Paul van Meenen (D66), Peter Kwint (SP) en Lisa Westerveld (GroenLinks).
Paul van Meenen (D66), Peter Kwint (SP) en Lisa Westerveld (GroenLinks).

Beeld: Angeliek de Jonge

‘Onderwijspartij’ D66 bloedt voor gewekte verwachtingen

Met een massale onderwijsstaking op 15 maart zal politiek Den Haag de druk voelen oplopen. Terwijl het lerarentekort elke week schrijnender wordt, leeft de vraag: wanneer breekt de zelfverklaarde onderwijspartij D66 het regeerakkoord open voor meer investeringen?

In het volgepakte zaaltje van het Haagse café Dudok klonk een hartenkreet. Het gebeurde tijdens een politieke debatavond eind januari, georganiseerd door de AOb, met het veelzeggende motto ‘Het onderwijs verzuipt!’. D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen werd door collega-parlementariërs van oppositiepartijen op de korrel genomen. Waarom doet D66 niet meer voor het onderwijs? “Wij halen wel de kastanjes uit het vuur voor het onderwijs in de coalitie!”, reageerde Van Meenen verbeten.

Toch spint de zelfverklaarde onderwijspartij van Nederland daar vooralsnog geen garen bij. Opiniepeilingen wijzen op een electorale neergang van D66, dat anderhalf jaar geleden met 19 zetels toetrad tot het derde kabinet-Rutte. Ook coalitiegenoten VVD en CDA dalen in de peilingen, trouwens. Onder AOb-leden is de trend voor D66 nog verontrustender, zo bleek uit een enquête die Regioplan eind november uitvoerde. Was de partij bij de vorige verkiezingen de populairste, sindsdien is de aanhang gehalveerd van 28 procent naar 13 procent. Een flink deel van de toenmalige D66-aanhangers, bijna de helft, twijfelt nog.

AOb-leden die D66 de rug toekeren, zoeken veelal hun heil bij GroenLinks. De partij die op het laatste moment bedankte voor een plek in het kabinet en koos voor de oppositie

Wat ook blijkt: AOb-leden die D66 de rug toekeren, zoeken veelal hun heil bij GroenLinks. De partij die op het laatste moment bedankte voor een plek in het kabinet en sindsdien onder leiding van Jesse Klaver het kabinet onder vuur neemt – en groeit in de peilingen. Oppositiepartijen kunnen wel eens een belangrijke rol gaan spelen na de provinciale staten-verkiezingen op 20 maart, als de coalitie in een nieuwe Eerste Kamer zijn meerderheid verliest.

Met een landelijke, onderwijsbrede staking op 15 maart in aantocht – een historisch hoogtepunt van twee jaar actievoeren – neemt de druk op de coalitie verder toe. Elke week wordt het lerarentekort zichtbaarder en schrijnender. De ogen zijn in de eerste plaats gericht op D66: wat kunnen we verwachten van de ‘onderwijspartij’?

Het AOb-onderwijsdebat eind januari in Den Haag. Beeld: Angeliek de Jonge

Compromis

De eerste reflex was vooral: onderstrepen wat de coalitie al gedaan heeft. Wapenfeit is dat het huidige kabinet in absolute zin meer investeert in onderwijs dan voorgaande kabinetten. Er wordt geld uitgetrokken voor de voor- en vroegschoolse educatie, technisch onderwijs op het vmbo, halvering van het collegegeld voor eerstejaars in het hoger onderwijs (plus het tweede jaar op de pabo). Dan is er nog de veelbesproken 270 miljoen voor salarisverbetering van leraren in het primair onderwijs en voor werkdrukverlichting een bedrag oplopend tot 430 miljoen in 2022. Dan zit het kabinet er hoogstwaarschijnlijk niet meer, want in maart 2021 kiest Nederland weer een nieuwe Tweede Kamer.

