Home AlgemeenPOVOBVEHOOverige
Zoek
 
Reactie op rapport Dijsselbloem Verstuur Afdrukken
datum:13 februari 2008
De Algemene Onderwijsbond ziet in het rapport Dijsselbloem een krachtig pleidooi voor het versterken van de positie van de leraar. Veel (mislukte) onderwijsvernieuwingen zijn, zoals de commissie concludeert ‘door overheid, bestuur, management en externe adviseurs opgelegd, met voorbijgaan aan een inhoudelijk debat in de school en betrokkenheid van leraren daarbij’.
“De commissie heeft op veel onderwijsterreinen uitstekend werk gedaan, hoewel sommige adviezen wel  kort door de bocht gaan”, aldus AOb voorzitter Walter Dresscher.

Kwaliteit onderwijs
Een belangrijke conclusie van de commissie over kwaliteit van het onderwijs sluit naadloos aan bij eerdere bevindingen van het rapport Leerkracht van Rinnooy Kan.
De commissie Dijsselbloem is van mening dat de kwaliteit van de docent een cruciaal ankerpunt is als het gaat om de kwaliteit van onderwijs. Dresscher heeft beide commissies geadviseerd de docent weer een grote rol te geven bij inhoudelijke onderwijsprocessen in onderwijsinstellingen. De status van de leraar is de laatste jaren schromelijk uit het oog verloren.

Professioneel Statuut
Dresscher: “Het opnieuw vaststellen van de verantwoordelijkheid van de overheid en de scholen anderzijds, juich ik toe. Maar spreek dan goed af in de wet of cao wat de afgebakende ruimte is van medewerkers in het onderwijs. Het professioneel statuut zoals wij dat  nu bespreken met het ministerie van OCW is daarvoor een uitstekend middel . De commissie spreekt erg vaak van ‘scholen’. Maar dat is te vaag en te simpel. Terecht zegt Dijsselbloem dat de overheid gaat over ‘het wat’ in het onderwijs en de school over ‘het hoe’. Het pedagogisch-didactisch klimaat in de klas, daar moet juist de leraar leidend zijn. De politiek moet zich daar verre van houden. Toch is nu bemoeienis nodig om de leerkracht weer in het zadel te helpen. Een professioneel statuut helpt de leerkracht een stuk van zijn professionele vrijheid in de school terug te heroveren.”

Weerbarstig
De AOb wil dat zijn leden ook bij toekomstige onderwijsvernieuwingen serieus gehoord worden. Dresscher: “Ik geloof niet in kwade opzet van Haagse beslissers. Op macroniveau kun je allerlei zaken verzinnen die in de dagelijkse praktijk anders en weerbarstiger uitpakken dan op de tekentafels. Vaak zijn met grove druk, zonder voldoende draagvlak onder de mensen in de school maatregelen doorgedrukt. Daarmee voelt de leraar zich niet of nauwelijks onderdeel van de vernieuwing. Dat heeft gevolgen voor een succesvolle invoering en voor de eigen tevredenheid over het werk. Deze conclusie deel ik volledig met de onderzoekscommissie. De AOb pleit er daarom voor dat er niet alleen met de werkgeversorganisaties wordt overlegd, maar dat ook de bonden als vertegenwoordigers van het personeel worden betrokken bij het overleg.

Investeren
Het pleidooi voor meer investeringen in de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden van docenten juicht de AOb zeer toe. Al jaren lopen de salarissen in het onderwijs achter bij andere grote sectoren. Plasterk heeft voorstellen gedaan de achterstand in te lopen. Echter, het termijn waarin dat moet gebeuren –tot 2020- is te lang.
De AOb voelt zich gesterkt door dit rapport om de voorgestelde inhaalslag te verkorten.

Hieronder het volledige rapport en een samenvatting:

  downloads
kst113842.pdf
Samenvatting.doc
top