onderwijs. Alleen al deze 33 po-besturen hebben de afgelopen vijf jaar samen zo’n 53 miljoen euro overgehouden, bijna negen procent van hun inkomsten. Relatief vaak zijn het kleinere organisaties met één of twee scholen. Die zijn door de bank genomen wat kwetsbaarder dan een grote scholengroep.

-> een uitgebreidere lijst

-> reacties van instellingen

Schrap

Neem de Zonnebloemschool, een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs met 220 leerlingen in Emmeloord. Bijna drie miljoen euro bleef er over de laatste vijf jaar, het banksaldo groeide met 2,5 miljoen. Het eigen vermogen, in 2008 nog één miljoen euro, liep op naar een kleine zes miljoen euro vorig jaar.

“De reserves zijn hoger geworden dan we zelf hebben gewild”, erkent directeur Aart Reussing ruiterlijk. Bij de invoering van passend onderwijs ruim vier jaar geleden was de verwachting dat het aantal leerlingen zou dalen.

“De reserves zijn hoger geworden dan we zelf hebben gewild”

Bovendien zag het overkoepelende samenwerkingsverband zich geconfronteerd met een flinke bezuiniging, opgelegd door Den Haag. De Zonnebloemschool liet een uiterst behoudende begroting opstellen en zette zich schrap. Maar het viel allemaal reuze mee. Het aantal leerlingen zit, na een aanvankelijke daling, weer in de lift.

“De werkelijkheid is anders uitgepakt dan we verwachtten”, concludeert Reussing. “Het is zeker geen doel op zich om geld op de bank te zetten. We proberen te zoeken naar goede bestemmingen voor het geld, maar willen het niet over de balk smijten.” Op personeel is niet bezuinigd, stelt Reussing. “We hebben nu vijf vacatures uitgezet en we zouden er wel meer willen, maar we kunnen het personeel simpelweg niet vinden door de krapte op de arbeidsmarkt.” De directeur is trots op het predicaat ‘excellente school’. De Onderwijsinspectie is tevreden: het so en vso zijn door de inspectie allebei als ‘goed’ beoordeeld.

Afgeschreven

Bij de islamitische basisschool El Habib in Maastricht bleef verhoudingsgewijs het meeste geld liggen. De eenpitter met 380 leerlingen, die onder het bevoegd gezag valt van stichting Smart, hield de afgelopen vijf jaar bijna drie miljoen euro over, ruim eenvijfde van de inkomsten. Het eigen vermogen verdubbelde naar bijna vijf miljoen euro. De school heeft relatief veel leerlingen met extra ‘bekostigingsgewicht’.

“We hebben zeker niet de doelstelling om geld op te potten”, reageert dagelijks bestuurder Cansen Candas. De stichting heeft geld apart gezet voor de inrichting van het nieuwe gebouw. “El Habib is jarenlang gehuisvest in containers of schoolgebouwen van zeer slechte staat. Het oude meubilair is al ruimschoots afgeschreven maar dat hebben we niet vervangen in afwachting van de oplevering van ons nieuwe schoolgebouw.”

“Het oude meubilair is al ruimschoots afgeschreven maar dat hebben we niet vervangen in afwachting van de oplevering van ons nieuwe schoolgebouw.”

Daarnaast houdt de stichting een kleine twee miljoen euro achter de hand voor tegenvallers. Is dat niet wat veel? “Op basis van een risico-analyse houden we als ondergrens 1,8 miljoen aan. Door de verandering van de gewichtenregeling gaan we straks vier ton per jaar inleveren.”

Van alle inkomsten gaat 64 procent naar personeelsuitgaven, minder dan gemiddeld bij alle eenpitters. “We besparen absoluut niet op het onderwijs”, aldus Candas. Dat El Habib relatief minder aan personeel uitgeeft, “komt waarschijnlijk doordat we jongere docenten hebben en structureel een laag ziekteverzuim. We hebben niet minder docenten dan andere scholen. We geven de leerlingen wat ze nodig hebben.”