Niemand betwijfelt dat D66 zich bij de kabinetsonderhandelingen hard heeft gemaakt voor onderwijs, zegt Arnold Jonk, bestuurder van de stichting Tussen Amstel en IJ voor openbaar primair onderwijs. Hij is zowel kritisch als positief over de partij, benadrukt hij. Dat er deze kabinetsperiode meer geld naar onderwijs gaat dan tijdens voorgaande kabinetten, staat buiten kijf. Toch is het de vraag of dat in het onderwijs aan D66 wordt toegeschreven, zegt Jonk. “Door actie te voeren hebben mensen in het onderwijs zelf iets bereikt en dat gevoel vind ik terecht. Die acties hebben een heel belangrijke rol gespeeld.”

‘Het is het maar de vraag of mensen in het onderwijs de salarisverhoging in het po toeschrijven aan D66. Door actie te voeren hebben ze zelf iets bereikt, en dat gevoel vind ik terecht’

Onder teleurgestelde AOb-leden klinkt het verwijt dat D66 zijn beloftes niet is nagekomen. In haar verkiezingsprogramma, dat al gedrukt was voordat de onderwijsacties van start gingen, pakte de partij groots uit met een pakket van 3,8 miljard euro aan investeringen. Toenmalig fractieleider Alexander Pechtold, inmiddels opgevolgd door Rob Jetten, liet een maand voor de verkiezingen in het Algemeen Dagblad optekenen dat zijn partij maar liefst 4,5 miljard wilde uittrekken. ‘De meeste leraren klagen niet als eerste over hun salaris, maar over te weinig tijd en ruimte voor hun beroep’, zei hij. ‘Als we het vak aantrekkelijk maken, gaat dat effect geven.’

Van de vier miljard uit het verkiezingsprogramma, zo claimde D66 bij de presentatie van het regeerakkoord, is de helft gerealiseerd. En zo klinkt het nog steeds: structureel 1,9 miljard erbij. D66-Kamerlid Jan Paternotte repte onlangs over 7,5 miljard ‘extra voor onderwijs’, waarbij hij – vermoedelijk – een optelsom van vier jaar maakt.

Wie de OCW-begroting erbij pakt, waarin het regeerakkoord is verwerkt, krijgt een iets ander beeld. Het gaat breder om ‘onderwijs, onderzoek en innovatie’. Een grabbelton van posten, waarin bijvoorbeeld ook worden meegeteld:

  • Onderzoek/innovatie (360 miljoen in 2019, 400 miljoen structureel, waarvan ruim een derde op de begroting staat bij Economische Zaken)
  • Dichten van eerdere tekorten (415 miljoen in 2019, 183 miljoen structureel)
  • Collegegeld-verlaging in het hoger onderwijs (165 miljoen in 2019, 170 miljoen structureel)
  • Maatschappelijke diensttijd (60 miljoen in 2019, 100 miljoen structureel), geld bestemd voor maatschappelijke organisaties die ‘stage/meeloopplaatsen’ aanbieden
  • Cultuur en historisch-democratisch bewustzijn (50 miljoen in 2019, 80 miljoen structureel), geld bestemd voor onder andere cultuurorganisaties en -fondsen

Bovendien zit er ook nog geld voor media (onderzoeksjournalistiek) en erfgoed in de pot. En per saldo komt er geen 1,9 miljard structureel bij, maar minder. Er staat namelijk ook nog een ‘doelmatigheidskorting’ open, een erfenis uit het vorige VVD-PvdA-kabinet. Afgelopen Prinsjesdag bleek overigens dat er een nieuwe tegenvaller opdoemt vanaf 2020, die nog moet worden ingevuld in de komende voorjaarsnota.

Kijk je specifiek naar arbeidsvoorwaarden, werkdruk en kansengelijkeid, dan is dit het beeld: er wordt dit jaar 757 miljoen extra geïnvesteerd. Structureel gaat het om één miljard euro. Dat is inclusief de tweede tranche van het werkdrukgeld dat nog moet vrijkomen na een tussentijdse evaluatie. Een broodnodige inhaalslag, reageerde de AOb al direct, maar het is niet genoeg.

