Alle

Rechter besluit dat minister oude ruimtebrieven openbaar moet maken

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) moet ook de ruimtebrieven met daarin het percentage loon dat het kabinet dat jaar beschikbaar stelde voor alle onderwijsmedewerkers uit 2020 en 2021 openbaar maken. De AOb eiste openbaarheid door een beroep te doen op de Wet open overheid (Woo). 

Tekst Karen Hagen - Redactie Onderwijsblad - - 3 Minuten om te lezen

Geheime ruimtebrieven geld

Beeld: Typetank

De AOb begon drie jaar geleden een rechtszaak over de geheime ruimtebrieven. Deze brieven stelt het kabinet meestal tegelijk met de Voorjaarsnota op. Alleen de onderwijswerkgevers weten aan de onderhandelingstafel wat de loonruimte in een bepaald jaar is. De AOb is het daar niet mee eens en wil dat de overheid de bonden als gelijkwaardige onderhandelingspartners behandelt. Het kabinet zou deze ‘ruimtebrieven’ daarom óók naar de bonden moeten sturen. “Beide partijen zouden over dezelfde informatie moeten beschikken”, zegt AOb-bestuurder Douwe van der Zweep. “Met deze rechtszaken wilden we deze ongelijkheid aankaarten.” 

Beide partijen zouden over dezelfde informatie moeten beschikken

De AOb eiste dat er in totaal elf ruimtebrieven over de jaren 2011 tot en met 2021 openbaar worden gemaakt. Na een eerdere uitspraak van de rechter besloot de minister al tot actieve openbaarmaking van alle ruimtebrieven die ouder zijn dan vijf jaar. "De overheid heeft online hiervoor ook een pagina ingericht waar alle brieven te vinden zijn", zegt Van der Zweep. 

Check de brieven van het kabinet over bijdrage arbeidsvoorwaardenNaar de brieven

De recentere brieven uit 2020 en 2021 wilde het ministerie nog niet vrijgeven. De uitspraak laat de bezwaren zien van de minister die bang is dat openbaring door de inrichting van de cao-onderhandelingen nog invloed heeft op toekomstige of lopende onderhandelrondes. ‘Dit heeft een negatieve invloed op de onderhandelingspositie van de overheidswerkgevers’, aldus de minister. De rechter gaat hier niet in mee en vindt dat deze brieven wel openbaar moeten worden, zeker omdat de onderhandelingen al zijn afgerond. ‘De openbaarmaking van deze brieven heeft dan ook geen effect meer’, aldus de rechter. Van der Zweep: "Het is nu dus duidelijk: die brieven moeten gewoon gepubliceerd worden. Alle brieven die de AOb heeft opgevraagd moeten dus worden verstrekt."  

Principiële punt

Over het principiële punt van de AOb dat de brieven vóór alle nieuwe onderhandelingen openbaar moeten zijn, kan de rechter geen oordeel geven omdat dat geen onderdeel is van de Woo-procedure. Van der Zweep: “Door onze rechtszaken is het wel op de radar gekomen van de Kamer en de politiek. Er is een eerste stap gezet naar actieve openbaarmaking van de brief door de onderwijswerkgevers.” 

Door onze rechtszaken is het wel op de radar gekomen van de Kamer en de politiek

Dat blijkt ook uit een brief van oud-onderwijsminister Mariëlle Paul aan de werkgevers in het primair en voortgezet onderwijs eerder. In de brief laat ze de raden duidelijk weten dat het mogelijk is om vertrouwelijke informatie over de sectorale loonruimte aan het begin van de onderhandelingen te delen.

Motie 

Ook is dankzij de AOb eerder dit jaar een motie aangenomen waarin het ministerie van Onderwijs wordt verzocht om in gesprek te gaan met de werkgevers in het mbo, hbo en universiteiten over de loonruimte en het percentage dat het kabinet daar elk jaar beschikbaar voor stelt. “Er is afgesproken om hierover de Kamer voor het najaar te informeren over de resultaten van dit gesprek”, aldus de AOb-bestuurder. 

“We gaan door met pleiten in Den Haag voor ons principiële punt: openbaarmaking voordat de onderhandelingen beginnen. Deze rechtszaken hebben al veel geholpen, de oude brieven helpen ons al om de loonsystematiek te doorgronden. Uiteindelijk draait het erom dat beide kanten van de cao-tafel over dezelfde informatie beschikken, en er niet één kant wordt voorgetrokken."