De onderwijskwaliteit is op orde en de school scoorde twee jaar terug nog hoog in een vergelijkend onderzoek door RTL Nieuws, aldus de bestuurder.

Ringetje

Veruit de meeste schoolbesturen die jarenlang geld overhouden, hádden al een aardige reserve. Slechts een handjevol trok noodgedwongen de broekriem aan omdat ze er destijds slecht voorstonden. De lumpsum-financiering, waarbij elk schoolbestuur een zak geld krijgt om naar eigen inzicht te besteden, houdt geen rekening met opgebouwde reserves. Een aantal financieel meer-dan-gezonde schoolbesturen wordt er almaar rijker op, blijkt uit een analyse van de jaarcijfers.

“Er was helemaal niks op de school aan te merken, de onderwijskwaliteit was om door een ringetje te halen. De bestuurder vroeg ons: zeg me waar ik het geld in kan steken voor een positief effect en dan doe ik het subiet.”

Zo’n zes jaar geleden hield de Onderwijsinspectie vermogende instellingen tegen het licht. Wat toenmalig afdelingshoofd Marc Spierings opviel, was dat welvarende besturen het onderwijs vaak best op orde hadden. “Een van de rijkste besturen, een eenpitter, staat me nog erg bij”, vertelde Spierings afgelopen voorjaar tijdens een rondetafel-gesprek over de lumpsum in de Tweede Kamer. “Er was helemaal niks op de school aan te merken, de onderwijskwaliteit was om door een ringetje te halen. De bestuurder vroeg ons: zeg me waar ik het geld in kan steken voor een positief effect en dan doe ik het subiet. Wij konden ook niks bedenken.”

Arjan Linthorst, docent scheikunde, heeft zich in de financiën van onderwijsinstellingen verdiept en stelt overmatige reserves regelmatig aan de kaak. Sinds financiële drama’s zoals bij Amarantis heeft de inspectie het financiële vizier meer gericht op de onderkant, signaleert hij. “Ik snap het wel: het laatste dat je wilt, is dat een school failliet gaat. Dat haalt direct de krant. Maar de inspectie zou twee sporen moeten bewandelen: niemand mag failliet gaan én niemand mag onevenredig veel geld op de spaarrekening laten staan. Ook dát is zonde van onderwijsgeld.”

“Als maatschappij willen we dat onderwijsgeld optimaal wordt ingezet. We halen niet alles uit de kast als er zoveel op de plank blijft liggen.”

Houden instellingen zich netjes aan de regels? En is de continuïteit gewaarborgd? Op die vragen richt de inspectie zich bij de controle van het financieel beheer. Prima in orde, zo luidt het oordeel over De Borg en de Zonnebloemschool. Het rapport stelt zelfs dat De Borg ‘verstandig met zijn geld omgaat’. Opmerkelijk, want een paar regels verderop erkent de inspectie dat ze niet beoordeelt of het onderwijsgeld doelmatig wordt ingezet.

Linthorst pleit voor het herinvoeren van bovengrenzen voor reserves: instellingen die over een langere tijd van bijvoorbeeld vijf jaar te veel geld op de bank laten staan. Dat maakt het fenomeen zichtbaar en stelt personeel, ouders en andere betrokkenen in staat om kritische vragen te stellen. Ja, ook als de onderwijskwaliteit voldoet. “Als maatschappij willen we dat onderwijsgeld optimaal wordt ingezet. We halen niet alles uit de kast als er zoveel op de plank blijft liggen.”

Intern

De koepelorganisatie PO-raad spreekt besturen niet aan op hun reserves. “Wat we wel doen, is vragen naar de reden”, reageert woordvoerder Ad Veen van koepelorganisatie PO-raad. De afgelopen weken heeft de PO-raad naar eigen zeggen een aantal besturen met opvallende buffers gebeld om het verhaal achter de cijfers te horen. Volgens Veen werd al snel duidelijk dat besturen allemaal goede redenen hebben voor hun spaargedrag, zoals geplande investeringen in onderhoud of leermiddelen.