D66 maakt een creatieve optelsom, vindt GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld. “Door grote woorden te gebruiken onderschat je leraren en ander onderwijspersoneel, die prikken daar heus wel doorheen. Ik denk dat mensen daardoor teleurgesteld zijn geraakt.”

‘Kiezers in Nederland zijn echt wel bereid zijn om compromissen te accepteren, als een partij ze daarin meeneemt’

“Kiezers snappen heus wel dat partijen water bij de wijn moeten doen als ze gaan regeren”, zegt Tom van der Meer, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. “Kiezers in Nederland zijn best bereid om compromissen te accepteren, als een partij ze daarin meeneemt. Opvallend is hoe D66, net als het CDA bijvoorbeeld, het regeerakkoord vanaf het begin heel sterk heeft verdedigd. Dat heeft een risico in zich, want je verdedigt een compromis en dus ook de punten waarop je hebt moeten toegeven. Wat je zou moeten doen, is ook laten zien wat je graag anders had gewild. Dan neem je je kiezers mee in het compromis.”

Vasthouden

Kiezers vasthouden is in het versplinterde politieke landschap sowieso al geen sinecure. Voor D66 is dat extra ingewikkeld, betoogt Van der Meer. “Je hebt grofweg een paar politieke blokken in Nederland: links, met partijen als GroenLinks, PvdA, SP en D66. En op rechts partijen als VVD, CDA, PVV en D66. D66 zit er tussenin. De partij is voor kiezers uit beide kampen aantrekkelijk, dat maakt dat ze snel kunnen groeien in de oppositie. Maar als ze gaan regeren, dan is dat met links of met rechts en dan verliezen ze heel snel een deel van hun achterban. Daarom wordt bij D66 vaak gezegd: regeren is halveren.”

De geschiedenis spreekt wat dat betreft boekdelen. Na deelname aan het kortstondige kabinet Van Agt II duikelde D66 in 1982 van 17 naar 6 zetels. Na twaalf jaar oppositie (het CDA-tijdperk met Ruud Lubbers als premier) probeerde D66 het weer in de twee paarse kabinetten onder PvdA-premier Wim Kok. D66 startte die periode met 24 zetels, haar grootste zetelaantal ooit, maar zag de populaireit in twee verkiezingen teruglopen naar 14 en 7 zetels in 2002. Een jaar later trad D66, na nieuwe verkiezingen, met zes zetels toe tot het centrum-rechtse kabinet Balkende II. Drie jaar later halveerde D66 naar drie zetels. In elf jaar oppositie groeide de partij onder leiding van fractieleider Pechtold weer aan naar 19 zetels. En toen traden ze toe tot het huidige kabinet.

Anders dan voorgaande kabinetten, voelde de huidige coalitie van VVD, CDA, D66 en CU vanaf de start de economische wind in de rug. Maar regeren in tijden van voorspoed heeft ook zo z’n dilemma’s. Bijvoorbeeld: wat zeg je tegen sectoren als het onderwijs of de zorg, die geteisterd worden door personeelstekort en hoge werkdruk, terwijl je geld over houdt op de rijksbegroting? De schatkist bewaken is lastiger in tijden van economische voorspoed, zei minister van Financiën Wobke Hoekstra vorig najaar in de Volkskrant. Hij is er trots op: het kabinet noteert een plus op de rijksbegroting en kan de staatsschuld verkleinen.

Minister van Financiën Hoekstra tijdens Prinsjesdag in september 2018. Beeld: Rijksoverheid, Valerie Kuypers

Terwijl Nederland er beter voorstaat, slinken de onderwijsuitgaven als aandeel van het bruto binnenlands product (bbp) van 5,2 naar 5 procent. Minister Slob deed die daling in een interview met het Onderwijsblad af met “een ietsje afvlakking”: het is een kwestie van keuzes maken. Tien jaar terug lagen de onderwijsuitgaven nog op 5,5 procent van het bbp.

