Het Convenant Leerkracht voor investeringen in het leraarsberoep blijft, maar vanaf 2011 moet het hele onderwijs werken aan een ‘productiviteitsverbetering’. Een overzicht van de belangrijkste maatregelen die op Prinsjesdag bekend zijn geworden.
Het Convenant Leerkracht waarmee onder meer de doorstroming van leraren naar hogere salarisschalen wordt betaald, loopt geen gevaar. Het wordt volgens Plasterk in de Onderwijsbegroting ‘onverminderd doorgevoerd.’ Maar er zijn ook bezuinigingen.
De minnen In 2010 draagt onderwijs bij aan de bezuinigen met 142 miljoen euro wat oploopt tot 375 miljoen in de jaren daarna. De grootste klap valt bij de post professionalisering bestuur en management, geld dat bij de invoering van de lumpsum is vrijgemaakt, dit jaar nog een min van 38 miljoen euro, daarna oplopend tot 90 miljoen. Kleine scholen worden uitgezonderd van de maatregel. Daarnaast wordt de subsidie voor groeischolen voortaan niet per school maar bestuur berekend, iets dat structureel uiteindelijk 46 miljoen per jaar oplevert. Voor 2010 zijn de bedragen:
Bezuiniging bestuur en management -38 miljoen
Groeiregeling basisonderwijs -9 miljoen
Versoberen wachtgeld/vervangingsopslag -5 miljoen
Geen ov-kaart mbo -30 miljoen
Korting Academische Ziekenhuizen -10 miljoen
Samenwerking technische universiteiten -10 miljoen
Diverse posten -40 miljoen
In 2011 zijn er nog een paar aanvullende bezuinigingen die pijn doen: 35 miljoen structureel er af bij de educatie. Wel wordt de marktwerking in de educatiesector uitgesteld met drie jaar, voordat een nog groter deel van het educatiebudget wordt overgeheveld naar de gemeenten. Voor studenten komt de aanvullende beurs onder het prestatiebeursregime: wie niet na vijf maanden voldoende punten heeft ziet zijn aanvullende beurs omgezet in een lening. Dat brengt 50 miljoen euro op. Het deltaplan beta-techniek moet het vanaf 2011 met 14 miljoen minder doen. Voor de maatschappelijke stage is 25 miljoen minder vanaf 2011 net als voor de publieke omroep.
De plussen Omdat het aantal leerlingen groeit komt er vanaf 2010 44 miljoen bij, wat oploopt naar 248 miljoen in 2014. Uit de enveloppe voor onderwijsinvesteringen komt 230 miljoen een bedrag dat grotendeels naar het Convenant Leerkracht gaat.
Daarnaast zijn er eenmalig in 2010 door het crisisplan om de economie te stimuleren een aantalextra uitgaven:
Opvang extra leerlingen mbo door conjunctuur 125 miljoen
Energiebesparing en binnenmilieu in po en vo 118 miljoen
Tijdelijke inzet kenniswerkers 120 miljoen
Diverse maatregelen 121 miljoen
Maatregelen andere ministeries voor OCW 145 miljoen
Saneringsplan overheidsfinanciën in 2011 In de miljoenennota kondigt minister Wouter Bos van Financiën aan dat er voor de zomer van 2010 een ingrijpend saneringsplan opgesteld wordt. Voor het onderwijs betekent het dat in primair onderwijs, voortgezet onderwijs en bve over de hele linie ‘productiever gewerkt’ moet worden. In het hoger onderwijs wordt de financiering van hogescholen en universiteiten doorgelicht en het beurzenstelsel onder de loep genomen. Ambtenaren moeten voorstellen maken voor bezuinigingen. Zij zullen daarbij onder meer een scenario bedenken om op die posten 20 procent te bezuinigen ‘om creatieve en kritische benaderingen te bevorderen’. Garanties dat onderwijs wordt gespaard
bij deze draconische bezuinigingsoperatie zijn er in de miljoenennota niet. Bos schrijft dat de Nederlandse onderwijsuitgaven nu op Oeso-niveau zitten ‘en dat het een uitdaging zal zijn om dat zo te houden’. Maar hij laat dat gelijk volgen door de boodschap dat ‘ook bekeken moet worden in hoeverre en in welk tempo deze doelstelling aangescherpt kan worden, ten behoeve van de kwaliteit van het onderwijs en de innovatiekracht van de Nederlandse economie.’