Wanneer worden de uitkomsten van de rondgang naar buiten gebracht? “Dat blijft intern”, reageert de woordvoerder. “Misschien verspreiden we een algemeen bericht. Maar we gaan zeker geen namen van instellingen noemen.”

_________________________________________________________

‘Rijkste’ mbo-school staat in Rotterdam

Het Grafisch Lyceum Rotterdam is relatief de rijkste mbo-school van het land. De afgelopen tien jaar hield de instelling onafgebroken geld over. Opgeteld 38,5 miljoen euro, bijna elf procent van de inkomsten. De vakschool investeerde alleen al zo’n 35 miljoen euro in apparatuur en inrichting.
Collegelid Rob Hoogstraaten licht tijdens een rondleiding door het modern-industriële gebouw de cijfers toe. Trots laat hij de nieuwste aanwinst zien: een deel van de achtste verdieping is na een flinke verbouwing ingericht met de modernste audiovisuele faciliteiten. Waaronder een langgerekt, verduisterbaar videobewerkingslokaal met tientallen werkplekken en presentatieschermen die een bioscoopbeleving evenaren. En een praktijkruimte voor het digitaal ontwikkelen van storyboards met de nieuwste softwaretools. Een investering van opgeteld 2,5 miljoen euro.

Voor haar vierduizend mbo-studenten heeft de vakschool een enorm arsenaal aan apparatuur in huis, waaronder video- en fotocamera’s, beeldbewerkingsstations, 3d-printers, mediaopslag. En dan zijn er nog de ‘gewone’ werkstations voor studenten: drieduizend iMacs, die elke drie tot vier jaar afgeschreven worden. Hoogstraaten: “Studenten moeten ervan op aan kunnen dat ze met goede apparatuur kunnen werken. Ik vind niet dat we ons hoeven te verantwoorden dat we daarin investeren.”
Om geld opzij te zetten voor alle investeringen, wordt er bewust gestuurd op exploitatieoverschotten. De school spaart geld uit door weinig overhead en een uitgekiende bedrijfsvoering, aldus Hoogstraaten. “We zitten met het mbo op één locatie en dat heeft zowel logistiek als financieel allerlei voordelen. We hebben amper vierkante meters leegstaan en dat scheelt aanzienlijk in de kosten.”
De komende vijf jaar verwacht het GLR opnieuw een kleine 12 miljoen euro over te houden. Voor toekomstige investeringen heeft de vakschool reserves achter de hand. Zo was er eind vorig jaar 25,5 miljoen euro belegd in obligaties, in 2022 verwacht het bestuur dat bedrag te zien oplopen naar 40 miljoen. Hoogstraaten: “Het is verstandig beleid om geld dat je niet direct nodig hebt zoveel als mogelijk te laten renderen, al is dat in deze tijd best lastig.”

Vier tot vijf dagdelen per week zitten studenten in groepen van 64 in een groot werklokaal, de thuisbasis genoemd. Daar werken ze aan ‘contextrijke beroepsopdrachten’. Twee docenten en een onderwijsassistent zorgen voor de begeleiding. Een normale bezetting, stelt Hoogstraaten. “Het is niet zo dat we studenten daar neerzetten omdat het goedkoop zou zijn. Ze krijgen onderwijs op maat in de naastgelegen theorielokalen.” De inspectie oordeelt positief over de onderwijskwaliteit. Studenten komen niets tekort, vindt Hoogstraaten.
Hoewel: tijdens de lunchpauze puilt de kantine uit. Studenten strijken neer op de extra bankjes die in de gangen zijn neergezet. Anderen zitten op de grond of in het trappenhuis. De kantine is inderdaad krap bemeten, geeft de bestuurder toe. “Dat was een keuze die we hebben gemaakt bij de indeling van het gebouw. Voor die driekwartier per dag wilden we niet meer vierkante meters inruimen dan echt noodzakelijk.”

Meer nieuws