Intussen wordt het lerarentekort met de week nijpender. Basisscholen sturen noodgedwongen klassen naar huis, voeren een vierdaagse werkweek in. Scholen voor voortgezet onderwijs moeten vakken uit de lestabel halen bij gebrek aan een docent. Of een de klas vijf uur achter elkaar inplannen voor een tekortvak, omdat er dan nog net wel een docent is.

Sluipende gevolgen

Dat is het meest zichtbare topje van de ijsberg. Onder de oppervlakte zien leraren al veel langer de sluipende gevolgen van het lerarentekort: klassen die worden samengevoegd omdat er geen vervanging is voor een zieke collega, onderwijsassistenten of stagiaires die zelfstandig een groep draaien, vakdocenten die noodgedwongen onbevoegd gaten opvullen in het lesrooster, leraren die via dure uitzendbureaus worden ingehuurd.

In januari stuurde onderwijsminister Arie Slob nieuwe cijfers over het lerarentekort naar de Tweede Kamer die opnieuw de ernst onderstrepen. Voeg daarbij de dagelijkse impact van passend onderwijs, dat bijna vijf jaar na de invoering nog altijd aan alle kanten knelt. In plaats van de kleinere klassen die Pechtold het onderwijs twee jaar terug voorspiegelde, ervaren veel leraren in de praktijk vooral het tegendeel.

‘Als mensen het onderwijsbeleid onvoldoende vinden, dan word je daarop afgerekend. En als je jezelf graag de ‘onderwijspartij’ noemt misschien wel harder dan andere partijen.’

“Een coalitiepartij wordt automatisch geïdentificeerd met het regeringsbeleid”, aldus schoolbestuurder Jonk. “Als mensen het onderwijsbeleid onvoldoende vinden, dan word je daarop afgerekend. En als je jezelf graag de ‘onderwijspartij’ noemt misschien wel harder dan andere partijen. Het is een mechanisme dat niet alleen voor D66 geldt: op het moment dat je in de regering zit, word je niet snel beloond op basis van wat je al hebt gedaan, maar aangesproken op wat je nog niet hebt gedaan en wat mensen graag van je willen.”

Neem de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting, een voorstel met een duidelijke VVD-signatuur. Die stuitte op zoveel maatschappelijke weerstand dat premier Mark Rutte hem uiteindelijk moest intrekken. Een overwinning voor oppositiepartijen, die de strijd tot een speerpunt maakten. Maar de twee miljard euro die ermee gemoeid is, gaat alsnog naar het bedrijfsleven.

“Het was heel mooi geweest om te zeggen: hiervan gaat een deel naar de publieke sector”, aldus GroenLinks-Kamerlid Westerveld. “Daar lag een grote kans voor D66 om druk op het kabinet te zetten. Kiezers zien dat de huidige investeringen niet voldoende zijn en zien om zich heen dat de problemen met het lerarentekort alleen maar toenemen. Het is moeilijk vol te houden dat je dé onderwijspartij bent als je niet genoeg voor onderwijs doet. Ik denk dan: kom op, steek iets meer je nek uit binnen de coalitie.”

‘Het is moeilijk vol te houden dat je dé onderwijspartij bent als je niet genoeg voor onderwijs doet. Ik denk dan: kom op, steek iets meer je nek uit binnen de coalitie’

“Luister, het is heel simpel: er is nog nooit een euro naar onderwijs gegaan door GroenLinks, nog nooit in hun hele bestaan”, reageert D66-Kamerlid Paul van Meenen. “Exact datzelfde geldt voor de SP. Dat zeg ik niet om flauw te doen, maar het is goed om dat een keer helder te zeggen.”

In de oppositie is het makkelijk roepen, of in elk geval: een stuk makkelijker. Op sommige momenten is nog teleurstelling – of irritatie – voelbaar over het feit dat GroenLinks afhaakte bij de formatie. Die partij ging de verkiezingen in met 2,8 miljard euro aan onderwijsinvesteringen in haar programma. Van Meenen: “Ik zou willen dat we wat meer met elkaar hadden kunnen optrekken bij de formatie. D66 is de partij die het meest wil investeren in onderwijs, GroenLinks een redelijk tweede. Het was mooi geweest als we samen hadden kunnen regeren, maar dat is niet gelukt.”