De productiviteit speelt in de Trendnota van het ministerie van Binnenlandse Zaken over de arbeidsverhoudingen bij overheid en onderwijs al een voorname rol. Onderwijs was tot nu toe uitgezonderd van de doelstelling om de arbeidsproductiviteit met 1,25 procent te verbeteren, desondanks wil men dat nu alle sectoren ‘slimmer gaan werken’. Dat komt neer op het inzetten van goedkoper personeel of ict. Iets waar het Netwerk Onderwijsinnovatie dat minister Plasterk adviseert al druk mee bezig is.
Loonontwikkeling Omdat de overheid vanwege de crisis de nullijn nastreeft, staan in de hele maatschappij de cao-onderhandelingen onder druk. Van sectoren waar een langlopende afspraak bestaat, wordt verwacht dat zij zich later matigen. Bedrijfstakken waar komende tijd cao’s moeten worden afgesloten moeten van het kabinet wel in de pas lopen. Voor het onderwijs betekent dat volgens de nota Werken in het onderwijs 2010 dat primair onderwijs en bve ‘tijdelijk’ zullen achterlopen bij hun collega’s.
Het kabinet vindt het verder volgens de Trendnota ‘ongewenst’ dat herstelplannen van het ABP betekenen dat eventuele premiestijgingen betaald moeten worden uit de toch al magere loonruimte. Opvallend omdat datzelfde kabinet de pensioenfondsen dwingt tot herstelplannen met uitstel van indexatie voor de gepensioneerden of hogere premies voor werkgevers en werknemers. Desondanks wil het kabinet het pensioenstelsel voor overheid en onderwijs ‘heroverwegen’.
Passend onderwijs Voor het speciaal onderwijs plus de kinderen met een rugzak komt er budgetfinanciering vanwege de oplopende overschrijdingen. Verwacht wordt dat er vooral voor de rugzakjes andere criteria komen. De overschrijdingen van 2009 moeten met de nieuwe financiering weggewerkt worden.
Educatie Er komt 35 miljoen minder beschikbaar voor onderwijs aan volwassenen. De introductie van marktwerking van de marktwerking voor educatiemiddelen wordt met twee jaar uitgesteld. Bovendien wordt de oormerking van het budget voor educatie en de bestedingsverplichting bij roc’s wordt met drie jaar verlengd.
Rekenen en taal De wettelijke niveaus voor taal en rekenen worden per augustus 2010 ingevoerd. In het basisonderwijs komen er extra schakelklassen waarin leerlingen een jaar lang extra taalonderwijs krijgen.
Stapelen mag weer De maximale verblijfsduur voor leerlingen wordt afgeschaft. In combinatie met het stapelen van opleidingen moet dat schooluitval tegen gaan. Ook moeten vmbo-scholen samen met roc’s programma’s ontwikkelen voor leerlingen die vooral in de praktijk willen werken.
Onderwijstijd Roc’s krijgen 250 miljoen extra. Ze moeten maatwerk leveren,aan leerplichtregistratie doen en zorgen voor voldoende contacturen. Besturen die onder de maat presteren worden op het matje geroepen. Daarnaast is er 12 miljoen extra voor extra onderwijstijd aan scholen met achterstandsleerlingen.
Meer brede scholen Omdat de 1200 brede scholen die er in 2011 moesten komen al gerealiseerd zijn, wordt er nu gestreefd naar 1500 brede scholen in het primair onderwijs. In het voortgezet onderwijs moeten dat er 460 worden.
Vindplaatsen:
Onderwijsbegroting www.minocw.nl
Miljoenennota www.regering.nl
Trendnota www.minbzk.nl
Werken in het onderwijs 2010 www.minocw.nl
|