Politicoloog Van der Meer: “Als ze willen regeren, zou het voor GroenLinks best aantrekkelijk zijn geweest om te regeren in een coalitie met D66. Omgekeerd geldt dat nog veel meer. Ik snap heel goed dat toenmalig D66-leider Pechtold daar zuur over was toen GroenLinks afhaakte. Het zou een ideale situatie zijn geweest voor D66 om samen met GroenLinks en de VVD te regeren en zo beide flanken af te dekken.”

GroenLinks-Kamerlid Westerveld reageert: “Er is wel eens het beeld geschetst dat we niet serieus in de onderhandelingen zouden zitten, maar dat zaten we wel. Ik herinner me nog goed de teleurstelling in de fractie toen Jesse ons meedeelde dat GroenLinks definitief niet mee zou gaan regeren. We hadden echt het gevoel dat er voor ons te weinig in zat. Dat gevoel werd gesterkt toen ik het regeerakkoord las.”

Prestatiebox

Minister Arie Slob tijdens een meet-up op 29 november 2017. Beeld: Arie Kievit

De coalitie heeft niet op zijn handen gezeten, vindt Van Meenen. Onderwijsminister Slob vulde vorig najaar in allerijl het subsidiepotje aan voor begeleiding van zij-instromers toen de bodem al in zicht was gekomen. Hij paste een kunstgreep toe door geld te gebruiken dat dit jaar zou overblijven uit een ander potje binnen de OCW-begroting. En in februari 2018 ging het kabinet ermee akkoord om een deel van het beloofde werkdrukgeld voor het primair onderwijs naar voren te halen, na aanhoudende acties in het onderwijs. Gisteravond maakte de minister een tweede kasschuif bekend.

Eind vorig jaar deden D66 en CDA een poging om nieuw geld voor lerarensalarissen te vinden. Tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting wekte een bericht op NOS.nl hoge verwachtingen over “extra geld”, maar het uiteindelijke voorstel bleek minder stellig. De motie vroeg minister Slob te kijken of er – vanaf 2020 – geld voor salarisverbetering weggehaald kan worden bij de zogeheten ‘prestatiebox’, een potje voor onderwijsvernieuwing. Geld waarvan op dit moment overigens ook onderwijspersoneel is aangesteld, dat weten deze partijen ook. Het voorstel kreeg een meerderheid dankzij steun uit de oppositie, maar kwam de partijen ook op hoon te staan. ‘Een dooie mus’, noemde Kamerlid Eppo Bruins van coalitiegenoot ChristenUnie het.

Zeggenschap

Pogingen om geld te vinden beperken zich vooralsnog tot schuiven met posten in de onderwijsbegroting zelf. Daarmee blijft D66 keurig binnen de grenzen van het regeerakkoord. Voor ideeën zonder een concreet prijskaartje zoekt de partij geregeld buiten de coalitie om samenwerking met de oppositie.

Zo kwam Van Meenen met het voorstel om de geldstroom vanuit de overheid te verleggen van besturen naar scholen. Een ‘gedachte-experiment’, dat de nodige wenkbrauwen doet fronsen. Het is een idee dat de financiering in het onderwijs ingrijpend op de schop zou nemen – en dat een hoop vragen oproept over de juridische, logistieke en financiële implicaties. Hij kreeg een meerderheid achter een motie om minister Slob zijn idee te laten onderzoeken. Dankzij steun van de oppositie; coalitiegenoten VVD, CDA en CU stemden tegen. Een afleidingsmanoeuvre?

‘Onderwijsgeld moet in de klas terecht komen en dat gebeurt nu nog veel te vaak niet, kijk maar naar de reserves. Dus heb ik gezegd: laten we eens gek doen en het geld rechtstreeks naar de scholen brengen’

Van Meenen: “Onderwijsgeld moet in de klas terecht komen en dat gebeurt nu nog veel te vaak niet, kijk maar naar de reserves. Dus heb ik gezegd: laten we eens gek doen en het geld rechtstreeks naar de scholen brengen. De school op de hoek van de straat is waar het onderwijs plaatsvindt, maar de macht ligt ergens anders: bij het bestuur. Ik wil de zeggenschap teruggeven aan de school. En de snelste weg is via het grootste machtsmiddel, namelijk geld. Ik denk dat er dan veel meer geld in het klaslokaal zal eindigen, op de manier waarop scholen dat zelf graag zien.”

Zitten schoolleiders hier nou op te wachten?

Van Meenen: “Ik snap best dat schoolleiders niet op méér rompslomp zitten te wachten, maar scholen kunnen samenwerken in coöperatieve verbanden. Zo kunnen ze administratie, ondersteuning en beheer delen, maar behouden ze hun zeggenschap.”

Schoolbestuurder Jonk heeft er gemengde gevoelens bij. “Ik heb altijd gevonden dat er iets geks zit in het Nederlandse onderwijssysteem tussen de school en het schoolbestuur. De maatschappelijke legitimiteit ligt op het niveau van de school: daar werkt de leraar, daar gaat de leerling naar toe. Maar de wetgeving is sterk gericht op het schoolbestuur. Dat roept een spanning op. D66 wil scholen en teams meer zeggenschap wil geven, dat vind ik goed. Het instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting komt ook uit die koker. Maar als Van Meenen suggereert dat er heel veel geld vrijkomt door de geldstromen te verleggen van bestuur naar school, dan ben je de frustratie van over drie jaar aan het organiseren. Want dat is echt onzin, de overhead is in het primair onderwijs heel laag. Die wordt in een ander model niet kleiner.”

‘Als D66 suggereert dat er heel veel geld vrijkomt door de geldstromen te verleggen van bestuur naar school, dan ben je de frustratie van over drie jaar aan het organiseren.’

PvdA-Kamerlid Van den Hul, voor D66-Kamerlid Van Meenen. Beeld: Angeliek de Jonge

Intussen laat Van Meenen geen kans onbenut om te zeggen dat er meer geld naar onderwijs zou moeten, ook de komende jaren al. “We hebben voorstellen gedaan om het geld uit de prestatiebox naar salarisverbetering te laten gaan. Daar blijft het niet bij. Het gaat trouwens niet alleen om materiële zaken. Denk maar aan het instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting of het afschaffen van de rekentoets. Dat zijn ook dingen waarmee we leraren meer in positie willen brengen en het beroep aantrekkelijker willen maken. Net als kleineren klassen en minder lesuren voor docenten.”

Kleinere klassen en minder lesuren? Daarvoor heb je toch meer leraren nodig?

Van Meenen: “Dat hangt ervan af hoe je er tegenaan kijkt. Internationaal gezien geven onze docenten veel meer lesuren dan in andere landen. Leerlingen krijgen ook veel meer les. Het is zeer de vraag of je niet meer ruimte zou moeten geven aan scholen om het onderwijs deels op een andere manier aan te bieden.”

Maar wat kunnen we nog in deze kabinetsperiode concreet van D66 verwachten?

Van Meenen: “Daar kan ik niet concreet op antwoorden. We moeten constateren dat het lerarentekort een probleem is dat tien jaar lang volstrekt verwaarloosd is. Daar kunnen we vorige kabinetten, tot en met de laatste kabinetten van Balkenende aan toe, voor verantwoordelijk houden. Wij zullen elke kans aangrijpen om te investeren. We kijken verder dan alleen deze kabinetsperiode. Bij de vorige verkiezingen hadden we 3,8 miljard in het programma staan, waarvan we de helft realiseerden. Bij de volgende verkiezingen voel ik wel wat voor de agenda die de AOb heeft neergelegd, een onderwijspact van vier miljard. Ik denk dat er nog wel meer mogelijk is.”

Verkiezingen

Voor een investeringsprogramma voor het hele onderwijs is vier miljard euro nodig, becijferde de AOb eerder dit jaar. De bond vraagt de politiek te komen met een samenhangend meerjarenplan dat verder kijkt dan de korte termijn. Het lerarentekort en de hoge werkdruk – met als gevolg veel uitvallers met burn-out, wat het tekort weer versterkt – tasten de kwaliteit van het onderwijs aan en dat is een maatschappelijk probleem. Een oproep van GroenLinks en de PvdA om met een meerjarig deltaplan te komen, ‘waarin verschillende maatregelen in samenhang worden bezien’, werd eerder weggestemd door de coalitie, inclusief D66. Met een actieweek deze maand en op 15 maart een onderwijsbrede staking, van basisschool tot universiteit, willen de bonden de druk op de ketel houden.

Er moet echt meer geld bij, zegt ook schoolbestuurder Jonk. In tegenstelling tot veel andere besturen, betaalt hij leraren die gaan staken wel door. “Ik zie hoe weinig ondersteuning leraren hebben, hoe groot de groepen zijn, hoe moeilijk leraren zijn te vinden. Het is heel schraal en dat zien mensen elke dag om zich heen. Als je om je heen kijkt, kan er maar één conclusie zijn: er moet meer in het onderwijs worden geïnvesteerd.”

Het regeerakkoord is al eerder ter discussie gesteld, met succes. Wat kan onderwijspartij D66? Politicoloog Van der Meer: “Kiezers die inmiddels overgestapt zijn naar een andere partij, zoals GroenLinks, haal je niet zomaar terug. Die moeten dan een reden hebben om weg te gaan bij GroenLinks. Voor D66 is het voornaamste dat ze zich blijven profileren. Dat ze zichtbaar maken wat ze willen doen voor het onderwijs en dat ze laten zien dat het geen ketelmuziek is. In de Nederlandse politieke cultuur vindt die strijd vaak achter de schermen plaats, met het idee dat je de boot niet teveel moet laten schudden, maar een coalitie best een stootje hebben.”

‘Voor D66 is het voornaamste dat ze zich blijven profileren. Dat ze zichtbaar maken wat ze willen doen voor het onderwijs, en dat ze laten zien dat het geen ketelmuziek is’

Dat de machtsverhoudingen in politiek Den Haag zullen veranderen, lijkt zeker. Na de komende Provinciale Staten-verkiezingen komt er een nieuwe Eerste Kamer, waarin de coalitie naar andere meerderheden zal moeten zoeken. Dat biedt mogelijkheden, aldus Jonk. “Het regent meevallers, waarom zouden we die niet deels hiervoor gebruiken? Het is een kwestie van prioriteiten stellen. Geregeld verandert er wel iets aan het regeerakkoord, behalve voor het onderwijs. Daar geldt nog steeds: regeerakkoord is regeerakkoord. Dat is wrang en valt niet vol te houden. Het regeerakkoord is uiteindelijk gewoon een politieke afspraak en die kun je aanpassen. Dat is ook logisch, de wereld staat niet stil. Het is toch gek: coalitiepartijen stellen een regeerakkoord op en vervolgens zou alles vier jaar onveranderd moeten blijven. Ook als tussentijds blijkt dat de nood in het onderwijs toeneemt.”

Alle oppositiepartijen, van links tot rechts en van groot tot klein, maken zich in de aanloop naar de verkiezingen alvast breed en beloven hun huid duur te verkopen. Jonk: “Misschien krijgt GroenLinks binnenkort een kans om meer te zeggen te krijgen als de coalitie de meerderheid in de Eerste Kamer verliest. Net als voor elke partij die veel belooft voor het onderwijs geldt: zodra ze die kans krijgen, hebben ze een dure plicht om er iets van te maken. Als je jarenlang zegt ‘stem op ons, dan maken wij het allemaal in orde’ en die verwachtingen worden niet waargemaakt, dan word je daarop afgerekend. Dat is ook wat D66 nu ervaart.”

Dit is een uitgebreide versie van een artikel uit het maartnummer van het Onderwijsblad

Meer nieuws